Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:8834

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
30-09-2020
Datum publicatie
05-10-2020
Zaaknummer
C/10/589281 / HA ZA 20-29
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Zorgverzekering, dekkingsvoorwaarden, bevoegdheid zorgverzekeraar tot stellen van voorwaarden aan persoon zorgverlener, functiegerichte omschrijving Zvw en Bzv.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
GJ 2020/153
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven

zaaknummer / rolnummer: C/10/589281 / HA ZA 20-29

Vonnis van 30 september 2020

in de zaak van

de stichting

STICHTING HERVITAS,

gevestigd te Zeist,

eiseres,

advocaat mr. S. Donkelaar te Nijmegen,

tegen

de onderlinge waarborgmaatschappij

ONDERLINGE WAARBORGMAATSCHAPPIJ ZORGVERZEKERAAR DSW U.A.,

gevestigd te Schiedam,

gedaagde,

advocaat mr. J. van der Meer te Schiedam.

Partijen zullen hierna Hervitas en DSW genoemd worden.

1. De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding;

  • -

    de akte overlegging producties van 8 januari 2020 zijdens Hervitas, met producties;

  • -

    de conclusie van antwoord, met producties;

  • -

    de brief van 8 juli 2020 van de rechtbank waarbij een mondelinge behandeling is bepaald;

  • -

    de spreekaantekeningen zijdens Hervitas;

  • -

    het proces-verbaal van mondelinge behandeling van 20 augustus 2020.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1.

Hervitas is een HKZ-gecertificeerde, en conform de Wet Toelating Zorginstellingen (WTZi) toegelaten instelling voor geestelijke gezondheidszorg (verder “GGZ-instelling”) die zich uitsluitend richt op de behandeling van gok- en gameverslaving.

2.2.

DSW is een zorgverzekeraar in de zin van de Zorgverzekeringswet (Zvw).

2.3.

Hervitas heeft geen zorgovereenkomst gesloten met DSW. Hervitas geldt dus voor bij DSW verzekerden als een zogeheten niet-gecontracteerde zorgaanbieder, als bedoeld in artikel 13 Zvw.

2.4.

De polisvoorwaarden van DSW luiden, voor zover hier van belang, als volgt:

Artikel 38 Gespecialiseerde geestelijke gezondheidszorg (S-GGZ)

lid 1 Algemeen

De gespecialiseerde GGZ (S-GGZ) en Generalistische Basis GGZ (GB-GGZ) vormen samen de curatieve geestelijke gezondheidszorg.

lid 2 Te vergoeden zorgkosten S-GGZ

S-GGZ zonder verblijf

S-GGZ zoals psychiaters en klinisch psychologen die plegen te bieden, zonder dat opname in een psychiatrisch ziekenhuis (instelling voor specialistische psychiatrische zorg) of op een psychiatrische afdeling in een ziekenhuis (instelling voor medisch specialistische zorg) plaatsvindt. De zorg is gericht op de diagnostiek en specialistische behandeling van (zeer) complexe psychische aandoeningen voor verzekerden van 18 jaar en ouder, of op het herstel of het voorkomen van verergering van een psychische stoornis voor verzekerden van 18 jaar en ouder.

(…)

lid 3 Voorwaarden S-GGZ

(…)

Verwijzing

U heeft een verwijzing nodig van een huisarts, bedrijfsarts of medisch specialist. Dit geldt niet voor crisiszorg. Wel is een verwijzing nodig voor de eventuele behandeling die plaatsvindt nadat de acute situatie voorbij is.

Voorwaarden voor de verwijzing:

(…)

Zorgaanbieder S-GGZ zonder verblijf

De zorg wordt verleend door een GGZ-instelling of een vrijgevestigde psychiater, klinisch (neuro-)psycholoog of psychotherapeut. Binnen een GGZ-instelling is de regiebehandelaar psychiater, klinisch (neuro-)psycholoog, specialist ouderen geneeskunde, verslavingsarts, GZ-psycholoog, klinisch geriater of verpleegkundig specialist ggz of psychotherapeut.

Zorgaanbieder S-GGZ met verblijf

(…)

Betrokkenheid specialist

Een psychiater en/of klinisch psycholoog heeft vastgesteld dat de zorg medisch noodzakelijk is en is direct betrokken bij de diagnostiek en behandeling.

2.5.

