Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:9042

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
14-08-2020
Datum publicatie
22-10-2020
Zaaknummer
C/10/600289 / KG ZA 20-613
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding; geschil over in beslag genomen producten. In conventie wordt gedaagde bevolen de beslagleggend deurwaarder medewerking te verlenen om de zaken te inventariseren. In reconventie wordt verbod opgelegd m.b.t. gebruik ERP-systeem wederpartij. De reconventionele vordering van de partij tegen wie de conventionele vordering is ingetrokken, wordt niet in behandeling genomen, aangezien de aanhangigheid van die procedure door de intrekking is komen te vervallen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven

zaaknummer / rolnummer: C/10/600289 / KG ZA 20-613

Vonnis in kort geding van 14 augustus 2020

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

PRODENKA LOGISTICS B.V.,

gevestigd te Hoogvliet Rotterdam,

eiseres in conventie, verweerster in reconventie,

advocaat: mr. R.P. Zieltjens te Amsterdam,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid GAMILA SOAP B.V.,

gevestigd te Capelle aan den IJssel,

gedaagde in conventie, eiseres in reconventie,

advocaat: mr. R.A.D. Blaauw te Rotterdam,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid VOS TRANSPORT B.V.,

gevestigd te Deventer,

gedaagde in conventie, eiseres in reconventie,

advocaat: mr. C.C. Hofman te Haarlem,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid VWA B.V.,

gevestigd te Alblasserdam,

gedaagde in conventie, eiseres in reconventie,

advocaat: mr. C.C. Hofman te Haarlem,

Partijen worden hierna enerzijds Prodenka en anderzijds Gamila, Vos en VWA genoemd.

1. De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding (uitgebracht op 17 juli en 29 juli 2020), met producties;

  • -

    de akte indienen producties tevens inhoudende eis in reconventie van Vos en VWA;

  • -

    de akte indienen producties tevens inhoudende vermeerdering van eis van Prodenka, met producties;

  • -

    de conclusie tot voeging c.q. tussenkomst van Gamila;

  • -

    de conclusie tot voeging c.q. tussenkomst, tevens conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie van Gamila;

  • -

    de brief van 30 juli 2020 van Prodenka;

  • -

    de mondelinge behandeling gehouden op 31 juli 2020;

  • -

    de tijdens de mondelinge behandeling door Prodenka ingediende eiswijziging;

  • -

    de pleitnota van Prodenka;

  • -

    de pleitnota van Gamila;

  • -

    de pleitnota van Vos en VWA.

1.2.

Bij brief van 30 juli 2020 heeft Prodenka de vorderingen tegen Vos ingetrokken.

1.3.

Uit de toelichting tijdens de mondelinge behandeling heeft de voorzieningenrechter afgeleid dat Gamila vordert zich te mogen voegen aan de zijde van uitsluitend VWA. VWA heeft daartegen geen bezwaar gemaakt. Prodenka heeft wel bezwaar gemaakt. Tijdens de mondelinge behandeling is beslist dat in dit vonnis op de incidentele vordering wordt beslist.

1.4.

Vonnis is bepaald op heden.

2. De feiten

2.1.

Prodenka is een expediteur.

2.2.

Gamila is een distributeur van zeep en cosmetische producten, die in Israël worden geproduceerd door Savta Gamila Ltd. (hierna: Savta).

2.3.

Vos en VWA, die behoren tot dezelfde groep, houden zich elk bezig met goederenvervoer en/of expeditiewerkzaamheden.

2.4.

Prodenka en Gamila hebben in 2016 een samenwerkingsovereenkomst gesloten op grond waarvan Prodenka de handelsvoorraad van Gamila kocht en Gamila deze vervolgens stapsgewijs terugkocht met een renteopslag. De handelsvoorraad was opgeslagen bij Prodenka in een door Gamila van haar gehuurde loods.

2.5.

Ter beëindiging van deze samenwerkingsovereenkomst hebben Prodenka en Gamila op 8 september 2017 een vaststellingsovereenkomst (hierna: de Nadere overeenkomst) gesloten op grond waarvan Gamila de gehele handelsvoorraad terugkocht van Prodenka voor een koopprijs van € 766.462,39. Betaling zou plaatsvinden in termijnen.

2.6.

In mei 2018 is tussen Prodenka en Gamila een geschil ontstaan over de betaling van de handelsvoorraad, die zich op dat moment nog onder Prodenka bevond. Prodenka heeft Gamila de toegang tot de handelsvoorraad ontzegd.

2.7.

Bij e-mail van 28 juni 2018 heeft Gamila de huurovereenkomst met Prodenka, met inachtneming van een opzegtermijn van een maand, met ingang van 1 augustus 2018 opgezegd.

2.8.

