Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:8569

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
09-09-2020
Datum publicatie
01-10-2020
Zaaknummer
C/10/603180 / FA RK 20-6568
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), hoofdstuk 6 Wvggz. Toewijzing zorgmachtiging. Verplichte ambulante zorg.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM


Team familie

Zaak-/rekestnummer: C/10/603180 / FA RK 20-6568

Betrokkenenummer: [nummer]

Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 9 september 2020 betreffende een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)

op verzoek van:

de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam, hierna: de officier,

met betrekking tot:

[naam betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum betrokkene] , [geboorteplaats betrokkene] ,

hierna: betrokkene,

wonende te [adres betrokkene] , [woonplaats betrokkene] ,

thans verblijvende in Slingedael aan [verblijfadres betrokkene] , [verblijfplaats betrokkene] ,

advocaat mr. L.C. Baars te Schiedam.

1. Procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van de officier, ingekomen op 27 augustus 2020.


Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

  • -

    de medische verklaring opgesteld door [naam 1] , psychiater, van 27 juli 2020;

  • -

    de (niet-ondertekende) zorgkaart;

  • -

    het zorgplan van 19 mei 2020;

  • -

    de bevindingen van de geneesheer-directeur over het zorgplan;

  • -

    het plan van aanpak van 25 juni 2020;

  • -

    de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz;

  • -

    de strafvorderlijke- en justitiële gegevens van betrokkene.

1.2.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 9 september 2020. Bij die gelegenheid zijn op grond van artikel 2 Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid de navolgende personen telefonisch gehoord, omdat het houden van een fysieke zitting vanwege het coronavirus niet mogelijk was:

  • -

    betrokkene met zijn hiervoor genoemde advocaat;

  • -

    [naam 2] , arts, verbonden aan Antes;

  • -

    [naam 3] , partner van betrokkene, en [naam 4] , dochter van betrokkene.

1.3.

De officier is niet ter zitting gehoord, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.

2. Beoordeling

2.1.

Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten een stoornis in alcoholgebruik (verslaving) en een neurocognitieve stoornis (Korsakov). Ter zitting is niet duidelijk gebleken of de stoornis in het alcoholgebruik op de voorgrond staat of de neurocognitieve stoornis. De behandelaren van Antes zijn van mening dat Korsakov op de voorgrond staat, terwijl de behandelaren van Slingedael het tegenovergestelde zien. Hoe het ook zij, duidelijk is dat betrokkene zorg nodig heeft die zoveel mogelijk is gericht op herstel en zoveel mogelijk ambulant, zoals de arts ter zitting heeft verklaard. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de neurocognitieve stoornis de chronische fase niet heeft bereikt en er dus sprake is van een psychische stoornis in de zin van de Wvggz.

2.2.

Het gedrag van betrokkene leidt als gevolg van zijn psychische stoornis tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade, alsook ernstige verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang.

Betrokkene lijdt al jaren aan de gevolgen van zijn alcoholverslaving en de daardoor ontstane neurocognitieve stoornis. Hij dronk veel en belaste daarmee zijn partner en zijn dochters en ondanks verschillende opnamen was er steeds weer sprake van een terugval in het alcoholgebruik. Vanaf oktober 2019 verbeterde zijn toestandsbeeld. Er is toen een behandelplan opgesteld om vanuit verblijf in Slingedael toe te werken naar een ambulante behandeling. Dat behandeltraject is echter abrupt stilgelegd door de uitbraak van het coronavirus. In de afgelopen periode heeft betrokkene in de thuissituatie meerdere keren alcohol gebruikt. de arts verklaart dat betrokkene niet zijn eigen dagindeling kan maken, waardoor hij zonder begeleiding en zonder een verplicht kader gemakkelijk kan terugvallen in gebruik. Het is noodzakelijk om het eerdere (verplichte) behandeltraject te continueren.

2.3.

Betrokkene heeft verplichte zorg nodig om ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren en om de geestelijke gezondheid van betrokkene dusdanig te herstellen dat hij zijn autonomie zoveel mogelijk herwint.

2.4.

Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn.

Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat betrokkene geen bestendige bereidheid vertoont om behandeling of zorg op vrijwillige basis te accepteren. Betrokkene is namelijk meerdere keren teruggevallen in alcoholgebruik. Om die reden is verplichte zorg nodig.

2.5.

De in het verzoekschrift opgenomen vormen van verplichte zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en de bevindingen van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:

  • -

    het toedienen van medicatie, alsmede het verrichten van medische controles, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;

  • -

    het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen. Deze vorm van verplichte zorg ziet op de behandelafspraken en het behandelcontact tussen betrokkene en diens ambulante behandelaren, in het kader van ambulante zorg;

  • -

    het beperken van de bewegingsvrijheid, alleen in geval van opname;

  • -

    het opnemen in een accommodatie, alleen in geval van crisis.

Uit de stukken en de toelichting tijdens de mondelinge behandeling blijkt dat op dit moment de vormen van verplichte zorg ‘het opnemen in een accommodatie’ en ‘het beperken van de bewegingsvrijheid’ vooralsnog niet noodzakelijk zijn. Deze vormen zijn, aldus de behandelaar, pas noodzakelijk als verplichte zorg in het ambulante kader niet langer volstaat om het ernstig nadeel af te wenden.

Het is voorzienbaar dat een dergelijke crisissituatie zich zal gaan voordoen, omdat betrokkene bekend is met ernstig middelenmisbruik. Bij betrokkene kan van een crisissituatie worden gesproken wanneer hij terugvalt in alcoholgebruik. Het is voorzienbaar dat betrokkene terugvalt in dergelijk gedrag, aangezien de drang naar alcohol sterk is en hij de afgelopen periode alcohol heeft gebruikt.

Het is op die momenten van belang om snel in te kunnen grijpen met een klinische opname om ernstig nadeel voor zichzelf en voor zijn familieleden te voorkomen. De opname moet dan wel worden gerechtvaardigd door een actuele onafhankelijke medische verklaring.

2.6.

De onderstaande door de officier verzochte vormen van verplichte zorg worden niet toegewezen, omdat de noodzakelijkheid niet (afdoende) is gemotiveerd:

- het toedienen van vocht en voeding, alsmede het verrichten andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening.

2.7.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.

2.8.

Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden met ingang van vandaag.

3. Beslissing

De rechtbank:

3.1.

verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [naam betrokkene] voornoemd;

3.2.

bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.5. kunnen worden getroffen;

3.3.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 9 maart 2021.

Deze beschikking is op 9 september 2020 mondeling gegeven door mr. S.H. Poiesz, rechter, in tegenwoordigheid van V. Merkouris, griffier, en op 22 september 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.