Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:8153

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
21-08-2020
Datum publicatie
17-09-2020
Zaaknummer
8290104 CV EXPL 20-3188
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Renovatie aan de houtenvloer niet goed uitgevoerd. Vordering is gedeeltelijk toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 8290104 CV EXPL 20-3188

uitspraak: 21 augustus 2020

vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

in de zaak van

1. [eiser 1] ,

2. [eiser 2] ,

beiden wonende te [woonplaats eisers] ,

eisers,

gemachtigde: DAS N.V. te Rijswijk,

tegen

[naam 1] h.o.d.n. [handelsnaam] .,

gevestigd te [vestigingsplaats gedaagde] ,

gedaagde,

procederend in persoon.

Partijen worden hierna aangeduid als ‘ [eisers] ’ en ‘ [gedaagde] .’.

1. Het verloop van de procedure

1.1

Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter kennis heeft genomen:

  • -

    het exploot van dagvaarding van 20 januari 2020, met producties;

  • -

    de conclusie van antwoord, met producties;

  • -

    het tussenvonnis van 17 februari 2020, waarbij een mondelinge behandeling ter plaatse is gelast.

1.2

De mondelinge behandeling ter plaatse is gehouden op 11 juni 2020. Tijdens de mondelinge behandeling zijn verschenen [eisers] in persoon, bijgestaan door hun gemachtigde. Aan de zijde van [gedaagde] . is [naam 1] verschenen. Van het verhandelde tijdens de mondelinge behandeling is aantekening gehouden door de griffier.

1.3

De kantonrechter heeft de uitspraak van dit vonnis bepaald op heden.

2. De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, staat tussen partijen, voor zover van belang, het volgende vast.

2.1

[eisers] hebben eind maart 2019 een offerte aangevraagd bij [gedaagde] . betreffende het renoveren van de afzelia visgraat parketvloer in de woonkamer van hun woning.

2.2

Op 2 april 2019 heeft [naam 1] van [gedaagde] . de parketvloer bij [eisers] thuis bekeken.

2.3

De bevestiging van de renovatie van de parketvloer is door [gedaagde] . op 3 april 2019 per e-mail aan [eisers] gestuurd.

2.4

Op 4 april 2019 zijn de renovatiewerkzaamheden uitgevoerd. [gedaagde] . heeft [eisers] hiervoor op dezelfde dag een bedrag van € 1.690,00 incl. btw gefactureerd. De totale aanneemsom is door [eisers] voldaan.

2.5

Per brief van 16 mei 2019 hebben [eisers] aan [gedaagde] . kenbaar gemaakt dat een deskundige zal worden ingeschakeld om de uitgevoerde werkzaamheden te beoordelen, omdat zij niet tevreden zijn met het resultaat. In reactie hierop heeft [gedaagde] . op 26 mei 2019 aan [eisers] laten weten dat het inschakelen van een deskundige niet noodzakelijk wordt geacht en voor eigen kosten komt.

2.6

Op 6 juni 2019 heeft [naam 2] van Vloertechnisch Adviesbureau de uitgevoerde werkzaamheden ter plekke onderzocht. De opgemaakte rapportage is per brief van 16 juli 2019 aan [gedaagde] . gestuurd, waarbij tevens een laatste termijn van drie weken is gesteld om conform de bevindingen en aanbevelingen van de expert tot herstel over te gaan.

2.7

Op 6 augustus 2019 heeft [gedaagde] . per brief laten weten dat het uitgevoerde onderzoek op 6 juni 2019 niet volgens de in de branche geldende normen is uitgevoerd en dat door de [naam 2] geen rekening is gehouden met de gemaakte afspraken tussen [gedaagde] . en [eisers] en de praktische beperkingen.

2.8

Per brief van 4 november 2019 heeft de gemachtigde van [eisers] [gedaagde] . bericht dat [gedaagde] . in verzuim verkeert door niet te herstellen, zodat vervangende schadevergoeding gevorderd wordt van [gedaagde] . In deze brief is [gedaagde] . een termijn van drie weken gegeven om een bedrag van € 4.082,40 aan schadevergoeding te betalen. [gedaagde] . is niet tot betaling overgegaan.

