Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:8411

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
18-09-2020
Datum publicatie
25-09-2020
Zaaknummer
8201469 CV EXPL 19-51974
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Loonstop wegens weigeren re-integratie tweede spoor.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2020-1146
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 8201469 CV EXPL 19-51974

uitspraak: 18 september 2020

vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

in de zaak van

[eiseres] ,

woonplaats: [woonplaats eiseres] ,

eiseres bij exploot van dagvaarding van 22 november 2019,

gemachtigde: mr. P.A. Visser te Rotterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Asito Cure Zuid West B.V.,

statutair gevestigd te Almelo,

gedaagde,

gemachtigde: mr. A. Weijermars-Kalatozova te Almelo.

Partijen worden hierna aangeduid als “ [eiseres] ” respectievelijk “Asito”.

1. Het verloop van de procedure

1.1.

Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter kennis heeft genomen:

  • -

    het exploot van dagvaarding van 22 november 2019, met producties;

  • -

    de conclusie van antwoord met producties, ter griffie ingekomen op 6 februari 2020;

  • -

    het tussenvonnis van 10 februari 2020, waarin de datum voor de mondelinge behandeling op 23 maart 2020 is bepaald;

  • -

    de conclusie van repliek, tevens vermeerdering van eis, met producties, ter griffie ingekomen op 2 juni 2020;

  • -

    de conclusie van dupliek, tevens houdende akte verweer vermeerdering van eis, met producties, ter griffie ingekomen op 22 juli 2020.

1.2.

Als gevolg van de sluiting van de rechtbank door de uitbraak van het coronavirus heeft de geplande mondelinge behandeling op 23 maart 2020 geen doorgang kunnen vinden. Op verzoek van partijen is de procedure schriftelijk voortgezet. De kantonrechter heeft de uitspraak van dit vonnis bepaald op heden.

2. De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, staat tussen partijen, voor zover van belang, het volgende vast.

2.1.

[eiseres] , geboren op [geboortedatum eiseres] , is met ingang van 1 juni 2013 voor 15 uur per week in dienst getreden van Asito. [eiseres] is werkzaam in de functie medewerker algemeen schoonmaakonderhoud I. Het basis uurloon bedraagt laatstelijk €12,49 bruto.

2.2.

Sinds 20 maart 2018 is [eiseres] arbeidsongeschikt.

2.3.

Op 30 april 2019 is [eiseres] op het spreekuur van de bedrijfsarts geweest. De bedrijfsarts adviseert om onderlinge contacten te onderhouden, waarbij [eiseres] koffiemomenten op de werkvloer zal hebben en adviseert de re-integratie in het tweede spoor voort te zetten.

2.4.

Bij brief van 7 mei 2019 schrijft mevrouw [naam 1] , casemanager bij Asito, aan [eiseres] , voor zover van belang, het volgende:

(…) Werkgever en werknemer zijn wettelijk verplicht al het mogelijke te doen wat in hun macht ligt om te komen tot re-integratie. Hieronder behoort ook het opstarten van een 2e spoor reintegratietraject na het 1e ziektejaar. Asito heeft hiervoor de AT Groep in de arm genomen, dit is een gespecialiseerd bureau die ons hierbij ondersteunt.

Op 26 maart 2019 heeft [naam 2] van de AT Groep een trajectplan opgesteld, aan de hand van het gesprek wat zij met u gehad heeft. In dat gesprek is uitgelegd wat het 2e spoor inhoud en hoe een dergelijk traject in zijn werk gaat.

U heeft geweigerd om dit trajectplan te ondertekenen. U geeft aan dat u ziek bent, pijn heeft en dat u een vervroegde WIA (IVA) uitkering heeft aangevraagd. Navraag bij het UWV blijkt dat dit niet het geval is.

Ik heb u op 30 april 2019 gebeld en uw kant van het verhaal aangehoord, u gaf aan dat Asito volgens u verantwoordelijk is voor uw klachten en dat er leugens in het trajectplan stonden. Waar u op doelde was een typefout in uw aantal uren. U werkt 15 uur en geen 8,75 uur. Dit hebben wij gelijk laten corrigeren, maar desondanks weigert u te tekenen.

Aangezien u op grond van de Wet Verbetering Poortwachter (WVP) verplicht bent om mee te werken aan het spoor 2 traject, geven wij u nog 1 week te tijd om het trajectplan te ondertekenen en actief mee te gaan werken aan het traject. Doet u dit niet, dan zullen wij u loon gaan stopzetten. U krijgt tot 14 mei 2019 de tijd. Blijft u weigeren, dan zijn wij helaas genoodzaakt om uw salaris vanaf 14 mei a.s. stop te zetten. (…)”

2.5.

