Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:8014

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
26-08-2020
Datum publicatie
11-09-2020
Zaaknummer
10/750515-19
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bewezenverklaring van medeplegen van het overdragen van (semi)automatische vuurwapens en munitie. Bewijsverweer t.a.v. het onder 1 ten laste gelegde verworpen: het door de raadsman aangevoerde dat niet verdachte het betrokken voertuig bestuurde ten tijde van de overdracht, maar zijn broer of een derde persoon, wordt weersproken door wettig en overtuigend bewijs. Vrijspraak van het onder 2 ten laste gelegde: niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte ook tijdens een eerdere overdracht datzelfde voertuig bestuurde. Vrijspraak zonder nadere motivering van het onder 3 ten laste gelegde. Onttrekking aan het verkeer van in beslag genomen goederen. Veroordeling tot een gevangenisstraf van 36 maanden met aftrek van voorarrest.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 3

Parketnummer: 10/750515-19

Datum uitspraak: 26 augustus 2020

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres

[adres verdachte] , [postcode verdachte] te [wooplaats verdachte] ,

ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in

de Penitentiaire Inrichting Rotterdam, locatie De Schie,

raadsman mr. L.J.B.G. van Kleef, advocaat te Amsterdam.

1. Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 12 augustus 2020.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding, zoals deze op de terechtzitting overeenkomstig de vordering van de officier van justitie is gewijzigd.

De tekst van de gewijzigde tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

Kort weergegeven wordt de verdachte verweten dat hij een pistool en vier (semi-)
automatische vuurwapens en munitie heeft overgedragen en dat hij een vuurregelaar in zijn bezit had.

3. Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. P.A. Willemse heeft gevorderd:

  • -

    vrijspraak van het onder 3 tenlastegelegde;

  • -

    bewezenverklaring van het onder 1 en 2 tenlastegelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 46 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar;

  • -

    onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen holster, BQ Aquarius telefoon en Glock Switch.

4. Waardering van het bewijs

4.1.

Vrijspraak zonder nadere motivering van het onder 3 tenlastegelegde

De rechtbank volgt de officier van justitie en de verdediging in de stelling dat de verdachte van dit feit dient te worden vrijgesproken. De rechtbank is van oordeel dat het onder 3 ten laste gelegde feit niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken.

4.2.

Bewijswaardering van het onder 1 tenlastegelegde (pseudokoop 25 oktober 2019)

4.2.1.

Standpunt verdediging

Het onder 1 ten laste gelegde feit kan niet worden bewezen, zodat de verdachte daarvan moet worden vrijgesproken.

Primair kan niet buiten redelijke twijfel worden vastgesteld dat de verdachte de bestuurder is geweest van de auto (de Volkswagen Golf met kenteken [kentekennummer] ) waarin de wapens zijn vervoerd. De verdachte wordt ten eerste als bestuurder van de Volkswagen aangemerkt doordat is gebleken dat een aan de verdachte toegeschreven telefoonnummer (eindigend op de nummers [nummer 1] ) “meereed” met de Volkswagen ten tijde van de pseudokoop. Er kan echter niet met voldoende zekerheid worden vastgesteld dat de verdachte de gebruiker is geweest van dit nummer. De verdachte wordt ten tweede als bestuurder van de Volkswagen aangemerkt doordat de politie heeft waargenomen dat deze auto na de overdracht van de wapens in een parkeergarage onder de [adres verdachte] te Rotterdam, zijnde het woonadres van de verdachte, is geparkeerd. Er is echter niet onderkend dat de broer van de verdachte een kantoorpand huurt in de nabijheid van dit adres. Daar komt bij dat niet verdachte, maar verdachtes broer in eerste instantie door het observatieteam is herkend als bestuurder van de Volkswagen ten tijde van de pseudokoop.

Indien de rechtbank tot het oordeel komt dat de verdachte de bestuurder is geweest van de Volkswagen, geldt subsidiair dat niet kan worden bewezen dat hij wist dat hij wapens vervoerde.

4.2.2.

Beoordeling

Op 25 oktober 2019 heeft een pseudokoop plaatsgevonden van vier (semi-)automatische vuurwapens. De wapens zijn naar de locatie van de pseudokoop gebracht door een persoon in een Volkswagen Golf, met kenteken [kentekennummer] . De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of deze persoon de verdachte was. Op grond van de navolgende feiten en omstandigheden, in onderlinge samenhang bezien, beantwoordt de rechtbank die vraag bevestigend.