Hervitas heeft in de periode van 17 september tot 22 oktober 2018 zorg verleend aan vier verzekerden (verder “de verzekerden) van DSW. De verzekerden hebben allen hun mogelijke vorderingen op DSW in verband met de behandeling door Hervitas, aan Hervitas gecedeerd.

2.6.

Bij de diagnostiek en behandeling door Hervitas is geen psychiater of klinisch psycholoog betrokken geweest.

2.7.

Hervitas heeft de aan de vier verzekerden verleende zorg gekwalificeerd als Gespecialiseerde Geestelijke Gezondheidszorg (verder “S-GGZ”), zonder verblijf. Hervitas heeft voor de door haar aan genoemde verzekerden verleende zorg per verzekerde een declaratie opgemaakt en deze vier declaraties rechtstreeks bij DSW voor betaling aangeboden.

2.8.

DSW heeft betaling van de declaraties geweigerd.

2.9.

Op 6 september 2018 heeft een van de vier verzekerden, [naam verzekerde] , in een e-mail aan DSW, voor zover hier van belang, het navolgende geschreven:

“Ik heb onlangs telefonisch contact gehad met een medewerker van uw verzekeringsmaatschappij over mijn probleem.

(…)

Het programma bij Hervitas is geen opname, maar het idee erachter vind ik echt aansluiten mij.

(…)

Ik heb dit allemaal telefonisch toegelicht aan uw medewerker. Ik heb uitgelegd dat ik de behandeling bij Hervitas echt wil volgen. Omdat ik denk dat zij door de inzet van ervaringsdeskundigen weten wat gokken betekent (waar en hoe kun je gokken).

(…)

Zoals uw collega mij vroeg, stuur ik u het behandelplan van Hervitas mee. Daarnaast ook de doorverwijzing en onderbouwing van de huisarts. Ik hoop dat u mijn aanvraag positief zult beoordelen.”

2.10.

Op 10 september 2018 heeft DSW middels de navolgende e-mail aan [naam verzekerde] gereageerd:

“Geachte heer [naam verzekerde] ,

De instelling Hervitas in Zeist heeft geen contract met ons afgesloten. Aangezien er geen contract is afgesloten, vergoeden wij maximaal ons vastgestelde tarief voor verzekerde zorg. U ontvangt zelf de nota omdat de instelling niet rechtstreeks mag declareren bij ons. De originele nota kunt u declareren bij ons. Wanneer de instelling tarieven in rekening brengt die hoger liggen dan onze vergoeding, komt het verschil voor eigen rekening.

Wij attenderen u erop dat kosten die vergoed worden uit de basisverzekering ten laste komen van het eigen risico.

Voor eventuele vragen kunt u uiteraard contact met ons opnemen.

Met vriendelijke groet,

[naam]

Declaraties

DSW Zorgverzekeraar”

2.11.

Op 27 september 2018 heeft Hervitas telefonisch contact opgenomen met DSW omdat voor Hervitas onduidelijkheid was of de behandeling bij Hervitas wel door DSW vergoed werd. Dit telefoongesprek heeft Hervitas op 28 september 2018 per e-mail aan DSW bevestigd, waarbij Hervitas aan DSW vroeg om “een positief besluit”. Op 24 oktober 2018 heeft Hervitas per e-mail aan DSW, voor zover hier van belang, geschreven:

“Hartelijk dank voor onderstaande excuus, maar helaas moet ik constateren dat er nog steeds geen voortgang cq. duidelijkheid is geboden door DSW aan Hervitas.”

2.12.

De door Hervitas voor de aan [naam verzekerde] geleverde zorg opgemaakte declaratie bedraagt € 8.413,84.

3. Het geschil

3.1.

Hervitas vordert – samengevat – bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

primair: veroordeling van DSW tot betaling van alle (vier) declaraties die betrekking hebben op de verleende zorg in de periode van 17 september 2018 tot en met 22 oktober 2018;

subsidiair: veroordeling van DSW tot betaling van € 33.655,36, althans 24.826,68 bij wege van schadevergoeding;

een en ander vermeerderd met de wettelijke rente en (buitengerechtelijke) kosten.

3.2.

