Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:8845

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
23-09-2020
Datum publicatie
05-10-2020
Zaaknummer
C/10/579091 / HA ZA 19-695
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzekeringszaak. Schade aan motor niet gedekt wegens twee in de polisvoorwaarden opgenomen uitsluitingsclausules. Daarnaast onvoldoende onderbouwd gesteld dat sprake is van een gedekt evenement. Uitleg polisvoorwaarden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven

zaaknummer / rolnummer: C/10/579091 / HA ZA 19-695

Vonnis van 23 september 2020

in de zaak van

[naam eiser] ,

wonende te [woonplaats eiser],

eiser,

advocaat voorheen mr. R.W.H. Teppema, thans mr. O.R. van Hardenbroek,

tegen

de vennootschap naar buitenlands recht

MS AMLIN SYNDICATE 2001 AT LLOYD'S,

gevestigd te Londen (Verenigd Koninkrijk),

gedaagde,

advocaat mr. V.R. Pool / mr. O. Böhmer.

Partijen zullen hierna [naam eiser] en Amlin genoemd worden.

1. De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 19 juli 2019, met 20 producties,

  • -

    de conclusie van antwoord, met een productie,

  • -

    de conclusie van repliek,

  • -

    de conclusie van dupliek.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1.

Op 7 maart 2018 heeft [naam eiser] ten behoeve van zijn (plezier)boot bij Amlin, via een assurantietussenpersoon, een allrisk-verzekering afgesloten.

2.2.

Op de verzekeringsovereenkomst zijn de door Amlin gehanteerde polisvoorwaarden van toepassing, beschikbaar in zowel de Nederlandse als de Engelse taal. In de Nederlandstalige polisvoorwaarden zijn onder meer de volgende bepalingen opgenomen:

(…)

Begrippen

De onderstaande woorden, die in vetgedrukte tekst in dit document worden weergegeven, hebben de volgende betekenis:

(…)

Geleidelijke achteruitgang: - De geleidelijke achteruitgang van de Boot veroorzaakt door slijtage, roest, rotten, oxidatie, corrosie, elektrolyse of galvanische werking, verspillen of verwering.

(…)

Sectie A Boot

Wat is gedekt

(…)

2. Gedurende op de wal of drijvend in het water, opgetild, uit het water getrokken of te water gelaten, vervoerd over de weg, per spoor, lucht of auto-ferry, is de boot ook verzekerd voor:

(…)

2.3

Accidenteel verlies of beschadiging als gevolg van de geleidelijke verslechtering, met

uitzondering van de uitsluitingen in artikel 4.10 van sectie A;

2.4

Verlies of beschadiging van de binnenboordmotor(en) of bijbehorende versnellingsbak

van de boot veroorzaakt door een eigen gebrek, op voorwaarde dat:

(a) de binnenboordmotor(en) of de bijbehorende keerkoppeling minder dan 10 jaar oud

zijn vanaf de datum van fabricage;

(b) professioneel is geïnstalleerd;

(c) U kunt met schriftelijk bewijs aantonen dat de aanbevelingen voor onderhoud van

de fabrikant en de product recalls zijn uitgevoerd.

(…)

(…)

Wat is niet gedekt

4. Geen dekking wordt verstrekt met betrekking tot verlies of schade als gevolg van:

(…)

4.10

geleidelijke achteruitgang, tenzij het niet kon worden herkend door routine-inspectie

en niet kon worden voorkomen door de service, het onderhoud of de vervanging in

overeenstemming met de instructies van de desbetreffende fabrikant, of naar

algemeen geaccepteerde gebruiken en advies van een gekwalificeerde scheepsexpert

die deel uitmaakt van een professioneel expertisebureau.

(…)

4.12

het indringen van het water in de boot, tenzij het plotseling en onverwachts is, of ten gevolge van een ongeval;

(…)

(…)

6. U bent ook niet gedekt voor:

6.1

de kosten van reparatie of vervanging van de machines rechtstreeks veroorzaakt door een eigen gebrek of mechanisch defect, tenzij de dekking van toepassing is volgens Sectie A 2.4;

(…)

Sectie O Law

(…)

In het geval dat er verschillen zijn in de interpretatie van de polisvoorwaarden tussen de verschillende taalversies van dit document, zijn alle partijen gebonden aan de Engelse versie.

2.3.

Tijdens een vaartocht op 21 augustus 2018 is rookontwikkeling in de stuurboordmotor van de boot ontstaan. [naam eiser] heeft de stuurboordmotor uitgeschakeld en is op de bakboordmotor naar de werf gevaren. Aldaar heeft een monteur geconstateerd dat de stuurboordmotor ernstige waterschade had opgelopen.

