Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:8525

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
30-09-2020
Datum publicatie
30-09-2020
Zaaknummer
8247130
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Eerdere opzegging telefoonabonnement komt niet vast te staan. Verlenging overeenkomst staat ook niet vast. Verzendoverzicht Tele2 is onvoldoende, schadevergoeding abonnement afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 8247130 \ CV EXPL 20-167

uitspraak: 4 september 2020

vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Tele2 Nederland B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

eiseres,

gemachtigde: Landelijke Associatie van Gerechtsdeurwaarders B.V. te Groningen,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats gedaagde] ,

gedaagde,

procederend in persoon.

Partijen worden hierna aangeduid als ‘Tele2’ en ‘ [gedaagde] ’.

1. Het verdere procesverloop

1.1.

Het verder verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter kennis heeft genomen:

  • -

    het tussenvonnis van 15 mei 2020 en de daaraan ten grondslag liggende stukken;

  • -

    de akte uitlating met producties van Tele2;

  • -

    de rolbeslissing van 10 juli 2020;

  • -

    de schriftelijke reactie van [gedaagde] .

1.2.

De kantonrechter heeft de uitspraak van dit vonnis bepaald op heden.

2. De verdere beoordeling

2.1.

Tele2 maakt kort gezegd aanspraak op betaling van abonnementsgelden en op een schadevergoeding wegens ontbinding van de overeenkomst.

2.2.

Ten aanzien van de gevorderde abonnementsgelden over augustus tot en met 11 oktober 2018 wordt het volgende overwogen. Vast staat dat partijen een overeenkomst met elkaar hadden en dat [gedaagde] uit hoofde van die overeenkomst € 45,- per maand diende te betalen aan Tele2. Van belang is daarom wanneer de overeenkomst tussen partijen is geëindigd. Tele2 voert aan dat de overeenkomst is opgezegd op 27 september 2018, waarop Tele2 de overeenkomst per 11 oktober 2018 heeft beëindigd. [gedaagde] voert aan dat hij de overeenkomst al eerder had opgezegd, namelijk in augustus 2018. Hij geeft aan dat hij Tele2 telefonisch niet kon bereiken en dat hij toen per e-mail de overeenkomst heeft opgezegd. Tele2 betwist de ontvangst van die e-mail. [gedaagde] heeft daarop zijn standpunt niet verder onderbouwd. Hij geeft aan dat hij geen toegang meer heeft tot de mailbox van waaruit hij de opzeggingsmail heeft verzonden. De kantonrechter oordeelt daarom dat als onvoldoende gemotiveerd betwist vast komt te staan dat de overeenkomst per 11 oktober 2018 is geëindigd. De vordering tot betaling van de facturen met een totale hoogte van € 95,03 wordt dan ook toegewezen.

2.3.

Tele2 maakt ook aanspraak op een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten, ten aanzien van deze facturen, ter hoogte van € 40,-. Tele2 heeft daartoe bij dagvaarding een aanmaning overgelegd, die voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. [gedaagde] heeft niet betwist dat hij die brief heeft ontvangen. De gevorderde vergoeding, die is berekend conform het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten, wordt daarom toegewezen.

2.4.

Tele2 maakt verder aanspraak op een schadevergoeding. Zij stelt daartoe dat partijen reeds lange tijd een overeenkomst hadden, maar dat zij in mei 2018 een nieuw jaarcontract met elkaar hebben gesloten, die door de opzegging van [gedaagde] voortijdig is beëindigd. De schadevergoeding ziet op ‘misgelopen’ abonnementsgelden. Voor de beoordeling van deze vordering moet eerst worden vastgesteld of partijen in mei 2018 een nieuwe overeenkomst hebben gesloten. Wat dat betreft is er geen discussie over dat [gedaagde] in mei 2018 te kennen heeft gegeven dat hij sneller internet wilde, dat hij aanvankelijk daarvoor wilde overstappen naar KPN en dat hij uiteindelijk toch bij Tele2 is gebleven. Tele2 stelt dat zij toen telefonisch een nieuwe overeenkomst heeft gesloten met [gedaagde] , hetgeen zij heeft bevestigd in diverse e-mails. [gedaagde] betwist dit. Hij voert aan dat hem is meegedeeld dat de snelheidsverhoging mógelijk tot een nieuwe overeenkomst zou leiden, maar dat hij hiervan nooit een bevestiging heeft ontvangen, zodat hij ervanuit is gegaan dat zijn lopende overeenkomst is aangepast, aangezien hij ook hetzelfde maandbedrag is blijven betalen.

2.5.

Het is aan Tele2 om te onderbouwen dat zij een ‘nieuwe’ overeenkomst heeft gesloten met [gedaagde] . Conform artikel 3:37 lid 3 BW is het daarom ook Tele2 die moet aantonen dat de betreffende e-mails [gedaagde] hebben bereikt. Naar oordeel van de kantonrechter heeft Tele2 dit onvoldoende onderbouwd. Ze heeft weliswaar een verzendoverzicht uit haar systeem in het geding gebracht, maar dit is niet genoeg. Het verzendoverzicht toont slechts technische omschrijvingen van berichten die door Tele2 als verzonden zijn aangemerkt. Uit het verzendoverzicht blijkt echter niet wat de inhoud van de e-mails is en of deze daadwerkelijk zijn verzonden, laat staan dat hieruit blijkt dat [gedaagde] de e-mails heeft ontvangen. Ook de interne telefoonnotitie geeft slechts de aantekeningen van de medewerker van Tele2 weer, maar toont niet aan dat hierover overeenstemming is bereikt met [gedaagde] . Als onvoldoende onderbouwd komt dan ook niet vast te staan dat partijen een nieuwe overeenkomst hebben gesloten, te meer omdat onbetwist is dat [gedaagde] voor en na de wijziging hetzelfde maandbedrag betaalde aan Tele2.

2.7.

Het voorgaande betekent dat er geen sprake is van een voortijdige beëindiging van de overeenkomst tussen Tele2 en [gedaagde] . De door Tele2 gevorderde schadevergoeding wordt dan ook als onvoldoende onderbouwd afgewezen.

2.8.

Omdat beide partijen voor een deel in het ongelijk zijn gesteld ziet de kantonrechter aanleiding om de proceskosten te compenseren, in die zin dat beide partijen de eigen kosten dragen.

3. De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt [gedaagde] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Tele2 te betalen een bedrag van € 135,03 aan abonnementsgelden en incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf de dag van de dagvaarding tot aan de dag van de algehele voldoening;

compenseert de proceskosten, in die zin dat beide partijen de eigen kosten dragen;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.J.L.M. van der Wildt en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

33394