Hervitas voert daartoe aan dat de door haar geleverde zorg, verzekerde zorg is in de zin van de Zvw en het Besluit zorgverzekering (Bzv). De vier verzekerden hebben derhalve een vordering op DSW ter zake de vergoeding van de door Hervitas geleverde zorg. Nu zij hun vorderingen aan Hervitas hebben gecedeerd, komen Hervitas die vorderingrechten jegens DSW toe. Door de declaraties niet te betalen pleegt DSW wanprestatie. Uit de polisvoorwaarden van DSW blijkt niet ondubbelzinnig dat het ontbreken van directe betrokkenheid van een psychiater en/of een klinisch psycholoog bij de diagnostiek en behandeling zou leiden tot algehele uitsluiting van de vergoedbaarheid van de geleverde zorg. In artikel artikel 38 lid 3 van de polisvoorwaarden staat immers eerst:

Binnen een GGZ-instelling is de regiebehandelaar psychiater, klinisch (neuro-)psycholoog, specialist ouderen geneeskunde, verslavingsarts [onderstreping, Hervitas], GZ-psycholoog, klinisch geriater of verpleegkundig specialist ggz of psychotherapeut”

Bij Hervitas is de zorg verleend door een verslavingsarts. Toch staat verderop, op dezelfde pagina:

Betrokkenheid specialist

Een psychiater en/of klinisch psycholoog heeft vastgesteld dat de zorg medisch noodzakelijk is en is direct betrokken bij de diagnostiek en behandeling.

De polisvoorwaarden zijn daarom niet logisch en verwarrend en die onduidelijkheid dient voor rekening en risico van DSW, als opsteller van die polisvoorwwarden, te komen, aldus Hervitas.

3.3.

Daarnaast, zo stelt Hervitas, bevat artikel 38 lid 3 van de polisvoorwaarden een beperking c.q. uitsluiting die op grond van de Zvw en het Bzv niet is toegestaan. De zorgverzekeraar mag namelijk enkel voorwaarden stellen van procedurele of administratieve aard, en niet van inhoudelijke aard. Dat laatste doet DSW wel, door de directe betrokkenheid van een psychiater en/of klinisch psycholoog als voorwaarde te stellen. Zelfs als die beperking wel toegelaten zou zijn, dan zou een beroep van DSW op deze polisvoorwaarde in strijd zijn met de redelijkheid en billijkheid. Een verslavingsarts, zoals die bij Hervitas de zorg verlenen, is immers bij uitstek degene die bekwaam is om patiënten met verslavingsproblematiek te indiceren en te behandelen. De zorgverzekeraar dient de autonomie van die beroepsbeoefenaar in acht te nemen. Omdat DSW met haar voorwaarde (het vak van) de verslavingsarts grotendeels buitenspel zet is deze voorwaarde in strijd met de redelijkheid en billijkheid.

3.4.

Hervitas stelt tevens dat DSW bovendien aan de verzekerden uitdrukkelijk en zonder voorbehoud heeft toegezegd dat de behandeling bij Hervitas vergoed zou worden. Subsidiair, voor het geval de vorderingen van de verzekerden niet rechtsgeldig aan Hervitas gecedeerd zouden zijn, handelt DSW onrechtmatig door de declaraties niet aan Hervitas te voldoen, aldus Hervitas.

3.5.

DSW voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen met veroordeling van Hervitas in de proceskosten. DSW betwist niet dat eventuele vorderingen van de verzekerden op DSW, aan Hervitas zijn gecedeerd. Of er een vordering bestaat is echter afhankelijk van de dekking van de verzekering en daarin zijn de polisvoorwaarden leidend.

3.6.

DSW voert aan dat van de ernst en complexiteit van de problematiek afhankelijk is of verslavingszorg onder basis zorg of specialistische zorg (S-GGZ) valt. Omdat dat voor een verzekeraar niet altijd goed te beoordelen is, stelt DSW voorwaarden aan, onder meer, de diagnostiek en de bij de behandeling betrokken artsen. In geval van S-GGZ, dat een psychiater en/of klinisch psycholoog bij de diagnostiek en behandeling betrokken is/zijn, zoals opgenomen in artikel 38 van de polisvoorwaarden. Dergelijke voorwaarden zijn onderdeel van de functiegerichte omschrijving in de zin van de Zvw. In dit geval is niet aan de dekkingsvoorwaarden van artikel 38 van de polisvoorwaarden voldaan, en is DSW dus niet gehouden de behandelingen te vergoeden. Deze polisvoorwaarden zijn ook niet onlogisch of verwarrend. Met deze voorwaarden worden daarnaast geen beperkingen aan de aard, inhoud of omvang van de behandeling gesteld, maar aan welke specialist de zorg levert. Een dergelijke voorwaarde is niet in strijd met de Zvw. Een beroep op dergelijke voorwaarden is ook niet naar redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. De verslavingsarts wordt door deze voorwaarden niet buitenspel gezet. Tot slot heeft DSW geen voorbehoudloze toezeggingen aan verzekerden gedaan omtrent de vergoeding van de behandeling. Dat gebeurt nooit. Na indiening van de declaratie zal altijd nog een beoordeling volgen of deze wel of niet onder de dekking valt, aldus DSW.