2.4.

Een door [naam eiser] ingeschakeld motorrevisiebedrijf heeft de motor onderzocht en geconcludeerd dat de motor door zeewater inwendig was gecorrodeerd en dat de oorzaak daarvan een lekke inlaatluchtkoeler (onderdeel van de motor) is.

2.5.

[naam eiser] heeft de schade door middel van een op 7 september 2018 ingevuld schadeformulier aan de assurantietussenpersoon gemeld.

2.6.

Het door de assurantietussenpersoon ingeschakelde expertisebureau Esma Expertise B.V. heeft in haar expertiserapport d.d. 5 oktober 2018 geconcludeerd dat de motorstoring is ontstaan door een gaatje in de inlaatluchtkoeler, waardoor er zeewater in de motor is gekomen met uiteindelijk corrosie in de motor tot gevolg. Volgens het expertiserapport is de opening in de inlaatluchtkoeler ontstaan door het wegcorroderen van metaal vanaf de binnenzijde van de inlaatluchtkoeler. Het materiaal in de omgeving van het gaatje is in de loop der tijd weg gecorrodeerd.

2.7.

[naam eiser] heeft de motor laten reviseren. De kosten daarvan bedragen in totaal € 22.221,61 (€ 26.888,15 inclusief btw).

2.8.

Namens Amlin heeft de assurantietussenpersoon de schadeclaim van [naam eiser] afgewezen.

3. Het geschil

3.1.

[naam eiser] vordert dat Amlin wordt veroordeeld om aan hem te betalen:

­ een bedrag van € 26.888,15 (inclusief btw) aan herstelkosten, vermeerderd met wettelijke rente,

­ een bedrag van € 1.043,88 aan buitengerechtelijke kosten, vermeerderd met wettelijke rente,

­ de proceskosten, vermeerderd met wettelijke rente.

3.2.

[naam eiser] legt nakoming van de schadeverzekeringsovereenkomst aan zijn vordering ten grondslag. De herstelkosten van de schade aan de motor bedragen € 26.888,15. Omdat dit schade betreft als gevolg van geleidelijke achteruitgang die niet door routine-inspecties en onderhoud kon worden ontdekt, is de uitsluiting van artikel 4.10 van de polisvoorwaarden niet van toepassing en dient de schade op grond van artikel 2.3 van de poliswaarden door Amlin vergoed te worden.

3.3.

Amlin concludeert tot afwijzing van de vordering. Zij betwist dat de schade aan de motor onder de dekking van de schadeverzekeringsovereenkomst valt.

4. De beoordeling

4.1.

Deze zaak draagt een internationaal karakter, nu Amlin in Londen (Verenigd Koninkrijk) is gevestigd. In de polisvoorwaarden is een forumclausule voor Nederlandse rechtbanken en een keuze voor Nederlands recht opgenomen. Dit betekent dat deze rechtbank op grond van het bepaalde in artikel 25, eerste lid en artikel 26, eerste lid Brussel Ibis-Vo bevoegd is en op grond van artikel 3, eerste lid Rome I-Vo op onderhavig geschil Nederlands recht van toepassing is.

4.2.

Als verweer stelt Amlin onder meer dat een vastgelopen en vastgecorrodeerde motor een mechanisch defect is en dat de kosten voor de reparatie van de motor daarom op grond van artikel 6.1 van de polisvoorwaarden niet onder de dekking van de verzekering vallen. [naam eiser] betwist dit; volgens hem is de schade niet ontstaan door een mechanisch defect, maar door het gaatje in de inlaatluchtkoeler waardoor zeewater bij de motor heeft kunnen komen.

4.3.

Op grond van artikel 6.1 van de polisvoorwaarden biedt de verzekering geen dekking voor de kosten van reparatie van de machines rechtstreeks veroorzaakt door een eigen gebrek of een mechanisch defect (‘cost of repairs to the machinery directly caused by latent defect or mechanical breakdown’), tenzij de in artikel 2.4 van de polisvoorwaarden vermelde dekking van toepassing is. Door Amlin is niet gesteld dat sprake is van een eigen gebrek, zodat thans alleen zal worden beoordeeld of de reparatiekosten waarvan [naam eiser] thans vergoeding vordert, het gevolg zijn van een mechanisch defect.

4.4.

