Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:8574

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
11-08-2020
Datum publicatie
01-10-2020
Zaaknummer
C/10/602003 / FA RK 20-5994
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), hoofdstuk 7 Wvggz. Toewijzing machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM


Team familie

Zaak-/rekestnummer: C/10/602003 / FA RK 20-5994

Betrokkenenummer: [nummer]

Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 11 augustus 2020 betreffende een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)

op verzoek van:

de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam, hierna: de officier,

met betrekking tot:

[naam betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum betrokkene] , [geboorteplaats betrokkene] , Tunesië,

hierna: betrokkene,

wonende te [adres betrokkene] , [woonplaats betrokkene] ,

thans verblijvende in Antes Bouman te [verblijfadres betrokkene] , [verblijfplaats betrokkene] ,

advocaat mr. H. Bijlsma te Rotterdam.

1. Procesverloop

1.1.

Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 10 augustus 2020, heeft de officier verzocht om voortzetting van de op 9 augustus 2020 opgelegde crisismaatregel.


Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

  • -

    een afschrift van de beslissing tot het nemen van de crisismaatregel van 9 augustus 2020;

  • -

    de medische verklaring opgesteld door [naam 1] , psychiater, van 9 augustus 2020;

  • -

    de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz;

  • -

    de strafvorderlijke- en justitiële gegevens van betrokkene.

1.2.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 11 augustus 2020. Bij die gelegenheid zijn (overeenkomstig artikel 2 lid 1 van de Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid) via beeld- en geluidverbinding gehoord:

  • -

    betrokkene met zijn hiervoor genoemde advocaat;

  • -

    [naam 2] , psychiater, verbonden aan Antes.

1.3.

De officier is niet ter zitting gehoord, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.

2. Beoordeling

2.1.

Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel en de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.

Betrokkene is aanvankelijk vrijwillig opgenomen voor een detox-behandeling. Gedurende de behandeling werd betrokkene erg somber en hij heeft zichzelf gesneden. Nadat betrokkene aangaf naar huis te willen om zelfmoord te plegen middels een overdosis medicatie, is betrokkene met een crisismaatregel opgenomen. Betrokkene is nu nog steeds somber, maar hij praat inmiddels wel meer dan voorheen. De psychiater verklaart echter dat betrokkene recent nog het dak is opgegaan omdat hij een einde aan zijn leven wilde maken en dat het toestandsbeeld in de kern niet is gewijzigd. Betrokkene denkt dus op het moment nog aan de dood. De depressie wordt op de afdeling waargenomen. Er zal worden gestart met medicatie ter behandeling van de depressie.

2.2.

Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, in de vorm van een depressie. Betrokkene is daarnaast ook bekend met schizofrenie, een antisociale persoonlijkheidsstoornis en middelengebruik.

2.3.

De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.

2.4.

Op basis van de medische verklaring en de mondelinge behandeling, acht de rechtbank de volgende in de crisismaatregel genomen vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel af te wenden:

  • -

    het toedienen van medicatie;

  • -

    het verrichten van medische controles ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;

  • -

    het beperken van de bewegingsvrijheid;

  • -

    het opnemen in een accommodatie.

2.5.

De onderstaande door de officier verzochte vormen van verplichte zorg worden niet toegewezen:

  • -

    het toedienen van vocht;

  • -

    het toedienen van voeding;

  • -

    het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;

  • -

    het insluiten;

  • -

    het uitoefenen van toezicht op betrokkene;

  • -

    het onderzoek aan kleding of lichaam;

  • -

    het onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;

  • -

    het controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;

  • -

    het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;

  • -

    het beperken van het recht op het ontvangen van bezoek.

De noodzakelijkheid van bovenstaande vormen van zorg is niet (afdoende) gemotiveerd en de psychiater heeft ter zitting gemotiveerd verklaard dat deze niet nodig zijn om het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel af te wenden.

2.6.

Betrokkene verzet zich tegen deze zorg. De psychiater verklaart dat bij ernstige depressieve klachten, zoals betrokkene heeft, er bij aanvang van de medicamenteuze behandeling vaak een gejaagd gevoel voorkomt ten gevolge van de medicatie, waardoor er een grote kans is dat betrokkene dan weg wil. Verwacht wordt dat dit beeld zal ontstaan bij betrokkene. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.

2.7.

De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.

2.8.

Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken na vandaag.

3. Beslissing

De rechtbank:

3.1.

verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van [naam betrokkene] voornoemd;

3.2.

bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.4. kunnen worden getroffen;

3.3.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 1 september 2020.

Deze beschikking is op 11 augustus 2020 mondeling gegeven door mr. D.I. Hendriks-van Wel, rechter, in tegenwoordigheid van V. Merkouris, griffier, en op 17 augustus 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.