Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:8862

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
09-09-2020
Datum publicatie
06-10-2020
Zaaknummer
10/681024-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bewezenverklaring van seksueel misbruik gedurende bijna tien jaar van verdachtes broertje en van ontucht met een baby. Verdachte is verminderd toerekeningsvatbaar. Veroordeling tot een gevangenisstraf van 48 maanden waarvan 18 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar. Op te leggen bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar.

Oplegging schadevergoedingsmaatregel ondanks dat benadeelde partij niet-ontvankelijk wordt verklaard in de vordering.

De rechtbank kan niet vaststellen dat de verdachte jegens de ouder van één van de slachtoffers naar civielrechtelijke criteria aansprakelijk is. In dit geval volgt geen oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 3

Parketnummer: 10/681024-18

Datum uitspraak: 9 september 2020

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor (jeugd)strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] (Colombia) op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres verdachte] te [woonplaats verdachte] ,

raadsman mr. S. Lodder, advocaat te Rotterdam.

1. Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 26 augustus 2020. Voor zover het onderzoek betrekking heeft op de periode waarin de verdachte minderjarig was, heeft dit met gesloten deuren plaats gevonden.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaardingen (een dagvaarding van minderjarige verdachte en een dagvaarding van meerderjarige verdachte). De teksten van de tenlasteleggingen zijn als bijlage I aan dit vonnis gehecht. De rechtbank zal de zaken van beide tenlasteleggingen, die hetzelfde parketnummer hebben, voegen en de beslissingen neerleggen in één vonnis.

3. Eis officier van justitie

De officier van justitie, mr. E. van Veen, heeft gevorderd:

- vrijspraak van het onder 1 primair ten laste gelegde op de dagvaarding van

meerderjarige verdachte;

- bewezenverklaring van al het overige ten laste gelegde op beide dagvaardingen;

- met betrekking tot de dagvaarding van minderjarige verdachte:

veroordeling van de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 1 jaar.

- met betrekking tot de dagvaarding van meerderjarige verdachte:

veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaar met aftrek van voorarrest;

- oplegging van de vrijheidsbeperkende maatregel op grond van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht (Sr), voor de duur van 3 jaren, inhoudende een contactverbod met [naam slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum slachtoffer 1] ) en [naam slachtoffer 2] (geboren op [geboortedatum slachtoffer 2] 2016) en zijn moeder [naam] (geboren op

[geboortedatum] ).

- dadelijke uitvoerbaarheid van de op te leggen vrijheidsbeperkende maatregel.

4. Waardering van het bewijs

4.1.

Vrijspraak zonder nadere motivering

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het op de dagvaarding van meerderjarige verdachte onder 1 primair ten laste gelegde niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken.

4.2.

Bewezenverklaring zonder nadere motivering

Het op de dagvaarding van meerderjarige verdachte onder 1 subsidiair, 2 en 3 ten laste gelegde en al het op de dagvaarding van minderjarige verdachte ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Deze feiten zullen zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.

4.3.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en geen verweer is gevoerd dat strekt tot vrijspraak. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

Dagvaarding van minderjarige verdachte

Zaaksdossier Stokstaart

1.

hij op meerdere tijdstippen in de periode van 07 februari 2005 tot en met 06 februari 2011 in Nederland,

door geweld en andere feitelijkheden en door bedreiging met geweld [naam slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum slachtoffer 1] , zijnde de broer van verdachte), heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam,

namelijk het (meermalen)

- brengen/houden van zijn, verdachtes, penis in de mond en anus van die [naam slachtoffer 1] en

- likken aan de anus en penis van die [naam slachtoffer 1] en

- laten betasten en aftrekken van zijn, verdachtes, penis door die [naam slachtoffer 1] en

- laten likken aan zijn, verdachtes, anus en penis door die [naam slachtoffer 1]

het geweld enandere feitelijkheden en de bedreiging met geweld hebben bestaan uit het (meermalen)

- ( stevig) vastpakken en/of vasthouden van het lichaam en het hoofd en de haren van die [naam slachtoffer 1] en

- duwen van het gezicht van die [naam slachtoffer 1] in een kussen en

- op die [naam slachtoffer 1] gaan zitten en

- slaan met zijn, verdachtes, penis in het gezicht van die [naam slachtoffer 1] en

- op bed ende grond gooien van die [naam slachtoffer 1] en

- ( met kracht) brengen van zijn penis en/of een voorwerp in de anus en/of mond van die

[naam slachtoffer 1] en

- slaan op de billen en in het gezicht van die [naam slachtoffer 1] en

- dreigend tegen die [naam slachtoffer 1] zeggen dat

* die [naam slachtoffer 1] niets tegen hun ouders mocht zeggen en

* hij, verdachte, die [naam slachtoffer 1] het leven zuur zou maken en/of dood zou maken en

* die [naam slachtoffer 1] tegen hun ouders moest zeggen dat die [naam slachtoffer 1] het ook zelf wilde en

- spuiten van slagroom in de anus van die [naam slachtoffer 1] en

- ontkleden van die [naam slachtoffer 1] en ontkleden van zichzelf en

- voorbijgaan aan de (verbale en/of non-verbale) protesten van die [naam slachtoffer 1] en

- feit dat er sprake was van een uit verdachtes leeftijd voortvloeiend psychisch en fysiek en geestelijk overwicht en

- feit dat hij, verdachte, (aldus) een voor die [naam slachtoffer 1] dreigende situatie heeft doen ontstaan;

2.

hij op meerdere tijdstippen in de periode van 07 februari 2005 tot en met 14 april 2007 in Nederland,

(meermalen) (telkens) met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren, te weten met

[naam slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum slachtoffer 1] ), handelingen heeft gepleegd die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, namelijk het (meermalen)

- brengen/houden van zijn, verdachtes, penis in de mond en anus van die [naam slachtoffer 1] en

- laten betasten en aftrekken van zijn, verdachtes, penis door die [naam slachtoffer 1]

;

3.

hij op meerdere tijdstippen in de periode van 15 april 2007 tot en met 06 februari 2011 in Nederland,

(meermalen) (telkens) met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien had bereikt, te weten met [naam slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum slachtoffer 1] ), buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, namelijk het (meermalen)

- brengen/houden van zijn, verdachtes, penis in de mond en anus van die [naam slachtoffer 1] en

- likken aan de anus en penis van die [naam slachtoffer 1] en

- laten betasten en aftrekken van zijn, verdachtes, penis door die [naam slachtoffer 1] en

- laten likken aan zijn, verdachtes, anus en penis door die [naam slachtoffer 1] .

