Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:7729

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
02-09-2020
Datum publicatie
03-09-2020
Zaaknummer
10/751000-20
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

ontucht prostituee. 90 dagen gevangenisstraf met aftrek, waarvan 89 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en met bijzondere voorwaarden

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 3

Parketnummer: 10/751000-20

Datum uitspraak: 2 september 2020

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte]

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres verdachte] , [postcode verdachte] te [woonplaats verdachte] ,

raadsman mr. P.L.G Rens, advocaat te 's-Gravenhage.

1. Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 19 augustus 2020.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3. Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. M. Blom heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden, waarvan 3 voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar en met de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering in het over de verdachte opgemaakte rapport d.d. 5 augustus 2020.

4. Waardering van het bewijs

4.1.

Bewezenverklaring zonder nadere motivering

Het ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Dit feit zal zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.

4.2.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en geen verweer is gevoerd dat strekt tot vrijspraak. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

1.

hij,

op 18 juli 2019 en 25 juli 2019 te Rotterdam,

meermalen, (telkens) ontucht heeft gepleegd met [naam slachtoffer] ,

geboren op [geboortedatum slachtoffer] 2002 , die zich beschikbaar stelde tot het verrichten

van een of meer seksuele handelingen met een derde tegen betaling en die de

leeftijd van zestien jaren maar nog niet de leeftijd van achttien jaren had

bereikt, te weten het (meermalen) brengen enhouden van zijn, verdachtes, penis in

de mond en vagina van die [naam slachtoffer] .

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5. Strafbaarheid feit

Het bewezen feit levert op:

ontucht plegen met iemand die zich beschikbaar stelt tot het verrichten van

seksuele handelingen met een derde tegen betaling en die de leeftijd van zestien

jaren maar nog niet de leeftijd van achttien jaren heeft bereikt, meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het feit is dus strafbaar.

6. Strafbaarheid verdachte

6.1.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte dient te worden

ontslagen van alle rechtsvervolging wegens afwezigheid van alle schuld. De verdachte had een gerechtvaardigd vertrouwen dat het slachtoffer meerderjarig was. Dit komt onder andere omdat in haar advertentie vermeld stond dat zij 21 jaar was en dit heeft zij ook aan hem bevestigd. Volgens de verdachte zag het slachtoffer er meerderjarig uit. Zij kwam volwassen over en zij stelde hem gerust. De verdachte had daarom geen reden om te twijfelen aan de door haar opgegeven leeftijd.

6.2.

Beoordeling

De rechtbank stelt het volgende voorop. Artikel 248b van het Wetboek van Strafrecht heeft

als doel jeugdprostitutie tegen te gaan. De minderjarigheid is in dit wetsartikel een

geobjectiveerd bestanddeel. Dat betekent dat dit bestanddeel is bewezen als objectief komt vast te staan dat de minderjarige tussen de 16 en 18 jaar oud was. De wetenschap bij een verdachte van de leeftijd van het slachtoffer is voor een bewezenverklaring dan ook niet van belang. De leeftijd is als geobjectiveerd bestanddeel in dit wetsartikel opgenomen ter bescherming van minderjarigen, ook tegen verleidingen die van henzelf kunnen uitgaan.

Een beroep op afwezigheid van alle schuld, dat wil zeggen op het ontbreken van elke

strafrechtelijk relevante verwijtbaarheid, zal, naar vaste jurisprudentie van de Hoge Raad,

niet gemakkelijk kunnen worden aanvaard.

Voor het honoreren van een beroep op afwezigheid van alle schuld is onvoldoende dat de jeugdige, zoals de verdachte heeft gesteld, een ouder voorkomen had en dat zij een hogere leeftijd heeft opgegeven dan haar werkelijke leeftijd. Ook de omstandigheid dat de verdachte heeft gereageerd op een advertentie op een (legale) website, maakt niet dat de verdachte zomaar van de juistheid van de informatie op die website mocht uitgaan. Een ander oordeel zou ertoe leiden dat het doel van artikel 248b, het bieden van bescherming aan minderjarigen, wordt gemist. Vast staat dat de verdachte zich niet heeft ingespannen om zekerheid te krijgen over de precieze leeftijd van het slachtoffer. Zo heeft hij haar niet om een legitimatiebewijs gevraagd of bij de beheerder van de website navraag gedaan of deze de leeftijd van het slachtoffer aan de hand van een legitimatiebewijs heeft gecontroleerd. De verdachte had de mogelijkheid om de leeftijd van het slachtoffer te verifiëren, maar deed dat niet. Er is geen sprake van afwezigheid van alle schuld en het verweer wordt dus verworpen.

6.3.

Conclusie

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering straffen

7.1.

Algemene overweging

De straffen die aan de verdachte worden opgelegd, zijn gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

7.2.

Feit waarop de straf is gebaseerd

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het meermalen tegen betaling hebben van

seks met een minderjarige. De verdachte heeft door zijn handelen bijgedragen aan het in

stand houden van jeugdprostitutie en hij heeft de lichamelijke integriteit van het slachtoffer

geschonden.

7.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

7.3.1.

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van

10 juli 2020, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor een soortgelijk strafbaar feit.

7.3.2.

Rapportage

Reclassering Nederland heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd

5 augustus 2020. Dit rapport houdt – kort samengevat – het volgende in.

.

