Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:8543

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
25-09-2020
Datum publicatie
30-09-2020
Zaaknummer
10/651033-19
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling voor brandstichting in een kliniek waar verdachte verbleef en vernieling van de ruiten van een aantal politieauto’s. Met zijn handelingen wilde verdachte een bepaald statement maken. Door de psycholoog en psychiater is geadviseerd hem verminderd toerekeningsvatbaar te achten. Dat advies heeft de rechtbank overgenomen. Daarmee rekening houdend is aan verdachte een gevangenisstraf van 102 dagen opgelegd, gelijk aan zijn voorarrest.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 2

Parketnummer: 10/651033-19

Datum uitspraak: 25 september 2020

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren op [geboortedatum verdachte] te [geboorteplaats verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres verdachte] , [woonplaats verdachte] ,

raadsman mr. D. Vermaat, advocaat te Barendrecht.

1. Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 11 september 2020.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3. Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. W.D. van den Berg heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van de feiten 1, 2, 3 en 4;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van acht maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 136 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar en als bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich zal gedragen naar de aanwijzingen van de reclassering;

  • -

    een taakstraf voor de duur van 120 uren, subsidiair 60 dagen vervangende hechtenis.

4. Waardering van het bewijs

4.1.

Bewezenverklaring zonder nadere motivering

De feiten 2, 3 en 4 zijn door de verdachte bekend. Deze feiten zullen zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.

4.2.

Feit 1 (brandstichting)

Standpunt verdediging

Ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde feit heeft de verdediging vrijspraak bepleit. Daartoe heeft de raadsman betoogd dat bij het in brand steken van de tas geen gevaar voor goederen en evenmin gevaar voor personen te duchten was. De verdachte heeft de tas bewust onder een brandmelder geplaatst en in de buurt van de tas lag een blusdeken, zodat sprake was van een gecontroleerde brand. Bovendien heeft de verdachte zich er van te voren van vergewist dat er geen mensen op de omliggende kamers aanwezig waren.

Beoordeling

Vast staat dat de verdachte op 17 december 2019 een tas met spullen in brand heeft gestoken in een gang in de psychiatrische kliniek Bavo Europoort in Capelle aan den IJssel.

De verklaring van de verdachte dat sprake was van een “gecontroleerde brand” waarbij geen gevaar voor goederen en mensen te duchten was, vindt geen steun in het dossier. Volgens een verklaring van een verpleegkundige in de kliniek waren er patiënten aanwezig in de kamers grenzend aan de gang waar de brand is gesticht. Deze patiënten zijn geëvacueerd. Verder blijkt uit de aangifte dat een branddeken verstopt was in een douche en deze dus niet in de buurt van de tas lag. Ook blijkt uit onderzoek van de politie dat de brand niet onder een brandmelder is aangestoken. Dit alles staat dus haaks op wat de verdachte hierover heeft verklaard. Bovendien blijkt uit forensisch onderzoek van de politie dat bij verdere ontwikkeling van de brand grotere brandschade in het gebouw had kunnen ontstaan en dat de rook die is vrijgekomen toxische stoffen bevat die gevaarlijk zijn voor de gezondheid van personen. De medewerkers van de kliniek die de brand hebben geblust en de kamers hebben ontruimd, hebben dit zonder (adem)bescherming moeten doen.

Op grond van het voorgaande moet worden geconcludeerd dat bij de brand gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar, althans gevaar voor zwaar lichamelijk letsel, te duchten was. Het andersluidende betoog van de verdediging wordt dan ook verworpen. Een en ander betekent dat de rechtbank komt tot een bewezenverklaring van het onder 1 ten laste gelegde.

4.3.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 ten laste gelegde heeft begaan.

In bijlage III heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, omdat de verdachte de bewezen verklaarde feiten 2, 3 en 4 heeft bekend en geen verweer is gevoerd dat strekt tot vrijspraak. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2, 3 en 4 ten laste gelegde heeft begaan.

De verdachte heeft de bewezen verklaarde feiten op die wijze begaan dat:

1

hij op 17 december 2019 te Capelle aan den IJssel,

opzettelijk brand heeft gesticht in een (psychiatrische) kliniek, gelegen aan de [adres delict] , immers heeft verdachte toen aldaar

opzettelijk open vuur in aanraking gebracht met een tas met daarin

kranten en kledingstukken, ten gevolge waarvan

brand is ontstaan envoornoemde tas met daarin krantenenkledingstukkenen een deel van de vloer in voornoemde (psychiatrische) kliniek, gedeeltelijk zijn verbrand, terwijl daarvan gemeen

gevaar voor voornoemde (psychiatrische) kliniek, en

zich in voomoemde (psychiatrische) kliniek,

bevindende goederen, en

levensgevaar, althans gevaar voor zwaar lichamelijk letsel, voor zich op dat

moment in voornoemde (psychiatrische) kliniek,

bevindende personen, te duchten was;

2

hij op 24 november 2019 te Amsterdam,

opzettelijk en wederrechtelijk een ruit (van een dienstvoertuig met kenteken

[kentekennummer 1] ), toebehorende aan politie

eenheid Amsterdam,

heeft vernield ;

3

hij in de periode van 26 september 2019 tot en met 27 september

2019 te Amsterdam,

opzettelijk en wederrechtelijk een ruit (van een dienstvoertuig met kenteken

[kentekennummer 2] ), toebehorende aan politie

eenheid Amsterdam,

heeft vernield ;

4

hij op 28 september 2019 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer,

opzettelijk en wederrechtelijk een ruit (van een dienstvoertuig met kenteken

[kentekennummer 3] ), toebehorende aan de

Koninklijke Marechaussee, heeft vernield .