Dagvaarding van meerderjarige verdachte

Zaaksdossier Panda

1.

Subsidiair

hij inde periode van 01 mei 2017 tot en met 30 juni 2017 te Dordrecht

ontucht heeft gepleegd met de aan zijn zorg toevertrouwde minderjarige [naam slachtoffer 2] (geboren op [geboortedatum slachtoffer 2] 2016), door

- zijn, verdachtes, penis tegen de lippen van die [naam slachtoffer 2] te brengen/houden en

- zijn, verdachtes, penis te laten betasten (door het plaatsen van de hand van die [naam slachtoffer 2] op zijn, verdachtes, penis);

2.

hij op meerdere tijdstippen in de periode van 07 februari 2011 tot en met 14 april 2014 in Nederland,

door geweld en andere feitelijkheden en door bedreiging met geweld [naam slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum slachtoffer 1] , zijnde de broer van verdachte), heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam,

namelijk het (meermalen)

- brengen/houden van zijn, verdachtes, penis in de mond en anus van die [naam slachtoffer 1] en

- likken aan de anus en penis van die [naam slachtoffer 1] en

- laten betasten en aftrekken van zijn, verdachtes, penis door die [naam slachtoffer 1] en

- laten likken aan zijn, verdachtes, penis door die [naam slachtoffer 1]

,het geweld enandere feitelijkheden en de bedreiging met geweld hebben bestaan uit het (meermalen)

- ( stevig) vastpakken en/of vasthouden van het lichaam en het hoofd en de haren van die [naam slachtoffer 1] en

- op bed gooien van die [naam slachtoffer 1] en

- ( met kracht) brengen van zijn penis in de anus enmond van die

[naam slachtoffer 1] en

- slaan op de billen en in het gezicht van die [naam slachtoffer 1] en

- dreigend tegen die [naam slachtoffer 1] zeggen dat

* die [naam slachtoffer 1] niets tegen hun ouders mocht zeggen en

* hij, verdachte, die [naam slachtoffer 1] het leven zuur zou maken en/of dood zou maken en

* die [naam slachtoffer 1] tegen hun ouders moest zeggen dat die [naam slachtoffer 1] het ook zelf wilde en

- feit dat hij, verdachte, die [naam slachtoffer 1] had laten weten in bezit te zijn van een taser en een mes en

- tonen en gebruiken van die taser tegen het lichaam van die [naam slachtoffer 1] en

- vervoeren van die [naam slachtoffer 1] naar een afgelegen parkeerterreinen

-

- van de vloer laten likken van zijn, verdachtes, sperma, door die [naam slachtoffer 1] en

- met touw vastbinden van de handen en benen van die [naam slachtoffer 1] en

- ontkleden van die [naam slachtoffer 1] en ontkleden van zichzelf en

- voorbijgaan aan de (verbale en/of non-verbale) protesten van die [naam slachtoffer 1] en

- feit dat er sprake was van een uit verdachtes leeftijd voortvloeiend psychisch en fysiek en geestelijk overwicht en

- feit dat hij, verdachte, (aldus) een voor die [naam slachtoffer 1] dreigende situatie heeft doen ontstaan;

3.

hij op meerdere tijdstippen in de periode van 07 februari 2011 tot en met 14 april 2011 in Nederland,

(meermalen) (telkens) met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien had bereikt, te weten met [naam slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum slachtoffer 1] ), buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, namelijk het (meermalen)

- brengen/houden van zijn, verdachtes, penis in de mond en/of anus van die [naam slachtoffer 1] en

- likken aan de anus en/of penis van die [naam slachtoffer 1] en

- laten betasten en/of aftrekken van zijn, verdachtes, penis door die [naam slachtoffer 1] en

- laten likken aan zijn, verdachtes, penis door die [naam slachtoffer 1] .

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet ook daarvan worden vrijgesproken.

5. Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

Dagvaarding van minderjarige verdachte

1.

Verkrachting, meermalen gepleegd;

2.

met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam;

3.

met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam.

Dagvaarding van meerderjarige verdachte

1.

ontucht plegen met een aan zijn zorg toevertrouwde minderjarige;

2.

Verkrachting, meermalen gepleegd;

3.

met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. De feiten zijn dus strafbaar.

6. Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering straf

7.1.

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

7.2.

