Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:7708

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
28-08-2020
Datum publicatie
02-09-2020
Zaaknummer
C/10/602100 / KG ZA 20-723
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Bewindvoerder vordert schorsing van executie door verhuurder van een tegen een ander dan de bewindvoerder gewezen vonnis. Verhuurder kan op basis van vonnis niet ontruimen. Bewindvoerder heeft geen belang bij schorsing, nu een tegen haar gerichte titel tot ontruiming ontbreekt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven

zaaknummer / rolnummer: C/10/602100 / KG ZA 20-723

Vonnis in kort geding van 28 augustus 2020

in de zaak van

de stichting

STICHTING CENTRALE ADMINISTRATIE VOOR VOORZIENINGEN OP HET GEBIED VAN GEZONDHEIDS- EN WELZIJNSZORG,

in haar hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen die (zullen) toebehoren aan [naam persoon] ,

gevestigd te Rotterdam,

eiseres,

advocaat mr. M. Shaaban te Rotterdam,

tegen

de stichting

STICHTING MAASWONEN,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde,

advocaat mr. S.E. Boellaard-Roeters van Lennep te Rotterdam.

Partijen worden hierna Stichting CAV en MaasWonen genoemd.

1. De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 17 augustus 2020, met producties 1 t/m 7,

  • -

    een op 24 augustus 2020 ingekomen stuk van Stichting CAV, dat wordt aangemerkt als productie 8,

  • -

    de mondelinge behandeling, gehouden op 25 augustus 2020,

  • -

    de pleitnota van mr. Boellaard-Roeters van Lennep voornoemd.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1.

De heer [naam persoon] (hierna: [naam persoon] ) huurt sinds 10 juni 2015 van MaasWonen een woning aan het [adres] in Rotterdam (hierna: de woning).

2.2.

Bij beschikking van 28 maart 2017 heeft de kantonrechter van deze rechtbank alle goederen die (zullen) toebehoren aan [naam persoon] onder bewind gesteld van Stichting CAV.

2.3.

Bij vonnis van 24 juli 2020 (hierna: het vonnis) heeft de kantonrechter van deze rechtbank in de zaak tussen Stichting Laurens Wonen (thans MaasWonen) als eiseres en de heer [naam bewindvoerder] (hierna: [naam bewindvoerder] ) als gedaagde het volgende overwogen en beslist:

“(…)

2.4.

Over de toekomstige goederen van [naam persoon] is bewind ingesteld. Bewindvoerder is de heer [naam bewindvoerder] .

(…)

De beslissing

De kantonrechter

ontbindt de huurovereenkomst tussen Laurens Wonen en [naam persoon] ;

veroordeelt de bewindvoerder binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis het gehuurde [vzr: de woning] met alle zich daarin en/of daarop bevinden personen en/of zaken, voor zover deze niet eigendom zijn van Laurens Wonen te ontruimen en onder afgifte van de sleutels ter vrije en algehele beschikking van Laurens Wonen te stellen;

veroordeelt de bewindvoerder in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Laurens Wonen begroot op € 99,01 aan dagvaardingskosten, € 121,-- aan griffierecht en € 360,-- aan salaris voor de gemachtigde;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.”

2.4.

MaasWonen heeft de ontruiming van de woning gepland op 3 september 2020.

3. Het geschil

3.1.

Stichting CAV vordert dat de voorzieningenrechter bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:

  1. de tenuitvoerlegging van het vonnis schorst,

  2. op straffe van een dwangsom van € 500,00 per dag of dagdeel dat MaasWonen daarmee in gebreke is, “MaasWonen de executie van genoemd arrest te verbieden zolang de schorsing daarvan voortduurt”,

  3. MaasWonen te veroordelen in de kosten van de procedure.

3.2.

Stichting CAV legt aan haar vorderingen het volgende ten grondslag.

