Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:7896

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
10-08-2020
Datum publicatie
10-09-2020
Zaaknummer
C/10/599883 / JE RK 20-1926
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Verzoek tot ondertoezichtstelling toegewezen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

zaakgegevens: C/10/599883 / JE RK 20-1926

datum uitspraak: 10 augustus 2020

beschikking ondertoezichtstelling

in de zaak van

de Raad voor de Kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht,

hierna te noemen de Raad, gevestigd te Rotterdam,

betreffende

[naam kind 1] ,

geboren op [geboortedatum kind 1] 2011 te [geboorteplaats kind 1] , hierna te noemen [naam kind 1] ,

[naam kind 2] ,

geboren op [geboortedatum kind 2] 2009 te [geboorteplaats kind 2] , hierna te noemen [naam kind 2] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam moeder] ,

hierna te noemen de moeder, wonende te [woonplaats moeder] ,

[naam vader] ,

hierna te noemen de moeder, gevestigd te [woonplaats vader] .

Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen van de Raad van 2 juli 2020, ingekomen bij de griffie op 8 juli 2020.

Op 10 augustus 2020 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld.

Gehoord zijn:

- de moeder;

- de vader, bijgestaan door zijn advocaat mr. F. de Wit-Facchetti;

- een vertegenwoordiger van de Raad, [naam vertegenwoordiger 1] ;

- een vertegenwoordiger van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, hierna te noemen de GI, [naam vertegenwoordiger 2] .

De feiten

Het ouderlijk gezag over [naam kind 2] en [naam kind 1] wordt uitgeoefend door de ouders.

[naam kind 2] en [naam kind 1] wonen de helft van de week bij de moeder en de helft van de week bij de vader.

Het verzoek

De Raad heeft een ondertoezichtstelling van [naam kind 2] en [naam kind 1] verzocht voor de duur van twaalf maanden.

De Raad heeft ter zitting het verzoek gehandhaafd en als volgt toegelicht.

Hoewel de ouders zeer betrokken zijn met hun kinderen, lukt het niet om in het belang van de [naam kind 2] en [naam kind 1] met elkaar te communiceren en afspraken te maken. De ouders hebben verschillende visies, waardoor de kinderen zich niet op hun gemak voelen. De hulpverlening in het vrijwillige kader is om verschillende redenen onvoldoende op gang gekomen. Daarnaast hebben de kinderen meer nodig dan wat in het vrijwillige kader geboden kan worden. Het gezin zal door twee jeugdbeschermers begeleid worden; een voor de ouders en een voor de kinderen. De kinderen hebben een persoon nodig die vertrouwd is en waarbij zij hun eigen stem kunnen laten horen. Voor de ouders is een stevige jeugdbeschermer nodig die de ouders voor kan houden wat in het belang van de kinderen is. Een ondertoezichtstelling voor de duur een jaar is nodig gelet op wat er allemaal moet gebeuren.

Het standpunt van de GI

De GI heeft ter zitting het verzoek van de Raad onderschreven en haar standpunt als volgt toegelicht. Er zijn reeds twee jeugdbeschermers toegewezen aan deze zaak. Elk half jaar zal geëvalueerd worden welke hulp is ingezet en wat er is bereikt. Het is van belang dat de jeugdbeschermers het advies van de Raad als uitgangspunt nemen en rekening houden met welke hulp er in het verleden reeds is ingezet. Er zijn bij de inzet van de hulpverlening in het vrijwillige kader veel wisselingen van hulpverleners geweest. Als er een ondertoezichtstelling wordt uitgesproken, zal er een gespecialiseerd, vast team betrokken zijn.

Het standpunt van belanghebbenden

Door en namens de vader is ter zitting ingestemd met het verzoek van de Raad. Het is onjuist dat de vader niet meewerkt aan de hulpverlening, zoals in het raadsrapport is opgetekend. De hulpverlening in het vrijwillige kader heeft gefaald, omdat de inzet van de hulp lang op zich heeft laten wachten. De communicatie tussen de ouders is nog steeds niet goed. Met name bij de overdracht van de kinderen op woensdagavond ontstaan er problemen en escalaties. Het is vanwege zijn werk niet mogelijk om de kinderen op donderdagochtend naar school te brengen. De vader gaat akkoord met de ondertoezichtstelling, want hij ziet geen andere oplossing. De schottenmethode die de Raad voorstelt, werkt alleen als er een goede jeugdbeschermer komt die bekend is met die regeling en met de hulpverlening die eerder is geprobeerd, zodat niet opnieuw wordt begonnen. De vader is bereid alles te doen in het belang van zijn kinderen.