Op 21 juni 2019 heeft het UWV op verzoek van [eiseres] een deskundigenoordeel gegeven. In het arbeidsdeskundig rapport wordt vermeld dat de re-integratie-inspanningen van [eiseres] onvoldoende zijn, dat er wel benutbare mogelijkheden zijn en dat re-integratie-activiteiten naar passend werk kunnen worden uitgevoerd.

2.6.

Bij brief van 9 juli 2019 schrijft mevrouw [naam 3] , casemanager bij Asito (hierna: [naam 3] ), aan [eiseres] , voor zover van belang, het volgende:

(…) Wij hebben afgesproken dat u, zoals ook het advies van de bedrijfsarts is, wel komt koffiedrinken op het werk tot het oordeel van het UWV binnen is. Hierover zijn afspraken gemaakt met voorwerkster [naam 4] .

Ook heb ik uitgelegd dat wij, volgens de wet- en regelgeving, uw loon stop zetten zolang de aanvraag voor het deskundigenoordeel loopt. Dit komt voort uit dat er een advies ligt dat wij als werkgever en werknemer op moeten volgen. In uw geval zien wij de tijd van de aanvraag tot de datum waarop het oordeel van het UWV komt als niet meewerken aan re-integratie. Wij kunnen u nu namelijk niet begeleiden in spoor 2 waardoor de re-integratie stil valt.

Op 5 juli 2019 hebben wij het rapport deskundigenoordeel ontvangen van het UWV. Hieruit blijkt dat uw re-integratie-inspanningen onvoldoende zijn. U heeft benutbare mogelijkheden en kan re-integratie activiteiten naar passend werk uitvoeren. Op 8 juli hebben wij hier telefonisch contact over gehad en een afspraak gemaakt voor een gesprek met casemanager [naam 3] op maandag 15 juli 2019 om uur op het kantoor van Asito op het Erasmus MC.

(…)”

2.7.

Bij brief van 17 juli 2019 schrijft [naam 3] aan [eiseres] , voor zover van belang, het volgende:

“(…) Op maandag 15 juli hebben wij een gesprek gehad over de uitslag van het deskundigenoordeel en het hervatten van werk. U gaf bij ons aan dat u deze brief niet per post heeft ontvangen. U heeft deze brief alsnog ontvangen op 15 juli.

Wij zijn echter nog steeds van mening dat u niet voldoende meewerkt aan uw re-integratie en dat de loonstop nog steeds van kracht blijft. Wij hebben u tot 17 juli 10 uur de tijd gegeven om ons te laten weten of u het werk gaat hervatten en dus gaat starten met spoor 2. U heeft mij aangegeven met uw advocaat bezig te zijn en dat deze contact met ons zou opnemen voor de eerder genoemde datum. Echter hebben wij tot op heden nog niks van u vernomen. Wij stellen u tot 22 juli in de gelegenheid ons te voorzien van een schriftelijk antwoord.

Als u ervoor kiest om geen gehoor te geven aan die afspraak, danwel het uitvoeren van uw re-integratie verplichtingen per 22 juli 2019 dan zullen wij een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst indienen bij de Kantonrechter. Wij hopen echter dat het zover niet zal komen.

(…)”

2.8.

Bij brief van 26 augustus 2019 schrijft [naam 3] aan [eiseres] , voor zover van belang, het volgende:

In het kader van uw ziekmelding op 20 maart 2018 heeft u op 3 april 2019 een gesprek gehad met de arbeidsdeskundige de heer/mevrouw [naam 5] van Profeit Advies B.V. De arbeidsdeskundige heeft onderzocht of u, rekening houdend met uw beperkingen, bij Asito zou kunnen blijven werken. Naar aanleiding van het onderzoek is de arbeidsdeskundige tot de conclusie gekomen dat we ook moeten uitkijken naar ander werk bij een andere werkgever, ook wel spoor 2 genoemd.

