Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:7750

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
19-08-2020
Datum publicatie
03-09-2020
Zaaknummer
C/10/601006 / FA RK 20-5523
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Toewijzing zorgmachtiging in aansluiting op een voortzetting crisismaatregel als bedoeld in artikel 7:11 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg. Betrokkene heeft een zelfbindingsverklaring opgemaakt maar deze voldeed niet aan de wettelijke vereisten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM


Team familie

Zaak-/rekestnummer: C/10/601006 / FA RK 20-5523

Betrokkenenummer: [nummer]

Beschikking van 19 augustus 2020 betreffende een zorgmachtiging in aansluiting op een voortzetting crisismaatregel als bedoeld in artikel 7:11 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)

op verzoek van:

de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam, hierna: de officier,

met betrekking tot:

[naam betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum betrokkene] te [geboorteplaats betrokkene] ,

hierna: betrokkene,

wonende aan de [adres betrokkene] , [postcode betrokkene] te [woonplaats betrokkene] ,

thans verblijvende in Antes, locatie Albrandswaardsedijk te Poortugaal,

advocaat mr. R.F. Nelisse te Schiedam.

1. Procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het verzoekschrift van de officier, ingekomen op 22 juli 2020;

  • -

    het proces-verbaal van 14 augustus 2020;

  • -

    de zelfbindingsverklaring van betrokkene, ingekomen op 14 augustus 2020;

  • -

    het standpunt van de officier met betrekking tot de zelfbindingsverklaring, ingekomen op 17 augustus 2020;

  • -

    het standpunt van de advocaat met betrekking tot de zelfbingingsverklaring, ingekomen op 17 augustus;

  • -

    het standpunt van de geneesheer-directeur met betrekking tot de zelfbindingsverklaring, ingekomen op 18 augustus 2020.


Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

- de medische verklaring opgesteld door [naam psychiater 1] , psychiater, van

15 juli 2020;

  • -

    de zorgkaart;

  • -

    het zorgplan van 17 juli 2020;

  • -

    de bevindingen van de geneesheer-directeur over het zorgplan;

  • -

    de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz;

  • -

    de relevante politiegegevens van betrokkene.

1.2.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 14 augustus 2020. Bij die gelegenheid zijn (overeenkomstig artikel 2 lid 1 van de Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid) via beeld- en geluidverbinding gehoord:

  • -

    betrokkene met zijn hiervoor genoemde advocaat;

  • -

    [naam psychiater 2] , psychiater, verbonden aan Antes.

1.3.

De officier is niet tijdens de mondelinge behandeling verschenen, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.

1.4.

Tijdens de mondelinge behandeling van het verzoek is gebleken dat betrokkene op 11 mei 2020 een zelfbindingsverklaring op heeft gesteld. Deze is aan geen van de partijen die betrokken zijn bij dit verzoek verstrekt. In een proces-verbaal van aanhouding heeft de rechtbank verzocht aan de betrokken partijen om een standpunt in te nemen met betrekking tot de zelfbindingsverklaring.

2. Beoordeling

2.1.

Ten aanzien van de zelfbindingsverklaring

De rechtbank stelt vast dat de zelfbindingsverklaring niet aan de wettelijke vereisten voldoet. De verklaring is niet mede ondertekend door de geneesheer-directeur, wat vereist is op grond van artikel 4:1 lid 3 Wvggz en de verklaring is niet vergezeld van een zorgplan, wat vereist is op grond van artikel 4:2 lid 1 Wvggz. Evenmin is voldaan aan het vereiste van artikel 4:2 lid 2 Wvggz dat de geneesheer-directeur een gewaarmerkt afschrift van de zelfbindingsverklaring aan tenminste de officier verstrekt. Als gevolg van deze gebreken is, toen op 29 juni 2020 bleek dat er verplichte zorg aan betrokkene moest worden verleend en betrokkene het daar niet mee eens was, niet de voorgeschreven procedure gevolgd van artikel 5:17 lid 5 in verbinding met artikel 6:2 lid 1, aanhef en onder d, Wvggz (het verzoek om een zelfbindingsmachtiging te verlenen, op welk verzoek binnen drie werkdagen moet worden beslist).