3.7.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1.

DSW heeft zich beroepen op artikel 38 van haar polisvoorwaarden, waarin is bepaald dat voor vergoeding van verslavingszorg al S-GGZ vereist is dat een psychiater en/of klinisch psycholoog bij de diagnostiek en behandeling betrokken is/zijn.

4.2.

Dat en waarom deze bepaling onvoldoende duidelijk, of onlogisch, zou zijn, heeft Hervitas onvoldoende met feiten onderbouwd. De enkele omstandigheid dat in artikel 38 lid 3 van de polisvoorwaarden, ten aanzien van de S-GGZ zonder verblijf, is opgenomen dat (onder anderen) een verslavingsarts als regiebehandelaar mag optreden, is daartoe onvoldoende. Uit de lay-out, in combinatie met het gebruik van vette en niet-vette, cursieve en niet-cursieve tekst, c.q. kopjes in de polisvoorwaarden, volgt naar het oordeel van de rechtbank voldoende duidelijk dat de betrokkenheid van een psychiater en/of klinisch psycholoog in geval van S-GGZ steeds een zelfstandige voorwaarde is, naast alle boven deze voorwaarde al genoemde voorwaarden, zoals een verwijzing en voorwaarden ten aanzien van wie de zorg mag verlenen en/of als regiebehandelaar mag optreden. Dat de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst een verslavingsarts definieert als, samengevat, een specialist op het gebied van verslavingszorg, doet daar niet aan af. Ten eerste maakt die definitie geen onderdeel uit van de polisvoorwaarden van DSW. Ten tweede luidt de kop van de betreffende voorwaarde in artikel 38 polisvoorwaarden weliswaar “Betrokkenheid specialist”, maar blijkt uit de tekst van de bepaling ondubbelzinnig dat met “specialist” in dat geval gedoeld wordt op een psychiater of een klinisch psycholoog. Van onduidelijkheid van artikel 38 lid 3 van de polisvoorwaarden is dus geen sprake.

4.3.

Voor de vraag of een dergelijke voorwaarde door DSW gesteld mag worden is het volgende van belang. Hervitas heeft zich in dit verband beroepen de Zvw en op artikel 2.4 e.v. Bzv; meer in het bijzonder op wat in de Memorie van Toelichting op de Zvw (Kamerstukken II 2003-2004, 29 763, nr. 3) en in de Nota van toelichting op het Bzv (Staatsblad 2005, 389) ten aanzien van de functiegerichte omschrijving is opgenomen.

4.4.

De Memorie van Toelichting luidt, voor zover hier van belang:

Pagina 41:

“Functiegericht omschreven verzekeringsrechten

Zoals hiervoor is aangegeven, acht de regering het van belang dat de directe overheidsregulering van het zorgaanbod vermindert. Binnen de door de wetgever geformuleerde kaders krijgen de betrokken actoren meer keuzemogelijkheden, beleids- en beslissingsruimte en meer concurrentieprikkels. Een van de instrumenten om daartoe te komen, is de zogenaamde functiegerichte omschrijving van de verzekeringsrechten. Uitgangspunt daarbij is dat de wetgever, net als in het verleden, strikt regelt welke aanspraken de verzekerden hebben. De functiegerichte omschrijving houdt in dat niet langer bij de wettelijke formulering van de aanspraak precies wordt aangegeven welke medische persoon of instelling bepaalde zorg moet verlenen, maar dat iedere persoon of instelling die daartoe op medische gronden bevoegd is, bepaalde zorg mag leveren.”

Pagina 42:

“De functiegerichte omschrijving van de aanspraken leidt er dus toe dat de zorgverzekeraar uitmaakt, in samenspraak met zijn verzekerde, welke persoon of instelling invulling geeft aan een bepaalde verzekeringsaanspraak.

(…)

Het feit dat de functiegerichte omschrijving van de verzekeringsrechten open laat welke zorgaanbieder bepaalde zorg verleent, betekent niet dat er onduidelijkheid bestaat over de vraag wat de aard en de omvang van de verzekeringsaanspraken zijn.

