Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:8332

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
03-09-2020
Datum publicatie
23-09-2020
Zaaknummer
10/711021-20
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vrijspraak voor vrijheidsberoving en afpersing. De basis van het bewijs is gecompromitteerd en daardoor is bij de rechtbank te veel twijfel gerezen over betrokkenheid van de verdachte bij de ten laste gelegde feiten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team jeugd

Parketnummer: 10/711021-20

Datum uitspraak: 3 september 2020

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren op [geboortedatum verdachte] te [geboorteplaats verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres verdachte] , [postcode verdachte] [woonplaats verdachte] ,

raadsvrouw mr. D.J. Troost, advocaat te Rotterdam.

1. Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 20 augustus 2020.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3. Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. R.H.I. van Dongen heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het onder 1 en 2 ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden met aftrek van voorarrest;

  • -

    oplegging van een vrijheidsbeperkende maatregel, in de vorm van een contactverbod met

de slachtoffers en de medeverdachten, waarbij in geval van overtreding van het contactverbod 1 week vervangende hechtenis geldt per overtreding, met een maximum van 6 maanden hechtenis, een proeftijd van 2 jaren en dadelijke uitvoerbaarheid van de vrijheidsbeperkende maatregel.

4. Waardering van het bewijs

4.1.

Vrijspraak

4.1.1.

Standpunt officier van justitie en verdediging

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat zich in het dossier voldoende bewijs bevindt dat de verdachte kan worden aangemerkt als medepleger van de wederrechtelijke vrijheidsberoving en afpersing. De verdachte is de bestuurder van de auto geweest en heeft daarmee een wezenlijke bijdrage geleverd aan het ten laste gelegde.

De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs.

4.1.2.

Beoordeling

Vaststaat dat de aangeefsters [naam slachtoffer 1] en [naam slachtoffer 2] op 27 februari 2020 door drie jongens van hun vrijheid zijn beroofd en zijn afgeperst, waarbij zij in een auto zijn geduwd en met hen is rondgereden. Gedurende deze vrijheidsberoving zijn de aangeefsters op zeer denigrerende wijze bedreigd en mishandeld. Onder druk van dit geweld zijn zij gedwongen om hun telefoon met pincode af te geven. Vervolgens hebben de aangeefsters nog een geldbedrag moeten pinnen en afstaan. Aanleiding voor dit geweld lijkt gelegen in een conflict dat de passagier (bijrijder) van de auto heeft met de vriend van aangeefster [naam slachtoffer 2] , [naam vriend slachtoffer 2] .

De rechtbank stelt vast dat de aangeefsters niet direct na het gebeurde bij de politie aangifte hebben gedaan. Uit het dossier valt op te maken dat kennelijk mede onder leiding van [naam vriend slachtoffer 2] eerst zelf onderzoek is gedaan naar de identiteit van de verdachten en dat is geprobeerd het conflict zonder tussenkomst van de politie op te lossen. [naam vriend slachtoffer 2] is zelf gaan rondbellen om de namen van de vrienden van een van de verdachte te achterhalen, waarna deze via Instagram zijn opgezocht. Pas op respectievelijk 3 en 5 maart 2020 is er aangifte gedaan door [naam slachtoffer 1] en [naam slachtoffer 2] .

Deze gang van zaken maakt dat de gegevens die in de aangiftes zijn aangeleverd kritisch dienen te worden bekeken. Dit wordt geïllustreerd door de verklaring van [naam vriend slachtoffer 2] op

6 maart 2020, waaruit blijkt dat hij in de veronderstelling verkeerde dat ene [naam persoon] de passagier (bijrijder) van de auto zou zijn, maar dat dit volgens hem inmiddels niet juist is gebleken. Aangeefster [naam slachtoffer 2] verklaart in haar aangifte dat zij de bestuurder van de auto niet kende. In haar aanvullende verklaring stelt zij dat de bestuurder [naam verdachte] heet. Zij herkende hem, omdat hij een vriend was van haar zus.

Het onderzoek van de politie lijkt zich vervolgens vooral te richten op het achterhalen van de identiteit van de agressieve passagier (bijrijder). Met de raadsvrouw is de rechtbank van oordeel dat door de politie onvoldoende is doorgevraagd over de herkenning door de aangeefsters van de bestuurder. Dit leidt ertoe dat de rechtbank voor wat betreft de herkenning van de bestuurder met een zekere mate van terughoudendheid met de verklaringen van aangeefsters om gaat.