De tenuitvoerlegging van het vonnis door MaasWonen levert misbruik van bevoegdheid op, nu het vonnis is gewezen tegen [naam bewindvoerder] (bedoeld zou zijn de heer [naam bewindvoerder] ) als bewindvoerder van [naam persoon] , terwijl [naam persoon] onder bewind staat van Stichting CAV. Verder berust het vonnis op een feitelijke misslag voor wat betreft de juistheid van klachten van buren over [naam persoon] . Ten slotte zal in het geval van tenuitvoerlegging van het vonnis vanwege de gezondheid van [naam persoon] een noodsituatie voor hem ontstaan.

3.3.

MaasWonen voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen, met veroordeling van Stichting CAV in de kosten van de procedure, uitvoerbaar bij voorraad.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, ingegaan.

4. De beoordeling

4.1.

Stichting CAV heeft een spoedeisend belang bij haar vordering, nu de ontruiming van de woning is gepland op 3 september 2020.

4.2.

Een rechterlijke uitspraak kan, na betekening, ten uitvoer worden gelegd. Het instellen van een rechtsmiddel schorst de tenuitvoerlegging, tenzij de uitspraak uitvoerbaar bij voorraad is verklaard. De partij ten laste van wie de tenuitvoerlegging dreigt of wordt aangevangen, kan op grond van artikel 438 Rv een executiegeschil aanhangig maken bij de voorzieningenrechter en daarbij vorderen dat de tenuitvoerlegging wordt verboden of geschorst. Lid 5 van voornoemd artikel bepaalt dat verzet tegen de executie door een derde geschiedt door dagvaarding van zowel de executant als de geëxecuteerde.

4.3.

Vooropgesteld wordt dat het vonnis niet tegen de bewindvoerder van [naam persoon] is gewezen, maar tegen [naam bewindvoerder] , die, naar de voorzieningenrechter begrijpt, werkzaam is bij Stichting CAV. Voor het onderhavige kort geding betekent dit dat Stichting CAV dient te worden aangemerkt als derde en dat zij zowel MaasWonen als [naam bewindvoerder] had moeten dagvaarden om zich tegen de executie te kunnen verzetten. Nu Stichting CAV tijdens de mondelinge behandeling onweersproken heeft gesteld dat zij [naam bewindvoerder] niet heeft gedagvaard omdat hij heeft ingestemd met dit kort geding en hij moet worden beschouwd als vertegenwoordiger van de bewindvoerder, gaat de voorzieningenrechter voorbij aan het aspect dat [naam bewindvoerder] niet formeel bij deze procedure betrokken is.

4.4.

Indien de uit de huurovereenkomst voortvloeiende rechten in het onder bewind gestelde vermogen vallen, dient een vordering van een verhuurder tot ontbinding van een door de rechthebbende voor de instelling van het bewind gesloten huurovereenkomst, en tot ontruiming van het gehuurde, te worden ingesteld tegen de bewindvoerder. Dat is in het onderhavige geval niet gebeurd, nu MaasWonen een vordering tegen [naam bewindvoerder] en niet tegen de bewindvoerder heeft ingesteld. Alhoewel het op de weg van [naam bewindvoerder] / [naam persoon] had gelegen om in de bodemprocedure kenbaar te maken dat [naam bewindvoerder] niet de bewindvoerder van [naam persoon] is, is het vonnis niet tegen de juiste formele procespartij gewezen. Dit leidt ertoe dat bij gebreke van een deugdelijke titel het vonnis door MaasWonen thans niet tegen Stichting CAV ten uitvoer kan worden gelegd.

4.5.

De vorderingen van Stichting CAV zullen evenwel worden afgewezen. Stichting CAV vordert schorsing van de tenuitvoerlegging, doch heeft daarbij geen belang, nu een tegen haar gerichte titel tot ontruiming ontbreekt.

4.6.

Stichting CAV zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van MaasWonen worden begroot op:

- griffierecht: € 656,00

- salaris advocaat: € 633,00

totaal: € 1.289,00

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

wijst de vorderingen af,

5.2.

veroordeelt Stichting CAV in de proceskosten, aan de zijde van MaasWonen tot op heden begroot op € 1.289,00,

5.3.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.F.L. Geerdes en in het openbaar uitgesproken op 28 augustus 2020.

[2971/676]