(i) De tenaamstelling van de auto

De Volkswagen Golf met kenteken [kentekennummer] staat op naam van de moeder van de verdachte.

(ii) Het woonadres van de verdachte

Het observatieteam van de politie heeft waargenomen dat de Volkswagen Golf na het afleveren van de wapens naar de [straatnaam] te Rotterdam is gereden, waar de auto geparkeerd is in de parkeergarage, behorend bij de [straatnaam] [huisnummers] . Gebleken is dat de verdachte staat ingeschreven en woonachtig is op het adres [adres verdachte] te Rotterdam.

De stelling van de verdediging dat de broer van de verdachte een kantoor huurt nabij de [straatnaam] doet niets af aan de bewijswaarde van het voorgaande, nu de auto op 25 oktober 2019 na kantoortijd, namelijk om 17:15 uur, in de parkeergarage is geparkeerd. Om die reden is het naar het oordeel van de rechtbank niet aannemelijk dat de bestuurder van de Volkswagen Golf het kantoorpand als bestemming had. Bovendien is de auto later bij de doorzoeking van de woning van verdachte op 3 december 2019 om 5.15 uur (eveneens buiten kantoortijd) wederom op de [straatnaam] aangetroffen en in beslag genomen door de politie.

(iii) De zendmastgegevens

Uit de zendmastgegevens blijkt dat een telefoon met een telefoonnummer eindigend op [nummer 1] op 25 oktober 2019 op het moment van de pseudokoop geplaatst kan worden op de Hilledijk en daarna in de nabijheid van de woning van de verdachte aan de [straatnaam] . Deze locaties corresponderen met de route die de Volkswagen Golf heeft gereden.

Naar het oordeel van de rechtbank kan worden vastgesteld dat het nummer eindigend op [nummer 1] op 25 oktober 2019 in gebruik was bij de verdachte. Daartoe is het volgende redengevend:

  • -

    Volgens informatie van het CIOT staat een telefoonnummer eindigend op [nummer 2] op naam van de broer van de verdachte. Dit telefoonnummer heeft in de periode van 28 augustus 2019 tot en met 26 oktober 2019 regelmatig belcontact met het prepaid telefoonnummer eindigend op [nummer 1] ;

  • -

    Tijdens deze belcontacten worden steeds zendmasten rondom de [straatnaam] te Rotterdam aangestraald, zijnde het woonadres van de verdachte;

  • -

    Volgens informatie van het CIOT staat een telefoonnummer eindigend op [nummer 3] op naam van de vrouw van de verdachte. Het telefoonnummer eindigend op [nummer 1] heeft in de onderzochte periode veruit het meeste belcontact met het telefoonnummer eindigend op [nummer 3] .

De verdediging heeft ter weerlegging van het voorgaande gesteld (en onderbouwd met stukken) dat het nummer eindigend op [nummer 3] door de verdachte is gebruikt voor zijn zakelijke activiteiten. Om die reden zouden de vele contacten tussen dit nummer en het nummer eindigend op [nummer 1] niet bewijzen dat de verdachte gebruik maakte van laatstgenoemd nummer, aldus de verdediging.

De rechtbank verwerpt dit verweer.

De rechtbank heeft om te beginnen geen reden om te twijfelen aan de informatie van het CIOT. Het gegeven dat de verdachte het nummer eindigend op [nummer 3] heeft opgegeven bij bepaalde (overheids)instanties, maakt dit niet anders. De verdachte beschikt zelf uitsluitend over (wisselende) prepaidnummers. Het ligt voor de hand dat de verdachte bij (overheids)instanties niet steeds een nieuw prepaidnummer opgeeft. Gebleken is ook dat de verdachte en zijn vrouw samen een bedrijf hebben, hetgeen de inschrijving van het telefoonnummer van zijn vrouw bij de Kamer van Koophandel verklaart.

De suggestie van de verdediging dat het de broer van de verdachte geweest zou kunnen zijn die het nummer eindigend op [nummer 1] heeft gebruikt, wordt eveneens verworpen. De vaststelling dat er regelmatig contact is geweest tussen laatstgenoemd nummer en het op naam van de broer van de verdachte geregistreerde telefoonnummer, verdraagt zich niet met deze suggestie. Tijdens de pseudokoop op 25 oktober 2019 straalde de telefoon van de broer van de verdachte bovendien zendmasten aan in de nabijheid van diens woning.