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5. Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

1.

brandstichting terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is;

2, 3 en 4, telkens:

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten delen aan een

ander toebehoort vernielen.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De feiten zijn dus strafbaar.

6. Strafbaarheid verdachte

Standpunt verdediging

De verdediging heeft betoogd dat de verdachte in afwijking van de conclusies van de gedragsdeskundigen ten aanzien van alle bewezenverklaarde feiten volledig ontoerekeningsvatbaar moet worden verklaard.

Beoordeling

Psychiater C.J.F. Kemperman en forensisch psycholoog drs. P.E. Geurkink hebben beiden op 11 maart 2020 gerapporteerd over de verdachte.

Door de psychiater is met betrekking tot de toerekenvatbaarheid onder meer het volgende geadviseerd: Bij betrokkene bestaat chronische (neuro)psychiatrische problematiek, waarbij gevolgen van herseninfarcten o.a. tot uiting komen in een fluctuerende stemmingsstoornis, een bipolaire stoornis met manisch psychotische ontremming. Betrokkene hanteerde een vreemde manier om zijn eigen doelen te bereiken en woede te uiten gefundeerd op ontremming bij een manisch beeld na CVA’s toen hij zijn medicatie had gestopt. Hij kon onjuistheden moeilijk tolereren en zag zich als klokkenluider. Dit leidt tot het advies om het tenlastegelegde in een verminderde mate toe te rekenen.

De psycholoog adviseert onder meer als volgt: Bij betrokkene is sprake van een psychische stoornis ontstaan na twee in 2011 doorgemaakte CVA’s, die classificerend volgens de DSM 5 zijn: een andere gespecificeerde disruptieve impulscontrole en gedragsstoornis, een bipolaire 1 stoornis en een neurocognitieve stoornis. Deze stoornissen zijn het gevolg van de hersenbeschadiging (frontaal syndroom) als gevolg van de doorgemaakte CVA’s.

Hoewel hij nog wel in staat is om afwegingen te maken kan hij onvoldoende afstand nemen van zijn denkbeelden en moet hij handelen vanuit de ontremming. Dit leidt tot het ten laste gelegde. Betrokkene wil een daad stellen tegen het onbegrip dat hij meemaakt. Hij kan zich hier niet meer van losmaken. Hoewel hij afgewogen handelt worden zijn denken en handelen wel aangejaagd door de ontremming. Ondergetekende adviseert dan ook om betrokkene het ten laste gelegde in verminderde mate toe te rekenen.

De rechtbank ziet in het betoog van de verdediging geen reden om te twijfelen aan de juistheid van deze adviezen. Op grond daarvan wordt de verdachte dus in verminderde mate toerekeningsvatbaar geacht en in zoverre is hij dus strafbaar.

7. Motivering straf

7.1.

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

7.2.

Feiten waarop de straf is gebaseerd

De verdachte heeft uit boosheid brand gesticht in een psychiatrische kliniek waar hij verbleef, met de nodige risico’s voor personen en goederen tot gevolg. Hij heeft door zijn handelen een gevaarlijke situatie in het leven geroepen. Dat er slechts beperkte materiële schade is ontstaan, is te danken aan het alerte en adequate optreden van de BHV’ers van de kliniek. Brandstichting is een ernstig feit dat angst en onrust kan veroorzaken bij direct betrokkenen. Daarnaast heeft de verdachte de ruiten van twee politieauto’s en een auto van de Koninklijke Marechaussee vernield omdat hij een statement wilde maken. De verdachte wilde hierdoor afdwingen dat politieauto’s standaard van lifehammers werden voorzien. Wat daar ook van zij, dit is niet de manier waarop hij zijn boodschap voor het voetlicht had moeten brengen. Het heeft namelijk tot overlast en schade geleid. Een en ander wordt de verdachte aangerekend.

7.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van
28 augustus 2020, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

Rapportages

Reclassering Nederland te Rotterdam heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 17 maart 2020. Daarin staat dat zij interventies of toezicht niet nodig vindt omdat er sprake is van een aanvaardbaar recidiverisico en een lopende rechterlijke machtiging op grond waarvan de verdachte de zorg en (medicamenteuze) behandeling kan krijgen die hij behoeft.

Verder is gekeken naar de eerdergenoemde rapporten van de psychoiater en pschycholoog. Daaruit blijkt dat bij de verdachte onder andere sprake is van een gedragsstoornis, een bipolaire stoornis en een neurocognitieve stoornis. Deze stoornissen zijn het gevolg van de hersenbeschadiging (frontaal syndroom) als gevolg van twee in 2011 doorgemaakte CVA’s.

