Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:8013

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
26-08-2020
Datum publicatie
11-09-2020
Zaaknummer
10/750480-19
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bewezenverklaring van medeplichtigheid aan het overdragen van vier (semi)automatische vuurwapens en munitie. Vrijspraak van medeplegen: geen sprake van nauwe en bewuste samenwerking. Verdachte had een beperkte en ondergeschikte rol. Veroordeling tot een gevangenisstraf van 18 maanden met aftrek van voorarrest.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 3

Parketnummer: 10/750480-19

Datum uitspraak: 26 augustus 2020

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,

niet ingeschreven in de basisregistratie personen,

ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in

de Penitentiaire Inrichting Dordrecht,

raadsman mr. R. Moghni, advocaat te Rotterdam.

1. Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 12 augustus 2020.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding, zoals deze op de terechtzitting overeenkomstig de vordering van de officier van justitie is gewijzigd.

De tekst van de gewijzigde tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

Kort weergegeven wordt de verdachte verweten dat hij als medepleger dan wel medeplichtige betrokken is geweest bij de verkoop van een viertal (semi-)automatische vuurwapens en munitie.

3. Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. P.A. Willemse heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het primair tenlastegelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar.

4. Waardering van het bewijs

4.1.

Medeplegen

4.1.1.

Standpunt officier van justitie

Het primair tenlastegelegde feit kan worden bewezen. De verdachte heeft opgetreden als medepleger. De verdachte heeft zijn woning ter beschikking gesteld voor de overdracht van de vier vuurwapens. Daarnaast was hij voor, tijdens en na de overdracht samen met medeverdachte [naam medeverdachte] (hierna: [naam medeverdachte] ). Hij is met [naam medeverdachte] en de pseudokoper meegereden en was er derhalve bij toen in de auto werd gesproken over wapens en munitie. Daarnaast heeft hij in de woning handelingen verricht die gericht waren op de overdracht van de wapens aan de pseudokoper (zo heeft hij een doekje gehaald waarmee de tas waarin de wapens zijn vervoerd werd schoongemaakt en heeft hij het door de pseudokoper overhandigde geldbedrag geteld). Verder heeft hij er blijk van gegeven ook geïnteresseerd te zijn in de aanschaf van een dergelijk wapen en zelf ook eerder een ander wapen te hebben gekocht. Na de overdacht is de verdachte, samen met [naam medeverdachte] , enige tijd in de woning gebleven en is vervolgens samen met hem vertrokken. Daar komt nog bij dat bij verdachte thuis een PGP telefoon is aangetroffen en dat verdachte met een grote hoeveelheid bankbiljetten tussen zijn voeten is te zien op een filmpje van juni 2018 in [naam medeverdachte] ’s telefoon.

Uit het voorgaande blijkt dat de verdachte een wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan de gezamenlijke uitvoering van dit misdrijf. Er is daarom sprake van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en [naam medeverdachte] , reden waarom het primair ten laste gelegde feit kan worden bewezen.

4.1.2.

Beoordeling

Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen dat sprake is van medeplegen van het overdragen van vuurwapens en munitie. Hiertoe overweegt de rechtbank als volgt.

De rechtbank stelt voorop dat medeplegen kan worden bewezen indien is komen vast te staan dat bij het begaan van het feit sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking.

Uit het dossier en het onderzoek ter terechtzitting leidt de rechtbank met betrekking tot de betrokkenheid van verdachte bij het tenlastegelegde het volgende af.

Op 25 oktober 2019 vond er een pseudokoop plaats van vier vuurwapens, merk CZ, type Evo 3. Deze pseudokoop voltrok zich in de woning waar de verdachte woonde. In ruil voor een geldbedrag heeft hij de woning hiervoor ter beschikking gesteld. Verdachte is samen met de pseudokoper en [naam medeverdachte] naar de woning toe gereden. De verdachte was vervolgens aanwezig bij de transactie. Hij heeft, op verzoek van [naam medeverdachte] , een doekje gehaald om de vuurwapens af te nemen en een t-shirt om de handvatten van de tas gebonden waarin de vuurwapens vervoerd werden. Ten slotte heeft hij een deel van het betaalde geld geteld.

Gelet op voornoemde feiten en omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat de voor medeplegen vereiste voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en de medeverdachte niet is komen vast te staan. Weliswaar was de verdachte betrokken bij de overdracht, maar zijn bijdrage aan het tenlastegelegde is naar het oordeel van de rechtbank van onvoldoende gewicht.

Uit het dossier blijkt slechts van een beperkte en ondergeschikte rol. Niet gebleken is dat de verdachte betrokken is geweest bij het beramen van de pseudokoop. Uit pgp-berichten tussen de medeverdachte en de pseudokoper valt juist op te maken dat de verdachte pas vlak voor de overdracht daarbij werd betrokken, om de eenvoudige reden dat er een woning nodig was voor de pseudokoop. Uit het beschikbaar stellen van de woning en de (beperkte) handelingen die de verdachte bij de pseudokoop heeft verricht kan geen wezenlijke bedrage aan het delict worden afgeleid.

4.1.3.

Conclusie

Dit betekent dat niet bewezen is dat de verdachte het ten laste gelegde feit als medepleger heeft begaan. Daarom zal de verdachte worden vrijgesproken van het primair ten laste gelegde feit.

4.2.

Bewezenverklaring zonder nadere motivering

Het subsidiair ten laste gelegde feit, te weten de medeplichtigheid aan de overdracht van wapens en munitie, is door de verdachte bekend. Dit feit zal zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.