Feiten waarop de straf is gebaseerd

De verdachte heeft zich gedurende bijna 10 jaar schuldig gemaakt aan seksueel misbruik van zijn twee jaar jongere broertje. Dit seksueel misbruik begon toen de verdachte nog maar 12 jaar oud was en zijn broertje 10. Het misbruik heeft de gehele verdere jeugd van de verdachte en het slachtoffer voortgeduurd en zich ook nog voortgezet toen zij beiden meerderjarig waren. De verdachte heeft op ernstige wijze de lichamelijke integriteit van het slachtoffer geschonden. Hij heeft gedurende een lange periode zijn broer soms op gewelddadige wijze verkracht en tot andere seksuele handelingen gedwongen, waarbij hij zijn broer ook bedreigde – met onder meer een taser en een mes - en hem dwong om tegen hun ouders te zeggen dat hij instemde met wat er gebeurde. Het misbruik varieerde in aard en frequentie maar vond in enkele periodes meerdere keren per week en soms zelfs dagelijks plaats. Dit alles gebeurde hoofdzakelijk in het huis waar de verdachte en het slachtoffer met hun ouders woonden. Door zijn handelen heeft de verdachte niet alleen de seksuele ontwikkeling van zijn broer verstoord, maar hem ook een voortdurend gevoel van onveiligheid in zijn eigen huis bezorgd. Het is een feit van algemene bekendheid dat seksueel misbruik vaak langdurige en ernstige schade kan toebrengen aan de geestelijke gezondheid van slachtoffers. Uit het dossier en de ter terechtzitting afgelegde verklaring van het slachtoffer blijkt ook dat hij ernstig onder het misbruik heeft geleden en daar nog steeds de ernstige gevolgen van ondervindt. De verdachte heeft totaal geen rekening gehouden met deze gevolgen voor het slachtoffer. De rechtbank neemt het de verdachte kwalijk dat hij alleen maar oog heeft gehad voor zijn eigen seksuele gevoelens.

Voorts heeft de verdachte zich, toen hij meerderjarig was, schuldig gemaakt aan ontucht met een baby die op dat moment aan zijn zorg was toevertrouwd. Het betrof het kind van zijn beste vriendin. Wederom heeft de verdachte op ernstige wijze de lichamelijke integriteit van het slachtoffer geschonden. Uit de schriftelijke slachtofferverklaring van de moeder van het slachtoffer blijkt wat de gevolgen zijn voor de betrokkenen. Ook in dit geval geldt dat de verdachte daar bij het plegen van het strafbare feit geen rekening mee heeft gehouden.

Het seksueel misbruik is in beide gevallen aan het licht gekomen doordat de verdachte dit uit schuldgevoel heeft gemeld. Ter terechtzitting heeft de verdachte spijt betuigd naar alle betrokkenen en openheid van zaken gegeven. De rechtbank weegt dit mee in het voordeel van de verdachte.

7.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

7.3.1.

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van

12 augustus 2020, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

7.3.2.

Rapportages

Psycholoog B.J. Burck heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 17 juni 2020. Dit rapport houdt onder andere het volgende in.

De onderzochte lijdt aan een borderline persoonlijkheidsstoornis die, onder andere, tot uitdrukking komt in problemen bij het ervaren en begrenzen van de eigen identiteit, een beperkt mentaliserend vermogen en impulsiviteit. Tevens lijdt hij aan hyperseksualiteit met kenmerken van seksuele compulsie. Een persoonlijkheidsstoornis komt over het algemeen tot ontwikkeling in de adolescentie, terwijl er in de jeugd en adolescentie vaak al kenmerken zichtbaar zijn die dan veelal de vorm hebben van een gedragsstoornis. Dat wil zeggen dat de problematiek van de onderzochte, toen de eerste ten laste gelegde feiten in de zaak Stokstaart plaatsvonden, waarschijnlijk nog niet geduid zou zijn als een persoonlijkheidsstoornis, maar veeleer als gedragsproblematiek. De problemen zijn in de loop der tijd zodanig structureel van aard gebleken, dat uiteindelijk van een borderline persoonlijkheidsstoornis gesproken kan worden.

De andere gespecificeerde seksuele stoornis met kenmerken van hyperseksualiteit en

seksuele compulsie, is tot ontwikkeling gekomen in de puberteit, speelde ten tijde van het

ten laste gelegde en duurde min of meer onverminderd voort ten tijde van het onderzoek.

De andere gespecificeerde seksuele stoornis kan, althans gedeeltelijk, gezien worden als

liggend in het verlengde van de borderline persoonlijkheidsstoornis en beide stoornissen

versterken elkaar.

De psychische stoornissen beïnvloedden onderzochtes gedragskeuzes en gedragingen ten tijde van het ten laste gelegde ten dele.

Ten aanzien van de zaak Panda kan gesteld worden dat de onderzochte als gevolg van de

andere gespecificeerde seksuele stoornis met kenmerken van hyperseksualiteit en seksuele

compulsie, geen weerstand heeft kunnen bieden aan de neiging om voor de vrij plotseling

opgekomen seksuele aandrang, snel bevrediging te zoeken. Toen de baby, tijdens dat

proces, ging huilen heeft hij, conform de borderline persoonlijkheidsstoornis, vrij impulsief

gehandeld en is hij onvoldoende in staat geweest om handelingsalternatieven te overzien,

zodanig dat dit aanleiding is te adviseren hem het ten laste gelegde in verminderde mate

toe te rekenen.

Ten aanzien van de zaak Stokstaart kan gesteld worden dat het mentaliserend vermogen

van de onderzochte, als gevolg van de borderline persoonlijkheidsstoornis, tekort schoot in

de periode dat het ten laste gelegde speelde, waardoor hij onvoldoende in staat is geweest

de situatie waarin hij met zijn broer verkeerde te analyseren en handelingsalternatieven te

overzien. Het seksueel misbruik kon zo lang voort blijven bestaan omdat zich in het

verlengde van de borderline persoonlijkheidsstoornis verslavingsgedrag en hyperseksualiteit

hebben ontwikkeld, waardoor de spanning en negatieve emoties als het ware onderdrukt

konden worden en in die zin heeft de ongespecificeerde seksuele stoornis met kenmerken

van hyperseksualiteit en seksuele compulsie en waarschijnlijk ook de niet nader

gespecificeerde stoornis in het cannabisgedrag, het impulsieve seksuele gedrag in stand

gehouden en mogelijk zelfs versterkt, zodanig dat dit aanleiding is te adviseren de

onderzochte het ten laste gelegde in verminderde mate toe te rekenen.