Ter onderbouwing van haar stelling dat sprake is van een mechanisch defect verwijst Amlin naar het expertiserapport van 5 oktober 2018 (zie r.o. 2.6.). In dat rapport staat onder meer vermeld dat de cilinderwanden sterk zijn gecorrodeerd, dat de zuigers vast staan (gecorrodeerd), dat de kleppen in de gedemonteerde cilinderkop van de motor zijn vast gecorrodeerd in de klepgeleiders, dat de inlaatluchtkoeler lek is en een doorgecorrodeerde opening van 1 mm in de wand bevat en dat de motorolie is geëmulgeerd met water.

4.5.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft Amlin met de verwijzing naar voormeld expertiserapport voldoende onderbouwd gesteld dat de problemen met de motor zijn veroorzaakt door een mechanisch defect. Dat er op de dag van de bewuste vaartocht een rookontwikkeling in de motor is ontstaan, ondersteunt deze stelling ook.

4.6.

[naam eiser], die overigens zelf het expertiserapport in het geding heeft gebracht, heeft de juistheid van dat rapport inhoudelijk niet betwist. Wel betwist [naam eiser] dat sprake is van een mechanisch defect en hij verwijst daarvoor naar een door een medewerker van Sturiër Refits Yachts BV verstuurde e-mail van 29 december 2018 (productie 15 dagvaarding), waarin het volgende staat vermeld:

‘(…) We hebben het niet over een mechanisch defect, maar over corrosie waardoor er een gaatje in de platen aircooler is ontstaan, door het gat is (zee)buitenboordwater in de motor gekomen, en heeft grote mechanische schade veroorzaakt. (…)’

In deze e-mail wordt echter gesproken over ‘grote mechanische schade’, hetgeen in lijn althans niet strijdig is met het expertiserapport. Voornoemde medewerker schrijft weliswaar dat er geen sprake is van een mechanisch defect, maar die uitspraak lijkt alleen te slaan op het gaatje in de inlaatluchtkoeler en niet op het vastlopen van de motor. Dat het gaatje in de inlaatluchtkoeler volgens de medewerker op zichzelf dus geen mechanisch defect is, staat er niet aan in de weg dat wel een mechanisch defect aan de motor (als gevolg van corrosie door contact met zeewater) is ontstaan. Dat de corrosie van de motor is ontstaan door het gaatje in de inlaatluchtkoeler (waardoor zeewater bij de motor heeft kunnen komen) doet echter niet ter zake. Voor toepassing van artikel 6.1 van de polisvoorwaarden is de oorzaak van het mechanische defect namelijk niet relevant, tenzij artikel 2.4 van Sectie A toepasselijk is. Door [naam eiser] is echter niet gesteld dat die in artikel 6.1 van de polisvoorwaarden vermelde uitzonderingsgrond, namelijk dekking op grond van artikel (A) 2.4 van de polisvoorwaarden, van toepassing is.

4.7.

Gelet op het voorgaande heeft [naam eiser] de stelling van Amlin dat sprake is van een mechanisch defect aan de motor onvoldoende gemotiveerd betwist. Op grond hiervan wordt vastgesteld dat de kosten van € 26.888,15 waarvan [naam eiser] thans vergoeding vordert, ‘reparatiekosten veroorzaakt door een mechanisch gebrek’ in de zin van artikel 6.1 van de polisvoorwaarden zijn. In deze zaak is daarom uitgangspunt dat de reparatiekosten van de motor op grond van artikel 6.1 van de polisvoorwaarden niet onder de dekking van de verzekering vallen.

4.8.

Wel heeft [naam eiser] een expliciet beroep gedaan op artikel 2.3 van de polisvoorwaarden. Artikel 2.3, in samenhang gelezen met artikel 4.10 van de polisvoorwaarden, komt er op neer dat ‘accidenteel verlies of beschadiging’ als gevolg van geleidelijke verslechtering alleen gedekt is indien aan de in artikel 4.10 omschreven uitzonderingsgronden is voldaan. Artikel 2.3 is in het onderhavige geval echter niet van toepassing, nu hiervoor reeds is overwogen dat de reparatiekosten van de motor op grond van artikel 6.1 van de polisvoorwaarden niet zijn gedekt. In die zin derogeert de in artikel 6.1 opgenomen expliciete uitsluitingsgrond aan de artikelen 4.10 jo. 2.3 van de polisvoorwaarden.

4.9.