4.3.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en geen verweer is gevoerd dat strekt tot vrijspraak. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het subsidiair ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

[naam medeverdachte] op 25 oktober 2019 te Rotterdam, in een woning gelegen aan de [adres delict] , - wapens van categorie II, onder 2 van de Wet wapens en munitie, te weten 3 vuurwapens van het merk CZ, type Evo, kaliber 9 mm zijnde vuurwapensgeschikt om automatisch te vuren

en

- munitie van categorie III van de Wet Wapens en Munitie, te weten 250 kogelpatronen van het kaliber 9 mm

en

- een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen van het merk CZ, type EVO, kaliber 9 mm zijnde een vuurwapen dat geschikt is om semi-automatisch (of enkelschots) te vuren, heeft overgedragen,

tot het plegen van welke misdrijven hij, verdachte, op 25 oktober 2019 te Rotterdam, gelegenheid en/of middelen heeft verschaft , door aan voornoemde [naam medeverdachte] zijn woning gelegen aan de [adres delict] te Rotterdam ter beschikking te stellen ten behoeve van voornoemde overdracht.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet ook daarvan worden vrijgesproken.

5. Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

medeplichtigheid aan handelen in strijd met artikel 31, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II, meermalen gepleegd,

medeplichtigheid aan handelen in strijd met artikel 31, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, en

medeplichtigheid aan handelen in strijd met artikel 31, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De feiten zijn dus strafbaar.

6. Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering straf

7.1.

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

7.2.

Feiten waarop de straf is gebaseerd

De verdachte is als medeplichtige betrokken geweest bij de verkoop van (semi-) automatische wapens en munitie. Door zijn woning beschikbaar te stellen ten behoeve van de transactie heeft hij een bijdrage geleverd aan de illegale handel in vuurwapens en heeft verdachte meegewerkt aan het in omloop brengen van deze wapens.

De aanwezigheid van (geladen) vuurwapens in het openbaar komt steeds vaker voor en dit is een zorgelijke ontwikkeling. Het bezit van vuurwapens leidt immers niet zelden tot het (ondeskundig) gebruik ervan, met alle ernstige en potentieel dodelijke gevolgen van dien. Zeker bij het gebruik van volautomatische wapens bestaat er bovendien een groot risico dat onschuldige omstanders worden getroffen. Dit zorgt ervoor dat reeds het enkele bezit van een vuurwapen in de samenleving gevoelens van angst en onveiligheid teweegbrengt en ook als schokkend wordt ervaren. Kort gezegd kent het ongecontroleerd bezit van vuurwapens geen ander doel dan het toebrengen van schade aan anderen en/of de maatschappij. Gelet op de toename van het vuurwapenbezit en het hoge gevaarzettende karakter daarvan, dient daartegen streng te worden opgetreden.

De rechtbank neemt het de verdachte daarbij kwalijk dat hij zich geen rekenschap heeft gegeven van zijn handelen maar zich slechts heeft laten leiden door zijn eigen financiële gewin.

In strafverminderende zin weegt de rechtbank mee dat de verdachte een beperkte rol heeft gehad bij de strafbare feiten.

7.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

7.3.1.

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 26 februari 2020, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

7.4.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf van langere duur. Bij de bepaling daarvan heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 48, 49 en 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 31 en 55 van de Wet wapens en munitie.

9. Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

10. Beslissing

De rechtbank:

verklaart niet bewezen, dat de verdachte het primair ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart bewezen, dat de verdachte het subsidiair ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte ook daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 (achttien) maanden;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. C. Vogtschmidt, voorzitter,

en mrs. R. Brand en F. van Buchem , rechters,

in tegenwoordigheid van mr. C.J. Voogel-van Buuren, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst gewijzigde tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

Hij op of omstreeks 25 oktober 2019 te Rotterdam, in ieder geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

een of meer wapen(s) van categorie II, onder 2 van de Wet wapens en munitie,

- te weten 3 vuurwapens van het merk CZ, type Evo, kaliber 9 mm zijnde vuurwapen(s) geschikt om automatisch te vuren

en/of

- munitie van categorie III van de Wet Wapens en Munitie, te weten 250, in ieder geval een of meer, kogelpatronen van het kaliber 9 mm

en/of

- een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie,

te weten een vuurwapen van het merk CZ, type EVO, kaliber 9 mm zijnde een vuurwapen dat geschikt is om semi-automatisch (of enkelschots) te vuren,

heeft overgedragen en/of voorhanden heeft gehad.

Subsidiair, voor zover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

Dat [naam medeverdachte] op of omstreeks 25 oktober 2019 te Rotterdam, in een woning gelegen

aan de [adres delict] ,

een of meer wapen(s) van categorie II, onder 2 van de Wet wapens en munitie,

- te weten 3 vuurwapens van het merk CZ, type Evo, kaliber 9 mm

zijnde vuurwapen(s) geschikt om automatisch te vuren

en/of

- munitie van categorie III van de Wet Wapens en Munitie, te weten 250, in ieder geval een of meer, kogelpatronen van het kaliber 9 mm

en/of

- een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie,

te weten een vuurwapen van het merk CZ, type EVO, kaliber 9 mm zijnde een vuurwapen dat geschikt is om semi-automatisch (of enkelschots) te vuren,

heeft overgedragen

tot en/of bij het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven hij verdachte op of

omstreeks 25 oktober 2019 te Rotterdam, gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest, door

aan voornoemde [naam medeverdachte] zijn, althans een, woning gelegen aan de [adres delict]

te Rotterdam ter beschikking te stellen ten behoeve van voornoemde

overdracht.