Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:9006

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
11-09-2020
Datum publicatie
02-11-2020
Zaaknummer
C/10/602224 / JE RK 20-2287
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

zaakgegevens: C/10/602224 / JE RK 20-2287

datum uitspraak: 11 september 2020

beschikking ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing

in de zaak van

de Raad voor de Kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht,

hierna te noemen de Raad, gevestigd te Rotterdam,

betreffende

[naam kind] ,

geboren op [geboortedatm kind] 2009 te [geboorteplaats kind] , hierna te noemen [naam kind] .

De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[naam moeder] ,

hierna te noemen de moeder, wonende te [woonplaats moeder] .

Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:

- het verzoekschrift met bijlagen van de Raad van 12 augustus 2020, ingekomen bij de griffie

op 13 augustus 2020,

- het verweerschrift van de advocaat van de moeder, mr. A. Apistola, van 9 september 2020, ingekomen bij de griffie op dezelfde datum.

Op 11 september 2020 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld.

Gehoord zijn:

- de moeder, bijgestaan door haar advocaat mr. Apistola, voornoemd,

- een vertegenwoordigster van de Raad, [naam vertegenwoordigster 1] ,

- een vertegenwoordigster van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering (hierna: de GI), [naam vertegenwoordigster 2] .

De feiten
Het ouderlijk gezag over [naam kind] wordt uitgeoefend door de moeder.

[naam kind] woont bij de moeder en verblijft van maandag tot woensdag in een logeerhuis van ASVZ.

Het verzoek

De Raad heeft een ondertoezichtstelling van [naam kind] verzocht voor de duur van twaalf maanden.

Tevens wordt een machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind] in een accommodatie jeugdhulpaanbieder verzocht voor de duur van zes maanden.

De Raad heeft het verzoek ter zitting gehandhaafd en als volgt toegelicht. Bij [naam kind] is sprake van complexe problematiek en hij vertoont zelfbepalend gedrag. De moeder staat open voor de hulpverlening, maar de problematiek van [naam kind] overstijgt haar mogelijkheden. Tot op heden is vrijwillige hulpverlening ingezet, maar dit heeft onvoldoende resultaat opgeleverd. Het is belangrijk dat een jeugdbeschermer de regie neemt in het gezin om ervoor te zorgen dat de ontwikkeling van [naam kind] niet verder stagneert. Daarnaast is het van belang dat [naam kind] voor vijf dagen per week naar het logeerhuis gaat, zodat [naam kind] daar geobserveerd kan worden en gekeken kan worden welke hulpverlening nodig is.

De standpunten

De GI heeft ter zitting het verzoek van de Raad ondersteund.

Door en namens de moeder wordt verweer gevoerd tegen het verzoek van de Raad. [naam kind] verblijft op vrijwillige basis voor twee à drie dagen in het logeerhuis. Een uithuisplaatsing is daarom een vergaande maatregel. [naam kind] heeft autisme en is gehecht aan de moeder. Het ondergewicht van [naam kind] is een gedragsprobleem en geen eetprobleem. De Raad legt de nadruk op de eetproblematiek van [naam kind] , maar er is momenteel geen sprake meer van ondergewicht bij [naam kind] . Ook zijn er geen aanwijzingen dat sprake is van een gameverslaving. Het is niet in het belang van [naam kind] om de huidige situatie te veranderen. In het logeerhuis eet [naam kind] ook niet altijd goed en daar kan geen specialistische hulpverlening worden ingezet of onderzoek plaatsvinden. De moeder heeft zelfstandig hulpverlening ingezet voor de problematiek van [naam kind] en kan zelf thuis voor [naam kind] zorgen.

De beoordeling

Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat [naam kind] ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. Bij [naam kind] is sprake van ADHD en autisme. Hij vertoont zelfbepalend en manipulatief gedrag. Er zijn zorgen omtrent het gewicht van [naam kind] . In het voorjaar had hij een zeer laag BMI (“Body Mass Index”) en hoewel het gewicht van [naam kind] de afgelopen tijd is toegenomen, heeft hij verre van een gezond en gevarieerd eetpatroon. Er is sprake van forse tekorten waar het de spieropbouw en botten betreft. Daarnaast zijn er zorgen over het gamegedrag van [naam kind] . Hij is vaak nog laat online en krijgt te weinig nachtrust. Het schoolwerk heeft hieronder te lijden. De moeder heeft onvoldoende overwicht op [naam kind] en biedt hem onvoldoende structuur, regelmaat en grenzen in de thuissituatie. Om de moeder van de zorg te ontlasten gaat [naam kind] op vrijwillige basis drie dagen per week naar een gezinshuis van ASVZ. [naam kind] heeft daar baat bij de geboden structuur en begeleiding.

Hoewel de moeder zeer betrokken is en open staat voor de hulpverlening, is de moeder onvoldoende in staat om zelfstandig de ernstige ontwikkelingsbedreiging van [naam kind] weg te nemen. De vrijwillige hulpverlening blijkt ontoereikend te zijn geweest. De moeder kan het geleerde niet goed in praktijk brengen. Zowel bij de moeder als bij [naam kind] is te weinig probleeminzicht. De kinderrechter is daarom van oordeel dat de inzet van een jeugdbeschermer noodzakelijk is om de moeder te ondersteunen en de ontwikkeling van [naam kind] te volgen. Daarnaast is het in het belang van [naam kind] om voor vijf dagen per week naar het logeerhuis te gaan. [naam kind] heeft meer ondersteuning nodig dan de moeder hem momenteel kan bieden. Bovendien zal moeten worden ingezet op passende behandeling. [naam kind] is bekend in het gezinshuis, wat de overgang minder groot zal maken. In het gezinshuis kan [naam kind] worden geobserveerd en kan gekeken worden welke hulpverlening nodig is. De kinderrechter zal daarom een machtiging tot uithuisplaatsing verlenen voor de duur van zes maanden.

Uit het voorgaande volgt dat is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek (BW). De kinderrechter zal [naam kind] daarom onder toezicht stellen voor de duur van twaalf maanden. Ook is de kinderrechter van oordeel dat de uithuisplaatsing van [naam kind] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en de opvoeding, zoals genoemd in artikel 1:265b BW.

De beslissing

De kinderrechter:

stelt [naam kind] onder toezicht van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, gevestigd te Amsterdam, met ingang van

11 september 2020 tot 11 september 2021;

verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind] in een accommodatie jeugdhulpaanbieder met ingang van 11 september 2020 tot 11 maart 2021;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 11 september 2020 door mr. A.J. van Dijk, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. L.M. Ruijgrok als griffier.

De kinderrechter is buiten staat de schriftelijke uitwerking van deze beschikking te ondertekenen. De schriftelijke uitwerking van de beschikking is daarom vastgesteld door de kinderrechter en de griffier en ondertekend door de griffier op 6 oktober 2020.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Den Haag.