Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:7787

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
01-09-2020
Datum publicatie
03-09-2020
Zaaknummer
C/10/602728 / JE RK 20-2383
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

ots na mondeling verzoek ter zitting en horen van alle betrokkenen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

zaakgegevens: C/10/602728 / JE RK 20-2383

datum uitspraak: 1 september 2020

beschikking ondertoezichtstelling

in de zaak van

de Raad voor de Kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht,

hierna te noemen de Raad, gevestigd te Rotterdam,

betreffende

[naam minderjarige] ,

geboren op [geboortedatum minderjarige] 2003 te [geboorteplaats minderjarige] ( [geboorteland minderjarige] ), hierna te noemen [voornaam minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[naam moeder] ,

hierna te noemen de moeder, wonende te [woonplaats moeder] .

Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen van de Raad van 21 augustus 2020, ingekomen bij de griffie op dezelfde datum.

Op 1 september 2020 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld.

Gehoord zijn:

- de minderjarige [voornaam minderjarige] , die voorafgaand aan de zitting en tussentijds apart is gehoord,

- de moeder,

- een vertegenwoordigster van de Raad, mw. [naam vertegenwoordigster 1] ,

- een vertegenwoordigster van de gecertificeerde instelling William Schrikker Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, hierna te noemen de GI, mw. [naam vertegenwoordigster 2] .

Aangezien de moeder de Nederlandse taal niet of onvoldoende machtig is, maar wel de Somalische taal, heeft de kinderrechter het verhoor doen plaatsvinden met bijstand van

dhr. O. Ilmi, tolk in de Somalische taal.

De tolk heeft, alvorens zijn taak aan te vangen, op de bij wet voorgeschreven wijze de belofte afgelegd dat hij zijn taak naar zijn geweten zal vervullen.

De feiten

Het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] wordt uitgeoefend door de moeder.


[voornaam minderjarige] woont bij de moeder.

Bij beschikking van 21 augustus 2020 is [voornaam minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld tot 21 november 2020.

Het verzoek

De Raad heeft ter zitting een ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verzocht tot aan zijn meerderjarigheid.

De Raad heeft het verzoek als volgt toegelicht. De moeder is momenteel onmachtig om [voornaam minderjarige] op een adequate manier te begrenzen en op te voeden. Er zal veel hulpverlening ingezet moeten worden en het is belangrijk dat de moeder mee gaat werken aan deze ondersteuning. [voornaam minderjarige] wordt binnenkort achttien jaar en zal begeleid moeten worden naar meer zelfstandigheid. De moeder heeft aangegeven graag ondersteuning te willen krijgen, maar blijkt wisselvallig in het accepteren van de aangeboden hulpverlening. De Raad acht het van belang dat er intensieve gezinshulp bij de moeder thuis wordt ingezet. Daarnaast is het belangrijk dat de jeugdbeschermer met de moeder en [voornaam minderjarige] in overleg gaat om te kijken wat de beste woonplek voor [voornaam minderjarige] is.

De standpunten

De GI heeft zich ter zitting aangesloten bij het verzoek van de Raad. De GI zal veel moeten gaan regelen in korte tijd. In eerste instantie is [voornaam minderjarige] na terugkomst in Nederland bij de moeder geplaatst ter overbrugging, in afwachting van een geschikte woonplek waar hij kan toewerken naar meer zelfstandigheid. Er is veel misgegaan ondanks eerdere ingezette hulpverlening. De GI hoopt de moeder en [voornaam minderjarige] de komende periode te kunnen helpen en vooruitgang te kunnen boeken. Het is belangrijk dat er dagbesteding voor [voornaam minderjarige] gevonden gaat worden. Er wordt door de GI gekeken naar mogelijkheden om [voornaam minderjarige] aan te melden bij een school.

De moeder is het eens met het verzoek. De moeder heeft ter zitting aangegeven dringend hulp nodig te hebben. [voornaam minderjarige] luistert niet naar de moeder en gaat zonder iets te zeggen naar buiten. [voornaam minderjarige] vertelt niet waar hij dan naartoe gaat. Ook zit [voornaam minderjarige] tot laat op zijn telefoon, waardoor hij een verstoord nachtritme heeft. De moeder wil graag dat [voornaam minderjarige] thuis blijft wonen en thuis de benodigde hulp krijgt.

De beoordeling

Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat [voornaam minderjarige] ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. Er is bij [voornaam minderjarige] sprake van gedragsproblematiek. Hij laat zelfbepalend gedrag zien en laat zich moeilijk begrenzen door zijn moeder. [voornaam minderjarige] heeft zich meerdere keren onttrokken aan het gezag van zijn moeder en de moeder is niet in staat om [voornaam minderjarige] te begrenzen en hem positief te stimuleren de juiste keuzes te maken. Ook is [voornaam minderjarige] al langere tijd niet naar school geweest. De moeder heeft [voornaam minderjarige] in december 2019 zonder paspoort achtergelaten in Somalië, in de hoop dat zijn gedrag daar zou verbeteren. De veiligheid van [voornaam minderjarige] kwam hierbij in het geding. [voornaam minderjarige] heeft in Somalië op meerdere plekken verbleven en is sinds vorige week - door tussenkomst van de Raad - weer terug in Nederland. Sinds zijn terugkomst woont hij bij de moeder thuis. Gezien het gedrag van [voornaam minderjarige] en de onmacht die de moeder ervaart, is de kinderrechter van oordeel dat de inzet van een jeugdbeschermer noodzakelijk is om de moeder en [voornaam minderjarige] passende hulp en ondersteuning te bieden en om de ontwikkeling van [voornaam minderjarige] tot een zelfstandige en stabiele volwassene te waarborgen. De tijd tot aan zijn 18e verjaardag dringt en voor die tijd is het van belang dat er gekeken wordt naar de mogelijke gevolgen voor [voornaam minderjarige] van zijn achterlating in Somalië en naar de mogelijkheden voor hem om weer onderwijs te kunnen volgen. Ook is het belangrijk dat er onderzocht wordt of, en op welke wijze de veiligheid van [voornaam minderjarige] voldoende gewaarborgd kan worden bij de moeder thuis. Naar aanleiding van de uitkomst van dit onderzoek zal de juiste begeleiding en/of hulpverlening moeten worden ingezet.

Hoewel het verzoek tot een ondertoezichtstelling eerst ter zitting en slechts mondeling is gedaan volgt uit het voorgaande dat is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek. Nu ook de kinderrechter alle betrokkenen ter zitting over dit mondelinge verzoek heeft kunnen horen, zal zij [voornaam minderjarige] daarom onder toezicht stellen tot aan zijn meerderjarigheid.

De beslissing

De kinderrechter:

stelt [voornaam minderjarige] onder toezicht van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, gevestigd te Amsterdam, met ingang van

1 september 2020 tot 7 februari 2021;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. A. Verweij, kinderrechter, in tegenwoordigheid van I.E. Teunissen als griffier en in het openbaar uitgesproken op 1 september 2020.

De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 3 september 2020.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Den Haag.