Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:8586

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
08-06-2020
Datum publicatie
01-10-2020
Zaaknummer
C/10/597759 / FA RK 20-3982
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), hoofdstuk 7 Wvggz. Toewijzing machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM


Team familie

Zaak-/rekestnummer: C/10/597759 / FA RK 20-3982

Betrokkenenummer: [nummer]

Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 8 juni 2020 betreffende een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)

op verzoek van:

de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam, hierna: de officier,

met betrekking tot:

[naam betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum betrokkene] , [geboorteplaats betrokkene] ,

hierna: betrokkene,

wonende te [adres betrokkene] , [woonplaats betrokkene] ,

thans verblijvende in Parnassia Groep te [verblijfadres betrokkene] , [verblijfplaats betrokkene] ,

advocaat mr. H. Vrijhof te Rotterdam.

1. Procesverloop

1.1.

Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 5 juni 2020, heeft de officier verzocht om voortzetting van de op 4 juni 2020 opgelegde crisismaatregel.


Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

  • -

    een afschrift van de beslissing tot het nemen van de crisismaatregel van 4 juni 2020;

  • -

    de medische verklaring opgesteld door [naam 1] , psychiater, van 4 juni 2020;

  • -

    de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz;

  • -

    het bericht dat er geen relevante politiegegevens en/of strafvorderlijke- en justitiële gegevens van betrokkene zijn.

1.2.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 8 juni 2020. Bij die gelegenheid zijn op grond van artikel 2 Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid de navolgende personen telefonisch gehoord, omdat het houden van een fysieke zitting vanwege het coronavirus niet mogelijk was:

 betrokkene met haar hiervoor genoemde advocaat;

 [naam 2] , arts, en [naam 3] , psychiater, beiden verbonden aan Antes.

1.3.

De officier is niet ter zitting telefonisch gehoord, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.

2. Beoordeling

2.1.

Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:

- levensgevaar.

2.2.

Ter toelichting op het ernstige nadeel wordt het volgende overwogen. Betrokkene heeft vorige week meerdere pogingen ondernomen om zich van het leven te beroven. Zij hoort stemmen die haar vertellen dat zij zich moet beschadigen of doden. Ook vertellen de stemmen dat zij niet moet meewerken met de psychiater, waardoor de behandeling ook moeilijk verloopt. De psychiater verklaart verder dat betrokkene zich weer zal beschadigen als zij niet de nodige hulp en begeleiding krijgt. Deze intensieve hulp en begeleiding kan op dit moment alleen in de instelling worden geboden. Ook is het van belang dat zij wordt ingesteld op medicatie.

2.3.

Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, in de vorm van een chronisch psychotisch toestandsbeeld.

2.4.

De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.

2.5.

Op basis van de medische verklaring en de mondelinge behandeling, acht de rechtbank de volgende in de crisismaatregel genomen vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:

  • -

    het toedienen van medicatie, alsmede het verrichten van medische controles ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;

  • -

    het beperken van de bewegingsvrijheid;

  • -

    het uitoefenen van toezicht op betrokkene;

  • -

    het controleren op de aanwezigheid van gedragsbeïnvloedende middelen;

  • -

    het opnemen in een accommodatie.

2.6.

De onderstaande door de officier verzochte vormen van verplichte zorg worden niet toegewezen:

  • -

    het toedienen van vocht en voeding;

  • -

    andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;

  • -

    het insluiten;

  • -

    het onderzoek aan kleding of lichaam;

  • -

    het onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedragsbeïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;

  • -

    het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;

  • -

    het beperken van het recht op het ontvangen van bezoek.

De noodzakelijkheid is namelijk niet (afdoende) gemotiveerd en de behandelaar heeft ter zitting gemotiveerd verklaard dat deze vormen van zorg niet nodig zijn om het ernstig nadeel af te wenden.

2.7.

Betrokkene verzet zich tegen deze zorg. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.

2.8.

De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.

2.9.

Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken na vandaag.

3. Beslissing

De rechtbank:

3.1.

verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van [naam betrokkene] voornoemd;

3.2.

bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.5. kunnen worden getroffen;

3.3.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 29 juni 2020;

3.4.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is op 8 juni 2020 mondeling gegeven door mr. M.L.H. Gelauff, rechter, in tegenwoordigheid van V. Merkouris, griffier, en op 12 juni 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.