In plaats hiervan is op 29 juni 2020 door de burgemeester een crisismaatregel opgelegd en is op 1 juli 2020 door de rechtbank een machtiging tot voortzetting crisismaatregel verleend. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het voorliggende verzoek zorgmachtiging in aansluiting op voortzetting crisismaatregel, dat tijdig op 22 juli 2020 is ingediend, behandelen.

2.2.

Ten aanzien van de zorgmachtiging

2.2.1.

Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten PDD-NOS met psychotische episodes.

2.2.2.

Het gedrag van betrokkene leidt als gevolg van zijn psychische stoornis tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op ernstige verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. De aanleiding voor opname was dat betrokkene in de thuissituatie voor veel overlast zorgde. Zo vertoonde hij vreemd gedrag wanneer hij over straat liep, ging dan voor- en achteruit lopen of hij ging op de weg liggen. Er was ook sprake van slechte zelfzorg omdat betrokkene slecht at en dronk. Daarnaast sloot hij zichzelf buiten waarna hij de deur van zijn woning intrapte en de buren de politie hebben gebeld. Na aanvang van de opname wat er sprake van een katatoon beeld bij betrokkene. Hierdoor viel geen contact met hem te krijgen. Pas sinds enkele dagen is dit katatone beeld ietwat gestabiliseerd. De psychiater vertelt tijdens de mondelinge behandeling dat het toestandsbeeld van betrokkene inmiddels is verbeterd. Gelet op het voorgaande is het wellicht binnen enkele weken mogelijk om de behandeling ambulant voort te zetten. Voor nu is dat echter nog te vroeg, waardoor toewijzing van onderhavige machtiging noodzakelijk is.

2.2.3.

Om ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren heeft betrokkene verplichte zorg nodig.

2.2.4.

Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn.

De advocaat van betrokkene bepleit afwijzing van het verzoek omdat betrokkene bereid is de benodigde behandeling of zorg op vrijwillige basis te accepteren. De rechtbank verwerpt dit verweer omdat deze vrijwilligheid, gelet op de medische verklaring en de toelichting van de psychiater tijdens de mondelinge behandeling, niet consistent is. In het verleden is gebleken dat betrokkene stopt met inname van zijn voorgeschreven medicatie zodra hij daar de kans voor krijgt, met als gevolg een terugval en een katatoon beeld waaruit dwanghandelingen voortkomen. Betrokkene heeft geen ziektebesef en -inzicht en hij toont geen motivatie voor behandeling. Om die reden is verplichte zorg nodig. De in het verzoekschrift opgenomen vormen van verplichte zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en de bevindingen van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:

  • -

    het toedienen van vocht, voeding en medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;

  • -

    het beperken van de bewegingsvrijheid;

  • -

    het opnemen in een accommodatie.

Het is van groot belang dat betrokkene, zodra hij weer naar huis kan, afspraken en controles met zijn ambulante behandelaren nakomt. Het onderhouden van contact moet worden verplicht door een vorm van verplichte zorg die niet is aangevraagd. De rechtbank zal de volgende vorm van verplichte zorg ambtshalve toewijzen teneinde betrokkene te verplichten tot het onderhouden van contact met zijn behandelaren:

- het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen.

De rechtbank bepaalt dat het zorgplan dienovereenkomstig moet worden gewijzigd.

2.2.5.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.

2.2.6.

Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden met ingang van vandaag. De rechtbank volgt de advocaat van betrokkene niet in zijn betoog dat de opname niet langer mag duren dan zes weken. De psychiater heeft tijdens de mondelinge behandeling genoegzaam gemotiveerd dat, hoewel het streven is betrokkene op korte termijn naar huis te laten gaan, nog niet duidelijk is hoelang dat gaat duren en dat dit mede afhankelijk is van het herstel van betrokkene en de ervaringen met de uitbreiding van zijn verloven.

3. Beslissing

De rechtbank:

3.1.

verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [naam betrokkene] voornoemd;

3.2.

bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.2.4. kunnen worden getroffen;

3.3.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 14 februari 2021.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.C. Woudstra, rechter, in tegenwoordigheid van

C.D. van der Veeke, griffier.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.