In een e-mail van 6 juli 2018 heeft de heer [naam 1] (hierna: [naam 1] ) namens Gamila een opgave gedaan van de handelsvoorraad onder Prodenka en verklaard dat deze voorraad op dat moment een inkoopwaarde van € 723.782,81 (exclusief BTW) vertegenwoordigde. In deze e-mail schrijft [naam 1] met betrekking tot deze aantallen:

These numbers we took out our ERP-system Naiton which is also available to Prodenka.

Bij deze e-mail is een ERP-voorraadspecificatielijst gevoegd.

2.9.

Met verlof van de voorzieningenrechter van deze rechtbank heeft Gamila op 13 augustus 2018 conservatoir beslag tot afgifte gelegd op de handelsvoorraad en is deze in gerechtelijke bewaring gegeven aan Abr. De Haan Logistics B.V. (hierna: De Haan), te Alblasserdam.

2.10.

In processen-verbaal van 13 en 15 augustus 2018 heeft de uitvoerend deurwaarder het volgende vermeld:

Er zijn in de loods 237 pallet geteld, welke pallets op de openbare weg soms zijn samengevoegd om voorts in de gereedstaande vrachtwagens te worden vervoerd.

2.11.

Prodenka heeft met verlof de voorzieningenrechter van deze rechtbank op 21 augustus 2018 op diezelfde handelsvoorraad onder De Haan ten laste van Gamila conservatoir verhaalsbeslag doen leggen. De eis in de hoofdzaak is aanhangig in arbitrage.

2.12.

Bij e-mail van 21 augustus 2018 heeft De Haan aan de beslagleggend deurwaarder een derdenverklaring afgelegd en een overzicht verstrekt van de in gerechtelijke bewaring genomen goederen. In deze e-mail schrijft De Haan dat de goederen zijn gepallettiseerd maar dat de individuele colli niet zijn geteld of gescand, zodat opslag en traceability van de goederen plaatsvindt op palletniveau.

2.13.

Bij vonnis in kort geding van 27 augustus 2018 (hierna: het kortgedingvonnis) heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank op vordering van Gamila Prodenka veroordeeld om medewerking te verlenen aan de vrijgave van goederen uit de handelsvoorraad onder de daar gestelde voorwaarden (waaronder betaling).

Onderdeel 5.2. van de beslissing luidt voor zover hier van belang als volgt:

gebiedt Prodenka om, na betekening van dit vonnis en nadat Gamila, te rekenen vanaf 27 augustus 2018, twee termijnen onder de Nadere overeenkomst heeft betaald (te weten een bedrag van in totaal € 92.435,40), alles te doen en niets na te laten opdat de toevoegingen door Gamila aan de voorraad na het sluiten van de Nadere overeenkomst op 8 september 2017 aan Gamila worden vrijgegeven (een en ander zoals gespecificeerd op de ERP voorraadspecificatie van Gamila)

2.14.

Bij e-mail van 27 augustus 2018 heeft de advocaat van Gamila De Haan een specificatie verstrekt van de goederen die volgens het kortgedingvonnis mogen worden vrijgegeven.

2.15.

Bij brief van 24 oktober 2018 heeft de voormalig advocaat van Prodenka De Haan aansprakelijk gesteld voor de schade die Prodenka lijdt door het onrechtmatig onttrekken van goederen aan het beslag. In deze brief schrijft de advocaat dat bij Prodenka het sterke vermoeden is gerezen dat De Haan zaken heeft onttrokken uit het conservatoire beslag op de handelsvoorraad van Gamila.

2.16.

Bij e-mail van 26 oktober 2018 heeft De Haan de advocaat van Prodenka als volgt geantwoord:

Alles wat hier is uitgeleverd/meegenomen is conform gerechtelijke uitspraak gebeurd. Niets meer dan dat.

Alles hierover is gedocumenteerd en in het bezit van de heer [naam 2] (...).

Dhr [naam 2] is onze opdrachtgever. Voor vragen of opmerkingen kunt u bij hem terecht.

2.17.

Voordien, bij e-mail van 25 oktober 2018 heeft de advocaat van Gamila onder meer het volgende geschreven aan de advocaat van Prodenka:

Overigens kan mij voorstellen dat uw cliënte zich laat vertegenwoordigen door een onafhankelijke deskundige bij het uitleveren van de nieuwe voorraad na de ontvangst van de termijnen over juli en augustus. Mijn cliënte heeft geen bezwaar daartegen.

2.18.

Bij e-mail van 18 juni 2019 heeft [naam 1] namens Gamila het volgende geschreven aan De Haan:

De zaak met Prodenka loopt nog steeds en hopelijk krijgen wij snel toegang tot onze voorraad.

Mijn vraag voor nu is of dat de voorraad van Gamila die nu bij jullie staat opgeslagen verzekerd is ?

2.19.

Bij vonnis van 19 november 2019 is De Haan in staat van faillissement verklaard met benoeming van mr. L.Th.A. Boender als curator (hierna: de curator).

2.20.

