Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:7627

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
28-08-2020
Datum publicatie
02-09-2020
Zaaknummer
8650045 \ VZ VERZ 20-14324
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Uitbetaling transitievergoeding, vakantietoeslag, vakantiedagen en ingediende declaraties na einde dienstverband.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2020-1064
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 8650045 \ VZ VERZ 20-14324

uitspraak: 28 augustus 2020

beschikking van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

in de zaak van

[verzoeker] ,

wonende te [woonplaats verzoeker] ,

verzoeker,

gemachtigde: I. Debisarun – van Piggelen (ARAG SE) te Leusden,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Bodyfashion Distribution B.V., v.h.o.d.n. Sapph Distribution B.V.,

statutair gevestigd te Amsterdam, kantoorhoudende te Maassluis,

verweerster,

die niet in het geding is verschenen.

Partijen worden hierna aangeduid als ‘ [verzoeker] ’ respectievelijk ‘Sapph’.

1. Het verloop van de procedure

1.1.

Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken:

  • -

    het verzoekschrift ex artikel 7:673 jo. 7:686a BW, artikel 7:634 BW en artikel 7:641 BW, met producties, ontvangen op 16 juli 2020;

  • -

    het originele betekeningsexploot d.d. 18 augustus 2020;

  • -

    het faxbericht d.d. 21 augustus 2020, met een KvK-uittreksel.

1.2.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 21 augustus 2020. Ter zitting is [verzoeker] in persoon verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde voornoemd. Zijdens Sapph is niemand verschenen, zonder bericht van verhindering.

1.3.

De kantonrechter heeft de uitspraak van deze beschikking bepaald op heden.

2. De vaststaande feiten

In deze procedure wordt uitgegaan van de volgende vaststaande feiten:

2.1.

[verzoeker] , geboren op [geboortedatum] , is op 1 oktober 2019 in dienst getreden bij Sapph op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. [verzoeker] was werkzaam als ‘Export Manager’, laatstelijk tegen een salaris van € 5.000,00 bruto per maand, exclusief 8% vakantietoeslag.

2.2.

Het dienstverband tussen [verzoeker] en Sapph is van rechtswege geëindigd op 1 mei 2020.

2.3.

Op 5 mei 2020 heeft [verzoeker] de bedrijfseigendommen ingeleverd en hebben [verzoeker] en mevrouw [naam persoon] namens Sapph een document ondertekend, waarin – voor zover nu relevant – het volgende wordt vermeld:

“(…)

Volgende moet nog verrekend worden:

(…)

 Vakantiegeld

 Transitievergoeding

 Declaraties In bijlage 2 x declaratie € 656,34

 Vakantie dagen 14,33

(…)”

2.4.

Sapph is aangemaand tot betaling van de voornoemde posten, eerst bij brief van 16 juni 2020, daarna nogmaals bij brief van 26 juni 2020.

3. Het verzoek

3.1.

[verzoeker] heeft verzocht, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, Sapph te veroordelen:

  1. tot betaling aan [verzoeker] van de verschuldigde transitievergoeding ad € 1.050,00 bruto;

  2. tot betaling aan [verzoeker] van de wettelijke rente over het in sub a genoemde bedrag vanaf 1 juni 2020 tot aan de dag van de algehele voldoening;

  3. tot betaling aan [verzoeker] van de vakantietoeslag ad € 2.800,00 bruto;

  4. tot betaling aan [verzoeker] van de opgebouwde, maar niet genoten vakantiedagen ad € 3.758,90 bruto;

  5. tot betaling aan [verzoeker] van de ingediende declaraties ad € 656,34 netto;

  6. tot verstrekking aan [verzoeker] van een schriftelijke en deugdelijke netto/bruto-specificatie, waarin het bedrag en betaling van sub a tot en met e is verwerkt, op straffe van een dwangsom ter hoogte van € 100,- per dag met een maximum van € 10.000,- voor elke dag na betekening van de beschikking dat Sapph niet voldoet aan de beschikking;

  7. tot de maximale wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW en de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW over de vorderingen genoemd in sub c tot en met sub e, althans voor elk van voornoemde vorderingen vanaf datum opeisbaarheid tot aan de dag van algehele voldoening;

  8. tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten ad € 788,00;

  9. tot betaling van de kosten van deze procedure.

3.2.

Aan dat verzoek heeft [verzoeker] , naast de vaststaande feiten, verkort weergegeven, het volgende ten grondslag gelegd.

3.2.1.