De rechtbank stelt samengevat vast dat de verdachte ter gelegenheid van de pseudokoop in de Volkswagen Golf heeft gereden, nu deze auto na de overdracht van de wapens bij de woning van de verdachte is geparkeerd en de verdachte op basis van telefoon- en zendmastgegevens zowel aan de tijd en plaats van de overdacht, alsmede aan de tijd en plaats van genoemd parkeren kan worden gelinkt. Daarmee staat tevens vast dat de verdachte de wapens voor de pseudokoop heeft geleverd.

Het subsidiaire verweer dat de verdachte geen wetenschap droeg van de aanwezigheid van de wapens in de auto wordt eveneens verworpen. De gebruiker van een voertuig wordt geacht bekend te zijn met hetgeen zich in zijn voertuig bevindt. Dit klemt temeer nu de wapens in een grote zware tas aan de bijrijderszijde lagen. Er zijn geen feiten of omstandigheden gesteld of gebleken waaruit anders zou moeten volgen. De verdachte had dan ook wetenschap van de vuurwapens die hij in zijn auto vervoerde en die hij aan zijn medeverdachte overdroeg.

Samengevat kan worden bewezen dat de verdachte het onder 1 ten laste gelegde feit heeft begaan.

4.3.

Vrijspraak van het onder 2 tenlastegelegde (pseudokoop 9 juli 2019)

4.3.1.

Standpunt officier van justitie

Uit het dossier blijkt dat medeverdachte [naam medeverdachte] op 25 oktober 2019 tegen de undercoveragent heeft gezegd dat de levering van de vuurwapens zou worden verricht door degene “die de vorige keer ook voor jou kwam”. Op 9 juli 2019 heeft ook een pseudokoop plaatsgevonden tussen [naam medeverdachte] en dezelfde undercoveragent. Ten tijde van die pseudokoop heeft het observatieteam waargenomen dat dezelfde Volkswagen Golf aan kwam rijden en dat [naam medeverdachte] een tas uit deze auto haalde. De undercoveragent heeft geverbaliseerd dat uit deze tas het wapen kwam. Gelet op de mededeling van [naam medeverdachte] en het feit dat dezelfde auto gebruikt werd bij beide pseudokopen, kan geconcludeerd worden dat de verdachte ook op 9 juli 2019 betrokken was bij de wapenoverdracht.

4.3.2.

Beoordeling

De rechtbank stelt vast dat uit het dossier volgt dat er verschillende pseudokopen hebben plaatsgevonden waarbij dezelfde undercoveragent betrokken was, waaronder op 9 juli, 17 juli en 25 oktober 2019. Gelet daarop kan de rechtbank niet met voldoende zekerheid vaststellen dat de opmerking van [naam medeverdachte] , inhoudende dat degene die de wapens bracht dezelfde persoon was als “de vorige keer”, betrekking had op de pseudokoop van 9 juli 2019. Hiermee kan [naam medeverdachte] immers ook gedoeld hebben op de pseudokoop die plaatsvond op 17 juli 2019, waarbij de betrokkenheid van de verdachte niet vaststaat.

In dat verband merkt de rechtbank op dat het kenteken van de Volkswagen Golf niet eerder dan op 29 september 2019 is afgegeven aan de moeder van de verdachte, dat niet uit het dossier blijkt op wiens naam het kenteken voor die tijd was gesteld en dat de bestuurder van de Volkswagen Golf op 9 juli 2019 niet door de verbalisanten is waargenomen.

Het onder 2 tenlastegelegde kan daarom niet wettig en overtuigend worden bewezen. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4.4.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 tenlastegelegde heeft begaan op die wijze dat:

hij op 25 oktober 2019 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met anderen, - wapens van categorie II, onder 2 van de Wet wapens en munitie, te weten 3 vuurwapens van het merk CZ, type Evo, kaliber 9 mm zijnde vuurwapens geschikt om automatisch te vuren

en

- munitie van categorie III van de Wet Wapens en Munitie, te weten 250 kogelpatronen van het kaliber 9 mm

en

- een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen van het merk CZ, type EVO, kaliber 9 mm zijnde een vuurwapen dat geschikt is om semi-automatisch (of enkelschots) te vuren,

heeft overgedragen.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet ook daarvan worden vrijgesproken.

5. Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

medeplegen van handelen in strijd met artikel 31, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II, meermalen gepleegd,

medeplegen van handelen in strijd met artikel 31, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, en

medeplegen van handelen in strijd met artikel 31, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De feiten zijn dus strafbaar.

6. Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering straf en maatregel

7.1.

Algemene overweging

De straf en maatregel die aan de verdachte worden opgelegd, zijn gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

7.2.

Feiten waarop de straf en maatregel zijn gebaseerd

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van wapenhandel. Hij heeft met zijn medeverdachten een viertal (semi-)automatische vuurwapens overgedragen, met een grote hoeveelheid munitie.

De aanwezigheid van (geladen) vuurwapens in het openbaar komt steeds vaker voor en dit is een zorgelijke ontwikkeling. Het bezit van vuurwapens leidt immers niet zelden tot het (ondeskundig) gebruik ervan, met alle ernstige en potentieel dodelijke van dien. Zeker bij het gebruik van volautomatische wapens bestaat bovendien een groot risico dat onschuldige omstanders worden getroffen. Dit zorgt ervoor dat reeds het enkele bezit van een vuurwapen in de samenleving gevoelens van angst en onveiligheid teweegbrengt en ook als schokkend wordt ervaren. Kort gezegd kent het ongecontroleerd bezit van vuurwapens geen ander doel dan het toebrengen van schade aan anderen en/of de maatschappij. Gelet op de toename van het vuurwapenbezit en het hoge gevaarzettend karakter daarvan, dient daartegen daarom streng te worden opgetreden.

7.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

7.3.1.

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 21 juli 2020, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

7.4.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf van langere duur. Bij de bepaling daarvan heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf en maatregel passend en geboden.

8. In beslag genomen voorwerpen

8.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd de in beslag genomen holster, de BQ Aquarius telefoon en de Glock Switch (nummers 3 tot en met 5 op de beslaglijst) te onttrekken aan het verkeer.

8.2.

Beoordeling

De in beslag genomen goederen zullen worden onttrokken aan het verkeer. Het ongecontroleerde bezit daarvan is in strijd met het algemeen belang. De holster, BQ Aquarius en Glock Switch behoren toe aan de verdachte, zijn bij gelegenheid van het onderzoek naar de door de verdachte begane feiten aangetroffen en deze kunnen dienen tot het begaan of de voorbereiding van soortgelijke feiten.

9. Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 36b, 36d, 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 31 en 55 van de Wet wapens en munitie.

10. Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

11. Beslissing

De rechtbank:

verklaart niet bewezen, dat de verdachte de onder 2 en 3 ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart bewezen, dat de verdachte het onder 1 ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte ook daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 (zesendertig) maanden;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

beslist ten aanzien van de voorwerpen, geplaatst op de lijst van inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, als volgt:
verklaart onttrokken aan het verkeer: de holster, de BQ Aquarius telefoon en de Glock Switch.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. C. Vogtschmidt, voorzitter,

en mrs. R. Brand en F. van Buchem, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. C.J. Voogel-van Buuren, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst gewijzigde tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

Hij op of omstreeks 25 oktober 2019 te Rotterdam, in ieder geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

een of meer wapen(s) van categorie II, onder 2 van de Wet wapens en munitie,

- te weten 3 vuurwapens van het merk CZ, type Evo, kaliber 9 mm

zijnde vuurwapen(s) geschikt om automatisch te vuren

en/of

- munitie van categorie III van de Wet Wapens en Munitie, te weten 250, in ieder geval een of meer, kogelpatronen van het kaliber 9 mm

en/of

-een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie,

te weten een vuurwapen van het merk CZ, type EVO, kaliber 9 mm zijnde een vuurwapen dat geschikt is om semi-automatisch (of enkelschots) te vuren,

heeft overgedragen en/of voorhanden heeft gehad;

2.

hij op of omstreeks 09 juli 2019 te Rotterdam, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

- een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie,

te weten een pistool van het merk Grand power, type 1, kaliber 9 mm

zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver, en/of pistool

en/of

- munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten 22, althans

een o£ meer, kogelpatronen van het kaliber 9 mm

heeft overgedragen en/of voorhanden heeft gehad;

3.

hij op of omstreeks 3 december 2019 te Rotterdam, in ieder geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

een wapen, althans een onderdeel van een wapen van categorie II, onder 2 van de Wet wapens en munitie,

- te weten een vuurregelaar voor een Glock pistool, zijnde een onderdeel of

hulpstuk dat specifiek bestemd is voor wapens van die categorie en dat van

wezenlijke aard is, voorhanden heeft gehad.