In antwoord op een e-mail van de advocaat van Prodenka heeft de heer [naam 3] namens Vos Transport Groep dan wel Vos Albasserdam het volgende geschreven:

De kosten van opslag worden netjes betaald door advocaat

Wil het wel via hun laten lopen

2.21.

Bij e-mail van 15 mei 2020 heeft de advocaat van Prodenka aan de advocaat Gamila verzocht om de door De Haan in oktober 2018 aan hem gestuurde documentatie over alle door De Haan aan Gamila uitgeleverde voorraad toe te zenden en of hij instemt met een inventarisatie door een onafhankelijke deskundige (deurwaarder).

2.22.

Bij e-mail van 29 mei 2020 heeft [naam 1] aan de advocaat van Gamila een overzicht gestuurd van de resterende handelsvoorraad die zich volgens het ERP-systeem NAITON op 31 december 2019 onder De Haan bevond.

2.23.

Bij e-mail van 2 juli 2020 heeft de advocaat van Gamila aan de advocaat van Prodenka onder meer het volgende bericht:

Indien u de beslagleggend deurwaarder instrueert, dan kan hij de beslagen voorraad inspecteren.

2.24.

Het openbare faillissementsverslag van 30 juni 2020 met betrekking tot het faillissement van De Haan vermeldt dat de curator de inventaris en de voorraden van De Haan in het kader van een algehele doorstart heeft verkocht aan Vos Transport Group B.V.

2.25.

In een e-mail van 22 juli 2020 heeft mr. S. Wahlbrinck, een kantoorgenoot van de curator, met verwijzing naar de het laatst gedeponeerde faillissementsverslag aan de advocaat van Prodenka meegedeeld dat de doorstarter de exploitatie van De Haan per 1 januari 2020 heeft overgenomen.

2.26.

Bij brief van 10 juli 2020 heeft de advocaat van Prodenka Vos verzocht en gesommeerd om hem stukken toe te zenden met betrekking tot de bij de aanvang van de gerechtelijke bewaring in ontvangst genomen handelsvoorraad en de nadien plaatsgevonden leveringen en om mee te werken aan een inspectie en telling van de huidige handelsvoorraad door een onafhankelijke deurwaarder.

2.27.

Vos heeft voormelde sommatie onbeantwoord gelaten.

2.28.

Op 20 juli 2020 heeft een door Prodenka ingeschakelde deurwaarder een proces-verbaal van constatering opgemaakt. Daarin staat dat door (de bestuurder van) Prodenka verstrekte facturen overeenkomen met de facturen in de ERP-applicatie NAITON, welk applicatie live draaiend aan de deurwaarder is getoond.

2.29.

In een proces-verbaal van constatering van eveneens 20 juli 2020 heeft dezelfde deurwaarder vermeld dat de bestuurder van Prodenka via de ERP-applicatie NAITON door het klikken op de optie “Stock” informatie over voorraden en andere data heeft geselecteerd en geëxporteerd naar zijn laptop.

2.30.

In een e-mail van 29 juli 2020 heeft mr. S. Wahlbrinck aan de advocaat van Vos en VWA meegedeeld dat uit de betreffende koopovereenkomst volgt dat de activa en de passiva van De Haan zijn verkocht aan Reje B.V., althans een nader te noemen meester, en dat zij hebben begrepen dat VWA de onderneming van De Haan heeft overgenomen.

In deze e-mail schrijft mr Wahlbrinck dat hij voornemens is een bericht met dezelfde strekking te verzenden aan de advocaat van Prodenka.

2.31.

Bij e-mail van diezelfde dag heeft mr. R. van den Heuvel, een andere kantoorgenoot van de curator, met de vermelding “nog een kleine correctie op de e-mail van mijn kantoorgenoot “ het volgende geschreven aan de advocaat van Vos en VWA:

- Het betreft enkel een activa transactie (en niet een activa-passiva transactie)

- Wij menen dat VWA (...) de ‘nader te noemen meester is’, aangezien VWA (...) ( voor zover wij weten) de activiteiten in Alblasserdam exploiteert.

2.32.

Bij e-mail van ook weer 29 juli 2020 heeft mr Van den Heuvel het volgende geschreven aan de advocaat van Vos en VWA:

Ter bevestiging; u treedt dus ook op als advocaat van VWA B.V. (dat valt immers allemaal in dezelfde groep). De vragen ons dus beide af of de status van gerechtelijk bewaarder van Abr. de Haan Logistics B.V. van rechtswege, dan wel via de koopovereenkomst is overgegaan op VWA B.V. Waar nodig, zouden we dat beide nog nader kunnen uitzoeken. In het geval dat niet zo zou zijn (en Abr. de Haan Logistics B.V. nog altijd wordt gezien als de gerechtelijk bewaarder), dan geldt daarvoor dat ieder verplichting ter zake door ons is overgedragen aan VWA B.V., althans dat VWA B.V. zich jegens de curator heeft verplicht om alle rechten van derden (waaronder deze gerechtelijke bewaring) te respecteren. Ik verwijs hiervoor naar de koopovereenkomst.