Samengevat wordt het recidiverisico ingeschat op hoog.

De onderzochte zou baat kunnen hebben bij een klinische behandeling vanuit een forensisch

kader, die hem inzicht geeft in de beperkingen voortvloeiend uit de borderline

persoonlijkheidsstoornis en die hem handvatten geeft daar beter mee om te gaan en die

hem tevens helpt om zijn hyperseksualiteit en seksuele compulsie beter beheersbaar te

maken. Er wordt geadviseerd een dergelijke behandeling voor de duur van tenminste één

jaar in te zetten vanuit een klinisch kader, waarna vervolgens een resocialisatietraject in

gang gezet moeten worden, gericht op zelfstandig of beschermd wonen. Een dergelijke

behandeling zou plaats kunnen vinden in het kader van voorwaarden bij een (deels)

voorwaardelijke straf, waarbij de onderzochte tevens onder toezicht van de reclassering

geplaatst wordt.

Reclassering Nederland, afdeling reclassering heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 1 juli 2020. Dit rapport houdt onder andere het volgende in.

De reclassering acht het aangewezen dat de verdachte bij een veroordeling een deels voorwaardelijke straf opgelegd krijgt, gekoppeld aan een proeftijd van drie jaar en als bijzondere voorwaarden (naast de door het NIFP geadviseerde klinische behandeling) een meldplicht, ambulante behandeling, begeleid wonen traject, een contactverbod met de slachtoffers en het vermijden van contact met minderjarigen.

7.4.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Nu de conclusie van de psycholoog gedragen wordt door diens bevindingen en door hetgeen ook overigens op de terechtzitting is gebleken, neemt de rechtbank die conclusie over en maakt die tot de hare. Bij de verdachte bestond tijdens het begaan van de feiten een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens in verband waarmee hij in verminderde mate toerekeningsvatbaar wordt geacht.

De officier van justitie heeft voor de bewezenverklaarde feiten die de verdachte op minderjarige leeftijd heeft gepleegd, de oplegging van een jeugddetentie voor de duur van 1 jaar geëist, die feitelijk zou moeten worden uitgezeten in een penitentiaire inrichting voor volwassenen. De rechtbank vindt ondanks de ernst van de tijdens de minderjarigheid van de verdachte bewezen verklaarde feiten echter oplegging van een jeugddetentie niet passend en ziet aanleiding voor dit gedeelte van de bewezenverklaarde feiten, artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht toe te passen. Daartoe is redengevend dat, zoals hierna wordt overwogen, op de strafbare feiten die de verdachte heeft gepleegd als meerderjarige een forse gevangenisstraf zal volgen. De rechtbank is van oordeel dat het daarnaast opleggen van een jeugddetentie voor de strafbare feiten die de verdachte heeft gepleegd toen hij minderjarig was, op dit moment geen redelijk doel meer dient. Zowel de verdachte als het slachtoffer waren zeer jong toen het misbruik begon. Het is buitengewoon wrang achteraf te moeten constateren dat het misbruik mede zo lang heeft kunnen voortduren omdat de volwassenen in de omgeving van de verdachte en het slachtoffer niet bij machte zijn geweest om tijdig de nodige hulp in te schakelen en het misbruik te stoppen.

Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd. De rechtbank komt hierbij uit op een lagere gevangenisstraf dan door de officier van justitie is geëist, nu de rechtbank in sterkere mate rekening houdt met de verminderde toerekeningsvatbaarheid van de verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden. Daarnaast vindt de rechtbank dat de noodzakelijke behandeling van de verdachte meer op de voorgrond moet staan.

Nu de reclassering begeleiding en bijzondere voorwaarden noodzakelijk acht, zal de rechtbank een deel van de voorgenomen straf voorwaardelijk opleggen, met de voorwaarden die hierna worden genoemd. De rechtbank ziet aanleiding om een deels voorwaardelijke straf op te leggen, nu voor de verdachte geldt dat zijn persoonlijkheidsontwikkeling op jonge leeftijd gebrekkig is geweest en het belang van behandeling maatschappelijk gezien zwaar weegt. Dit voorwaardelijk strafdeel dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.
De rechtbank zal als bijzondere voorwaarde opleggen dat de verdachte zich na de detentieperiode klinisch zal laten opnemen in een door de reclassering nader te bepalen instelling. Gedurende de detentie van de verdachte zal een passende instelling moeten worden gezocht. Anders dan de verdediging is de rechtbank van oordeel dat uit het rapport van de psycholoog voldoende blijkt op welke problematiek de behandeling zich in eerste instantie moet richten en is het niet nodig daarover nader deskundig advies in te winnen.

Anders dan door de reclassering is geadviseerd, ziet de rechtbank onvoldoende aanleiding de verdachte te verplichten contact met minderjarigen te mijden, omdat bij de verdachte geen diagnose pedofilie is gesteld en bovendien de naleving van deze maatregel naar het oordeel van de rechtbank niet te handhaven is.

Omdat de rechtbank als bijzondere voorwaarde een contactverbod met de slachtoffers op zal leggen en er onvoldoende aanleiding is te veronderstellen dat de verdachte zich daar niet aan zal houden, ziet de rechtbank af van de oplegging van eenzelfde contactverbod als vrijheidsbeperkende maatregel op grond van artikel 38v Sr, zoals door de officier van justitie is gevorderd.

De rechtbank acht het, gelet op de conclusies van de psycholoog, aannemelijk dat de verdachte zonder behandeling en verbetering van de psychische gesteldheid in de toekomst opnieuw over zal gaan tot het plegen van zedendelicten. Omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, zullen de op te leggen bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar worden verklaard.