3. De vordering

3.1

[eisers] vorderen bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] . te veroordelen aan hen te betalen een bedrag van € 4.082,40 aan hoofdsom en € 533,20 aan vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 4.082,40 vanaf 25 november 2019 tot aan de dag van de algehele voldoening, met veroordeling van [gedaagde] . in de proceskosten, waaronder de nakosten en de rente.

3.2

Aan hun vordering hebben [eisers] – zakelijk weergegeven en voor zover van belang – het volgende ten grondslag gelegd.

3.2.1

[gedaagde] . is toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van haar contractuele verplichting voortvloeiende uit de tussen partijen gesloten overeenkomst. Ondanks ingebrekestelling is [gedaagde] . weigerachtig gebleven om over te gaan tot volledig herstel van de volgende gebreken:

  • -

    de oude laklaag is niet goed weggeschuurd, hetgeen met name zichtbaar is langs de randen en in de hoeken. Soms zijn er grote plekken die niet goed zijn geschuurd;

  • -

    over de gehele vloer zijn spijkergaatjes zichtbaar die hadden moeten worden opgevuld;

  • -

    lichtelijk zijn de schuurbanen en krassen zichtbaar van de schuurmachine;

  • -

    de vloer in de woonkamer heeft een beschadiging (buts) welke niet opgevuld, maar wel gelakt is.

3.2.2

Bij het uitblijven van de gewenste reactie op de ingebrekestelling hebben [eisers] offertes opgevraagd om de schade aan de parketvloer door een derde te laten herstellen. [gedaagde] . is gehouden de schade van [eisers] te vergoeden. De schade bestaat uit een bedrag van € 4.082,40 aan vervangende schadevergoeding. Deze is als volgt opgebouwd:

  • -

    herstelkosten derde € 2.339,84;

  • -

    opslag meubels € 1.150,00;

  • -

    kosten expertise € 592,56.

3.2.3

Omdat [gedaagde] . niet binnen drie weken is overgegaan tot betaling, van de in rekening gebrachte schadevergoeding is [gedaagde] per 25 november 2019 in verzuim en wordt sinds 25 november 2019 tot aan de dag van de algehele voldoening aanspraak gemaakt op de wettelijke rente over een bedrag van € 4.082,40.

3.2.4

Verder maken [eisers] aanspraak op een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Door het handelen van [gedaagde] . waren [eisers] genoodzaakt om de kwestie met verschillende partijen te bespreken. De gemaakte buitengerechtelijke incassokosten, bestaande uit het voeren van correspondentie met verschillende partijen, het voeren van telefoongesprekken met deze partijen, besprekingen en het doen van schikkingsvoorstellen met als doel om tot een oplossing te komen, kunnen worden aangemerkt als vermogensrechtelijke schade en worden niet verzekerd door de rechtsbijstandsverzekering. Het gevorderde bedrag van € 533,20 inclusief btw is in lijn met de staffel van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten.

3.3

Tijdens de mondelinge behandeling hebben [eisers] aangegeven dat hun vordering niet langer ziet op alle gebreken. De gebreken ten aanzien van het zichtbaar zijn van de schuurbanen en krassen en het niet herstellen van de buts zijn daarop door [eisers] ingetrokken.

4. Het verweer

[gedaagde] . heeft de vordering van [eisers] betwist en heeft daartoe – zakelijk weergegeven en voor zover nu van belang – het volgende aangevoerd. [gedaagde] . is niet tekort geschoten in de nakoming van haar verplichtingen. Het werk is conform de opdracht uitgevoerd. Daarnaast heeft [gedaagde] . aangeboden om de gebreken te herstellen. [eisers] hebben dit echter niet geaccepteerd. Verder is het onderzoek door de deskundige niet correct en niet onafhankelijk uitgevoerd, nu zij ten opzichte van de gemachtigde van [eisers] een belang heeft. [naam 1] is onvoldoende in de gelegenheid gesteld om bij het onderzoek aanwezig te kunnen zijn. Op de overeenkomst zijn de algemene voorwaarden van [gedaagde] . van toepassing. [gedaagde] . doet een beroep op deze algemene voorwaarden, waarbij de gevorderde kosten voor de opslag van de inboedel zijn uitgesloten en ook de schadevergoedingsplicht is gemaximaliseerd tot de factuurwaarde.