Bovendien heb ik eind 2019 aan VWA B.V. c.q. Vos bevestigd dat er sprake is van een gerechtelijke bewaring. Zij waren daar dus mee bekend.

3. Het geschil in conventie

3.1.

Na wijziging van eis vordert Prodenka, samengevat:

I. Gamila, op straffe van een dwangsom, te veroordelen om binnen 4 dagen na betekening van het te wijzen vonnis aan Prodenka (kopieën van) de volgende documenten te verschaffen, althans om (daaraan) medewerking te verlenen:

  1. volledige medewerking te verlenen (alsmede het geven van opdracht aan Vos dan wel VWA voor het verlenen van toegang tot de in gerechtelijke bewaring gehouden handelsvoorraad, alsmede het aanstellen van een door Prodenka aan te wijzen onafhankelijke (niet eerder van de zaak betrokken) deurwaarder (Vismans) die inspectie zal doen van de gehele thans in gerechtelijke bewaring gehouden handelsvoorraad en daarvan een proces-verbaal van bevindingen op te maken dat aan alle betrokken partijen zal worden verstrekt;

  2. alle documenten (zoals bedoeld in de e-mail van De Haan van 26 oktober 2018) die de gerechtelijke bewaarder aan Gamila heeft verstrekt met betrekking tot alle uitleveringen uit de in gerechtelijke bewaring gehouden handelsvoorraad in de periode 13 augustus 2018 tot en met de dag van dit vonnis;

  3. een actuele (per vonnisdatum) ERP-voorraadspecificatielijst als bedoeld in dictumonderdeel 5.2 van het Kortgedingvonnis van de in gerechtelijke bewaring gehouden handelsvoorraad.

II. VWA, op straffe van een dwangsom, te veroordelen om binnen 4 dagen na betekening van het te wijzen vonnis aan Prodenka (kopieën van) de volgende documenten te verstrekken, althans daaraan haar medewerking te verlenen:

  1. de documenten met betrekking tot hetgeen bij aanvang van de gerechtelijke bewaarneming daadwerkelijk aan handelsvoorraad in ontvangst ís genomen (wat alleen ongespecificeerd is bevestigd bij e-mail van 21 augustus 2018);

  2. alle documenten (zoals bedoeld in de e-mail van De Haan van 26 oktober 2019 en voor zover beschikbaar) die door de gerechtelijke bewaarder aan Gamila zijn verstrekt met betrekkíng tot alle uitleveringen uit de (in gerechtelíjke bewaring gehouden) handelsvoorraad in de periode van 13 augustus 2019 tot en met de dag van dit vonnis.

  3. medewerking te verlenen aan het aanstellen van een door Prodenka aan te wijzen onafhankelijke (niet eerder bij de onderhavige zaak betrokken) deurwaarder die een inspectie/telling zal doen van de gehele thans in gerechtelijke bewaríng gehouden handelsvoorraad en daarvan een proces-verbaal van bevindingen zal opmaken die aan alle betrokken partijen zal worden verstrekt

Een en ander veroordeling van Gamila en hoofdelijke veroordeling van Vos en VWA in de proceskosten, waaronder de nakosten en te vermeerderen met de wettelijke rente.

3.2.

Aan deze vordering legt Prodenka het volgende ten grondslag.

Hoewel daartoe meerdere malen verzocht heeft, Gamila Prodenka na oktober 2018 niet meer geïnformeerd over de in gerechtelijke bewaring genomen handelsvoorraad. Gamila heeft in strijd met onderdeel 5.2. van de beslissing in het kortgedingvonnis goederen geleverd uit de in gerechtelijke bewaring genomen handelsvoorraad, zonder dat zij de betreffende betalingen heeft verricht. Prodenka weet niet wat er thans nog over is van de in totaal 337 (100 + 237) pallets die op 13 en 15 augustus 2018 in gerechtelijke bewaring zijn gegeven. Prodenka is ermee bekend geworden dat Gamila, in strijd met de gerechtelijke bewaring en het beslag, tot en met juni 2020 goederen heeft geleverd aan onder meer Rho-Delta Events B.V. en aan Skin Cosmetics B.V. Hiermee heeft ook de gerechtelijke bewaarder gehandeld in strijd met haar wettelijke verplichtingen.

Ondanks de verzoeken en sommaties weigert Gamila medewerking te verlenen aan de inventarisatie van de in gerechtelijke bewaring genomen handelsvoorraad. Hetzelfde geldt voor de opvolgend gerechtelijk bewaarder, waarvan Prodenka eerst dacht dat het Vos was, maar die VWA blijkt te zijn. Aangezien de handelsvoorraad van belang is voor de zekerheidspositie heeft zij bij haar vorderingen een spoedeisend belang.