Alles afwegend acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 48 maanden, waarvan 18 maanden voorwaardelijk, passend en geboden.

De voorlopige hechtenis van de verdachte is eerder geschorst. Gelet op de substantiële duur van de op te leggen gevangenisstraf zal de rechtbank deze schorsing van de voorlopige hechtenis thans opheffen.

8. Vorderingen benadeelde partijen

Ter zake van de op de dagvaarding van minderjarige verdachte ten laste gelegde feiten en de op de dagvaarding van meerderjarige verdachte onder 2 en 3 ten laste gelegde feiten heeft [naam benadeelde 1] zich als benadeelde partij in het geding gevoegd. Ter terechtzitting is de vordering mondeling aangepast, in die zin dat de benadeelde partij het niet wenselijk acht dat zijn ouders, tevens de ouders van de verdachte, aansprakelijk worden gesteld voor de door de benadeelde partij geleden schade in de periode toen de verdachte nog jonger dan 14 jaar was.

De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 40.000,- aan immateriële schade.

Ter zake van het op de dagvaarding van meerderjarige verdachte onder 1 genoemde ten laste gelegde feit hebben [naam benadeelde 2] en [naam benadeelde 3] zich als benadeelde partijen in het geding gevoegd.

De benadeelde partij [naam benadeelde 2] vordert een vergoeding van € 1.000,- aan immateriële schade.

De benadeelde partij [naam benadeelde 3] vordert een vergoeding van € 22,10 aan materiële schade en een bedrag van € 3.500,- aan immateriële schade.

8.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het volgende standpunt gesteld.

De vordering van de benadeelde partij [naam benadeelde 1] kan tot een bedrag van € 25.000 worden toegewezen, verhoogd met de wettelijke rente, met daarbij oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De vordering van de benadeelde partij [naam benadeelde 2] kan geheel worden toegewezen, verhoogd met de wettelijke rente, met daarbij oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De vordering is voldoende onderbouwd.

De benadeelde partij [naam benadeelde 3] dient niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering. De vordering is onvoldoende onderbouwd.

8.2.

Standpunt verdediging

De raadsman heeft zich op het volgende standpunt gesteld.

Het toe te wijzen bedrag van de vordering van [naam benadeelde 1] dient te worden gematigd nu deze wordt beperkt tot de periode vanaf het veertiende jaar van de verdachte. Bovendien is de situatie van de uitspraak waarnaar verwezen wordt, een andere, waardoor voorts matiging passend en geboden is.

De benadeelde partij [naam benadeelde 2] dient niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering, nu de tenlastelegging van vóór 1 januari 2019 dateert, waardoor de wetswijziging van de Wet Affectieschade - die de verruiming van de mogelijkheden tot indienen van een vordering inhoudt - niet ziet op dit geval.

Subsidiair levert de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding op.

Meer subsidiair heeft de raadsman aangevoerd dat de grens niet gehaald wordt die de civiele kamer van het Gerechtshof Arnhem, in zijn arrest waarnaar verwezen wordt, stelt aan toekenning van dergelijke schade.

Ook de benadeelde partij [naam benadeelde 3] dient niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering, nu niet is vast te stellen wat de schade is die de benadeelde partij heeft geleden ten gevolge van het gepleegde strafbare feit.

8.3.

Beoordeling

Het vermogen van de verdachte is onder beschermingsbewind gesteld, als bedoeld in de artikelen 1:431 en volgende van het Burgerlijk Wetboek. Hierdoor mist de verdachte de (zelfstandige) bevoegdheid tot beheer en beschikking over zijn vermogen. Die bevoegdheid ligt bij de bewindvoerder, die de verdachte bij de vervulling van zijn taak ook in rechte vertegenwoordigt. Hieruit volgt dat de verdachte niet bevoegd is zelfstandig te procederen met betrekking tot de tegen hem ingestelde vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partijen.

De bewindvoerder is opgeroepen, maar heeft aangegeven verhinderd te zijn om te verschijnen. De raadsman is niet door de bewindvoerder gemachtigd. Wegens proceseconomische redenen heeft de rechtbank ervoor gekozen om de behandeling van de strafzaak doorgang te laten vinden zonder de aanwezigheid van de bewindvoerder. De rechtbank zal de benadeelde partijen niet-ontvankelijk verklaren in de vorderingen. Nu de benadeelde partijen niet-ontvankelijk zullen worden verklaard in hun vorderingen, zullen zij worden veroordeeld in de kosten door de verdachte ter verdediging van de vordering gemaakt, welke kosten tot op heden worden begroot op nihil.

[naam benadeelde 1]

De rechtbank stelt echter vast dat de verdachte jegens de benadeelde partij [naam benadeelde 1] en naar civielrechtelijke criteria aansprakelijk is voor de schade die hij door de bewezen verklaarde feiten heeft veroorzaakt. Dat de rechtbank de benadeelde partij in zijn vordering niet-ontvankelijk verklaart, staat er niet aan in de weg dat de rechtbank de verdachte ter vergoeding van de veroorzaakte schade en dus tot herstel van de rechtmatige toestand, de schadevergoedingsmaatregel oplegt. De rechtbank acht oplegging van die maatregel passend en zal die opleggen voor een bedrag van € 20.000,- , bestaande uit immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 februari 2007.

