Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:7780

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
26-08-2020
Datum publicatie
10-09-2020
Zaaknummer
C/10/598463 / JE RK 20-1696 en C/10/602748 / JE RK 20-2387
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

ondertoezichtstelling en machtiging gesloten jeugdhulp.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

zaakgegevens: C/10/598463 / JE RK 20-1696 en C/10/602748 / JE RK 20-2387

datum uitspraak: 26 augustus 2020

beschikking ondertoezichtstelling en machtiging gesloten jeugdhulp

in de zaken van

de Raad voor de Kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht,

hierna te noemen de Raad, gevestigd te Rotterdam,

betreffende

[naam minderjarige] ,

geboren op [geboortedatum minderjarige] 2006 te [geboorteplaats minderjarige] , hierna te noemen [voornaam minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam moeder] ,

hierna te noemen de moeder, wonende te [woonplaats moeder] ,

[naam vader] ,

hierna te noemen de vader, zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland.

Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:

- de beschikking van deze rechtbank van 23 juni 2020 en de daarin genoemde stukken,

- het verzoekschrift met bijlagen van de Raad van 21 augustus 2020, ingekomen bij de griffie op dezelfde datum,

- de verklaring d.d. 25 augustus 2020 van de gemeente Maassluis dat een voorziening nodig is op het gebied van jeugdhulp en verblijf niet zijnde verblijf bij een pleegouder

- de instemmende verklaring d.d. 24 augustus 2020 van de gekwalificeerde gedragswetenschapper.

Op 26 augustus 2020 heeft de kinderrechter de zaken ter zitting met gesloten deuren behandeld.

Gehoord zijn:

- [voornaam minderjarige] , die ook voorafgaand aan de zitting apart is gehoord, bijgestaan door haar advocaat mr. R.A.A.H. van Leur,

- de moeder,

- een vertegenwoordigster van de Raad, mw. [naam vertegenwoordigster 1] ,

- een vertegenwoordigster van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (hierna: de GI), mw. [naam vertegenwoordigster 2] .

Opgeroepen en niet verschenen is de vader.

De feiten

Het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] wordt uitgeoefend door de ouders.

[voornaam minderjarige] verblijft op een gesloten groep bij Hestia.

Bij beschikking van 16 juni 2020 is [voornaam minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld tot

16 september 2020. Bij beschikking van 23 juni 2020 is de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie jeugdhulpaanbieder verlengd voor de duur van de ondertoezichtstelling.

Bij beschikking van 6 juli 2020 is een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp verleend voor de duur van vier weken. De kinderrechter heeft bij beschikking van 10 juli 2020 de machtiging gesloten jeugdhulp verleend met ingang van 3 augustus 2020 tot 16 september 2020.

Het verzoek

De Raad heeft de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verzocht voor de duur van twaalf maanden.

Daarnaast wordt door de Raad een machtiging verzocht om [voornaam minderjarige] in een gesloten accommodatie te doen opnemen en te doen verblijven voor de duur van drie maanden en aansluitend wordt een machtiging tot uithuisplaatsing in een accommodatie jeugdhulpaanbieder verzocht voor de duur van drie maanden.

De Raad heeft het verzoek ter zitting gehandhaafd en als volgt toegelicht. De afgelopen weken heeft de Raad een positieve ontwikkeling gezien. [voornaam minderjarige] en de moeder werken hard aan de doelen. Er zijn nog wel zorgen. [voornaam minderjarige] heeft nog baat bij de gesloten jeugdhulp om de positieve lijn voort te zetten. Ook is het belangrijk dat zij haar behandeling afrondt. De Raad wil over drie maanden bekijken hoe het gaat met [voornaam minderjarige] , welke vervolgstappen nodig zijn en of zij dan al naar huis terugkan, dan wel nog een bepaalde periode in een open instelling moet verblijven.

De standpunten

De GI heeft zich ter zitting aangesloten bij het verzoek van de Raad.

De moeder is het eens met het verzoek. De moeder en [voornaam minderjarige] willen geen terugval. [voornaam minderjarige] pakt alles goed op. De moeder wil er voor [voornaam minderjarige] zijn. [voornaam minderjarige] is op de goede weg. De moeder is blij met de hulpverlening. De komende drie maanden worden de verloven uitgebreid en wordt toegewerkt naar een thuisplaatsing.

Door en namens [voornaam minderjarige] wordt ter zitting naar voren gebracht dat [voornaam minderjarige] veel veranderingen in een korte periode heeft meegemaakt. Er zijn veel mensen uit haar leven weggegaan. [voornaam minderjarige] snapt heel goed dat zij degene is die de situatie kan veranderen. Zij is bezig om haar taalgebruik te veranderen en haar boosheid onder controle te houden. Ook verloopt het contact met de moeder beter. [voornaam minderjarige] en de moeder willen allebei hulpverlening aanvaarden. [voornaam minderjarige] kan instemmen met de ondertoezichstelling en machtiging gesloten jeugdhulp. De machtiging tot uithuisplaatsing voor een open groep zou heel kort moeten duren, zodat [voornaam minderjarige] na de kerstvakantie naar haar eigen school kan gaan. Het is belangrijk dat [voornaam minderjarige] duidelijkheid krijgt.

De beoordeling

Gelet op het bepaalde in artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet kan een machtiging gesloten jeugdhulp slechts worden verleend indien naar het oordeel van de kinderrechter deze jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren. Bovendien dient de opneming en verblijf noodzakelijk te zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken.

De kinderrechter is van oordeel dat hiervan sprake is. Daarnaast is de kinderrechter van oordeel dat is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek.

Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat [voornaam minderjarige] ernstig in haar ontwikkeling wordt bedreigd. Er zijn zorgen over de fysieke veiligheid van [voornaam minderjarige] , als ook over haar sociaal-emotionele en cognitieve ontwikkeling. [voornaam minderjarige] heeft verschillende ingrijpende gebeurtenissen meegemaakt die van invloed kunnen zijn op haar gedrag. Ook heeft zij wisselende verblijfplaatsen gekend en is zij getuige geweest van de ruzies tussen de moeder en stiefvader. Daarnaast zijn er zorgen over de seksuele ontwikkeling van [voornaam minderjarige] , omdat zij seksuele contacten zou hebben gehad met oudere jongens. De afgelopen periode toonde [voornaam minderjarige] zowel thuis als op de crisisopvang zelfbepalend en agressief gedrag en liep zij regelmatig weg. [voornaam minderjarige] nam andere kinderen mee in haar gedrag en bracht zichzelf en anderen hierdoor in risicovolle situaties. [voornaam minderjarige] is daarom op 6 juli 2020 met spoed gesloten geplaatst bij Hestia. [voornaam minderjarige] heeft daarom begrenzing en bescherming nodig, ook om te kunnen stabiliseren.

Inmiddels doet [voornaam minderjarige] haar best op de gesloten groep en is zij gemotiveerd om aan zichzelf te werken. [voornaam minderjarige] heeft een merkbare omslag gemaakt in haar gedrag. De [voornaam minderjarige] die vandaag met de kinderrechter heeft gesproken is een andere [voornaam minderjarige] dan het meisje dat op 23 juni 2020 met de kinderrechter sprak. De [voornaam minderjarige] van vandaag werkt mee met de hulpverlening en is gemotiveerd het anders te doen. De komende periode is het van belang dat [voornaam minderjarige] haar behandeling bij Hestia afmaakt en de verloven naar de moeder worden opgebouwd. De moeder zal hierbij ondersteuning nodig hebben, mede gelet op de ernst van de problematiek van [voornaam minderjarige] en de draagkracht van de moeder. De inzet van een jeugdbeschermer is daarom noodzakelijk om die hulpverlening in te zetten en daarvoor samen met [voornaam minderjarige] en de moeder een duidelijk plan op te stellen. De kinderrechter zal [voornaam minderjarige] onder toezicht stellen voor de duur van twaalf maanden. Omdat [voornaam minderjarige] gebaat is bij de structuur en behandeling op de gesloten groep, zal de kinderrechter de machtiging gesloten jeugdhulp verlenen voor de duur van drie maanden.

De rest van het verzoek zal worden afgewezen. De kinderrechter heeft er vertrouwen in dat [voornaam minderjarige] haar best blijft doen en dat een plaatsing op een open groep niet nodig zal zijn. Het is aan [voornaam minderjarige] om dat vertrouwen waar te maken en aan de GI om te zorgen dat ambulante hulp klaar staat, zeker als [voornaam minderjarige] aan het einde van dit jaar naar huis toe gaat.

De beslissing

De kinderrechter:

stelt [voornaam minderjarige] onder toezicht van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, gevestigd te Rotterdam, tot 26 augustus 2021;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

verleent een machtiging gesloten jeugdhulp met ingang van 16 september 2020 tot

16 december 2020;

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 26 augustus 2020 door mr. J. van Driel, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. K.J. Berke als griffier. De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 28 augustus 2020.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Den Haag.