3.3.

Gamila en VWA voeren ieder voor zich gemotiveerd verweer en concluderen tot afwijzing van het gevorderde.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. Het geschil in reconventie

4.1.

In reconventie vordert Gamila dat de voorzieningenrechter Prodenka Logistics veroordeelt bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad om:

1. Een volledige lijst met documenten (waaronder correspondentie (ook e-mails),

overzichten en bijlagen en overige stukken) die Prodenka sinds het einde van haar

werkzaamheden voor Gamila Soap (d.w.z. per 1 augustus 2018) heeft ontvangen

afkomstig van of gericht aan Gamila Soap of betrekkelijk tot de administratie van

Gamila Soap en ook de documenten daarvan die zij nog onder zich heeft.

2. Opgave te doen hoe, van wie en wanneer zij die documenten heeft verkregen;

3. Opgave ten doen van aan wie zij die documenten heeft verschaft;

4. Afschriften te verstrekken van die documenten (zowel papier als digitaal, waarbij voor wat betreft de emails het originele document ter onderzoek wordt doorgestuurd aan de advocaat van Gamila Soap);

5. Aan de advocaten van Prodenka opdracht wordt gegeven (en te bevorderen) om de in zijn dossier bevindende documenten aan de advocaat van Gamila Soap B.V. te verstrekken en om de advocaten opdracht te geven dat indien documenten inmiddels zijn gewist althans zijn teruggegeven daar gespecificeerd opgave van te doen (en voor zo ver dit niet mogelijk is een inschatting te verstrekken van de omvang en daarvan een (inhoudelijke) beschrijving op te geven);

6. Prodenka op straffe van een dwangsom van EUR 5.000 per dag dat Prodenka in gebreke blijft met het onder 1-5 gevorderde en een dwangsom EUR 100.000 nog langer het administratiesysteem van Gamila Soap te gebruiken, documenten onder zich te houden of mede te verwerken met het verwerven of verspreiden van die documenten (waaronder het als bewijs bezigen) en anderen, waaronder de advocaten van Prodenka opdracht te geven die documenten voor zo ver nodig te vernietigen (na aan Gamila Soap te zijn verstrekt) en afschriften daarvan aan de advocaat van Gamila Soap te verschaffen, terstond na verzending, cq ontvangst.

4.2.

Aan deze vordering legt Gamila het volgende ten grondslag.

In het kader van de door Prodenka verleende logistieke diensten heeft Gamila haar toegang verleend tot haar ERP-systeem. Na beëindiging van de contractuele relatie heeft Prodenka zich meermaals en voor langere tijd de toegang verschaft tot dit systeem. Gelet op het beëindigen van de relatie en de juridische strijd tussen partijen was het Prodenka kenbaar dat zij zich geen toegang meer mocht verschaffen tot het ERP-systeem. Door dat wel te doen, heeft zij strafbaar en onrechtmatig gehandeld jegens Gamila. Een en ander geldt temeer, nu Gamila vermoedt dat Prodenka, samen met enkele ex-werknemers van Gamila, bezig is met het opzetten van een concurrerende onderneming. Gamila heeft een spoedeisend belang bij haar vordering, aangezien zij moet inschatten wat aan wie is uitgelekt en zij verdere verspreiding moet voorkomen.

4.3.

Vos vordert:

I. Prodenka te verbieden om over te gaan tot iedere vorm van aanzegging, beslaglegging of rechtsvervolging in relatie tot de handelsvoorraad van Gamila gebaseerd op de vonnis en beschikking tussen Prodenka en Gamila, zulks op straffe van een dwangsom;

II. Prodenka te veroordelen tot betaling van € 7.054,30 als voorschot op de door Vos gemaakte (proces)kosten.

met veroordeling van Prodenka in de proceskosten.

4.4.

Aan deze vordering legt Vos het volgende ten grondslag. De curator is juridisch gezien de gerechtelijke bewaarder zodat Prodenka willens en wetens de verkeerde partij heeft gedagvaard. Voorheen heeft Prodenka ook steeds De Haan ten onrechte benaderd. Vos heeft daarom recht en belang bij oplegging van het door haar gevorderde verbod en vergoeding van de door haar gemaakte kosten.

4.5.

VWA vordert – samengevat – Gamila te veroordelen tot betaling aan Vos van € 7.054,30 als voorschot op de door Vos gemaakte (proces)kosten, met veroordeling van Gamila in de proceskosten.

4.6.

Aan deze vordering legt VWA het volgende ten grondslag. VWA verzorgt weliswaar de opslag van de handelsvoorraad van Gamila, maar zij is niet de gerechtelijke bewaarder. Indien VWA wel als gerechtelijke bewaarder wordt aangemerkt, vordert zij schadevergoeding uit hoofde van artikel 7:601 lid 3 BW.

4.7.