[naam benadeelde 2]

Anders dan bij de benadeelde partij [naam benadeelde 1] het geval is, kan de rechtbank niet vaststellen dat de verdachte jegens de benadeelde partij [naam benadeelde 2] , zijnde de moeder van het slachtoffer, naar civielrechtelijke criteria aansprakelijk is voor de schade die hij door het bewezenverklaarde feit heeft veroorzaakt. De rechtbank verwijst naar het arrest van de Hoge Raad van 16 september 2014 (ECLI:NL:HR:2014:2668) waarin wordt geoordeeld dat de wetgever aan het begrip slachtoffer een beperkte betekenis heeft toegekend door alleen degene die als rechtstreeks gevolg van een strafbaar feit schade heeft geleden, dat wil zeggen degene die getroffen is in het belang dat de overtreden bepaling beoogt te beschermen, als slachtoffer te beschouwen. Deze (beperkte) uitleg heeft tijdens de parlementaire behandeling van de onderscheiden wetsvoorstellen nimmer ter discussie gestaan. Uit het voorgaande volgt dat het bij de slachtoffers van misdrijven als de onderhavige slechts kan gaan om de minderjarigen die fysiek misbruikt zijn. Uit tekst noch wetsgeschiedenis van deze strafbepalingen kan volgen dat met deze strafbaarstellingen tevens is beoogd de belangen van de ouders te beschermen. Voorts heeft de Hoge Raad in hetzelfde arrest bepaald dat de ouders in die onderhavige strafrechtelijke procedure niet kunnen worden ontvangen in hun eigen vorderingen. Dit betekent geenszins dat de verdachte niet aansprakelijk zou zijn voor de door de ouders in zoverre gestelde schade, maar dat het aan de burgerlijke rechter is om die aansprakelijkheid vast te stellen.

De rechtbank zal dan ook in dit geval niet overgaan tot oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

[naam benadeelde 3]

Evenmin kan de rechtbank in geval van de benadeelde partij [naam benadeelde 3] vaststellen dat de verdachte jegens deze benadeelde partij naar civielrechtelijke criteria aansprakelijk is voor de schade die hij door het bewezenverklaarde feit heeft veroorzaakt. De rechtbank is van oordeel dat de vordering die namens de benadeelde partij is ingediend, onvoldoende is onderbouwd. Niet is vast te stellen welke schade de benadeelde partij heeft geleden door het bewezenverklaarde feit. De rechtbank zal dan ook in dit geval niet overgaan tot oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

9. Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 55, 57, 60a, 242, 244, 245 en 249 van het Wetboek van Strafrecht.

10. Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

11. Beslissing

De rechtbank:

verklaart niet bewezen dat de verdachte het op de dagvaarding van meerderjarige verdachte onder 1 primair ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart bewezen dat de verdachte het op de dagvaarding van meerderjarige verdachte onder 1 subsidiair, 2 en 3 en alle op de dagvaarding van minderjarige verdachte ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte ook daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

bepaalt dat ten aanzien van de op de dagvaarding van minderjarige verdachte vermelde bewezenverklaarde feiten geen straf of maatregel wordt opgelegd;

veroordeelt de verdachte voor de op de dagvaarding van meerderjarige verdachte vermelde bewezen verklaarde feiten tot een gevangenisstraf voor de duur van 48 (achtenveertig) maanden;

bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 18 (achttien) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 3 (drie) jaar;

tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft en ook als de veroordeelde gedurende de proeftijd de bijzondere voorwaarden niet naleeft of een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden;

stelt als algemene voorwaarde:

de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;

stelt als bijzondere voorwaarden:

de veroordeelde zal zich na de detentieperiode klinisch laten opnemen in een door de reclassering nader te bepalen instelling, en zal zich houden aan de aanwijzingen die door of namens de (geneesheer-)directeur van die instelling worden gegeven, voor de duur van maximaal één jaar, of zoveel korter als de (geneesheer-)directeur van die instelling verantwoord vindt. De klinische behandeling zal in ieder geval zien op het verkrijgen van inzicht in de beperkingen voortvloeiend uit de borderline persoonlijkheidsstoornis, op het verkrijgen van handvatten daar beter mee om te gaan en op het beter beheersbaar maken van zijn hyperseksualiteit en seksuele compulsie;

de veroordeelde zal zich melden bij Reclassering Nederland te Rotterdam en zal meewerken aan dit reclasseringscontact gedurende de klinische behandeling en zal zich, na afloop hiervan, blijven melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;

de veroordeelde zal zich (indien dit noodzakelijk en/of van meerwaarde wordt geacht na het afronden van de klinische behandeling) ambulant laten behandelen door behandelcentrum Fivoor te Rotterdam, of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. Deze behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering verantwoord vindt;

de veroordeelde zal, na de klinische behandeling, in een bij zijn problematiek passende vorm van begeleid en/of beschermd wonen en/of woonvorm anderszins verblijven, te bepalen door de reclassering. Dit verblijf zal de gehele proeftijd of zoveel korter duren als de reclassering verantwoord vindt. De veroordeelde zal zich voorts houden aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld;

de veroordeelde zal op geen enkele wijze - direct of indirect - contact hebben of zoeken met:

* [naam slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum slachtoffer 2] 2016 te [geboorteplaats slachtoffer 2]

* [naam] , geboren op [geboortedatum] te Curaçao (Nederlandse Antillen);

* [naam slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum slachtoffer 1] te [geboorteplaats slachtoffer 1] (Colombia),

zolang het Openbaar Ministerie dit verbod nodig vindt. De politie ziet toe op handhaving van dit contactverbod;

verstaat dat van rechtswege de volgende voorwaarden zijn verbonden aan de hierboven genoemde bijzondere voorwaarden:

- de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;

- de veroordeelde zal medewerking verlenen aan reclasseringstoezicht, daaronder begrepen de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht;

geeft aan genoemde reclasseringsinstelling opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

beveelt dat de genoemde bijzondere voorwaarden en het aan genoemde reclasseringsinstelling opgedragen toezicht dadelijk uitvoerbaar zijn;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

heft op de schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte;

verklaart de benadeelde partijen [naam benadeelde 1] , [naam benadeelde 2] en [naam benadeelde 3] niet-ontvankelijk in hun vorderingen en bepaalt dat de benadeelde partijen de vorderingen slechts bij de burgerlijke rechter kunnen aanbrengen;

veroordeelt de benadeelde partijen [naam benadeelde 1] , [naam benadeelde 2] en [naam benadeelde 3] in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij [naam benadeelde 1], te betalen € 20.000 (hoofdsom, zegge: twintigduizend euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf

7 februari 2007 tot aan de dag van de algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom te vervangen door 135 (honderdvijfendertig) dagen gijzeling. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J. Bergen, voorzitter, tevens kinderrechter,

en mrs. I.W.M. Laurijssens en M. Timmerman, rechters, tevens kinderrechters,

in tegenwoordigheid van mr. L. Lobs-Tanzarella, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

De voorzitter en de jongste rechter zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Dagvaarding van minderjarige verdachte

1.

hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 07 februari 2005 tot en met 06 februari 2011 te Mookhoek, gemeente Strijen, en/of Rotterdam, in elk geval in Nederland,

door geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door bedreiging met geweld en/of bedreiging met (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [naam slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum slachtoffer 1] , zijnde de broer van verdachte), heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam,

namelijk het (meermalen)

- brengen/houden van zijn, verdachtes, penis in de mond en/of anus van die [naam slachtoffer 1] en/of

- likken in/aan de anus en/of penis van die [naam slachtoffer 1] en/of

- laten betasten en/of aftrekken van zijn, verdachtes, penis door die [naam slachtoffer 1] en/of

- laten likken in/aan zijn, verdachtes, anus en/of penis door die [naam slachtoffer 1] en/of

- laten brengen van de vinger van [naam slachtoffer 1] in de anus van verdachte,

het geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of de bedreiging met geweld en/of de bedreiging met (een) ander feitelijkhe(i)d(en) heeft/hebben bestaan uit het (meermalen)

- ( stevig) vastpakken en/of vasthouden van het lichaam en/of het hoofd en/of de haren van die [naam slachtoffer 1] en/of

- duwen van het gezicht van die [naam slachtoffer 1] in een kussen en/of

- op die [naam slachtoffer 1] gaan en/of blijven zitten en/of

- slaan met zijn, verdachtes, penis in het gezicht van die [naam slachtoffer 1] en/of

- op bed en/of de grond gooien/duwen van die [naam slachtoffer 1] en/of

- ( met kracht) brengen van zijn penis en/of een voorwerp in de anus en/of mond van die [naam slachtoffer 1] en/of

- slaan op de billen en/of in het gezicht van die [naam slachtoffer 1] en/of

- ( dwingend/dreigend) tegen die [naam slachtoffer 1] zeggen dat

* die [naam slachtoffer 1] niets tegen zijn/hun ouder(s) mocht zeggen en/of

* hij, verdachte, die [naam slachtoffer 1] het leven zuur zou maken en/of dood zou maken en/of

* die [naam slachtoffer 1] tegen zijn/hun ouder(s) moest zeggen dat die [naam slachtoffer 1] het ook zelf wilde, althans woorden van gelijke aard/strekking en/of

- feit dat hij, verdachte, die [naam slachtoffer 1] had laten weten in bezit te zijn van een taser en/of een mes en/of

- tonen en/of gebruiken van die/een taser (tegen het lichaam van die [naam slachtoffer 1] en/of

- spuiten van slagroom in/op de anus van die [naam slachtoffer 1] en/of

- ( in het donker) vervoeren van die [naam slachtoffer 1] naar een afgelegen (parkeer)terrein/locatie en/of

- door een derde laten filmen van de penetratie van [naam slachtoffer 1] door hem, verdachte, en/of

- van de vloer laten likken van zijn, verdachtes, sperma, door die [naam slachtoffer 1] en/of

- ( met touw) vastbinden van de handen en/of benen van die [naam slachtoffer 1] en/of

- ontkleden van die [naam slachtoffer 1] en/of ontkleden van zichzelf en/of

- voorbijgaan aan de (verbale en/of non-verbale) protesten van die J.J. Luijdens en/of

- feit dat er sprake was van een uit verdachtes leeftijd voortvloeiend psychisch en/of fysiek en/of geestelijk overwicht en/of

- feit dat hij, verdachte, (aldus) een voor die [naam slachtoffer 1] dreigende situatie heeft doen ontstaan;

2.

hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 07 februari 2005 tot en met 14 april 2007 te Mookhoek, gemeente Strijen, en/of Rotterdam, in elk geval in Nederland,

(meermalen) (telkens) met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren, te weten met [naam slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum slachtoffer 1] ), handelingen heeft gepleegd die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, namelijk het (meermalen)

- brengen/houden van zijn, verdachtes, penis in de mond en/of anus van die [naam slachtoffer 1] en/of

- likken in/aan de anus en/of penis van die [naam slachtoffer 1] en/of

- laten betasten en/of aftrekken van zijn, verdachtes, penis door die [naam slachtoffer 1] en/of

- laten likken in/aan zijn, verdachtes, anus en/of penis door die [naam slachtoffer 1] en/of

- laten brengen van de vinger van [naam slachtoffer 1] in de anus van verdachte;

3.

hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks 15 april 2007 tot en met 06 februari 2011 te Mookhoek, gemeente Strijen, en/of Rotterdam, in elk geval in Nederland,

(meermalen) (telkens) met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien had bereikt, te weten met [naam slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum slachtoffer 1] ), buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, namelijk het (meermalen)

- brengen/houden van zijn, verdachtes, penis in de mond en/of anus van die [naam slachtoffer 1] en/of

- likken in/aan de anus en/of penis van die [naam slachtoffer 1] en/of

- laten betasten en/of aftrekken van zijn, verdachtes, penis door die [naam slachtoffer 1] en/of

- laten likken in/aan zijn, verdachtes, anus en/of penis door die [naam slachtoffer 1] en/of

- laten brengen van de vinger van [naam slachtoffer 1] in de anus van verdachte;

Dagvaarding van meerderjarige verdachte

1.