Op 25 maart Heeft u hiervoor een intake gehad en op 30 april is er een wijziging in uw trajectplan geweest welke u zowel per post als per tekstbericht is medegedeeld. Deze wijziging had betrekking op de foutieve contracturen in uw trajectplan. Ondanks deze aanpassing heeft tot op 20 augustus jl. aangegeven niet akkoord te zijn en niet te tekenen. Derhalve hebben wij u meerdere brieven gestuurd met in de laatste brief d.d. 17 juli 2019 dat u tot 22 juli de gelegenheid had om dit wel te doen. Ondanks dat wij nu een maand verder zijn geven wij u nog een allerlaatste kans om alsnog te tekenen. U bent verplicht om aan dit traject mee te werken.

(…)”

2.9.

Asito heeft een loonstop toegepast van 17 juli 2019 tot en met 2 september 2019. Op 2 september 2019 heeft [eiseres] het trajectplan in het kader van re-integratie in het tweede spoor ondertekend.

2.10.

Op verzoek van [eiseres] heeft het UWV op 19 december 2019 een deskundigenoordeel gegeven. In het arbeidsdeskundig rapport wordt onder het kopje ‘beoordeling re-integratie inspanningen’ het volgende vermeld:

Zijn de inspanningen van de werknemer (in de betreffende periode) voldoende geweest?

Mijn conclusie is dat de re-integratie-inspanningen van werknemer onvoldoende zijn. Hiertoe overweeg ik het volgende:

Er is geen sprake van een medische oorzaak waarom werkneemster niet deel zou kunnen nemen aan een re-integratie-traject tweede spoor.

De gevraagde re-integratie-inspanningen, waaronder koffiemomenten, blijken niet onredelijk te zijn en zijn passend bij de belastbaarheid van werkneemster. Ik acht de inspanningen van werkneemster daarom als onvoldoende.”

3. De vordering

3.1.

[eiseres] heeft bij dagvaarding gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Asito te veroordelen tot betaling van het salaris, althans ziekengeld over de maanden juni, juli en augustus 2019 voor een bedrag van € 798,84 per maand, ter vermeerderen met de wettelijke verhoging tot het maximum van 50% per maand, althans te vermeerderen met een percentage door de rechtbank in goede justitie te bepalen, alsmede Asito te veroordelen in de proceskosten en de nakosten. Bij akte van repliek, tevens akte vermeerdering van eis, vordert [eiseres] onverkort doorbetaling van het salaris althans een veroordeling tot het verrichten van een dusdanige handeling c.q. maatregel, dat [eiseres] in aanmerking komt voor een uitkering krachtens enige werknemersvoorziening.

3.2.

Aan haar vordering heeft [eiseres] - zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang - ten grondslag gelegd dat [eiseres] niet in staat is enige activiteiten in de context van re-integratie in het tweede spoor te verrichten. De re-integratie in het tweede spoor is de facto uitsluitend een bepaalde vorm van bezig houden, die niet op enigerlei wijze werkgerelateerd is. Keuringsartsen van het UWV hebben geen oog gehad voor het ziektebeeld van [eiseres] . Asito heeft [eiseres] ten onrechte een loonsanctie opgelegd. [eiseres] heeft niet de re-integratie belemmerd of anderszins ervoor gezorgd dat Asito niet kon voldoen aan de op Asito rustende verplichtingen die Asito als werkgeefster heeft in de context van re-integratie in het tweede spoor. Mocht sprake zijn van een rechtsgeldige loonsanctie, dan is het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar dat [eiseres] hierdoor wordt getroffen. Er is voor Asito namelijk op geen enkele wijze nadeel ontstaan, aldus [eiseres] .

4. Het verweer

4.1.

Asito heeft de vordering betwist en heeft daartoe - zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang - het volgende aangevoerd. [eiseres] heeft gedurende lange tijd, zonder deugdelijke grond, geweigerd in voldoende mate mee te werken aan haar re-integratie doordat [eiseres] weigerde het trajectplan te ondertekenen en heeft geweigerd mee te werken naar het zoeken van andere passende werkzaamheden buiten Asito. Om die reden heeft Asito van 17 juli 2019 tot 3 september 2019 een loonstop toegepast.

4.2.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover relevant, nader ingegaan.

5. De beoordeling

Loonstop

5.1.

