Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:7944

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
14-09-2020
Datum publicatie
14-09-2020
Zaaknummer
ROT 20/3690
Rechtsgebieden
Bestuursprocesrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Vereenvoudigde behandeling
Inhoudsindicatie

Prematuur beroep wegens niet tijdig beslissen op bezwaar. Beroep is niet-ontvankelijk. De bestuursrechter is niet bevoegd over de klachtbehandeling door de gemeentelijke ombudsman uitspraak te doen. De laatste is geen procespartij, zodat de bestuursrechter volstaat met die constatering. Er is nog geen reële beslissing op bezwaar genomen, zodat art. 6:20 Awb niet kan worden toegepast. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Bestuursrecht

zaaknummer: ROT 20/3690

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 september 2020 als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht in de zaak tussen

[Naam], te [Plaats], eiser,

en

het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam, verweerder,

gemachtigde: L.A. Bouter.

Procesverloop

Bij twee besluiten van 13 mei 2020 heeft verweerder de bijstandsuitkering van eiser ingetrokken met ingang van 17 februari 2020 en bedragen van € 987,99 en € 273,91 van eiser teruggevorderd.

Eiser heeft op 9 juli 2020 beroep ingesteld wegens het niet tijdig nemen van een besluit op zijn bezwaar door verweerder.

Overwegingen

1. De rechtbank doet met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

2. Uit artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb volgt dat voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep het niet tijdig nemen van een besluit met een besluit wordt gelijkgesteld. Uit artikel 6:12, tweede lid, van de Awb volgt dat het beroepschrift kan worden ingediend zodra: (a) het bestuursorgaan in gebreke is tijdig een besluit te nemen, en (b) twee weken zijn verstreken na de dag waarop belanghebbende het bestuursorgaan schriftelijk heeft medegedeeld dat het in gebreke is.

3. Niet is voldaan aan deze voorwaarden. Ten tijde van het indienen van het beroep op 9 juli 2020 was de beslistermijn als bedoeld in artikel 7:10, eerste lid, van de Awb nog niet verstreken. In dit geval is, gelet op bijlage 2 bij verweerders brief van 25 mei 2020 (gedingstuk 12), geen bezwaarschriftencommissie ingeschakeld. Dit betekent dat een beslistermijn geldt van zes weken te rekenen vanaf de dag na afloop van de bezwaartermijn, dat wil (gelet op de artikelen 6:7 en 6:8, eerste lid, van de Awb) zeggen twaalf weken te rekenen vanaf de dag na de bekendmaking van de twee besluiten op 13 mei 2020. De laatste dag van de beslistermijn voor het nemen van een besluit op bezwaar was daarom 5 augustus 2020.

4. Omdat eiser te vroeg beroep wegens niet tijdig beslissen op de bezwaren tegen de besluiten van 13 mei 2020 heeft ingesteld, is het beroep niet-ontvankelijk.

5. Eiser heeft de rechtbank verzocht vast te stellen welk bedrag aan dwangsommen verweerder heeft verbeurd. Eveneens heeft hij verzocht om een schadevergoeding wegens te laat betaalde bijstand. Omdat het beroep wegens niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk is komt de rechtbank niet toe de toekenning van een dwangsom, want daarvoor is op grond van artikel 8:55c van de Awb een gegrond beroep, waaruit volgt dat dwangsommen zijn verbeurd, noodzakelijk. Omdat de rechtbank niet aan een inhoudelijke beoordeling toekomt kan evenmin met toepassing van artikel 8:91 van de Awb een schadevergoeding worden toegekend. Dit laatste verzoek zal de rechtbank daarom afwijzen.

6. Voor zover eiser in zijn beroepschrift stelt dat hij nog een zaak wil aandragen wegens het stilliggen van een klachtprocedure bij de gemeentelijke ombudsman merkt de rechtbank op dat dit niet mogelijk is. Uit artikel 9:3 van de Awb volgt dat tegen een besluit inzake de behandeling van een klacht over een gedraging van een bestuursorgaan geen beroep kan worden ingesteld. De bestuursrechter is daarom niet bevoegd van een dergelijk geschil kennis te nemen. Omdat eiser alleen beroep heeft ingesteld wegens het niet tijdig beslissen door verweerder en hij in zijn digitale beroepschrift ook alleen verweerder heeft vermeld als verwerend bestuursorgaan en niet ook de gemeentelijke ombudsman, zal de rechtbank niet haar onbevoegdheid uitspreken, maar volstaan met de constatering dat zij niet bevoegd is zich over deze kwestie uit te laten.

7. Uit telefonische navraag van de griffier bij verweerder op 4 september 2020 is gebleken dat er nog niet is beslist op het bezwaar, zodat geen toepassing kan worden gegeven aan artikel 6:20 van de Awb.

8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk en wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is op 14 september 2020 gedaan door mr. E. van Lunenberg, rechter, in aanwezigheid van mr. R. Stijnen, griffier. De uitspraak zal openbaar worden gemaakt door die te publiceren op rechtspraak.nl.

De rechter en de griffier zijn verhinderd deze uitspraak te ondertekenen

griffier rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij de rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.