Primair

hij in of omstreeks de periode van 01 mei 2017 tot en met 30 juni 2017 te Dordrecht

met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren, te weten met [naam slachtoffer 2] (geboren op [geboortedatum slachtoffer 2] 2016), handelingen heeft gepleegd die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, namelijk het

- brengen/houden van zijn, verdachtes, penis in de mond, althans tussen de lippen, van die [naam slachtoffer 2] en/of

- laten betasten van zijn, verdachtes, penis (door het plaatsen van de hand van die [naam slachtoffer 2] op zijn, verdachtes, penis);

Subsidiair

hij in of omstreeks de periode van 01 mei 2017 tot en met 30 juni 2017 te Dordrecht

ontucht heeft gepleegd met de aan zijn zorg en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige [naam slachtoffer 2] (geboren op [geboortedatum slachtoffer 2] 2016), door

- zijn, verdachtes, penis tegen de lippen van die [naam slachtoffer 2] te brengen/houden en/of

- zijn, verdachtes, penis te laten betasten (door het plaatsen van de hand van die [naam slachtoffer 2] op zijn, verdachtes, penis);

2.

hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 07 februari 2011 tot en met 14 april 2014 te Mookhoek, gemeente Strijen, en/of Rotterdam, in elk geval in Nederland,

door geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door bedreiging met geweld en/of bedreiging met (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [naam slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum slachtoffer 1] , zijnde de broer van verdachte), heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam,

namelijk het (meermalen)

- brengen/houden van zijn, verdachtes, penis in de mond en/of anus van die [naam slachtoffer 1] en/of

- likken in/aan de anus en/of penis van die [naam slachtoffer 1] en/of

- laten betasten en/of aftrekken van zijn, verdachtes, penis door die [naam slachtoffer 1] en/of

- laten likken in/aan zijn, verdachtes, anus en/of penis door die [naam slachtoffer 1] en/of

- laten brengen van de vinger van [naam slachtoffer 1] in de anus van verdachte,

het geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of de bedreiging met geweld en/of de bedreiging met (een) ander feitelijkhe(i)d(en) heeft/hebben bestaan uit het (meermalen)

- ( stevig) vastpakken en/of vasthouden van het lichaam en/of het hoofd en/of de haren van die [naam slachtoffer 1] en/of

- duwen van het gezicht van die [naam slachtoffer 1] in een kussen en/of

- op die [naam slachtoffer 1] gaan en/of blijven zitten en/of

- slaan met zijn, verdachtes, penis in het gezicht van die [naam slachtoffer 1] en/of

- op bed en/of de grond gooien/duwen van die [naam slachtoffer 1] en/of

- ( met kracht) brengen van zijn penis en/of een voorwerp in de anus en/of mond van die [naam slachtoffer 1] en/of

- slaan op de billen en/of in het gezicht van die [naam slachtoffer 1] en/of

- ( dwingend/dreigend) tegen die [naam slachtoffer 1] zeggen dat

* die [naam slachtoffer 1] niets tegen zijn/hun ouder(s) mocht zeggen en/of

* hij, verdachte, die [naam slachtoffer 1] het leven zuur zou maken en/of dood zou maken en/of

* die [naam slachtoffer 1] tegen zijn/hun ouder(s) moest zeggen dat die [naam slachtoffer 1] het ook zelf wilde, althans woorden van gelijke aard/strekking en/of

- feit dat hij, verdachte, die [naam slachtoffer 1] had laten weten in bezit te zijn van een taser en/of een mes en/of

- tonen en/of gebruiken van die/een taser (tegen het lichaam van die [naam slachtoffer 1] en/of

- spuiten van slagroom in/op de anus van die [naam slachtoffer 1] en/of

- ( in het donker) vervoeren van die [naam slachtoffer 1] naar een afgelegen (parkeer)terrein/locatie en/of

- door een derde laten filmen van de penetratie van [naam slachtoffer 1] door hem, verdachte, en/of

- van de vloer laten likken van zijn, verdachtes, sperma, door die [naam slachtoffer 1] en/of

- ( met touw) vastbinden van de handen en/of benen van die [naam slachtoffer 1] en/of

- ontkleden van die [naam slachtoffer 1] en/of ontkleden van zichzelf en/of

- voorbijgaan aan de (verbale en/of non-verbale) protesten van die J.J. Luijdens en/of

- feit dat er sprake was van een uit verdachtes leeftijd voortvloeiend psychisch en/of fysiek en/of geestelijk overwicht en/of

- feit dat hij, verdachte, (aldus) een voor die [naam slachtoffer 1] dreigende situatie heeft doen ontstaan;

3.

hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks 07 februari 2011 tot en met 14 april 2011 te Mookhoek, gemeente Strijen, en/of Rotterdam, in elk geval in Nederland,

(meermalen) (telkens) met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien had bereikt, te weten met [naam slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum slachtoffer 1] ), buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, namelijk het (meermalen)

- brengen/houden van zijn, verdachtes, penis in de mond en/of anus van die [naam slachtoffer 1] en/of

- likken in/aan de anus en/of penis van die [naam slachtoffer 1] en/of

- laten betasten en/of aftrekken van zijn, verdachtes, penis door die [naam slachtoffer 1] en/of

- laten likken in/aan zijn, verdachtes, anus en/of penis door die [naam slachtoffer 1] en/of

- laten brengen van de vinger van [naam slachtoffer 1] in de anus van verdachte.