Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:8568

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
24-09-2020
Datum publicatie
01-10-2020
Zaaknummer
C/10/604237 / FA RK 20-7092
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), hoofdstuk 7 Wvggz. Toewijzing machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM


Team familie

Zaak-/rekestnummer: C/10/604237 / FA RK 20-7092

Betrokkenenummer: [nummer]

Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 17 september 2020 betreffende een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)

op verzoek van:

de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam, hierna: de officier,

met betrekking tot:

[naam betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum betrokkene] , [geboorteplaats betrokkene] ,

hierna: betrokkene,

wonende te [adres betrokkene] , [woonplaats betrokkene] ,

thans verblijvende in Yulius aan de [verblijfadres betrokkene] , [verblijfplaats betrokkene] ,

advocaat mr. I. Saey te Rotterdam.

1. Procesverloop

1.1.

Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 16 september 2020, heeft de officier verzocht om voortzetting van de op 15 september 2020 opgelegde crisismaatregel.


Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

  • -

    een afschrift van de beslissing tot het nemen van de crisismaatregel van 15 september 2020;

  • -

    de medische verklaring opgesteld door [naam psychiater 1] , psychiater, van 15 september 2020;

  • -

    de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz;

  • -

    het bericht dat er geen relevante politiegegevens en strafvorderlijke- en justitiële gegevens van betrokkene zijn.

1.2.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 17 september 2020. Bij die gelegenheid zijn verschenen:

  • -

    betrokkene met zijn hiervoor genoemde advocaat;

  • -

    [naam verpleegkundige] , verpleegkundige, en [naam psychiater 2] , psychiater, beiden verbonden aan Yulius;

  • -

    [naam] , de moeder van betrokkene.

1.3.

De officier is niet ter zitting verschenen, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.

2. Beoordeling

2.1.

Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op levensgevaar en, ernstig lichamelijk letsel. Betrokkene heeft in korte tijd twee zelfmoordpogingen ondernomen, nadat de relatie tussen hem en zijn vriendin is verbroken. De psychiater verklaart dat betrokkene snel kan omslaan in zijn gedrag en dat hij impulsief kan reageren op onprettige situaties. Betrokkene kan volgens eigen zeggen nog niet goed omgaan met tegenslagen. Hij wordt dan somber, wanhopig en ziet geen andere uitweg dan de dood. Zijn ADHD maakt hem gevoeliger voor impulsiviteit. Op het moment verklaart betrokkene niet dood te willen, maar dat kan volgens de psychiater snel omslaan. Het is nodig dat betrokkene behandeld wordt, zodat hij in dergelijke situaties beter met zijn gevoelens om kan gaan. Er wordt toegewerkt naar een snelle ambulante behandeling. Dat traject is echter nog niet goed vormgegeven, waardoor het risico bestaat dat betrokkene thuis opnieuw tot het hiervoor genoemde gedrag kan komen.

2.2.

Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, in de vorm van een depressieve stoornis al dan niet in combinatie met een posttraumatische stressstoornis, een autismespectrumstoornis en ADHD.

2.3.

De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.

2.4.

Op basis van de medische verklaring en de mondelinge behandeling, acht de rechtbank de volgende in de crisismaatregel genomen vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel af te wenden:

  • -

    het beperken van de bewegingsvrijheid;

  • -

    het opnemen in een accommodatie.

2.5.

De onderstaande door de officier verzochte vormen van verplichte zorg worden niet toegewezen:

  • -

    het toedienen van vocht, voeding en medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;

  • -

    het insluiten;

  • -

    het uitoefenen van toezicht op betrokkene;

  • -

    het onderzoek aan kleding of lichaam;

  • -

    het onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedragsbeïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;

  • -

    het controleren op de aanwezigheid van gedragsbeïnvloedende middelen;

  • -

    het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;

  • -

    het beperken van het recht op het ontvangen van bezoek.

De noodzakelijkheid van bovenstaande vormen van zorg is niet (afdoende) gemotiveerd en de psychiater heeft ter zitting verklaard dat deze niet nodig zijn om het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel af te wenden.

2.6.

Betrokkene verzet zich tegen deze zorg. Hij wil liever thuis blijven en ambulant geholpen worden. De moeder van betrokkene deelt die voorkeur. Hoewel de rechtbank deze wens begrijpt, is zij van oordeel dat er op dit moment geen minder bezwarende alternatieven zijn die hetzelfde beoogde effect hebben. Het is nog te kort geleden dat betrokkene zelfmoordpogingen heeft ondernomen. Zonder adequate ambulante hulp is het gedrag van betrokkene onvoorspelbaar volgens de psychiater. Betrokkene verklaart weliswaar op dit moment niet suïcidaal te zijn, maar zijn toestandsbeeld kan ineens veranderen als betrokkene met een nare situatie geconfronteerd wordt.

2.7.

De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.

2.8.

Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken na vandaag. De rechtbank ziet geen aanleiding om de machtiging voor een kortere duur toe te wijzen. Er bestaat namelijk nog veel onduidelijkheid rondom het ambulante traject van betrokkene. Een kortere duur van de machtiging kan ervoor zorgen dat de veiligheid van betrokkene in het geding komt als hij naar huis gaat en de ambulante hulp niet adequaat is vormgegeven.

3. Beslissing

De rechtbank:

3.1.

verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van [naam betrokkene] voornoemd;

3.2.

bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.4. kunnen worden getroffen;

3.3.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 8 oktober 2020.

Deze beschikking is op 17 september 2020 mondeling gegeven door mr. A. Buizer, rechter, in tegenwoordigheid van V. Merkouris, griffier, en op 24 september 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.