Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:8012

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
08-09-2020
Datum publicatie
11-09-2020
Zaaknummer
10/754508-20
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bewezenverklaring medeplegen van mensensmokkel van 7 personen die zich onder inhumane omstandigheden in een koeltrailer bevonden. De rechtbank acht, met de officier van justitie en de verdediging, niet bewezen dat sprake was van levensgevaar. De rechtbank houdt er in strafverzwarende zin rekening mee dat de verdachte het feit heeft begaan in de uitoefening van zijn beroep van vrachtwagenchauffeur. Veroordeling tot een gevangenisstraf van 2 jaren met aftrek van voorarrest.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 3

Parketnummer: 10/754508-20

Datum uitspraak: 8 september 2020

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] ( [geboorteland verdachte] ) op [geboortedatum verdachte] ,

niet ingeschreven in de basisregistratie personen,

ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de

Penitentiaire Inrichting Rotterdam, locatie Hoogvliet,

raadsman mr. T. Sönmez, advocaat te Rotterdam.

1. Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 25 augustus 2020.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er – kort en feitelijk weergegeven – op neer dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan mensensmokkel.

3. Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. M. al Mansouri heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het tenlastegelegde met uitzondering van het ten laste gelegde levensgevaar;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 21 maanden met aftrek van voorarrest.

4. Waardering van het bewijs

4.1.

Bewijswaardering

4.1.1.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit wegens het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs. Hiertoe is het volgende aangevoerd.

De verdachte heeft tijdens zijn rit richting Ierland een onverwachte stop gemaakt in Nederland. Hij is in de ochtend vertrokken vanuit Duitsland. Hij voelde zich niet lekker en is op de parkeerplaats ‘De Hop’ gestopt en per ongeluk in slaap gevallen. Toen hij op enig moment wakker schrok, heeft hij nog snel de wagen gecontroleerd en de trailer verzegeld, en is toen rechtstreeks naar de ferry in Hoek van Holland gereden.

Hij heeft niet gemerkt dat de vreemdelingen in zijn trailer zijn geklommen. Hij wist dan ook niet van hun aanwezigheid af en heeft hen onbewust vervoerd. De trailer zat niet op slot, omdat de verdachte geen sleutel had.

Verzegelen is niet nodig binnen de Europese Unie, maar wel voor de overtocht naar het Verenigd Koninkrijk. Ook is het mogelijk dat een chauffeur die in de cabine van een lange tot de nok gevulde trailer zit niets merkt van wat er achterin de trailer gebeurt. De verklaring van de verdachte is daarom niet onaannemelijk.

Smokkel eist een organisatie. Er is geen bewijs dat de verdachte daarbij betrokken was. Het ligt meer voor de hand dat zijn werkgever hier een rol in heeft gespeeld. Die heeft immers via de telefoon instructies gegeven hoe de vracht ingeladen en ingedeeld diende te worden. Hij kon bovendien op elk willekeurig moment via zijn laptop zien waar de verdachte was en op die manier de vluchtelingen of degenen die hen vervoerden aanwijzingen geven naar welke plek zij zich moesten begeven.

Nu de verdachte niet opzettelijk, of zelfs met enige wetenschap, heeft gehandeld, moet hij worden vrijgesproken van het tenlastegelegde.

4.1.2.

Beoordeling

Wetenschap aanwezigheid vreemdelingen

Op 22 februari 2020 vond te Hoek van Holland een uitreiscontrole van het vrachtverkeer plaats voor de ferry richting Harwich, Verenigd Koninkrijk. In de koeltrailer van de vrachtwagen van de verdachte werden zeven personen met de Albanese nationaliteit aangetroffen. De trailer was voorzien van een intact zegel.

Als uitgangspunt geldt dat de omstandigheid dat de chauffeur van een vrachtwagen vreemdelingen in zijn lading aanwezig heeft, in combinatie met andere verdachte omstandigheden, wijst op betrokkenheid en wetenschap van de chauffeur bij het vervoer van deze vreemdelingen. Dat kan anders zijn indien de chauffeur daarvoor een andersluidende plausibele en verifieerbare verklaring geeft. In dat verband mag van de chauffeur worden verwacht dat hij inzicht geeft in zijn reisbewegingen, handelingen en gang van zaken rond het transport.

Vast staat dat er vreemdelingen zijn aangetroffen in de trailer van de verdachte. Naar het oordeel van de rechtbank is er ook sprake van verdachte omstandigheden, gezien het navolgende.

