Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:9286

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
08-09-2020
Datum publicatie
16-10-2020
Zaaknummer
C/10/603647 / FA RK 20-6821
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Artikel 7:7 Wvggz. Toewijzen voortzetting crisismaatregel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM


Team familie

Zaak-/rekestnummer: C/10/603647 / FA RK 20-6821

Betrokkenenummer: [nummer]

Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 8 september 2020 betreffende een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)

op verzoek van:

de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam, hierna: de officier,

met betrekking tot:

[naam betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum betrokkene] te [geboorteplaats betrokkene] ,

hierna: betrokkene,

wonende aan de [adres betrokkene] , [postcode betrokkene] te [woonplaats betrokkene] ,

thans verblijvende in Parnassia Groep, locatie Poortmolen te Capelle aan den IJssel,

advocaat mr. W.H.J.W. de Brouwer te Rotterdam.

1. Procesverloop

1.1.

Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 7 september 2020, heeft de officier verzocht om voortzetting van de op 4 september 2020 opgelegde crisismaatregel.


Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

  • -

    een afschrift van de beslissing tot het nemen van de crisismaatregel van 4 september 2020;

  • -

    de medische verklaring opgesteld door [naam psychiater] , psychiater, van 4 september 2020;

  • -

    de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz;

  • -

    de relevante politiegegevens en/of de strafvorderlijke- en justitiële gegevens van betrokkene.

1.2.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 8 september 2020.

Bij die gelegenheid zijn (overeenkomstig artikel 2 lid 1 van de Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid) via beeld- en geluidverbinding gehoord:

  • -

    betrokkene met zijn hiervoor genoemde advocaat;

  • -

    [naam afdelingarts] , afdelingsarts en [naam verpleegkundige] , verpleegkundige, beiden verbonden aan Parnassia Groep.

1.3.

De officier is niet ter zitting verschenen, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.

2. Beoordeling

2.1.

Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van, of het aanzienlijk risico op, ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade, ernstige verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. Daarnaast is er de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is. Betrokkene heeft paranoïde wanen, betrekkingswanen, grootheidswanen en vergiftigingswanen. Zo zegt hij een hersentumor te hebben en denkt hij dat de burgemeester van Rotterdam informatie over hem doorspeelt aan Turkije. Ook heeft betrokkene heeft zijn moeder geduwd en bespuugd. De afdelingsarts verklaart ter zitting dat betrokkene goed ingesteld moet worden op medicatie en er voldoende ambulante zorg geregeld moet worden voordat betrokkene weer naar huis kan. Zij streven ernaar dit zo snel mogelijk te realiseren.

2.2.

Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, in de vorm van psychotische stoornis onduidelijk in welk kader.

2.3.

De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.

2.4.

Op basis van de medische verklaring en de mondelinge behandeling, acht de rechtbank de volgende in de crisismaatregel genomen vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:

  • -

    het toedienen van medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis;

  • -

    het beperken van de bewegingsvrijheid;

  • -

    het insluiten;

  • -

    het uitoefenen van toezicht op betrokkene;

  • -

    het onderzoek aan kleding of lichaam;

  • -

    het onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;

  • -

    het controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;

  • -

    het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;

  • -

    het opnemen in een accommodatie.

2.5.

De overige door de officier verzochte vormen van verplichte zorg, te weten het toedienen van vocht en voeding en het beperken van het recht op het ontvangen van bezoek worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd en de behandelaar ter zitting gemotiveerd heeft verklaard dat deze niet nodig zijn om het ernstig nadeel af te wenden.

2.6.

Betrokkene verzet zich tegen deze zorg. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.

2.7.

De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.

2.8.

Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken na vandaag.

3. Beslissing

De rechtbank:

3.1.

verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van [naam betrokkene] voornoemd;

3.2.

bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.4. kunnen worden getroffen;

3.3.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 29 september 2020.

Deze beschikking is op 8 september 2020 mondeling gegeven door mr. L.A.C. van Nifterick, rechter, in tegenwoordigheid van H.J. de Wit, griffier, en op 10 september 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend.