Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:9126

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
14-09-2020
Datum publicatie
13-10-2020
Zaaknummer
10/811056-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt veroordeeld voor feitelijke aanranding van de eerbaarheid door willekeurige vrouw op straat vast te pakken en met zijn geslachtsdeel tegen haar billen aan te rijden. Oplegging van voorwaardelijke gevangenisstraf met reclasseringstoezicht als bijzondere voorwaarde.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 1

Parketnummer: 10/811056-18

Datum uitspraak: 14 september 2020

Verstek

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres verdachte] ,

[woonplaats verdachte] .

1. Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 14 september 2020.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3. Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. J.B. Wooldrik heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 50 uren, te vervangen door 25 dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest, en een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar en als bijzondere voorwaarden op te leggen dat de verdachte zich zal houden aan de aanwijzingen van de reclassering, een behandelverplichting en een meldplicht, zoals door de reclassering is geadviseerd.

4. Waardering van het bewijs

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

Hij op 21 december 2018 te Rotterdam door geweld iemand, te

weten [naam slachtoffer] , heeft gedwongen tot het dulden van

ontuchtige handelingen, namelijk het betasten en/of aanraken van haar

borsten en billen,

het geweld heeft bestaan uit

het onverhoeds

- van achteren benaderen en vastgrijpen bij het middel en

- betasten en/of aanraken van de borsten en

- met zijn, verdachtes, penis, aanraken van de billen, althans met zijn,

verdachtes, kruis aanrijden

tegen de billen van die [naam slachtoffer] ;

5. Strafbaarheid feit

Het bewezen feit levert op:

feitelijke aanranding van de eerbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Het feit is strafbaar.

6. Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is strafbaar.

7. Motivering straf

7.1.

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.

De verdachte heeft in dronken toestand een voor hem willekeurige vrouw, die aan het begin van de avond boodschappen had gedaan en met haar twee jonge kinderen van destijds 3 en 6 jaar naar huis liep, aangerand door haar van achteren te benaderen, op borsthoogte vast te pakken en met zijn geslachtsdeel tegen haar billen aan te rijden. De vrouw en haar kinderen zijn hier erg van geschrokken. Terwijl de vrouw zich had losgerukt en haar woede zich richtte op de verdachte, zijn haar kinderen -in het centrum van Rotterdam- bij haar weggerend.

Door zijn handelen heeft de verdachte inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. De verdachte heeft zich daarbij louter laten leiden door zijn eigen seksuele drang, zonder zich te bekommeren om de gevolgen van zijn handelen voor deze vrouw en haar kinderen.

Slachtoffers van dergelijke misdrijven ondervinden vaak nog geruime tijd last van de impact daarvan. Dat dit ook in dit geval zo is geweest blijkt uit de schriftelijke slachtofferverklaring van aangeefster.

Een dergelijk feit zorgt niet alleen bij de direct betrokkenen, maar ook in de maatschappij voor gevoelens van onrust en onveiligheid. Het moet vanzelfsprekend zijn dat vrouwen zich veilig en ongestoord over straat kunnen bewegen. Deze vanzelfsprekendheid is door de verdachte op respectloze wijze beschaamd.

7.2.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

7.2.1.

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 28 augustus 2020, waaruit blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten.

7.2.2.

Rapportages

Reclassering Nederland heeft op 13 augustus 2019 en op 9 september 2020 over de verdachte gerapporteerd.

De kans op recidive wordt ingeschat als gemiddeld tot hoog. In het rapport van 13 augustus 2019 wordt geadviseerd om aan de verdachte een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen met als bijzondere voorwaarden een meldplicht bij de reclassering, een behandelverplichting en dat de verdachte zich dient te houden aan de aanwijzingen van de reclassering. In het voortgangsverslag van 9 sepember 2020 wordt de uitvoering van het toezicht beschreven. Gesignaleerd wordt dat het hulpverleningsnetwerk van de verdachte langzaam aan het afbrokkelen is, terwijl de instanties zich zorgen maken over de zelfredzaamheid van de verdachte. Gezien de recente ontwikkelingen, waarbij de verdachte zich lijkt te onttrekken aan zijn afspraken en op straat gesignaleerd is onder invloed van alcohol dan wel in verwarde of overspannen toestand, wil de reclassering hem opnieuw aanmelden bij een forensisch FACT voor behandeling. De reclassering stelt zich op het standpunt dat een behandeling ten aanzien van het psychiatrisch ziektebeeld primair de aandacht moet krijgen in het verdere verloop van het reclasseringstoezicht.

