Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:8470

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
04-09-2020
Datum publicatie
07-01-2021
Zaaknummer
C/10/597217 / JE RK 20-1457 en C/10/602115 / JE RK 20-2274
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

ondertoezichtstelling

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

zaakgegevens: C/10/597217 / JE RK 20-1457 en C/10/602115 / JE RK 20-2274

datum uitspraak: 4 september 2020

beschikking ondertoezichtstelling

in de zaken van

de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering,

hierna te noemen de GI, gevestigd te Amsterdam,

en

de Raad voor de Kinderbescherming Rotterdam,

hierna te noemen de Raad, gevestigd te Eindhoven,

betreffende

[naam kind] ,

geboren op [geboortedatum kind] 2019 te [geboorteplaats kind] , hierna te noemen [naam kind] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam moeder] ,

hierna te noemen de moeder, wonende te [woonplaats moeder] ,

[naam vader] ,

hierna te noemen de vader, wonende te [woonplaats vader] .

Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:

- het verzoek met bijlagen van de GI van 26 mei 2020, ingekomen bij de griffie op 27 mei 2020;

- het verzoek met bijlagen van de Raad van 11 augustus 2020, ingekomen bij de griffie op 11 augustus 2020.

Op 4 september 2020 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld.

Gehoord zijn:

- een vertegenwoordigster van de Raad, [naam vertegenwoordigster 1] ,

- een vertegenwoordigster van de GI, [naam vertegenwoordigster 2] .

Opgeroepen en niet verschenen zijn:

- de moeder,

- de vader.


De feiten

Het ouderlijk gezag over [naam kind] wordt uitgeoefend door de ouders.

[naam kind] woont samen met de moeder bij een moeder-kind-huis.

Bij beschikking van 1 augustus 2019 heeft de kinderrechter [naam kind] onder toezicht gesteld tot 1 augustus 2020. De kinderrechter heeft bij deze beschikking ook een machtiging tot uithuisplaatsing in een voorziening voor pleegzorg verleend tot 1 februari 2020.

De verzoeken

Het verzoek met zaaknummer C/10/597217:

De GI heeft verzocht de ondertoezichtstelling van [naam kind] te verlengen voor de duur van een jaar.

Het verzoek met zaaknummer C/10/602115:
De Raad heeft de ondertoezichtstelling van [naam kind] verzocht voor de duur van twaalf maanden.

De standpunten

De Raad heeft het verzoek ter zitting gehandhaafd en als volgt toegelicht. Er moet nog veel gebeuren voordat de moeder samen met [naam kind] weer naar huis kan. Hiervoor heeft de moeder te veel ondersteuning nodig.

De GI heeft zich ter zitting aangesloten bij het verzoek van de Raad. Met de moeder en [naam kind] gaat het goed bij het moeder-kind-huis. De moeder pakt de adviezen vanuit de begeleiding goed op. De ouders zijn sinds een aantal maanden uit elkaar. De moeder ervaart hier stress van. Er worden overleggen gevoerd met betrekking tot een bezoekregeling van de vader voor [naam kind] . De moeder staat aangemeld voor begeleid wonen vanuit ASVZ. Zodra het moeder-kind-huis aangeeft dat de moeder hier klaar voor is, kan ze daar naartoe.

De beoordeling

Het verzoek met zaaknummer C/10/597217:

De kinderrechter constateert dat de rechtbank het verzoek van de GI niet voor de afloop van de ondertoezichtstelling heeft behandeld. De ondertoezichtstelling is daarmee verlopen. Het verzoek van de GI om de ondertoezichtstelling van [naam kind] te verlengen kan dus niet meer worden toegewezen en de kinderrechter zal het verzoek van de GI daarom afwijzen.

Het verzoek met zaaknummer C/10/602115:

Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat [naam kind] ernstig in haar ontwikkeling wordt bedreigd. Sinds 23 maart 2020 verblijven [naam kind] en de moeder bij een moeder-kind-huis vanwege de zorgen over de veiligheid van [naam kind] en vanwege de onduidelijkheid of de moeder voldoende kan aansluiten bij de ontwikkeling van [naam kind] . De moeder maakt hier een positieve ontwikkeling door en leert nieuwe vaardigheden. Deze positieve ontwikkeling is echter nog pril, waardoor nog onvoldoende duidelijk is of de moeder over voldoende opvoedcapaciteiten beschikt en inmiddels voldoende kan aansluiten bij [naam kind] . De ondertoezichtstelling is noodzakelijk om meer zicht te verkrijgen en te bezien of de moeder de stijgende lijn kan vasthouden.

Uit het voorgaande volgt dat is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek. De kinderrechter zal [naam kind] daarom onder toezicht stellen voor de duur van twaalf maanden.

De beslissing

De kinderrechter:

stelt [naam kind] onder toezicht van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, gevestigd te Amsterdam, met ingang van

4 september 2020 tot 4 september 2021;

wijst het verzoek van de GI af;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 4 september 2020 door mr. M. van Kuilenburg, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. M.C.J. Holierhoek als griffier.

De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 23 september 2020.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Den Haag.