Tussen partijen is allereerst in geschil of Asito gerechtigd is een loonstop toe te passen vanwege het onvoldoende meewerken aan de re-integratieverplichtingen door [eiseres] doordat zij heeft geweigerd mee te werken aan het zoeken naar passende werkzaamheden buiten Asito; de zogenoemde re-integratie in het tweede spoor. [eiseres] vordert in het petitum van de dagvaarding betaling van salaris, althans ziekengeld, over de maanden juni, juli en augustus 2019. Uit het lichaam van de dagvaarding volgt echter dat [eiseres] aanspraak maakt op loon over de periode dat Asito geen loon heeft betaald, zijnde van 17 juli 2019 tot 3 september 2019. Ook uit hetgeen [eiseres] in de conclusie van repliek naar voren brengt, volgt dat [eiseres] haar loonvordering beperkt tot de periode 17 juli 2019 tot 3 september 2019. De kantonrechter zal hier dan ook vanuit gaan. Op de vermeerdering van eis zal hierna, vanaf overweging 5.8, nader worden ingegaan.

5.2.

De kantonrechter stelt voorop dat tussen partijen niet ter discussie staat dat [eiseres] sinds 20 maart 2018 wegens ziekte ongeschikt is voor de bedongen arbeid. [eiseres] heeft derhalve in beginsel ingevolge artikel 7:629 BW recht op doorbetaling van het loon. In artikel 7:629 lid 3 BW is een aantal uitsluitingsgronden opgenomen, op grond waarvan [eiseres] haar recht op loondoorbetaling kan verliezen. In artikel 7:629 lid 3 onder d BW wordt als uitzondering genoemd de tijd gedurende welke de werknemer zonder deugdelijke grond weigert mee te werken aan door de werkgever of door een door hem aangewezen deskundige gegeven redelijke voorschriften of getroffen maatregelen die erop gericht zijn om de werknemer in staat te stellen passende arbeid te verrichten. Deze uitsluitingsgrond correspondeert met de in artikel 7:660 lid 1 onder a BW opgenomen re-integratieverplichtingen voor de werknemer: de werknemer is verplicht gevolg te geven aan redelijke voorschriften en mee te werken aan maatregelen die erop zijn gericht hem zijn eigen of andere passende arbeid te laten verrichten.

5.3.

[eiseres] heeft onvoldoende gemotiveerd weersproken dat zij het door de at.groep, een door Asito ingeschakeld extern re-integratiebureau, opgestelde trajectplan in het kader van de re-integratie in het tweede spoor tot 2 september 2019 heeft geweigerd te ondertekenen. [eiseres] stelt zich op het standpunt dat zij niet in staat is enige activiteiten in de context van re-integratie in het tweede spoor te verrichten. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft [eiseres] , door te weigeren het trajectplan in het kader van de re-integratie in het tweede spoor te ondertekenen en door het weigeren van enige re-integratie-activiteit in het kader van het tweede spoor te verrichten, zonder deugdelijke grond geweigerd mee te werken aan door de werkgever of door een door hem aangewezen deskundige gegeven redelijke voorschriften of getroffen maatregelen die erop gericht zijn om de werknemer in staat te stellen passende arbeid te verrichten als bedoeld in artikel 7:629 lid 3 sub d BW. De kantonrechter overweegt daartoe het volgende.

5.4.

Op 1 februari 2019 heeft de bedrijfsarts vastgesteld dat [eiseres] weliswaar beperkingen heeft, maar dat er wel benutbare mogelijkheden zijn, waarbij de bedrijfsarts een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) heeft opgesteld. Op 3 april 2019 heeft Profeit Advies B.V. op verzoek van Asito een arbeidsdeskundig onderzoek uitgevoerd. In de samenvatting en conclusie van de arbeidsdeskundige rapportage valt te lezen dat binnen Asito voor [eiseres] geen andere passende reguliere werkzaamheden voorhanden zijn en dat [eiseres] graag ondersteund wil worden bij het vinden van ander passend werk buiten Asito. De arbeidsdeskundige beveelt aan [eiseres] te begeleiden en te ondersteunen bij het vinden van ander passend werk, waarbij ondersteuning van een re-integratiebedrijf noodzakelijk is. De bedrijfsarts adviseert op 30 april 2019 het tweede spoor voort te zetten. Asito heeft at.groep ingeschakeld om [eiseres] te begeleiden bij de re-integratie in het tweede spoor. Vervolgens heeft het UWV op 21 juni 2019 een deskundigenoordeel over de periode maart 2018 tot 21 mei 2019 gegeven, waarvan de conclusie luidt dat de re-integratie-inspanningen van [eiseres] onvoldoende zijn, dat er benutbare mogelijkheden zijn en dat re-integratie activiteiten naar passend werk kunnen worden uitgevoerd. Op 19 december 2019 heeft het UWV op verzoek van [eiseres] wederom een deskundigenoordeel gegeven. In dat deskundigenoordeel, dat ziet op de periode 21 juni 2019 tot 14 november 2019, wordt geconcludeerd dat de re-integratie-inspanningen van [eiseres] onvoldoende zijn. In het arbeidsdeskundig rapport wordt vermeld dat geen sprake is van een medische oorzaak waardoor [eiseres] niet zou kunnen deelnemen aan een re-integratietraject tweede spoor en dat de gevraagde re-integratie-inspanningen, waaronder koffiemomenten, niet onredelijk blijken te zijn en passen bij de belastbaarheid van [eiseres] . Uit de hiervoor aangehaalde oordelen van de bedrijfsarts, het arbeidsdeskundig onderzoek van Profeit Advies en de twee deskundigenoordelen van het UWV - waarbij met name het deskundigenoordeel van 19 december 2019 van belang is, aangezien dit deskundigenoordeel ziet op de in dit geding relevante periode - volgt dat [eiseres] in staat wordt geacht activiteiten in het kader van re-integratie in het tweede spoor te ontplooien. Door zich op het standpunt te stellen dat zij niet in staat is mee te werken aan re-integratie in het tweede spoor en door te weigeren het trajectplan in het kader van re-integratie in het tweede spoor te ondertekenen, heeft [eiseres] de ingevolge artikel 7:660a lid 1 sub a BW op haar rustende re-integratieverplichting geschonden. Bij brief van 7 mei 2019 heeft Asito bovendien aangekondigd een loonstop toe te passen, indien [eiseres] zou blijven weigeren het trajectplan te ondertekenen. Asito heeft derhalve op goede gronden een loonsanctie mogen toepassen van 17 juli 2019 tot 2 september 2019, het moment dat [eiseres] het trajectplan in het kader van re-integratie in het tweede spoor heeft ondertekend en een start kon worden gemaakt met de re-integratie in het tweede spoor.

5.5.

De door [eiseres] overlegde medische stukken van de huisarts en verschillende behandelaars leiden niet tot een ander oordeel. Dat [eiseres] (forse) medische beperkingen heeft wordt door Asito niet weersproken en volgt ook uit het oordeel van de bedrijfsarts, het arbeidsdeskundig onderzoek van Profeit Advies en de twee deskundigenoordelen van het UWV. Uit die oordelen volgt echter niet dat [eiseres] in de periode 17 juli 2019 tot 3 september 2019 niet kon meewerken aan re-integratie in het tweede spoor. Integendeel: in de verschillende oordelen wordt re-integratie in het tweede spoor geadviseerd.

5.6.

Anders dan [eiseres] heeft aangevoerd, is het toepassen van een loonstop niet naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. Dat er voor Asito nadeel moet zijn ontstaan als gevolg van het niet naleven van de re-integratieverplichtingen door [eiseres] is, anders dan [eiseres] heeft aangevoerd, gelet op het bepaalde in artikel 7:629 lid 3 BW geen vereiste voor het rechtsgeldig toepassen van een loonstop. Daarbij komt dat het UWV pas aan het eind van het tweede ziektejaar bij de aanvraag van een WIA-uitkering door de werknemer zal toetsen of een bevredigend re-integratieresultaat is bereikt en zo niet, of de re-integratie-inspanningen van de werkgever - zoals onder andere neergelegd in artikel 7:658a BW - voldoende zijn geweest. Asito heeft terecht onder verwijzing naar de Werkwijzer Poortwachter - die door het UWV wordt toegepast bij de toetsing van de re-integratie-inspanningen - aangevoerd dat zij, indien nodig, prikkelende maatregelen zal moeten treffen om een werknemer tot medewerking aan de re-integratieverplichtingen te stimuleren en dat zij, indien zij dat niet doet, het risico loopt dat het UWV Asito aan het eind van het tweede ziektejaar een loonsanctie oplegt.

5.7.

Gelet op het hiervoor overwogene, zal de kantonrechter de loonvordering van [eiseres] met betrekking tot de periode 17 juli 2019 tot 3 september 2019 afwijzen.

Vermeerdering van eis

5.8.

Bij conclusie van repliek, tevens akte tot vermeerdering van eis, heeft [eiseres] haar eis vermeerderd. Asito heeft hier bij conclusie van dupliek, tevens antwoord-akte vermeerdering van eis op gereageerd en voor wat betreft de eisvermeerdering het standpunt ingenomen dat de eisvermeerdering onduidelijk is, zodat zij niet weet waartegen zij verweer moet voeren. De kantonrechter zal derhalve eerst beoordelen of de eisvermeerdering toelaatbaar is.