Prodenka en Gamila voeren ieder voor zich gemotiveerd verweer en concluderen tot afwijzing van het gevorderde.

4.8.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5. De beoordeling in conventie

Incident tot voeging

5.1.

De gevorderde voeging wordt met verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad van 3 april 2020 (ECLI:NL:HR:2020:601) bij gebrek aan belang afgewezen. Gamila is als medegedaagde van VWA reeds partij in de hoofdzaak en zij kan in haar hoedanigheid van procespartij ook haar standpunt in de procedure tussen Prodenka en VWA kenbaar maken.

5.2.

Gamila wordt veroordeeld in de kosten van het incident. Deze kosten worden aan de zijde van Prodenka en VWA begroot op nihil.

De hoofdzaak

De vorderingen tegen Gamila

5.3.

Tussen partijen is in geschil of Gamila in strijd met onderdeel 5.2 van de beslissing in het kortgedingvonnis goederen heeft weggenomen uit de beslagen handelsvoorraad. Tijdens de mondelinge behandeling zijn partijen ter zake overeengekomen dat deurwaarder Vismans, buiten aanwezigheid van (vertegenwoordigers van) Prodenka, een telling gaat uitvoeren van de thans nog (onder VWA) aanwezige voorraden en dat hij daarvan een proces-verbaal van bevindingen opmaakt dat aan beide partijen wordt verstrekt. Dat betekent dat niet beoordeeld hoeft te worden of aannemelijk is dat na oktober 2018 goederen uit de voorraad in Alblasserdam zijn weggenomen. Ter voorkoming van enig misverstand neemt de voorzieningenrechter deze afspraken op in een veroordeling. Dat geldt niet voor de kosten van de deurwaarder en de redelijke kosten van VWA. Daarover wordt, ook bij gebreke van een daartoe strekkende vordering, slechts op deze plaats vastgelegd dat partijen het erover eens zijn dat die kosten (op dit moment) voor rekening van Prodenka komen. Voor zover de deurwaarder het noodzakelijk acht om foto’s te nemen, dienen deze vooralsnog niet aan het proces-verbaal van bevindingen te worden gehecht. Deze beperking wordt aangebracht omdat Gamila een niet volstrekt ongeloofwaardig, en door Prodenka niet betwist, vermoeden heeft geuit over het opzetten van een met Gamila concurrerende onderneming door Prodenka en ex-werknemers van Gamila.

5.4.

Met betrekking tot het gevorderde onder I b) geldt dat Gamila in deze procedure diverse mails en andere documenten van en aan De Haan heeft overgelegd, waaronder de e-mail waarop Prodenka specifiek doelt. Hoewel dat op haar weg lag, heeft Prodenka geen feiten of omstandigheden naar voren gebracht waaruit kan worden afgeleid dat Gamila over meer documenten beschikt dan zij nu heeft verstrekt. Het gevorderde onder I b) wordt daarom afgewezen. Hierbij merkt de voorzieningenrechter op dat het in de rede ligt dat partijen na de inventarisatie door de deurwaarder het debat over de omvang van de handelsvoorraad en de uitvoering van het kortgedingvonnis voortzetten.

5.5.

Prodenka heeft niet gesteld welk belang zij naast de telling door de deurwaarder, en gelet op de recente specificatie waarover zij beschikt, nog heeft bij het onder I c) gevorderde verstrekken van een actuele ERP-specificatielijst. Deze vordering wordt daarom afgewezen.

De vordering tegen VWA

5.6.

Prodenka baseert haar vorderingen tegen VWA op haar standpunt dat VWA de opvolgend gerechtelijk bewaarder van de handelsvoorraad van Gamila is. Dat dit zo is, is evenwel niet aannemelijk. Het feit dat de handelsvoorraad zich nu onder VWA bevindt, is daarvoor onvoldoende. Uit de e-mails van (kantoorgenoten van) de curator volgt dat ‘de doorstarter’ slechts de activa van De Haan heeft overgenomen en dat zij op de hoogte is gesteld van de gerechtelijke bewaring, maar dat maakt haar niet tot gerechtelijk bewaarder. Een gerechtelijke bewaarder moet immers worden benoemd en deze dient voorts onpartijdig te zijn en bereid om de bewaarneming op zich te nemen. Aangezien er vooralsnog niet anders is beschikt, wordt De Haan – en na haar faillissement – de curator geacht bewaarder te zijn gebleven van de handelsvoorraad. Hierbij merkt de voorzieningenrechter op dat het in de rede ligt dat de bewaarder de in gerechtelijke bewaring genomen zaken onder zich heeft. Het ligt dan op de weg van betrokken partijen om in dit verband een voorziening te treffen.

5.7.

Prodenka heeft niet gesteld of aannemelijk gemaakt dat VWA beschikt over de onder II. a) en b) gevorderde documenten. Bovendien wordt in dit kort geding aangenomen dat Prodenka al beschikt over de e-mail, met bijlagen, van De Haan van oktober 2018. Deze vorderingen worden dan ook afgewezen.