De moeder heeft ter zitting eveneens ingestemd met het verzoek van de Raad. De ouders lopen vast in hun echtscheiding waar zij samen niet uitkomen en hulp bij nodig hebben. De conflicten tussen de ouders zijn van negatieve invloed op de gemoedstoestand van [naam kind 2] en [naam kind 1] , zowel op school als thuis. Ook zij hebben steun nodig. Vorig jaar zouden er al jeugdbeschermers worden ingezet, maar om verschillende redenen is de hulpverlening gestagneerd. De moeder is blij en opgelucht dat er nu een ondertoezichtstelling komt, zodat er eindelijk hulp kan worden ingezet met mandaat. De moeder wenst professionele hulp, zodat de ouders leren om op constructieve en geweldloze wijze met elkaar te communiceren in het belang van de kinderen. Ook moet worden gekeken wat er mogelijk is om de vele wisselmomenten te beperken. De moeder staat open voor alle hulp en adviezen om een rustige situatie voor de kinderen te creëren. Zij is het eens met het advies van de Raad om te starten met de schottenmethode, maar zou tegelijkertijd ook al aan de slag willen met het verbeteren van de communicatie tussen haar en de vader. Vanwege haar beperkte vertrouwen in de hulpverlening vraagt de moeder zich verder af of de ondertoezichtstelling voor een half jaar verleend kan worden om de voortgang te bewaken en te bezien wat tegen die tijd al dan niet is bereikt.

De beoordeling

Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat [naam kind 2] en [naam kind 1] ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd. [naam kind 2] en [naam kind 1] worden ernstig belast met de complexe echtscheidingsstrijd tussen de ouders. Zij staan al jaren tussen de ouders in en zijn meermaals getuige geweest van ruzies en escalaties tussen hen. Ondanks de inzet van hulpverlening in het vrijwillige kader zijn de ouders tot op heden niet in staat gebleken om op een constructieve wijze met elkaar te communiceren en de belangen van [naam kind 2] en [naam kind 1] voorop te stellen. Het lukt de ouders niet op een lijn te komen wat de opvoeding betreft. Zij blijven over en weer verwijten en beschuldigingen naar elkaar maken. [naam kind 2] en [naam kind 1] worden hiermee in ernstige mate belast, waardoor zij onvoldoende in staat zijn om op positieve en onbelaste wijze contact te onderhouden met beide ouders als gevolg waarvan zij in een loyaliteitsconflict terecht zijn gekomen. Hun gedrag, ontwikkeling op school en hun ontwikkeling in het algemeen worden hierdoor negatief beïnvloed.

In de afgelopen jaren is aldus gebleken dat er meer hulp en begeleiding nodig is om de zorgelijke situatie te doorbreken. De kinderrechter acht een ondertoezichtstelling noodzakelijk om de benodigde hulpverlening in te zetten. Er zullen op advies van de Raad twee jeugdbeschermers betrokken raken - een die zich richt op de problematiek van de ouders en een die de belangen van [naam kind 2] en [naam kind 1] behartigt. Het is bovenal van groot belang dat er rust gecreëerd wordt voor [naam kind 2] en [naam kind 1] . Om dat te bereiken zal op advies van de Raad de schottenmethode worden ingezet, waarbij de ouders gedurende een bepaalde periode op geen enkele wijze contact met elkaar zullen zoeken of onderhouden. Zodra er voor de kinderen rust en stabiliteit is gecreëerd, kunnen vervolgstappen voor de ouders worden ingezet om hun communicatie te verbeteren. Op welk moment er gewerkt kan gaan worden aan de verbetering van de communicatie tussen de ouders is ter beoordeling van de jeugdbescherming. Eveneens zal door de jeugdbescherming moeten worden bekeken hoe om te gaan met de (vele) wisselmomenten van [naam kind 2] en [naam kind 1] voor verblijf bij de vader en de moeder, een en ander met inachtneming van de praktische en reële bezwaren, zoals werk, aan de zijde van beide ouders. Aangezien de inzet van voornoemde hulp enige tijd vergt, ziet de kinderrechter geen aanleiding om de duur van de ondertoezichtstelling voor een kortere periode te verlenen dan is verzocht.

Uit het voorgaande volgt dat is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek (BW). De kinderrechter zal daarom [naam kind 2] en [naam kind 1] onder toezicht stellen voor de duur van twaalf maanden.

De beslissing

De kinderrechter:

stelt [naam kind 2] en [naam kind 1] onder toezicht van Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, gevestigd te Rotterdam, met ingang van 10 augustus 2020 tot 10 augustus 2021;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 10 augustus 2020 door A. Verweij, kinderrechter, in tegenwoordigheid van E.M.P. van de Kamp als griffier.

De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 19 augustus 2020.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Den Haag.