(…)

Samenvattend kan worden gesteld dat de wetgever bepaalt wat tot het pakket behoort. Het behoort tot de bevoegdheid van de zorgverzekeraar, in samenspraak met de verzekerde, te bepalen door wie en waar de verzekerde zorg verleend wordt.”

4.5.

De Nota van toelichting luidt, voor zover hier van belang:

Pagina 18 – 19:

“Wie de zorg verleent en waar die wordt verleend, is in het gekozen functiegerichte systeem een verantwoordelijkheid van de zorgverzekeraar om daarover afspraken te maken met de verzekerde in de zorgovereenkomst. Dit geldt ook voor de procedurele voorwaarden, zoals toestemmingsvereisten, verwijzingen en voorschrijfvereisten.

(…)

Uitgangspunt is dat in de zorgpolis staat vermeld welke zorg door wie wordt verleend, waar deze wordt verleend en welke voorwaarden gelden, wil op deze zorg aanspraak bestaan, dan wel willen de kosten worden vergoed. Het is verder van belang dat in de zorgpolis wordt beschreven aan welke hoedanigheid, bekwaamheid of geschiktheid een zorg verlenende persoon of instelling moet voldoen, wil diens zorg voor rekening van de zorgverzekering komen.”

4.6.

Uit het voorgaande volgt dat een voorwaarde waarin geconcretiseerd wordt wie de te verzekeren zorg verleent, zoals als die in artikel 38 van de polisvoorwaarden van DSW, in tegenstelling tot wat Hervitas heeft gesteld, niet in strijd is met de Zvw en het Zvb, maar daar juist concreet invulling aan geven. Uitdrukkelijk is immers in de hierboven geciteerde passages tot taak van de zorgverzekeraar gemaakt dergelijke afspraken met de verzekerde te maken. Dat de functiegerichte omschrijving van de Zvw en het Zvb de verzekeraar slechts de bevoegdheid geeft voorwaarden stellen van procedurele of administratieve aard (als het krijgen van een verwijzing) zoals Hervitas heeft gesteld, getuigd van een onjuiste en/of te beperkte lezing van Zvw, Bzv en de daarbij behorende wetshistorie. Dit blijkt uit de laatste volzin van het eerste gedeelte van het hiervoor onder ro. 4.5 weergeven citaat (“Dit geldt ook [onderstreping, rechtbank] voor de procedurele voorwaarden, zoals toestemmingsvereisten, verwijzingen en voorschrijfvereisten”).

4.7.

Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de door DSW gestelde voorwaarde dat een psychiater en/of klinisch psycholoog betrokken is/zijn bij diagnostiek en behandeling niet strijdig is met de wet en dat DSW dergelijke voorwaarden in haar polisvoorwaarden aan dekking mag stellen.

4.8.

Nu vaststaat dat bij de diagnostiek en behandeling bij Hervitas geen psychiater en/of klinisch psycholoog betrokken waren, staat daarmee tevens vast dat niet aan de polisvoorwaarden voor dekking is voldaan en slaagt in beginsel het verweer van DSW. Dat is alleen anders indien DSW een beroep op de polisvoorwaarde, ondanks dat de voorwaarde is toegestaan, naar redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn, zoals Hervitas heeft gesteld, of indien, naar Hervitas eveneens heeft gesteld, door DSW bindende toezeggingen zijn gedaan dat de behandeling vergoed zou worden.

4.9.

Met betrekking tot het beroep op de redelijkheid en billijkheid overweegt de rechtbank als volgt. DSW heeft in haar polisvoorwaarde niet de mate van betrokkenheid van de psychiater en/of klinisch psycholoog voorgeschreven of omschreven. Naast deze psychiater en/of klinisch psycholoog is dus ruimte voor de betrokkenheid van (ook) een verslavingsarts. Dat wordt onderstreept doordat DSW, zoals door Hervitas zelf is aangevoerd, in haar polisvoorwaarden voor S-GGZ zonder verblijf ook de verslavingsarts noemt als mogelijke regiebehandelaar. De stelling van Hervitas dat DSW met de voorwaarde de verslavingsarts grotendeels buitenspel zet, is in dat licht onvoldoende gemotiveerd.

4.10.