Daar komt nog bij dat, indien artikel 6.1 niet in de polisvoorwaarden was opgenomen, [naam eiser] zijn beroep op artikel 2.3 van de polisvoorwaarden onvoldoende heeft onderbouwd. Volgens [naam eiser] moet de Engelse term ‘accidental’ blijkens het Juridisch-Economische Lexicon worden vertaald als ‘onbedoeld’, ‘per ongeluk’ of ‘toevallig’. Op grond hiervan stelt [naam eiser] dat sprake is van accidentele schade (‘accidental damage’) in de zin van artikel 2.3 van de polisvoorwaarden, omdat het indringen van het water volgens hem het gevolg is geweest van een plotselinge, onverwachte gebeurtenis, namelijk door cavitatie dan wel corrosie van het materiaal van de inlaatluchtkoeler. Amlin betwist deze uitleg. Volgens haar ziet ‘accidental’ op een ‘accident’, een ongeluk dat ontstaat doordat de motor door geleidelijke achteruitgang onderweg ermee ophoudt. Als dat gebeurt, dan valt de accidentele schade binnen de dekkingsomschrijving van artikel (A) 2.4, maar van dergelijke ‘accidental damage’ is geen sprake, aldus Amlin.

4.10.

De rechtbank overweegt dat, in het licht van de overige in de polisvoorwaarden opgenomen bepalingen, de door Amlin gegeven uitleg het meest voor de hand ligt. Maar zelfs indien van de juistheid van de door [naam eiser] gegeven uitleg aan ‘accidental damage’ zou worden uitgegaan, heeft [naam eiser] onvoldoende onderbouwd hoe een eenmaal gestart proces van corrosie aan de inlaatluchtkoeler, dat uiteindelijk het gaatje in de inlaatluchtkoeler heeft veroorzaakt, als ‘plotseling optredend’ kan worden gekwalificeerd, te meer nu corrosie volgens de eigen stelling van [naam eiser] een vorm is van geleidelijke achteruitgang. Hetzelfde geldt voor het zeewater dat door dat gaatje bij de motor heeft kunnen komen en vervolgens de corrosie aan de motor heeft doen ontstaan; ook daarvan kan niet gezegd worden dat die schade plotseling is opgetreden.

4.11.

De door [naam eiser] gegeven uitleg aan ‘accidental damage’ vertoont grote paralellen met de tekst van een tweede in de polisvoorwaarden opgenomen uitsluitingsgrond. In artikel 4.12 van de polisvoorwaarden - waar Amlin overigens slechts een zijdelings beroep op heeft gedaan - is namelijk bepaald dat schade als gevolg van het indringen van water in de boot niet gedekt is onder de verzekering, tenzij het plotseling en onverwachts is of ten gevolge van een ongeval. Onder verwijzing naar hetgeen in r.o. 4.10. reeds is overwogen, kan ook ten aanzien van voormeld artikel 4.12 niet gezegd worden dat het indringen van het zeewater in de boot/motor ‘plotseling en onverwachts’ of ‘ten gevolge van een ongeval’ is geweest. De schade aan de motor komt dus, naast op grond van artikel 6.1, ook op grond van artikel 4.12 van de polisvoorwaarden niet voor vergoeding in aanmerking.

4.12.

Concluderend komt de rechtbank tot het oordeel dat, nu de in de artikelen 6.1 en 4.12 van de polisvoorwaarden opgenomen dekkingsuitsluitingsgronden van toepassing zijn en [naam eiser] bovendien onvoldoende onderbouwd heeft gesteld dat sprake is van een gedekt evenement in de zin van artikel 2.3 van de polisvoorwaarden, de door [naam eiser] gemaakte herstelkosten niet gedekt zijn onder de afgesloten verzekering. Niet valt in te zien waarom Amlin wanprestatie zou hebben gepleegd, zoals door [naam eiser] subsidiair is gesteld. Om deze redenen zal de vordering van [naam eiser] worden afgewezen.

4.13.

Als de in het ongelijk gestelde partij zal [naam eiser] in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Amlin worden begroot op:

griffierecht € 1.992,00

salaris advocaat € 1.390,00 (2 pnt × tarief € 695,00)

Totaal € 3.382,00.

5. De beslissing

De rechtbank

5.1.

wijst de vordering af,

5.2.

veroordeelt [naam eiser] in de proceskosten, aan de zijde van Amlin tot op heden begroot op € 3.382,00,

5.3.

veroordeelt [naam eiser] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 157,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat [naam eiser] niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 82,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak,

5.4.

verklaart dit vonnis voor wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.C. Santema en ondertekend en in het openbaar uitgesproken door mr. J.F. Koekebakker, rolrechter, op 23 september 2020.

2438/32