Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:8584

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
22-06-2020
Datum publicatie
01-10-2020
Zaaknummer
C/10/598615 / FA RK 20-4378
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), hoofdstuk 7 Wvggz. Toewijzing machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM


Team familie

Zaak-/rekestnummer: C/10/598615 / FA RK 20-4378

Betrokkenenummer: [nummer]

Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 22 juni 2020 betreffende een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)

op verzoek van:

de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam, hierna: de officier,

met betrekking tot:

[naam betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum betrokkene] , [geboorteplaats betrokkene] , Finland,

hierna: betrokkene,

wonende te [adres betrokkene] , [woonplaats betrokkene] ,

thans verblijvende in Antes GGZ te [verblijfadres betrokkene] , [verblijfplaats betrokkene] ,

advocaat mr. S. Burmeister te Amsterdam.

1. Procesverloop

1.1.

Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 19 juni 2020, heeft de officier verzocht om voortzetting van de op 18 juni 2020 opgelegde crisismaatregel.


Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

  • -

    een afschrift van de beslissing tot het nemen van de crisismaatregel van 18 juni 2020;

  • -

    de medische verklaring opgesteld door [naam 1] , psychiater, van 18 juni 2020;

  • -

    de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz;

  • -

    de relevante politiegegevens en strafvorderlijke- en justitiële gegevens van betrokkene.

1.2.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 22 juni 2020.

Bij die gelegenheid zijn op grond van artikel 2 Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid de volgende personen telefonisch gehoord, omdat het houden van een fysieke zitting vanwege het coronavirus niet mogelijk was:

 betrokkene met zijn hiervoor genoemde advocaat;

 [naam 2] , psychiater, verbonden aan Antes.

1.3.

De officier is niet ter zitting gehoord, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.

2. Beoordeling

2.1.

Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op levensgevaar.

2.2.

Ter toelichting op het ernstige nadeel wordt het volgende overwogen. Betrokkene is met een crisismaatregel opgenomen, nadat hij in de Maas in gesprongen. Ondanks dat betrokkene en zijn advocaat bepleiten dat deze gebeurtenis niet zo ernstig is zoals beschreven in de stukken, kan niet voorbij worden gegaan aan het feit dat betrokkene onderkoeld raakte. Hij was onderkoeld en had een temperatuur van 34 graden als gevolg van het springen in de Maas. Daarnaast heeft de psychiater verklaard dat op de afdeling gedrag wordt waargenomen dat erop wijst dat betrokkene lijdt aan een psychotische stoornis en dat niet alleen de kunstzinnige uitingen, maar ook een stoornis tot dergelijk gedrag heeft geleid.

2.3.

Het vermoeden is dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, in de vorm van een psychotisch toestandsbeeld met maniforme kenmerken (waarschijnlijk een manische depressie). Hoewel er onduidelijkheid bestaat over de onderliggende psychische stoornis, ziet de rechtbank geen aanleiding om te twijfelen aan de bevindingen van de psychiater. Het feit dat de psychose op dit moment niet acuut aanwezig is, leidt ook niet tot een ander oordeel. Op dit moment is voldoende dat er een ernstig vermoeden bestaat dat er sprake is van een onderliggende psychische stoornis.

2.4.

De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.

2.5.

Op basis van de medische verklaring en de mondelinge behandeling, acht de rechtbank de volgende in de crisismaatregel genomen vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:

  • -

    het toedienen medicatie;

  • -

    het verrichten van medische controles;

  • -

    het beperken van de bewegingsvrijheid;

  • -

    het insluiten;

  • -

    het uitoefenen van toezicht op betrokkene;

  • -

    het opnemen in een accommodatie.

2.6.

De onderstaande door de officier verzochte vormen van verplichte zorg worden niet toegewezen:

  • -

    het toedienen van vocht en voeding;

  • -

    het verrichten van medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening

  • -

    het onderzoek aan kleding of lichaam;

  • -

    het onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedragsbeïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;

  • -

    het controleren op de aanwezigheid van gedragsbeïnvloedende middelen;

  • -

    het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;

  • -

    het beperken van het recht op het ontvangen van bezoek.

De noodzakelijkheid is namelijk niet (afdoende) gemotiveerd en de behandelaar heeft ter zitting gemotiveerd verklaard dat deze vormen van zorg niet nodig zijn om het ernstig nadeel af te wenden.

2.7.

Betrokkene verzet zich tegen deze zorg. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.

2.8.

De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.

2.9.

Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken na vandaag.

3. Beslissing

De rechtbank:

3.1.

verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van [naam betrokkene] voornoemd;

3.2.

bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.5. kunnen worden getroffen;

3.3.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 13 juli 2020.

Deze beschikking is op 22 juni 2020 mondeling gegeven door mr. B. Krijnen, rechter, in tegenwoordigheid van V. Merkouris, griffier, en op 26 juni 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.