Ten aanzien van door DSW aan verzekerden gedane toezeggingen heeft Hervitas haar stellingen met betrekking tot twee van de vier verzekerden op geen enkele wijze met feiten onderbouwd. DSW heeft gemotiveerd betwist dergelijke toezeggingen aan deze verzekerden te hebben gedaan en Hervitas heeft haar stellingen in dat licht onvoldoende gemotiveerd gehandhaafd.

4.11.

Ten aanzien van de derde verzekerde heeft Hervitas verwezen naar een e-mail van 17 oktober 2018 van de verzekerde, waarin deze zegt telefonisch van DSW te hebben gehoord dat de behandeling zou worden vergoed. Vast staat echter dat Hervitas daarvoor al, op 27 september 2018, betwijfelde of haar behandeling door DSW werd vergoed en zelf, specifiek daarover, met DSW communiceerde. Op 17 oktober had Hervitas nog geen (positief) besluit van DSW gekregen (vgl. ro. 2.11). Naar het oordeel van de rechtbank heeft Hervitas in het licht van deze bij haarzelf op dat moment aanwezige en zeker nog niet weggenomen twijfels, niet op de enkele mededeling van de verzekerde, zonder dat sprake was van enigerlei schriftelijke bevestiging door DSW, mogen vertrouwen.

4.12.

Dat ligt ander ten aanzien van verzekerde [naam verzekerde] (zie ro. 2.9). Deze verzekerde heeft, onweersproken, op verzoek van een medewerker van DSW, voorafgaand aan de behandeling verschillende stukken aan DSW gestuurd, waaronder een behandelplan en een verwijzing. [naam verzekerde] heeft DSW uitdrukkelijk verzocht zijn “aanvraag positief (te) beoordelen”.

4.13.

In haar reactie (zie ro. 2.10) heeft DSW zonder enig voorbehoud aan [naam verzekerde] bevestigt dat de verzekerde de originele nota bij DSW kon declareren tot maximaal het door DSW vastgestelde tarief. In het licht van de vooraf door DSW van de verzekerde gevraagde inhoudelijke informatie met betrekking tot de behandeling en het uitdrukkelijke verzoek van de verzekerde zijn aanvraag positief te beoordelen, heeft DSW daarmee aan de verzekerde een onherroepelijke en ondubbelzinnige toezegging gedaan de behandeling bij Hervitas onder de dekking van de verzekering te vergoeden. Daarmee heeft de verzekerde een vordering op DSW gekregen ter hoogte van het door DSW maximaal vastgestelde tarief. Deze vordering heeft de verzekerde onbetwist aan Hervitas gecedeerd. De vordering ten aanzien van verzekerde [naam verzekerde] ligt daarmee in beginsel voor toewijzing gereed. DSW heeft echter onweersproken aangevoerd dat onder dekking van haar verzekering de maximale vergoeding voor een behandeling als deze € 6.206,67 bedraagt. De vordering van zal daarom tot dit bedrag worden toegewezen.

4.14.

Met betrekking tot buitengerechtelijke kosten geldt het volgende. De vordering betreft een uit overeenkomst voortvloeiende verbintenis tot betaling van een geldsom en het verzuim is ingetreden na 1 juli 2012. De buitengerechtelijke kosten dienen daarom te worden berekend aan de hand van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (verder “het Besluit BIK”). De rechtbank stelt vast dat Hervitas voldoende heeft gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. De toewijsbare buitengerechtelijke kosten conform de bij het Besluit BIK behorende staffel bedragen € 685,34 (€ 625 + 5% × € 1.206,67).

4.15.

De wettelijke rente zal als onweersproken met ingang van 18 december 2018 worden toegewezen over te toe te wijzen hoofdsom.

4.16.

Aangezien elk van partijen als op enig punt in het ongelijk gesteld is te beschouwen, zullen de proceskosten worden gecompenseerd op de hierna te vermelden wijze.

5. De beslissing

De rechtbank

5.1.

veroordeelt DSW om aan Hervitas te betalen een bedrag van € 6.206,67 (zesduizendtweehonderdenzes euro en zevenenzestig eurocent), vermeerderd de wettelijke rente vanaf 18 december 2018, tot de dag van volledige betaling,

5.2.

veroordeelt DSW om aan Hervitas te betalen een bedrag van € 685,34 (zeshonderdvijfentachtig euro en vierendertig eurocent),

5.3.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.4.

wijst het meer of anders gevorderde af,

5.5.

compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.B. Smits en in het openbaar uitgesproken op 30 september 2020.

[3195/1407]