Er zijn geen concrete redenen om te vermoeden dat betrokkene bewust seksueel contact met een minderjarige is aangegaan maar dit kan ook niet kan worden uitgesloten. Wel moet worden toegevoegd dat betrokkene heeft aangegeven dat hij naast zijn depressieve klachten kampt met een verslaving aan internetporno en dit, deze combinatie en de combinatie met zijn relatief sociaal geïsoleerde bestaan, maakt dat hij vatbaar(der) wordt geacht voor het zich opnieuw begeven in situaties zoals de situatie waarin het contact met het meisje in kwestie tot stand kwam.

Bij een veroordeling adviseren wij om aan betrokkene een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen, gekoppeld aan een proeftijd van twee jaar en met als bijzondere voorwaarden een meldplicht en ambulante behandeling.”

De rechtbank heeft acht geslagen op dit rapport.

7.4.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

De officier van justitie heeft haar strafeis gebaseerd op de OM richtlijnen en jurisprudentie. Echter, op 1 maart 2020 heeft het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht

(LOVS) oriëntatiepunten opgesteld ten aanzien van de strafmaat voor ontucht met eenminderjarige. Bij de bepaling van de strafrnodaliteit en de duur van de op te leggen straf

heeft de rechtbank acht geslagen op deze oriëntatiepunten, waarin twee categorieën worden

onderscheiden. De eerste categorie betreft ontucht met een minderjarige tegen betaling. Als

uitgangspunt daarvoor geldt oplegging van een korte onvoorwaardelijke gevangenisstraf en

een taakstraf voor de duur van 150 uren. De tweede categorie betreft ontucht met een

minderjarige tegen betaling waarbij aannemelijk is dat er voor de verdachte aanwijzingen

zijn dat sprake is van uitbuiting of minderjarigheid. Als uitgangspunt daarvoor geldt

oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden.

Zoals hierboven is overwogen, had de verdachte zich van de daadwerkelijke leeftijd van het

slachtoffer moeten vergewissen, bijvoorbeeld door een legitimatiebewijs te verlangen. Dat heeft hij nagelaten en daarvoor draagt hij verantwoordelijkheid. Dit betekent echter niet automatisch dat er voor de verdachte aanwijzingen waren van minderjarigheid. Een heel jong uiterlijk of gedrag zou bijvoorbeeld zo’n aanwijzing kunnen vormen. Daarvan is in dit geval niet gebleken. Het gegeven dat het slachtoffer tevoren instemde met het ondergaan van vergaande handelingen, zoals deep throat fucking, was naar het oordeel van de rechtbank niet zo’n aanwijzing.

Gelet op het voorgaande sluit de rechtbank voor wat betreft de strafmodaliteit en -maat

aan bij de hiervoor bedoelde eerste categorie van de orientatiepunten van het LOVS.


De rechtbank let voorts op de persoon van de verdachte, zoals die is gebleken uit het reclasseringsrapport en ook ter zitting en de omstandigheden waaronder het feit is gepleegd – die anders zijn dan die uit de door de officier van justitie aangehaalde jurisprudentie-.

Dit alles leidt ertoe dat de rechtbank een lagere straf zal opleggen dan door de officier van justitie is geeist. In plaats van een groot onvoorwaardelijk deel van de op te leggen gevangenisstraf, zal de rechtbank een (grotendeels) voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen en daarnaast een taakstraf van na te noemen duur.

Nu de reclassering begeleiding en bijzondere voorwaarden noodzakelijk acht, zal de rechtbank aan het voorwaardelijke deel van de gevangenisstraf bijzondere voorwaarden koppelen, die hierna worden genoemd. Dit voorwaardelijk strafdeel dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straffen passend en geboden.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 248b van het Wetboek van Strafrecht.

9. Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

10. Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 90 (negentig) dagen,

bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 89 (negenentachtig) dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 (twee) jaar;

tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft en ook als de veroordeelde gedurende de proeftijd een bijzondere voorwaarde niet naleeft of een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden;

stelt als algemene voorwaarde:

- de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;

stelt als bijzondere voorwaarden:

1. de veroordeelde zal zich binnen de hem opgelegde termijn melden bij Reclassering Nederland te Rotterdam (Marconistraat 2), zolang en frequent als die reclasseringsinstelling noodzakelijk vindt;

2. de veroordeelde zal zich gedurende de proeftijd, of zoveel korter als de reclassering verantwoord vindt, ambulant laten behandelen voor zijn gedrag en problematiek door polikliniek ‘De Waag’ te Rotterdam, of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. Het innemen van medicijnen kan onderdeel zijn van de behandeling;

verstaat dat van rechtswege de volgende voorwaarden zijn verbonden aan de hierboven genoemde bijzondere voorwaarden

- de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;

- de veroordeelde zal medewerking verlenen aan reclasseringstoezicht, daaronder begrepen de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht;

geeft aan genoemde reclasseringsinstelling opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 75 (vijfenzeventig) uren, waarbij de Reclassering Nederland dient te bepalen uit welke werkzaamheden de taakstraf dient te bestaan;

beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 37 (zevenendertig) dagen.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. A. Hello, voorzitter,

en mrs. W.J.M. Diekman en J. Bergen, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. D. den Haan, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

De oudste rechter en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

hij,

op of omstreeks 18 juli 2019 en/of 25 juli 2019 te Rotterdam,

meermalen, althans eenmaal,

(telkens) ontucht heeft gepleegd met [naam slachtoffer] ,

geboren op [geboortedatum slachtoffer] 2002 , die zich beschikbaar stelde tot het verrichten

van een of meer seksuele handelingen met een derde tegen betaling en die de

leeftijd van zestien jaren maar nog niet de leeftijd van achttien jaren had

bereikt,

te weten het (meermalen) brengen en/of houden van zijn, verdachtes, penis in

de mond en/of keel en/of vagina van die [naam slachtoffer] .