Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:8630

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
22-09-2020
Datum publicatie
01-10-2020
Zaaknummer
C/10/603915 / FA RK 20-6945
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). Toewijzing zorgmachtiging. Verplichte ambulante zorg. Artikel 6:4 Wvggz.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM


Team familie

Zaak-/rekestnummer: C/10/603915 / FA RK 20-6945

Betrokkenenummer: [nummer]

Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 22 september 2020 betreffende een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)

op verzoek van:

de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam, hierna: de officier,

met betrekking tot:

[naam betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum betrokkene] , [geboorteplaats betrokkene]

hierna: betrokkene,

wonende te [adres betrokkene] , [woonplaats betrokkene] ,

thans verblijvende in Antes te [verblijfadres betrokkene] , [verblijfplaats betrokkene] ,

advocaat mr. W.J.G. Schröder te Rotterdam.

1. Procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van de officier, ingekomen op 10 september 2020.


Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

  • -

    de medische verklaring opgesteld door [naam 1] , psychiater, van 4 september 2020;

  • -

    de zorgkaart van 1 januari 2020;

  • -

    het zorgplan van 10 juni 2020;

  • -

    de bevindingen van de geneesheer-directeur over het zorgplan;

  • -

    de relevante politiegegevens en de strafvorderlijke- en justitiële gegevens van betrokkene.

1.2.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 22 september 2020. Bij die gelegenheid zijn (overeenkomstig artikel 2 lid 1 van de Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid) via beeld- en geluidverbinding gehoord:

  • -

    betrokkene met zijn hiervoor genoemde advocaat;

  • -

    [naam 2] , psycholoog, en [naam 3] , arts, beiden verbonden aan Antes.

1.3.

De officier is niet ter zitting gehoord, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.

2. Beoordeling

2.1.

Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten schizofrenie en een stoornis in het gebruik van middelen (cannabis).

2.2.

Het gedrag van betrokkene leidt als gevolg van zijn psychische stoornis tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade, ernstige materiële schade, ernstige financiële schade, maatschappelijke teloorgang, alsook de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept, en de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.

Betrokkene is al jaren gediagnosticeerd met schizofrenie. Betrokkene gebruikt daarnaast cannabis, wat zijn psychotische klachten alsmaar doet verergeren. Hij is een lange tijd stabiel geweest door de medicatie, maar sinds het begin van dit jaar is hij meerdere malen opgenomen. Als hij decompenseert is hij agressief. Eerder is hij fysiek agressief geweest naar zijn echtgenote en heeft hij zijn kinderen hevig doen schrikken, na het gooien van een baksteen tegen de auto waarin zij zaten. In dergelijke episoden is betrokkene ook overlastgevend, zoals blijkt uit de politiemutaties.

2.3.

Betrokkene heeft verplichte zorg nodig om ernstig nadeel af te wenden en om de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren.

2.4.

De advocaat van betrokkene bepleit afwijzing van het verzoek, omdat betrokkene zich niet verzet tegen de zorg. De rechtbank volgt dit verweer niet. Betrokkene is weliswaar op dit moment coöperatief en is vrijwillig opgenomen, maar dat beeld kan omslaan als betrokkene decompenseert. Eerder is al gebleken dat als betrokkene drugs gebruikt de psychotische klachten toenemen en dat betrokkene niet meer meewerkt aan zijn behandeling. Het feit dat er nu een onzekere periode volgt omdat er sprake is van een overgang naar een ambulant kader, maakt betrokkene meer kwetsbaar om terug te vallen in drugsgebruik. Bovendien is in het verleden gebleken dat betrokkene na overgang naar een ambulant kader opnieuw drugs ging gebruiken en zich onttrok aan de zorg. Dit risico is momenteel temeer aanwezig omdat betrokkene zich nog niet heel lang heeft onthouden van drugsgebruik. De urinecontrole vorige week was nog positief voor het gebruik van cannabis. De rechtbank vindt de vrijwilligheid van betrokkene derhalve niet voldoende bestendig. Om die reden is verplichte zorg nodig.

2.5.

De in het verzoekschrift opgenomen vormen van verplichte zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en de bevindingen van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:

  • -

    het toedienen van medicatie, alsmede het verrichten van medische controles, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;

  • -

    het beperken van de bewegingsvrijheid;

  • -

    het controleren op de aanwezigheid van gedragbeïnvloedende middelen;

  • -

    het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen. Deze vorm van verplichte zorg ziet op het periodiek blijven onderhouden van contact met de ambulante behandelaren;

  • -

    het opnemen in een accommodatie.

Uit de stukken en de toelichting tijdens de mondelinge behandeling blijkt dat op dit moment de vormen van verplichte zorg ‘het opnemen in een accommodatie’ en ‘het beperken van de bewegingsvrijheid’ vooralsnog niet noodzakelijk zijn. Deze vormen zijn, aldus de behandelaren, pas noodzakelijk als de zorg (in het ambulante kader) niet langer volstaat om het ernstig nadeel af te wenden.

Het is voorzienbaar dat een dergelijke crisissituatie zich zal gaan voordoen, omdat betrokkene bekend is met middelengebruik. Zoals eerder is gebleken nemen de psychotische klachten toe als betrokkene gebruikt. Bij betrokkene kan van een crisissituatie worden gesproken wanneer betrokkene decompenseert en hij medicatie en contact met de ambulant behandelaren weigert. Het is op die momenten van belang om snel in te kunnen grijpen met een klinische opname om ernstig nadeel te voorkomen. De behandelaren verklaren dat in het verleden is gebleken dat in een dergelijke crisissituatie opname kortdurend nodig was. De rechtbank bepaalt daarom dat een dergelijke opname in een crisissituatie niet langer dan twee weken per keer kan duren.

2.6.

De onderstaande door de officier verzochte vormen van verplichte zorg worden niet toegewezen:

  • -

    het toedienen van vocht en voeding, alsmede het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;

  • -

    het insluiten;

  • -

    het uitoefenen van toezicht op betrokkene;

  • -

    het onderzoek aan kleding of lichaam;

  • -

    het onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedragsbeïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;

  • -

    het beperken van het recht op het ontvangen van bezoek.

De noodzakelijkheid van de overige bovenstaande vormen van zorg is niet (afdoende) gemotiveerd en de behandelaren hebben ter zitting verklaard dat deze niet nodig zijn om het ernstig nadeel af te wenden.

2.7.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.

2.8.

Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden met ingang van vandaag.

3. Beslissing

De rechtbank:

3.1.

verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [naam betrokkene] voornoemd;

3.2.

bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.5. kunnen worden getroffen;

3.3.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 22 maart 2021.

Deze beschikking is op 22 september 2020 mondeling gegeven door mr. D.I. Hendriks - van Wel, rechter, in tegenwoordigheid van V. Merkouris, griffier, en op 30 september 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.