Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:8311

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
04-09-2020
Datum publicatie
23-09-2020
Zaaknummer
C/10/602950 / FA RK 20-6449
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Verzoek tot een zorgmachtiging voor de duur van zes maanden. Het gaat op dit moment weliswaar goed met betrokkene, waarbij ze niet zorgmijdend is, maar het is niettemin voorzienbaar dat een (gedwongen) opname op korte termijn nodig is. De reden is dat betrokkene al gauw kan beslissen te stoppen met het medicatiegebruik, met een verslechtering van het toestandsbeeld als gevolg.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM


Team familie

Zaak-/rekestnummer: C/10/602950 / FA RK 20-6449

Betrokkenenummer: [nummer]

Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 4 september 2020 betreffende een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)

op verzoek van:

de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam, hierna: de officier,

met betrekking tot:

[naam betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum betrokkene] te [geboorteplaats betrokkene] , [geboorteland betrokkene] ,

hierna: betrokkene,

wonende en thans verblijvende aan de [adres betrokkene] , [postcode betrokkene] [woonplaats betrokkene] ,

advocaat mr. D.H. van Tongerlo te Rotterdam.

1. Procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van de officier, ingekomen op 21 augustus 2020.


Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

  • -

    de medische verklaring opgesteld door [naam psychiater 1] , psychiater, van 3 augustus 2020;

  • -

    de zorgkaart van 4 augustus 2020;

  • -

    het zorgplan van 15 mei 2020;

  • -

    de bevindingen van de geneesheer-directeur over het zorgplan;

  • -

    de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz;

  • -

    het bericht dat er geen relevante politiegegevens en/of strafvorderlijke- en justitiële gegevens van betrokkene zijn.

1.2.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 4 september 2020. Bij die gelegenheid zijn verschenen:

  • -

    betrokkene met haar hiervoor genoemde advocaat;

  • -

    [naam psychiater 2] , psychiater.

1.3.

De officier is niet ter zitting verschenen, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.

2. Beoordeling

2.1.

Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten een bipolaire I stoornis met psychotische kenmerken.

2.2.

Het gedrag van betrokkene leidt als gevolg van haar psychische stoornis tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade, ernstige verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang en op de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept.

Betrokkene is vanwege haar psychische stoornis veelvuldig opgenomen geweest in het kader van een rechterlijke machtiging. Gedurende een dergelijke opname wordt betrokkene ingesteld op medicatie, waardoor ze weer op een verantwoorde manier kan deelnemen aan de maatschappij. Dit gaat een tijd goed, waarna zij toch op een bepaald moment beslist het medicatiegebruik te staken, hetgeen doorgaans gepaard gaat met gedwongen opname om het toestandsbeeld weer te stabiliseren. De psychiater verklaart dat als het toestandsbeeld eenmaal verslechtert, een verdere verslechtering heel snel gaat en moeilijk te weerhouden is, met alle risico’s en gevolgen van dien. Niet ter discussie staat dat het op dit moment goed gaat met betrokkene, en dat ze niet zorgmijdend is. De kans is echter aanwezig dat betrokkene niettemin zal staken met het medicatiegebruik, en het ernstig nadeel als gevolg hiervan zal herleven. In een dergelijke fase komt er ook drugs en alcohol bij kijken, met seksueel ontremd gedrag en zorgmijdend gedrag als gevolg.

2.3.

Om het ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren en de geestelijke gezondheid van betrokkene dusdanig te herstellen dat zij haar autonomie zoveel mogelijk herwint, heeft betrokkene verplichte zorg als bedoeld in artikel 3:4 Wvggz nodig.

2.4.

Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn.

Om die reden acht de rechtbank verplichte zorg nodig. De in het verzoekschrift opgenomen vormen van verplichte zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en de bevindingen van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank het toedienen van medicatie als vorm van verplichte zorg noodzakelijk om het voornoemde doel van verplichte zorg te bewerkstelligen.

De rechtbank ziet ook aanleiding een opname toe te staan wanneer betrokkene haar medicatie niet meer (goed) inneemt en zij in een manische episode komt waardoor het thuis niet meer goed met haar gaat. In een dergelijke crisissituatie mogen ook de volgende vormen van verplichte zorg al dan niet worden toegepast:

- het opnemen in een accommodatie en het beperken van de bewegingsvrijheid, met dien verstande dat opname maximaal voor de duur van drie maanden wordt toegepast en dat bij opname, indien dit plaatsvindt na drie maanden vanaf heden, een nieuwe medische verklaring, opgesteld door een onafhankelijk psychiater, moet komen waaruit een alsdan bestaande noodzaak voor opname blijkt. Het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens verlangt altijd een dergelijk onafhankelijk psychiatrisch onderzoek bij vrijheidsbeneming als deze. Het onderzoek mag door de geneesheer-directeur plaatsvinden, mits hij niet bij de behandeling betrokken is.

2.5.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.

2.6.

Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden met ingang van vandaag.

3. Beslissing

De rechtbank:

3.1.

verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [naam betrokkene] voornoemd;

3.2.

bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.4. kunnen worden getroffen;

3.3.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 4 maart 2021.

Deze beschikking is op 4 september 2020 mondeling gegeven door mr. D.I. Hendriks-van Wel, rechter, in tegenwoordigheid van M. Mesiha, griffier, en op 11 september 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.