Hoewel er sprake is van toevalligheden in het dossier, zoals het feit dat de verdachte net als de bestuurder in een grijze Volkswagen rijdt en ook een tattoo op zijn linkerhand heeft, vormt dit te weinig steunbewijs om te komen tot een bewezenverklaring. De basis van het bewijs is gecompromitteerd en daardoor is bij de rechtbank te veel twijfel gerezen over betrokkenheid van de verdachte bij de ten laste gelegde feiten..

4.1.3.

Conclusie

Het onder 1 en 2 ten laste gelegde is niet wettig en overtuigend bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

5. Vordering benadeelde partij

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [naam slachtoffer 1] , wettelijk vertegenwoordigd door [naam wettelijk vertegenwoordigster] , ter zake van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten. Zij vordert een bedrag van € 1.000,-- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

5.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot hoofdelijke toewijzing van de vordering.

5.2.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft primair verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering gelet op de bepleite vrijspraak. Subsidiair wordt verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering nu deze niet is onderbouwd.

5.3.

Beoordeling

De benadeelde partij zal in de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard, nu de verdachte wordt vrijgesproken voor de ten laste gelegde feiten.

5.4.

Conclusie

In deze procedure wordt over de gevorderde schadevergoeding geen inhoudelijke beslissing genomen.

6. Bijlage

De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

7. Beslissing

De rechtbank:

verklaart niet bewezen dat de verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van heden;

verklaart de benadeelde partij [naam slachtoffer 1] niet-ontvankelijk in de vordering;

veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. M.P. van der Stroom, voorzitter, tevens kinderrechter,

en mrs. E.J. Stalenberg en T. van den Akker, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. D.R. van Staveren, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 3 september 2020.

De voorzitter en de oudste rechter zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

hij

op of omstreeks 27 februari 2020 te Hellevoetsluis,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk

[naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 1]

wederrechtelijk van de vrijheid heeft/hebben beroofd en/of beroofd gehouden,

door

- die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 1] met kracht beet te pakken en/of in een

(personen)auto te duwen/trekken en/of

- ( daarbij) die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 1] te slaan en/of bij de keel/hals beet te

pakken en/of

- ( vervolgens) (daarbij) te beletten aan die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 1] om deze auto

te verlaten en/of

- ( vervolgens) met die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 1] in deze auto te gaan rijden en/of

- daarbij aan die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 1] de woorden toe te voegen:

"Jij gaat nu met mij mee naar jouw huis" en/of "Anders ga ik ook wapens

halen" en/of " Als jullie niet mee willen werken dan ga ik jullie steken in

je been" en/of -zakelijk weergegeven- dat zij moesten meelopen en/of dat zij

hun telefoons en inlogcodes moesten afstaan/geven en/of dat zij niet moesten

wegrennen, anders zouden ze haar/hen onderuit trappen en/of dat ze hoertjes

van hen gingen maken en/of dat ze naar de Maasvlakte zouden gaan en/of dat

ze hen zouden gaan verkrachten en dat zouden gaan filmen en/of dat ze geld

van hen wilden hebben, althans woorden van gelijke dreigende/dwingende aard

en/of strekking;

2.

hij

op of omstreeks 27 februari 2020 te Hellevoetsluis tezamen en in vereniging

met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een)

ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met

geweld [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte

van twee mobiele telefoons en/of (bijbehorende) inlogcodes en/of 100 euro, in

elk geval van enig(e) goed(eren)en/of enig geldbedrag, geheel of ten dele

toebehorende aan [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen

dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging

met geweld bestond(en) uit het

- ( met kracht) beetpakken/vastpakken en/of in een (personen)auto duwen/trekken

van die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 1] en/of

- ( daarbij) slaan en/of bij de keel/hals beetpakken van die [naam slachtoffer 2] en/of

[naam slachtoffer 1] en/of

- ( vervolgens) (daarbij) aan die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 1] beletten om deze auto

te verlaten en/of

- ( vervolgens) (daarbij) met die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 1] in deze auto gaan rijden

en/of

- ( daarbij) aan die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 1] de woorden toevoegen:

"Jij gaat nu met mij mee naar jouw huis" en/of "Anders ga ik ook wapens

halen" en/of " Als jullie niet mee willen werken dan ga ik jullie steken in

je been" en/of -zakelijk weergegeven- dat zij moesten meelopen en/of dat zij

hun telefoons en inlogcodes moesten afstaan/geven en/of dat zij niet moesten

wegrennen, anders zouden ze haar/hen onderuit trappen en/of dat ze hoertjes

van hen gingen maken en/of dat ze naar de Maasvlakte zouden gaan en/of dat

ze hen zouden gaan verkrachten en dat zouden gaan filmen en/of dat ze geld

van hen wilden hebben, althans woorden van gelijke dreigende/dwingende aard

en/of strekking.