De verdachte heeft verklaard dat hij zijn vracht op 20 en 21 februari 2020 heeft geladen op een tweetal locaties in Litouwen en Polen. Hij was aanwezig bij het laden en is daarbij ook in de trailer geweest. Op dat moment waren er geen personen in de trailer. De trailer zat volgens de verdachte niet op slot, omdat hij geen sleutel had. Hij is vervolgens via Duitsland richting Nederland gereden, waarbij hij in de nacht van 21 op 22 februari 2020 bij een Autohof in Duitsland negen uur lang heeft gerust. In de ochtend is hij vervolgens naar Nederland gereden en heeft hij een ongeplande stop gemaakt bij parkeerplaats De Hop. Aldaar is hij per ongeluk in slaap gevallen en werd hij pas na twee uur wakker. Hij is vervolgens uitgestapt om een controlerondje om de vrachtwagen te lopen. Hij heeft hierbij een zegel op de trailer aangebracht omdat dit nodig is voor een overtocht naar het Verenigd Koninkrijk. Hij is vervolgens naar Hoek van Holland gereden, alwaar de vreemdelingen werden ontdekt.

De verklaring van de verdachte strookt deels met objectieve bewijsmiddelen. Zo blijkt uit de gegevens uit de tachograaf dat de verdachte op 22 februari 2020 rond 12:15 uur (alle tijdstippen in de motivering van dit vonnis zijn weergegeven in de Nederlandse tijd) is vertrokken vanaf een parkeerplaats in Duitsland. Om 13:14 uur stopte hij op parkeerplaats De Hop langs de A1. Daar is hij vervolgens om 15:03 uur weggereden naar Hoek van Holland. Tussentijds heeft hij geen stop meer gemaakt.

Uit de eigen verklaring van de verdachte in combinatie met de gegevens van de tachograaf volgt dat de verdachte bij De Hop een langdurige pauze heeft genomen. Dit, terwijl de verdachte naar eigen zeggen tijdens de voorafgaande nacht een lange rust (van negen uur) had gehad en terwijl de werkgever van de verdachte heeft verklaard dat de chauffeurs tijdens een reis zoals de verdachte maakte, normaal niet in Nederland stoppen. Dit maakt de lange stop bij De Hop een verdachte omstandigheid.

Het door de verdachte geschetste scenario dat de stop niet gepland was en dat hij in slaap is gevallen en de vreemdelingen zonder zijn wetenschap in zijn trailer zijn geklommen, acht de rechtbank niet aannemelijk. Hiertoe overweegt de rechtbank als volgt.

Blijkens de verklaring van de werkgever van de verdachte biedt het systeem van de vrachtwagen inzicht waar de vrachtwagen is en wanneer de deuren van de trailer worden geopend. Voor de werkgever is dit zichtbaar op zijn laptop. Tijdens zijn verhoor heeft de werkgever laten zien dat op 22 februari 2020 de deuren van de vrachtwagen van de verdachte werden geopend om 13:31 en 14:01 uur. Gelet op de gegevens van de tachograaf was de verdachte op dat moment aanwezig op parkeerterrein De Hop.

Uit onderzoek aan de telefoons van de vreemdelingen [naam vreemdeling 1] , [naam vreemdeling 2] en [naam vreemdeling 3] volgt dat zij rond 13:18 uur de grens van België en Nederland zijn gepasseerd. Hun route liep vervolgens langs Berghem en Beekbergen. Nabij Beekbergen werd door de telefoon van [naam vreemdeling 3] om 14:22 uur verbinding gemaakt met het internet.

Uit het voorgaande blijkt dat deze vreemdelingen al onderweg waren vanuit België (13:18 passeren grens) toen de verdachte stopte bij De Hop (13:14) en dat hun route rechtstreeks naar parkeerplaats De Hop ging. Dit, in combinatie met het gegeven (van algemene bekendheid, nu de reistijd op eenvoudige wijze via de openbare bron Google Maps kan worden berekend) dat de vreemdelingen daar ongeveer 14:45 uur moeten zijn aangekomen en het feit dat de verdachte vlak daarna de vrachtwagen heeft verzegeld en is weggereden (15:03), duidt op planmatigheid: de vreemdelingen wisten dat zij naar De Hop moesten en de verdachte heeft gewacht tot ze er waren. Deze planmatigheid strookt niet met een ongeplande stop en het onverwacht in slaap vallen. Het is immers zeer onwaarschijnlijk dat de vreemdelingen specifiek naar die parkeerplaats zijn gebracht, waar geen faciliteiten zijn en veel minder vrachtwagens zullen komen dan bij een parkeerplaats met bijvoorbeeld een tankstation of restaurant, in de hoop dat er een vrachtwagen zou stoppen die hen naar het Verenigd Koninkrijk kon brengen, en dat de vrachtwagen van de verdachte daar toevallig stond met geopende deuren. De rechtbank acht dit scenario bovendien ongeloofwaardig aangezien parkeerterrein De Hop is gelegen tussen Almelo en Deventer en de vreemdelingen vanaf hun eerdere locatie in tegengestelde richting van hun eindbestemming hebben moeten rijden om daar te kunnen komen. Daarbij komt ook dat het de rechtbank vreemd voorkomt dat de verdachte pas op parkeerterrein De Hop, waar hij volgens zijn verklaring normaalgesproken niet gestopt zou zijn, het zegel heeft aangebracht en dat hij dit niet heeft gedaan gedurende zijn voorgaande stop in Duitsland. Hiernaast heeft de verdachte wisselend verklaard over het aantal stops dat hij op 22 februari 2020 heeft gemaakt en de reden voor zijn stop bij De Hop.

Ook het betoog van de verdediging dat de werkgever van de verdachte de mensensmokkel zou hebben georganiseerd zonder medeweten van de verdachte, slaagt niet. Zelfs als van betrokkenheid van de werkgever zou worden uitgegaan, is het immers niet aannemelijk dat hij dit zou hebben kunnen uitvoeren zonder de hulp van de verdachte. Ook dat scenario strookt namelijk niet met een ongeplande stop.

Naar het oordeel van de rechtbank kan het dan ook op basis van voornoemde feiten en

omstandigheden niet anders zijn dan dat de verdachte op de hoogte was van de aanwezigheid van de vreemdelingen in de trailer van zijn vrachtwagen en dat het zijn bedoeling was dat zij - met zijn medeweten en toestemming - door hem naar het Verenigd Koninkrijk zouden worden vervoerd.

De rechtbank acht ook bewezen dat de verdachte dit deed uit winstbejag. Immers, gezien het risico dat een chauffeur loopt en gezien het feit van algemene bekendheid dat grote bedragen zijn gemoeid met mensensmokkel, is aannemelijk dat de verdachte dit niet voor niets deed. Er is niet gebleken van omstandigheden die tot een andere conclusie moeten leiden.

Medeplegen

Uit het dossier blijkt dat in ieder geval een aantal van de vreemdelingen door een persoon vanuit België naar de vrachtwagen van de verdachte zijn gebracht. Gelet op voorgaande overwegingen, kan het niet anders zijn dan dat sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en een of meer anderen, die in de kern bestaat uit een gezamenlijke uitvoering. Daarmee acht de rechtbank het ten laste gelegde medeplegen wettig en overtuigend bewezen.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte zich - samen met een ander of anderen - heeft schuldig gemaakt aan het medeplegen van mensensmokkel.

Levensgevaar

De rechtbank volgt het standpunt van de officier van justitie en de verdediging dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen verklaard dat levensgevaar voor de gesmokkelden te duchten is geweest. De verdachte zal zonder nadere motivering van dit onderdeel (partieel) worden vrijgesproken.

4.1.3.

Conclusie

Het tenlastegelegde kan wettig en overtuigend worden bewezen, met uitzondering van de strafverzwarende omstandigheid ‘levensgevaar’.

4.2.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

hij, in de periode van 20 februari 2020 tot en met 22 februari 2020 te Hoek van Holland, gemeente Rotterdam,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen,

te weten zeven, personen met de Albanese nationaliteit, - behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door Nederland en Groot-Brittannië, en genoemde personen daartoe gelegenheid en middelen heeft verschaft

en

-uit winstbejag behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van verblijf in Nederland

door

- bovengenoemde personen in de koeltrailer van een vrachtwagencombinatie (tussen de levensmiddelen) te vervoeren door Nederland richting Hoek van Holland om vervolgens de veerboot naar Groot-Brittanië te nemen,

en (aldus) de doorreis door en het transport naar en/of de toegang tot Nederland en Groot-Brittannië heeft gefaciliteerd

terwijl hij, verdachte, en zijn mededader(s), wisten of ernstige redenen hadden te vermoeden dat die toegang of die doorreis wederrechtelijk was,

en dit feit werd begaan in de uitoefening van zijn beroep als internationaal vrachtwagenchauffeur.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd.

De verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5. Strafbaarheid feit

Het bewezen feit levert op:

mensensmokkel, terwijl het feit in vereniging wordt begaan door meerdere personen en in de uitoefening van enig ambt of beroep, meermalen gepleegd

en

een ander uit winstbejag gelegenheid, middelen of inlichtingen verschaffen tot het zich verschaffen van verblijf in Nederland, terwijl hij weet of ernstige redenen heeft te vermoeden dat dat verblijf wederrechtelijk is, terwijl het feit in vereniging wordt begaan door meerdere personen in de uitoefening van enig ambt of beroep, meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Het feit is dus strafbaar.

6. Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering straf

7.1.

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

7.2.

Feit waarop de straf is gebaseerd

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van mensensmokkel van zeven personen, door hen in de koeltrailer van een vrachtwagen te vervoeren, met als bestemming het Verenigd Koninkrijk. Hoewel uit het dossier niet naar voren is gekomen dat sprake is geweest van direct levensgevaar, zaten de betrokkenen onder inhumane omstandigheden in de koeltrailer. Zij zaten immers in het donker en in de kou, verstopt tussen hoge pallets. Indien er zich een calamiteit had voorgedaan - zoals een ongeluk of onwel worden - hadden zij opgesloten gezeten, met alle mogelijke gevolgen van dien.

Door mensensmokkel wordt niet alleen het overheidsbeleid inzake bestrijding van illegaal verblijf in en illegale toegang tot Nederland en andere landen van de Europese Unie doorkruist, maar wordt ook bijgedragen aan een illegaal circuit. De handelwijze van de verdachte ondermijnt dit beleid en veroorzaakt onrust en gevoelens van onveiligheid in de samenleving. Ook leiden dit soort feiten gemakkelijk tot vormen van uitbuiting en misbruik van kwetsbare personen.

In strafverzwarende zin houdt de rechtbank rekening met het feit dat de verdachte dit feit in vereniging heeft begaan met meerdere personen, en gedurende de uitoefening van zijn beroep als vrachtwagenchauffeur.

7.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

7.3.1.

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 6 augustus 2020, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor enig strafbaar feit.

7.4.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Gezien de ernst van het feit kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf van langere duur. Bij de bepaling daarvan heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd.

De rechtbank komt hierbij uit op een hogere straf dan door de officier van justitie is geëist, omdat de rechtbank – anders dan de officier van justitie – in strafverzwarende zin rekening houdt met het feit dat de verdachte heeft gehandeld in de uitoefening van zijn beroep als vrachtwagenchauffeur.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 47, 55 en 197a van het Wetboek van Strafrecht.

9. Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

10. Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) jaren;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. R. Brand, voorzitter,

en mrs. W.J.M. Diekman en D.F. Smulders, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. C.J. Voogel-van Buuren, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

De voorzitter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

hij, in of omstreeks de periode van 20 februari 2020 tot en met 22 februari 2020 te Hoek van Holland, gemeente Rotterdam, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een ander of anderen, te weten 7, althans één of meer, personen met de Albanese nationaliteit, althans van buitenlandse afkomst,

- behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door Nederland en/of Ierland en/of een andere lidstaat van de Europese Unie, en/of Groot-Brittannië, zijnde een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad, en/of genoemde personen daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft

en/of

- uit winstbejag behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van verblijf in Nederland en/of Ierland en/of een andere lidstaat van de Europese Unie, en/of Groot-Brittannië, zijnde een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad,

door

- bovengenoemde personen in (de koeltrailer van) een vrachtwagencombinatie (tussen de levensmiddelen) te vervoeren door Nederland richting Hoek van Holland om vervolgens de veerboot naar Groot-Brittanië te nemen,

en/of

- een ticket aan te schaffen voor de ferry (Stena Line) van Hoek van Holland naar Groot-Brittannië,

en (aldus) de doorreis en/of het transport en/of toegang door/naar en/of het verblijf in Nederland en/of Groot-Brittannië en/of Ierland georganiseerd en/of gefaciliteerd en/of gecoördineerd terwijl hij, verdachte, en zijn mededader(s), wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden dat die toegang of die doorreis of dat verblijf wederrechtelijk was,

en dit feit werd begaan in de uitoefening van zijn ambt of beroep als internationaal vrachtwagenchauffeur,

en terwijl daarvan levensgevaar voor een of meer ander(en), te weten genoemde 7 personen van Albanese, althans buitenlandse, afkomst, te duchten was.