7.4.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in min of meer vergelijkbare zaken zijn opgelegd.

De rechtbank zal een onvoorwaardelijke gevangenisstraf opleggen die gelijk is aan het voorarrest. Anders dan de officier van justitie, ziet de rechtbank geen aanleiding om daarnaast een voorwaardelijke gevangenisstraf of een taakstraf op te leggen. Daarbij is van belang dat de verdachte zich schuldbewust heeft getoond en dat hij zich inmiddels goed is doordrongen van zijn stoornissen. Daarmee samenhangend ziet de verdachte het belang in van de inname van medicatie om te voorkomen dat hij opnieuw strafbare feiten zal plegen of anderszins in de problemen zal komen. In lijn met het advies van de reclassering zal worden afgezien van het opleggen van reclasseringstoezicht. De verdachte is inmiddels voldoende in de zorg ingebed en de lopende rechterlijke machtiging kan voor zover nodig telkens worden verlengd.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.

8. Vordering benadeelde partij / schadevergoedingsmaatregel

Ter zake van feit 2 heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd: de Nationale Politie, eenheid Amsterdam. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 290,65 aan materiële schade.

Vast is komen te staan dat aan de benadeelde partij door het onder 2 bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks materiële schade is toegebracht. De gevorderde schadevergoeding is genoegzaam onderbouwd, zodat de vordering zal worden toegewezen.

De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 24 november 2019.

Omdat de vordering van de benadeelde partij zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht.

9. Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikel 36f, 57, 157 en 350 van het Wetboek van Strafrecht.

10. Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

11. Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 102 (honderdentwee) dagen;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte, die bij eerdere beslissing is geschorst;


veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij de Nationale Politie, eenheid Amsterdam, te betalen een bedrag van € 290,65 (tweehonderdnegentig euro en vijfenzestig eurocent), bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 24 november 2019 tot aan de dag der algehele voldoening;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij de Nationale Politie, eenheid Amsterdam, te betalen € 290,65 (tweehonderdnegentig euro en vijfenzestig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 november 2019 tot aan de dag van de algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom te vervangen door 5 (vijf) dagen gijzeling. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij de Nationale Politie, eenheid Amsterdam, tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J. de Lange, voorzitter,

mr. V.F. Milders en mr. W.M. Stolk, rechters,

in tegenwoordigheid van A. Gaal, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

De griffier is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

1.

(parketnummer: 10/651033-19)

hij op of omstreeks 17 december 2019 te Capelle aan den IJssel,

opzettelijk brand heeft gesticht in een (psychiatrische) kliniek, althans in

een pand, gelegen op/aan de [adres delict] , immers heeft verdachte toen aldaar

opzettelijk (open) vuur in aanraking gebracht met een tas met daarin meerdere,

althans een, krant(en) en/of papier(en) en/of meerdere, althans een,

kledingstuk(ken), althans met (een) brandbare stof(fen), ten gevolge waarvan

brand is ontstaan en/of voornoemde tas met daarin meerdere, althans een,

krant(en) en/of papier(en) en/of meerdere, althans een, kledingstuk(ken)

en/of (een deel van) de vloer in voornoemde (psychiatrische) kliniek, althans

een pand, geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, terwijl daarvan gemeen

gevaar voor voornoemde (psychiatrische) kliniek, althans voomoemd pand, en/of

zich in voomoemde (psychiatrische) kliniek, althans voornoemd pand,

bevindende goederen, in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of

levensgevaar, althans gevaar voor zwaar lichamelijk letsel, voor zich op dat

moment in voornoemde (psychiatrische) kliniek, althans voomoemd pand,

bevindende perso(o)n(en), in elk geval levensgevaar, althans gevaar voor

zwaar lichamelijk letsel, voor een ander of anderen, te duchten was;

Subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 17 december 2019 te Capelle aan den IJssel,

opzettelijk en wederrechtelijk (een deel van) de vloer in een (psychiatrische)

kliniek, althans in een pand, gelegen op/aan de [adres delict] , in elk geval

enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan BAVO, in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of

onbruikbaar gemaakt;

2.

(parketnummer: 10/652003-20)

hij op of omstreeks 24 november 2019 te Amsterdam,

opzettelijk en wederrechtelijk een ruit (van een dienstvoertuig met kenteken

[kentekennummer 1] ), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan politie

eenheid Amsterdam, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

3.

(parketnummer: 10/652004-20)

hij in of omstreeks de periode van 26 september 2019 tot en met 27 september

2019 te Amsterdam,

opzettelijk en wederrechtelijk een ruit (van een dienstvoertuig met kenteken

[kentekennummer 2] ), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan politie

eenheid Amsterdam, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

4.

(parketnummer: 10/652004-20)

hij op of omstreeks 28 september 2019 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer,

opzettelijk en wederrechtelijk een ruit (van een dienstvoertuig met kenteken

[kentekennummer 3] ), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de

Koninklijke Marechaussee, in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt.