Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:8349

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
11-09-2020
Datum publicatie
24-09-2020
Zaaknummer
C/10/602329 / JE RK 20-2311
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

ondertoezichtstelling (ots)

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

Zaakgegevens: C/10/602329 / JE RK 20-2311

datum uitspraak: 11 september 2020

beschikking ondertoezichtstelling

in de zaak van

de Raad voor de Kinderbescherming regio Rotterdam,

hierna te noemen de Raad, gevestigd te Rotterdam,

betreffende

[naam minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum minderjarige 1] 2010 te [geboorteplaats minderjarige 1] ,

hierna te noemen [voornaam minderjarige 1] ,

[naam minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum minderjarige 2] 2014 te [geboorteplaats minderjarige 2] ,

hierna te noemen [voornaam minderjarige 2] ,

[naam minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum minderjarige 3] 2016 te [geboorteplaats minderjarige 3] , hierna te noemen [voornaam minderjarige 3] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam moeder] , hierna te noemen de moeder, wonende te [woonplaats moeder] ,

[naam vader] , hierna te noemen de vader, wonende te [woonplaats vader] ,

[naam stiefvader] , hierna te noemen de stiefvader, wonende te [woonplaats stiefvader] .

Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:

- het verzoek met bijlagen van de Raad van 12 augustus 2020, ingekomen bij de griffie op
14 augustus 2020;

- een brief met bijlagen van de vader van 22 augustus 2020, ingekomen bij de griffie op
28 augustus 2020;

- een tweetal e-mailberichten met bijlagen van de vader van 7 september 2020, ingekomen bij de griffie op 7 september 2020;

- een e-mailbericht van de griffier aan de vader van 9 september 2020;

- een viertal e-mailberichten met bijlagen van de vader van 9 september 2020, ingekomen bij de griffie op 9 september 2020;

- een brief met bijlagen van de vader van 22 augustus 2020, die hij tijdens de zitting heeft overgelegd.

Op 11 september 2020 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld.

Gehoord zijn:

- de moeder,

- de vader,

- de stiefvader,

- een vertegenwoordigster van de Raad, te weten mw. [naam vertegenwoordigster 1] ,

- een tweetal vertegenwoordigsters van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west Zuid-Holland Zuid, hierna de GI, te weten mw. [naam vertegenwoordigster 2] en mw. [naam vertegenwoordigster 3] .

De feiten

Het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] wordt uitgeoefend door de ouders.

[voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] wonen bij de moeder.

Het verzoek en het standpunt van de Raad

De Raad heeft de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] verzocht voor de duur van twaalf maanden.

De Raad heeft ter zitting het verzoek gehandhaafd.

Het standpunt van belanghebbenden

De GI heeft ter zitting het verzoek van de Raad ondersteund.

De moeder heeft ter zitting verklaard dat zij achter het verzoek van de Raad staat. De situatie tussen de vader en de moeder is onhoudbaar en schadelijk voor de kinderen. Zij hebben hulp nodig hebben en zijn gebaat bij rust. Ouders komen er zelf niet uit, getuige ook het incident van de dag van de zitting en dat zij hoopt dat door hulpverlening in de vorm van een programma als Kinderen uit de Knel de communicatie tussen de ouders zal veranderen.

De stiefvader heeft ter zitting verklaard dat hij eveneens achter het verzoek van de Raad staat.

De vader heeft ter zitting verklaard dat een ondertoezichtstelling noodzakelijk is nu er geen communicatie tussen de ouders mogelijk is en de moeder de omgangsregeling niet nakomt.

De beoordeling

Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd. Al een langere periode worden zij blootgesteld aan de spanningen tussen hun ouders. Sinds 18 november 2019 zijn de ouders gescheiden. In de afgelopen periode zijn [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] herhaaldelijk getuige geweest van huiselijk geweld en hoog oplopende ruzies. Ook vlak voor de zitting is de situatie tussen de ouders zodanig ge√ęscaleerd dat er opnieuw sprake is geweest van geweld. Hiervan zijn [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] getuige geweest. De ouders zien onvoldoende in wat hun aandeel is in de situatie. Ondanks de ingezette hulpverlening in het vrijwillig kader is het de ouders niet gelukt om de situatie te verbeteren en ervoor te zorgen dat [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] onbelaste omgang met hun beide ouders kunnen hebben. Over elk onderwerp maken de ouders ruzie. Zo hebben zij zelfs onenigheid over wanneer en wie de haren van [voornaam minderjarige 2] zou hebben geknipt. Daar komt bij dat elke confrontatie tussen de ouders tot conflicten en spanningen leidt en dat zij tot de minuut vasthouden aan de vastgestelde omgangsregeling en daarvan niet willen afwijken. Het door de ouders halsstarrig vasthouden aan de afspraken zal de situatie uitsluitend complexer maken. Bovendien zullen de ouders [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] nog verder beschadigen als zij hun onderlinge strijd niet gaan staken. Het is schrijnend dat [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] beiden wensen dat de ouders geen ruzie meer maken. Zij zitten klem tussen hun ouders.

Nu de ouders vanwege de complexe problematiek nog niet in staat zijn om zelfstandig de bedreigde ontwikkeling van [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] af te wenden, is thans hulpverlening in het gedwongen kader noodzakelijk. Om hun ontwikkeling en veiligheid te waarborgen is het van belang dat de ouders gaan leren om op een onbelaste wijze met elkaar te communiceren en om hun boosheid en frustratie in het belang van [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] opzij te zetten zodat zij zich kunnen gaan richten op wat [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] nodig hebben zodat zij zich optimaal kunnen ontwikkelen en onbelaste omgang met hun beide ouders kunnen hebben. Daarbij is een groot aandachtspunt dat de ouders gaan werken aan hun ouderrelatie en aan het herstellen van vertrouwen in elkaar.

Uit voorgaande volgt dat is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Daarom zal de kinderrechter [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] onder toezicht stellen voor de duur van twaalf maanden.

De beslissing

De kinderrechter:

stelt [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] onder toezicht van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west Zuid-Holland Zuid, gevestigd te Dordrecht, met ingang van
11 september 2020 tot 11 september 2021;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 11 september 2020 door mr. M. van Kuilenburg, kinderrechter, in tegenwoordigheid van D. van der Aa als griffier.

De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 23 september 2020.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Den Haag.