5. De beoordeling van de vordering

5.1

De tussen partijen gesloten overeenkomst kwalificeert als aanneming van werk met betrekking tot de “renovatie van de afzelia visgraat parket vloer c.a. 52 m² Bona mega glans volgens afspraak”. Hierop is artikel 7:750 BW ev. van toepassing.

5.2

Hoewel [gedaagde] . aanvankelijk heeft betwist dat zij de overeengekomen werkzaamheden niet juist heeft uitgevoerd, heeft [gedaagde] . tijdens de op 11 juni 2020 gehouden mondelinge behandeling erkend dat de hoeken van de parketvloer niet volledig zijn geschuurd waardoor er nog resten van de oude laklaag resteren. Dit geldt met name voor de hoek bij de deur naar de achtertuin. De kantonrechter heeft dit tijdens voornoemde mondelinge behandeling ter plaatse ook zelf geconstateerd. In zoverre staat dan ook tussen partijen vast dat [gedaagde] . haar werkzaamheden niet volledig heeft uitgevoerd. Voor wat betreft de randen overweegt de kantonrechter dat [eisers] niet hebben betwist dat zij de plinten voorafgaand aan de werkzaamheden niet wilden (laten) demonteren, zodat het eventueel niet volledig schuren van de randen voor rekening en risico van [eisers] komt. Dit heeft dan ook niet te gelden als een tekortkoming in de nakoming van de tussen partijen gesloten overeenkomst. Dat geldt ook voor de spijkergaatjes in de parketvloer. Nog los van de vraag of het opvullen van de spijkergaatjes onderdeel uitmaakt van het renoveren van een parketvloer ( [gedaagde] . heeft dit immers betwist en gesteld dat spijkergaatjes onderdeel zijn van een parketvloer), heeft de kantonrechter tijdens de gehouden descente geconstateerd dat de spijkergaatjes in de parketvloer dermate klein zijn dat deze in het geheel niet zichtbaar zijn. Slechts als men ver inzoomt op de parketvloer zijn de minuscule spijkergaatjes zichtbaar, maar dit kunnen [eisers] [gedaagde] . niet tegenwerpen.

5.3

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat [gedaagde] . slechts voor wat betreft het schuren van de hoeken van de parketvloer tekort is geschoten in de nakoming van de tussen partijen gesloten overeenkomst, ter zake waarvan de kantonrechter aan [eisers] ex aequo et bono een bedrag van € 250,00 aan schadevergoeding zal toewijzen. Voor het overige worden de door [eisers] gevorderde herstelkosten afgewezen. De gevorderde opslagkosten voor de meubels delen hetzelfde lot, aangezien de kantonrechter van oordeel is dat het voor [eisers] niet noodzakelijk is om hun meubels op te slaan om de hoeken van de parketvloer te laten schuren. Tot slot worden de gevorderde expertisekosten ook afgewezen. [eisers] hebben deze kosten immers op eigen initiatief en zonder instemming van [gedaagde] . gemaakt, zodat deze kosten voor hun rekening moeten blijven. Nu hetgeen wordt toegewezen als schadevergoeding de aanneemsom niet overtreft en opslagkosten niet worden toegewezen, kan in het midden blijven of de algemene voorwaarden van [gedaagde] . van toepassing zijn op de overeenkomst.

5.4

De gevorderde wettelijke rente wordt – als onweersproken en op de wet gegrond – toegewezen over de toewijsbare hoofdsom vanaf 25 november 2019 tot aan de dag van de algehele voldoening.

5.5

[eisers] maken aanspraak op een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. De vergoeding waarop ingevolge het Besluit voor buitengerechtelijke incassokosten aanspraak kan worden gemaakt zal worden berekend aan de hand van de toewijsbare hoofdsom. De vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten wordt daarom toegewezen tot een bedrag van € 48,40 inclusief btw.

5.6

Aangezien partijen over en weer in het ongelijk zijn gesteld, worden de proceskosten van partijen gecompenseerd.

6. De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt [gedaagde] . om aan [eisers] tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen € 298,40 aan schadevergoeding en buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 250,00 vanaf 25 november 2019 tot aan de dag van de algehele voldoening;

compenseert de proceskosten, in die zin dat ieder de eigen kosten draagt;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst af het meer of anders gevorderde.

veroordeelt

Dit vonnis is gewezen door mr. C.H. Kemp-Randewijk en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

44485