Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:8604

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
30-04-2020
Datum publicatie
01-10-2020
Zaaknummer
C/10/595550 / FA RK 20-2939
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). Toewijzing zorgmachtiging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM


Team familie

Zaak-/rekestnummer: C/10/595550 / FA RK 20-2939

Betrokkenenummer: [nummer]

Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 30 april 2020 betreffende een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)

op verzoek van:

de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam, hierna: de officier,

met betrekking tot:

[naam betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum betrokkene] , [geboorteplaats betrokkene] ,

hierna: betrokkene,

wonende te [adres betrokkene] , [woonplaats betrokkene] ,

thans verblijvende in Yulius te [verblijfadres betrokkene] , [verblijfplaats betrokkene] ,

advocaat mr. R.F. Nelisse te Schiedam.

1. Procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van de officier, ingekomen op 23 april 2020.


Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

 de medische verklaring opgesteld door [naam 1] , psychiater, van 8 april 2020;

 de zorgkaart van 10 april 2020 met bijlagen;

 het zorgplan van 9 april 2020 met bijlagen;

 de bevindingen van de geneesheer-directeur over het zorgplan;

 de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz;

 de relevante politiegegevens en/of de strafvorderlijke- en justitiële gegevens.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 30 april 2020.

Bij die gelegenheid zijn op grond van artikel 2 Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid de navolgende personen telefonisch gehoord, omdat het houden van een fysieke zitting vanwege het coronavirus niet mogelijk was:

 betrokkene met haar hierboven genoemde advocaat;

 [naam 2] , psychiater, verbonden aan Yulius.

1.2.

De officier is niet ter zitting telefonisch gehoord, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.

2. Beoordeling

2.1.

Criteria zorgmachtiging

2.1.1.

De rechter kan op verzoek van de officier een zorgmachtiging verlenen ten aanzien van de betrokkene wanneer wordt voldaan aan de criteria en de doelen van verplichte zorg als bedoeld in artikel 3:3 en 3:4 Wvggz. Verplichte zorg is zorg die ondanks verzet kan worden verleend.

Indien het gedrag van de betrokkene als gevolg van een psychische stoornis leidt tot ernstig nadeel, kan als uiterste middel verplichte zorg worden verleend, indien er geen mogelijkheden voor zorg op basis van vrijwilligheid zijn, er voor betrokkene geen minder bezwarende alternatieven met het beoogde effect zijn, het verlenen van verplichte zorg gelet op het beoogde doel evenredig is en redelijkerwijs te verwachten is dat het verlenen van verplichte zorg effectief is. Verplichte zorg kan worden verleend om ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of dusdanig te herstellen dat hij zijn autonomie zoveel mogelijk herwint, of de fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen in het geval diens gedrag als gevolg van zijn psychische stoornis leidt tot ernstig nadeel daarvoor.

2.1.2.

Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten een borderline persoonlijkheidsstoornis, een posttraumatische stressstoornis, langdurig depressieve klachten en een autismespectrumstoornis.

2.1.3.

Het gedrag van betrokkene leidt als gevolg van haar psychische stoornis tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:

 levensgevaar;

 ernstig lichamelijk letsel.

Betrokkene ervaart haar leven als uitzichtloos. Ze lijdt aan onrust en pijn in haar hoofd en daarom wil zij uit het leven stappen. Naar de verklaring van de psychiater was het de afgelopen weken met regelmaat nodig om betrokkene te fixeren. Er waren veel escalaties, waaronder een strangulatiepoging. De psychiater verklaart verder dat het overlijden van twee vrienden van betrokkene er voor gezorgd heeft dat de doodswens van betrokkene naar de voorgrond treedt. Betrokkene zou zeggen naar haar vrienden te willen gaan.

In de medische verklaring is opgenomen dat betrokkene duidelijke plannen heeft omtrent haar doodsverlangen. De advocaat van betrokkene bepleit afwijzing van het verzoekschrift omdat van dergelijke uitgewerkte plannen geen sprake is, aangezien betrokkene zulke plannen niet heeft.

De rechtbank acht op dit punt van belang de betekenis van het woord ‘plannen’. De overlegde stukken kunnen worden gelezen alsof betrokkene een uitgewerkt idee heeft over haar doodswens, maar de stukken kunnen ook gelezen worden alsof betrokkene voornemens is dood te willen. Het is dan ook de laatste uitleg die gegeven dient te worden aan de stukken, te meer omdat de psychiater het handelen van betrokkene op die manier verwoordt.

De advocaat van betrokkene bepleit ook dat de doodswens van betrokkene niet voortvloeit uit een psychische stoornis. Aan het doodsverlangen zou het zelfbeschikkingsrecht van betrokkene ten grondslag liggen.

De rechtbank volgt dit verweer niet, zij baseert haar oordeel op de verklaring van de psychiater. De psychiater verklaart dat betrokkene zich door de psychische stoornis zwaarmoedig voelt. Zij kan tegenslagen niet goed verwerken en om van dat gevoel, dat door haar stoornis ontstaat, af te komen wil betrokkene uit het leven stappen. Anders gezegd, het denken, voelen, willen, oordelen en doelgericht handelen zijn door de psychische stoornis zo ingrijpend beïnvloed dat betrokkene het ernstig nadeel niet kan worden toegerekend. Sterker nog, de psychiater geeft aan dat er ook een kant van betrokkene is die betrokkene ertoe brengt wel te willen blijven leven.

2.2.

Verplichte zorg

2.2.1.

Om ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren en om de geestelijke gezondheid van betrokkene dusdanig te herstellen dat betrokkene haar autonomie zoveel mogelijk herwint, heeft betrokkene verplichte zorg nodig.

2.2.2.

Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn.

Uit de medische verklaring en hetgeen tijdens de mondelinge behandeling is besproken blijkt dat betrokkene onvoldoende bereid is om behandeling of zorg op vrijwillige basis te accepteren.

Om die reden is verplichte zorg nodig. De in het verzoekschrift opgenomen vormen van verplichte zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en de bevindingen van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:

 het toedienen van vocht, voeding en medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;

 het beperken van de bewegingsvrijheid;

 het insluiten;

 het uitoefenen van toezicht op betrokkene;

 het onderzoek aan kleding of lichaam;

 het onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen;

 het opnemen in een accommodatie.

2.2.3.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.

2.2.4.

Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden.

3. Beslissing

De rechtbank:

3.1.

verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [naam betrokkene] voornoemd;

3.2.

bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.2.2. kunnen worden getroffen;

3.3.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 30 oktober 2020.

Deze beschikking is op 30 april 2020 mondeling gegeven door mr. G.P. van de Beek, rechter, in tegenwoordigheid van V. Merkouris, griffier, en op 4 mei 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.