De rechtbank heeft acht geslagen op beide rapporten.

Gelet op het tijdsverloop oordeelt de rechtbank dat de door de officier van justitie gevorderde taakstraf niet meer aan de orde is. Aan de andere kant heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan een heel vervelend feit, dat een behoorlijke impact heeft gehad op het slachtoffer. Daarom dient er wel vergelding te volgen.

Gezien de ernst van het feit, maar ook om te voorkomen dat de verdachte verder afglijdt, zal de rechtbank een voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen met de voorwaarden die hierna worden genoemd. Evenals de officier van justitie ziet de rechtbank geen aanleiding voor het opleggen van een contactverbod. Het voorwaardelijk strafdeel dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen. Bij de bepaling van de duur van de voorwaardelijke gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd en op het strafblad van de verdachte. Ook wordt rekening gehouden met het feit dat de voorlopige hechtenis van de verdachte al bijna twee jaar geleden is geschorst en dat de verdachte al die tijd niet alleen in onzekerheid heeft geleefd over de afloop van deze zaak, maar zich ook steeds heeft moeten houden aan de aan hem opgelegde voorwaarden.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 14a, 14b, 14c en 246 van het Wetboek van Strafrecht.

9. Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

10. Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden;

bepaalt dat deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 jaar;

stelt als algemene voorwaarde:

de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;

stelt als bijzondere voorwaarden:

1. de veroordeelde zal zich melden bij Reclassering Nederland, zolang en frequent als die reclasseringsinstelling noodzakelijk vindt;

2. de veroordeelde zal zich onder ambulante behandeling stellen voor zijn psychische klachten, gedurende de proeftijd, of zoveel korter als de reclassering verantwoord vindt, ook indien dit inhoudt doorverwijzing naar een forensisch (psychiatrische) polikliniek voor een intake/onderzoek;

3. de veroordeelde zal zich houden aan de aanwijzingen en/of voorschriften die worden gegeven door of namens de reclassering;

verstaat dat van rechtswege de volgende voorwaarden zijn verbonden aan de hierboven genoemde bijzondere voorwaarden

- de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;

- de veroordeelde zal medewerking verlenen aan reclasseringstoezicht, daaronder begrepen de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht;

geeft aan genoemde reclasseringsinstelling opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering (te weten: 3 dagen) is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte, die bij eerdere beslissing is geschorst.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. A. van Luijck, voorzitter,

en mrs. A. Bonder en R.H. Kroon, rechters,

in tegenwoordigheid van M.M. Cerpentier, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 14 september 2020.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

hij

op of omstreeks 21 december 2018

te Rotterdam

door geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door bedreiging met

geweld en/of door bedreiging met (een) andere feitelijkhe(i)d(en) iemand, te

weten [naam slachtoffer] , heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer

ontuchtige handeling(en), namelijk het betasten en/of aanraken van haar

borst(en) en/of billen,

het geweld en/of een andere feitelijkhe(i)d(en) en/of de bedreiging met geweld

en/of de bedreiging met andere feitelijkhe(i)d(en) heeft/hebben bestaan uit

het (telkens) onverhoeds

- van achteren benaderen en/of vastgrijpen bij de middel en/of

- betasten en/of aanraken van de borst(en) en/of

- met zijn, verdachtes, penis, aanraken van de billen, althans met zijn,

verdachtes, kruis (aan)rijden en/of maken van (een) schurende beweging(en)

tegen de billen van die [naam slachtoffer] ;