5.8.

Met betrekking tot de medewerking aan de inventarisatie wordt overwogen dat VWA, als opdrachtnemer van Gamila, daaraan haar medewerking moet verlenen. Dit is tussen partijen niet in geschil. Voor de daarmee gemoeide kosten is geen voorziening gevorderd.

Proceskosten in conventie

5.9.

In de procedure tussen Prodenka en Gamila zijn partijen over en weer deels in het ongelijk gesteld. De voorzieningenrechter ziet daarin aanleiding de proceskosten te compenseren, in die zin dat ieder van partijen de eigen kosten draagt.

5.10.

In de procedure tussen Prodenka en VWA is Prodenka aan te merken als de in overwegende mate in het ongelijk gestelde partij. Zij wordt daarom veroordeeld in de proceskosten. De kosten aan de zijde van VWA worden begroot op € 1.636,00, waarvan € 980,00 aan salaris advocaat en € 656,00 aan griffierecht.

5.11.

De door Vos gevorderde (reële) proceskostenveroordeling is te beschouwen als een vordering tot vergoeding van proceskosten als bedoeld in het arrest van de Hoge Raad van 3 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1087. Prodenka verkeerde ten onrechte in de veronderstelling Vos de handelsvoorraad van Gamila onder zich had. Dat betekent dat de intrekking van de procedure tegen Vos voor rekening en risico van Prodenka komt. Er is onvoldoende grond om aan te nemen dat Prodenka door Vos te dagvaarden onrechtmatig heeft gehandeld of dat zij misbruik heeft gemaakt van procesrecht. In dit verband merkt de voorzieningenrechter op dat Vos Prodenka eerder en voor dagvaarding – bijvoorbeeld na de sommatie van 10 juli 2020 – had kunnen berichten dat niet zij maar een andere groepsmaatschappij de handelsvoorraad van Gamila onder zich had. Er bestaat daarom geen grond voor een reële proceskostenveroordeling. De proceskosten aan de zijde van Vos worden conform het liquidatietarief begroot op € 980,00 aan salaris advocaat. Daarbij wordt opgemerkt dat van Vos en VWA tezamen slechts een keer griffierecht wordt/is geheven.

6. De beoordeling in reconventie

6.1.

Gamila, Vos en VWA hebben vorderingen in reconventie ingesteld.

6.2.

Gamila heeft gesteld dat Prodenka over documenten (waaronder correspondentie, e-mails, bijlagen en overige stukken) beschikt, die zij na het beëindigen van de contractuele relatie met Gamila (dus na 1 augustus 2018) heeft verkregen. Deze documenten heeft zij ofwel op onrechtmatige wijze onderschept of verkregen door onrechtmatige raadpleging van het ERP-systeem van Gamila, aldus Gamila.

6.3.

Gamila vordert, zo begrijpt de voorzieningenrechter, een opgave van die (volgens haar) onrechtmatig verkregen documenten en een verbod op het gebruik van haar ERP-systeem. Prodenka heeft erkend dat zij (recent) het ERP-systeem van Gamila heeft geraadpleegd en zo de beschikking heeft over facturen en voorraadlijsten, zoals op haar verzoek door een deurwaarder is vastgelegd. Prodenka heeft betwist dat dit onrechtmatig is, omdat zij gebruik heeft gemaakt van rechtmatig verkregen inloggegevens. Voorts heeft Prodenka betwist dat zij op andere wijze documenten heeft onderschept of verkregen.

6.4.

Naar voorlopig oordeel is het inloggen in het ERP-systeem van Gamila door Prodenka onrechtmatig. De inlogcodes zijn aan Prodenka verstrekt in het kader van de tussen deze partijen gesloten overeenkomst met betrekking tot de logistieke dienstverlening. Na beëindiging van die relatie was Prodenka zonder toestemming van Gamila niet langer bevoegd om het administratiesysteem van Gamila te raadplegen, ongeacht of die toegang haar nu wel of niet nadrukkelijk was ontzegd. Dat Gamila er in juli 2018 (dus voor het einde van de contractuele relatie) mee bekend was dat Prodenka toegang had tot het ERP-systeem, maakt dat niet anders. Op grond hiervan acht de voorzieningenrechter het verbod op het gebruik van het ERP-systeem van Gamila toewijsbaar.

6.5.

Het gebod om opgave te doen van welke informatie Prodenka uit het ERP-systeem heeft onttrokken en aan wie zij deze informatie heeft verstrekt, is eveneens toewijsbaar.

Deze opgave kan mede geschieden aan de hand van de door Gamila overgelegde productie 20, waarbij overigens niet op voorhand vast staat dat alle inlogpogingen door Prodenka zijn gedaan.

6.6.

