Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:8973

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
28-09-2020
Datum publicatie
12-10-2020
Zaaknummer
C/10/604358 / FA RK 20-7159
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Toewijzing van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de duur van twaalf maanden met ingang van vandaag. In het zorgplan is ook als gewenste duur van de zorgmachtiging een periode van twaalf maanden genoemd. Vermoedelijk heeft de officier per abuis in het verzoekschrift een termijn van zes maanden verzocht. Tijdens de mondelinge behandeling blijkt dat het de voorkeur heeft om de machtiging voor de duur van twaalf maanden af te geven, omdat niet te verwachten is dat betrokkene eerder gewend zal zijn in een BW. De advocaat van betrokkene heeft geen bezwaar tegen deze langere duur maar betwijfelt of kan worden afgeweken van de verzochte duur. Op grond van artikel 6:5 Wvggz verleent de rechter een zorgmachtiging voor de duur die noodzakelijk is om het doel van verplichte zorg te realiseren. De rechtbank is daarbij niet gebonden aan de duur die door de officier van justitie is verzocht. Gelet op de verklaring van de behandelaar is de noodzakelijke duur van onderhavig verzoek twaalf maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
GZR-Updates.nl 2020-0270
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM


Team familie

Zaak-/rekestnummer: C/10/604358 / FA RK 20-7159

Betrokkenenummer: [nummer]

Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 28 september 2020 betreffende een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)

op verzoek van:

de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam, hierna: de officier,

met betrekking tot:

[naam betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum betrokkene] te [geboorteplaats betrokkene] ,

hierna: betrokkene,

wonende en thans verblijvende in Antes, locatie Albrandswaardsedijk te Poortugaal,

advocaat mr. D.S. Lösing te Rotterdam.

1. Procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van de officier, ingekomen op 17 september 2020.


Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

  • -

    de medische verklaring opgesteld door [naam psychiater] , psychiater, van 3 september 2020;

  • -

    de zorgkaart van 26 augustus 2020;

  • -

    het zorgplan van 26 augustus 2020;

  • -

    de bevindingen van de geneesheer-directeur over het zorgplan;

  • -

    de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz;

  • -

    het bericht dat er geen relevante politiegegevens en/of de strafvorderlijke- en justitiële gegevens van betrokkene zijn.

1.2.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 28 september 2020. Bij die gelegenheid zijn (overeenkomstig artikel 2 lid 1 van de Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid) via beeld- en geluidverbinding gehoord:

  • -

    betrokkene met haar hiervoor genoemde advocaat;

  • -

    [naam cuarator] , curator;

  • -

    [naam arts-assistent] , arts assistent, verbonden aan Antes GGZ.

1.3.

De officier is niet ter zitting verschenen, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.

2. Beoordeling

2.1.

Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten een schizoaffectieve stoornis.

2.2.

Het gedrag van betrokkene leidt als gevolg van haar psychische stoornis tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op ernstige psychische schade bij betrokkene en materiele schade in de omgeving. Daarnaast bestaat het risico op ernstige verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. Betrokkene verblijft momenteel in [naam afdeling] van Antes waar zij zich helemaal thuis voelt. Betrokkene stelt zich coöperatief op en neemt haar mediatie goed in. Af en toe is er nog wel sprake van spanningen. Betrokkene hoort stemmen waardoor het haar af en toe teveel wordt. Zij slaat dan met deuren of gooit met spullen. Betrokkene vertelt dat ze nooit iemand anders iets aan zal doen, maar dat zij zich soms niet in kan houden en met spullen gooit als de spanning te hoog oploopt. Als betrokkene weer wat rustiger is kan zij goed praten over wat er gebeurd is. Het liefst zou betrokkene in [naam afdeling] blijven wonen, maar dat kan niet. Gelet op het voorgaande staat betrokkene op de wachtlijst voor een begeleide woonvorm (hierna: BW). Inmiddels staat zij op de eerste plek. Ze is een keer gaan kijken en vond het toen een fijne plek. Daarna is ze van gedachten veranderd, mogelijk op grond van waanideeën. De zorgmachtiging is voornamelijk aangevraagd met het oog op de overplaatsing naar de BW. De verwachting is dat de spanningen bij betrokkene dan hoog op zullen lopen wat het risico op ernstig nadeel vergroot en de kans op samenwerking verkleint.

2.3.

Om ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren, heeft betrokkene verplichte zorg nodig.

2.4.

Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn.

Uit de medische verklaring blijkt dat betrokkene onvoldoende bereid is om behandeling of zorg op vrijwillige basis te accepteren. Om die reden is verplichte zorg nodig. De in het verzoekschrift opgenomen vormen van verplichte zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en de bevindingen van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:

  • -

    het toedienen van vocht, voeding en medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis;

  • -

    het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen, deze vorm van zorg ziet op het nakomen van afspraken met het FACT.

De overige door de officier verzochte vormen van verplichte zorg, te weten beperken van de bewegingsvrijheid en opnemen in een accommodatie worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd en de behandelaar tijdens de mondelinge behandeling gemotiveerd heeft verklaard dat deze niet nodig zijn om het ernstig nadeel af te wenden.

2.5.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.

2.6.

Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de duur van twaalf maanden met ingang van vandaag. In het zorgplan is ook als gewenste duur van de zorgmachtiging een periode van twaalf maanden genoemd. Vermoedelijk heeft de officier per abuis in het verzoekschrift een termijn van zes maanden verzocht. Tijdens de mondelinge behandeling blijkt dat het de voorkeur heeft om de machtiging voor de duur van twaalf maanden af te geven, omdat niet te verwachten is dat betrokkene eerder gewend zal zijn in een BW. De advocaat van betrokkene heeft geen bezwaar tegen deze langere duur maar betwijfelt of kan worden afgeweken van de verzochte duur. Op grond van artikel 6:5 Wvggz verleent de rechter een zorgmachtiging voor de duur die noodzakelijk is om het doel van verplichte zorg te realiseren. De rechtbank is daarbij niet gebonden aan de duur die door de officier van justitie is verzocht. Gelet op de verklaring van de behandelaar is de noodzakelijke duur van onderhavig verzoek twaalf maanden.

3. Beslissing

De rechtbank:

3.1.

verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [naam betrokkene] voornoemd;

3.2.

bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.4. kunnen worden getroffen;

3.3.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 28 september 2021;

3.4.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is op 28 september 2020 mondeling gegeven door mr. B. Krijnen, rechter, in tegenwoordigheid van C.D. van der Veeke, griffier, en op 2 oktober 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.