5.9.

Vastgesteld wordt dat de gewijzigde eis niet afzonderlijk geformuleerd is opgenomen onderaan de conclusie van repliek, tevens akte vermeerdering van eis. De kantonrechter is het met Asito eens dat de eisvermeerdering niet helder door [eiseres] is geformuleerd. Wel kan worden vastgesteld dat het lichaam van de conclusie, na de paragraaf ‘ ‘zweeft’ in arbeidsrechtelijke zin’ wordt afgesloten met de zin: “[eiseres] vordert derhalve onverkort doorbetaling van het salaris althans een veroordeling tot het verrichten van een dusdanige handeling c.q. maatregel, dat [eiseres] in aanmerking komt voor een uitkering krachtens enige werknemersvoorziening.” Hieruit kan worden afgeleid dat de eisvermeerdering kennelijk bestaat uit een vordering tot doorbetaling van het salaris althans een veroordeling tot het verrichten van een dusdanige handeling c.q. maatregel, dat [eiseres] in aanmerking komt voor een uitkering krachtens enige werknemersvoorziening. Asito heeft de gelegenheid gehad zich hier tegen te verweren, hetgeen zij overigens ook bij conclusie van dupliek, tevens antwoord akte vermeerdering van eis heeft gedaan. Van strijd met een goede procesorde is derhalve geen sprake, zodat de eisvermeerdering zal worden toegestaan.

5.10.

Naar de kantonrechter begrijpt, legt [eiseres] aan haar eisvermeerdering ten grondslag dat niet duidelijk is wat de juridische status is van haar arbeidsovereenkomst, nu de twee jaar ziekte inmiddels zijn verstreken en niet duidelijk is of Asito een ontslagvergunning heeft aangevraagd. De kantonrechter begrijpt dat de loonvordering van [eiseres] ziet op de periode vanaf het moment dat de 104 weken van ziekte zijn verstreken. Asito heeft daar tegenin gebracht dat [eiseres] op 16 maart 2020 104 weken arbeidsongeschikt was, als gevolg waarvan de loondoorbetalingsverplichting van Asito reeds is geëindigd en dat de arbeidsovereenkomst van [eiseres] nog steeds bestaat. Voorts stelt Asito dat [eiseres] zelf een WIA-uitkering dient aan te vragen.

5.11.

Tussen partijen is niet in geschil dat de ziekte van [eiseres] inmiddels meer dan 104 weken heeft geduurd. Ingevolge artikel 7:629 lid 1 BW is de loondoorbetalingsverplichting van Asito derhalve na ommekomst van de 104 weken geëindigd. Gesteld noch gebleken is dat door het UWV aan Asito een loonsanctie is opgelegd, op grond waarvan de loondoorbetalingsverplichting van Asito na het verstrijken van de periode van 104 weken is verlengd. De vordering van [eiseres] tot doorbetaling van het salaris zal dan ook worden afgewezen. Dat de arbeidsovereenkomst mogelijk nog bestaat, doet aan het voorgaande niets af.

5.12.

Voorts ligt het op de weg van [eiseres] een uitkering krachtens enige werknemersverzekering aan te vragen. Bij brieven van 15 oktober 2019, 15 november 2019 en 17 januari 2020 heeft Asito [eiseres] bovendien gewezen op het tijdig aanvragen van een WIA-uitkering. Het verzoek Asito te veroordelen tot het verrichten van een dusdanige handeling c.q. maatregel, dat [eiseres] in aanmerking komt voor een uitkering krachtens enige werknemersvoorziening zal worden afgewezen.

Proceskosten

5.13.

De slotsom luidt dat de vorderingen van [eiseres] zullen worden afgewezen. Ingevolge artikel 7:629a lid 6 BW kan een werknemer ter zake een vordering tot betaling van loon als bedoeld in artikel 7:629 BW slechts in de proceskosten van de werkgever worden veroordeeld, indien de werknemer kennelijk onredelijk gebruik maakt van procesrecht. Daarvan is in dit geval geen sprake. De proceskosten zullen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. Nu de vorderingen van [eiseres] zullen worden afgewezen, behoeft het verweer van Asito tegen de door [eiseres] verzochte uitvoerbaar bij voorraadverklaring geen bespreking.

6. De beslissing

De kantonrechter:

wijst de vorderingen van [eiseres] af;

bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.H. Kemp-Randewijk en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

44483