Gamila heeft niet gesteld dat en op grond waarvan aannemelijk moet worden geacht dat Prodenka over andere documenten van Gamila beschikt dan die welke zij uit het ERP-systeem heeft gehaald. Daar komt bij dat ook niet duidelijk is wat Gamila met ‘documenten’ bedoelt. In aanmerking nemende dat Gamila veroordelingen op straffe van een dwangsom vordert, moet volstrekt helder zijn wat zij bedoelt. De verdergaande gevorderde opgave alsmede het verstrekken van afschriften worden daarom afgewezen.

6.7.

De op te leggen veroordeling wordt versterkt met een dwangsom. Deze dwangsom wordt gematigd en gemaximeerd, zoals in de beslissing vermeld. Prodenka wordt als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten.

De vordering van Vos

6.8.

De reconventionele vordering van Vos wordt niet in behandeling genomen.

Mede gelet op het in conventie aangehaalde arrest van de Hoge Raad van 3 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1087, neemt de voorzieningenrechter tot uitgangspunt dat de aanhangigheid van een kort geding komt te vervallen door de intrekking ervan. De hierop door de Hoge Raad gegeven uitzondering betreft de proceskostenveroordeling in conventie. Naar voorlopig oordeel geldt deze uitzondering niet ook voor een eventuele vordering in reconventie. Indien Vos meent dat zij iets te vorderen heeft van Prodenka, dient zij daarvoor een aparte procedure aanhangig te maken.

De vordering van VWA

6.9.

VWA is niet ontvankelijk in haar vordering tegen Gamila. Een reconventionele vordering dient op grond van artikel 136 Rv te worden ingesteld tegenover een partij die tegenover de betreffende gedaagde als eiser kan worden aangemerkt. De door de Hoge Raad het arrest van 10 maart 2017 (ECLI:NL:HR:2017:411) vermelde uitzondering ziet op een processueel ondeelbare rechtsverhouding. De rechtsverhoudingen tussen Prodenka, Gamila en VWA zijn dat niet.

6.10.

VWA is als de in het ongelijk gestelde partij te beschouwen. Het verweer van Gamila tegen die vordering was zo beperkt van omvang dat de voorzieningenrechter daarin aanleiding ziet om geen proceskostenveroordeling uit te spreken.

7. De beslissing

De voorzieningenrechter:

in conventie

7.1.

veroordeelt Gamila volledige medewerking te verlenen (en daartoe opdracht te geven aan VWA) om deurwaarder Vismans toegang te verlenen tot de in gerechtelijke bewaring gehouden handelsvoorraad van Gamila, zodat hij, buiten aanwezigheid van (vertegenwoordigers van) Prodenka, een telling kan uitvoeren van de thans nog (onder VWA) aanwezige voorraden en dat hij daarvan een proces-verbaal van bevindingen opmaakt dat aan beide partijen wordt verstrekt, met dien verstande dat eventuele foto’s vooralsnog niet aan dat proces-verbaal van bevindingen mogen worden gehecht;

7.2.

veroordeelt Gamila om aan Prodenka een dwangsom te betalen van € 1.000,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij niet aan de in 7.1. uitgesproken hoofdveroordeling voldoet, tot een maximum van € 50.000,00 is bereikt;

7.3.

veroordeelt Prodenka in de proceskosten, aan de zijde van VWA tot op heden begroot op € 1.636,00;

7.4.

veroordeelt Prodenka in de na dit vonnis bij VWA ontstane kosten, begroot op € 157,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat Prodenka niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 82,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak;

7.5.

veroordeelt Prodenka in de proceskosten, aan de zijde van Vos tot op heden begroot op € 980,00;

7.6.

veroordeelt Prodenka in de na dit vonnis bij Vos ontstane kosten, begroot op € 157,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat Prodenka niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 82,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak;

7.7.

compenseert de proceskosten voor het overige, in die zin dat ieder van partijen de eigen kosten draagt;

7.8.

verklaart dit vonnis in conventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

7.9.

wijst het meer of anders gevorderde af;

in reconventie

7.10.

verbiedt Prodenka om het ERP-systeem van Gamila te gebruiken;

7.11.

gebiedt Prodenka om aan de advocaat van Gamila opgave te doen welke documenten zij na 31 juli 2018 uit het ERP-systeem van Gamila heeft verkregen;

7.12.

veroordeelt Prodenka om aan Gamila een dwangsom te betalen van € 500,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij niet aan de in 7.10 en 7.11. uitgesproken hoofdveroordelingen voldoet, tot een maximum van € 50.000,00 is bereikt;

7.13.

veroordeelt Prodenka in de proceskosten, aan de zijde van Gamila tot op heden begroot op € 980,00;

7.14.

verklaart VWA niet ontvankelijk in haar vordering tegen Gamila;

7.15.

verklaart dit vonnis in reconventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

7.16.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. P. de Bruin en in het openbaar uitgesproken op 14 augustus 2020.

3077/2009