Sapph is [verzoeker] een transitievergoeding verschuldigd op grond van het bepaalde in artikel 7:673 BW. De transitievergoeding bedraagt € 1.050,00 (7 maanden x € 5.400,00 x 1/3 x 1/12). [verzoeker] maakt ook aanspraak op de wettelijke rente over dat bedrag op grond van het bepaalde in artikel 7:686a lid 1 BW vanaf 1 juni 2020.

3.2.2.

Daarnaast maakt [verzoeker] aanspraak op de vakantietoeslag ten bedrage van € 400,00 per maand (8% van € 5.000,00). [verzoeker] is zeven maanden in dienst geweest, derhalve bedraagt de vakantietoeslag in totaal € 2.800,00 bruto.

3.2.3.

In de arbeidsovereenkomst is bepaald dat [verzoeker] recht heeft op 25 vakantiedagen. Bij einde dienstverband had [verzoeker] een openstaand verlofsaldo van 14,33 dagen (114,64 uur). Gezien het uurloon ad € 30,36 bruto (nog te vermeerderen met 8% vakantiegeld) vordert [verzoeker] een bedrag van € 3.758,90 bruto op grond van het bepaalde in artikel 7:641 BW.

3.2.4.

In de arbeidsovereenkomst is tevens bepaald dat Sapph bepaalde onkosten vergoedt, die [verzoeker] bij de zakelijke uitoefening van zijn functie maakt. [verzoeker] heeft in dat verband declaraties ten bedrage van in totaal € 656,34 ingediend. Sapph heeft erkend dat [verzoeker] recht heeft op betaling daarvan, zie het door beide partijen ondertekende document (zie 2.3).

3.2.5.

[verzoeker] vordert daarnaast vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Berekend aan de hand van de staffel bedraagt die vergoeding € 788,00.

4. Het verweer

Sapph heeft geen verweer gevoerd, aangezien zij geen verweerschrift heeft ingediend en niet is verschenen bij de mondelinge behandeling.

5. De beoordeling

5.1.

Ter zitting heeft [verzoeker] desgevraagd medegedeeld dat hij aanvankelijk werkzaam was op de (statutaire) locatie in Amsterdam, maar laatstelijk bij de vestiging in Maassluis. Dat brengt mee dat de kantonrechter te Rotterdam bevoegd is kennis te nemen van het geschil.

5.2.

[verzoeker] is ter zitting erop gewezen dat er onduidelijk bestaat ten aanzien van de juiste bedrijfsnaam, omdat de bedrijfsnaam op de overgelegde arbeidsovereenkomst, het verzoekschrift en het betekeningsexploot varieert tussen ‘Sapph Distribution B.V.’ en ‘Bodyfashion Distribution B.V., v.h.o.d.n. Sapph Distribution B.V.’, terwijl het aan het verzoekschrift gehechte KvK-uittreksel geen uitsluitsel geeft over de juiste of vorige bedrijfsnaam. De gemachtigde van [verzoeker] heeft na de mondelinge behandeling desgevraagd alsnog een KvK-uittreksel overgelegd, waaruit volgt dat de vennootschap thans als statutaire naam ‘Bodyfashion Distribution B.V.’ heeft, maar tot 27 maart 2020 ‘Sapph Distribution B.V.’ heette. Daarmee is de onduidelijkheid omtrent de bedrijfsnaam opgehelderd en is duidelijk gebleken dat tegen de juiste B.V. de procedure is gevoerd.

5.3.

Gelet op het voorgaande wordt, conform het betekeningsexploot, deze beschikking gewezen tussen [verzoeker] en ‘Bodyfashion Distribution B.V., v.h.o.d.n. Sapph Distribution B.V.’.

5.4.

Sapph is niet alleen bij brief van de griffier, maar ook bij deurwaardersexploot opgeroepen voor de mondelinge behandeling. Het deurwaardersexploot is rechtsgeldig betekend aan Sapph. Sapph is aldus deugdelijk in de gelegenheid gesteld om in de procedure te verschijnen en verweer te voeren.

5.5.

Aangezien Sapph geen verweer heeft gevoerd, wordt in rechte uitgegaan van de juistheid van de stellingen van [verzoeker] .

5.6.

Het verzoekschrift is ingediend binnen drie maanden na de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd en derhalve tijdig, zodat aanspraak kan worden gemaakt op betaling van de transitievergoeding (artikel 7:686a lid 4 sub b jo. 7:673 BW).

De transitievergoeding en de wettelijke rente daarover worden als op de wet gegrond toegewezen op de wijze zoals onder de beslissing vermeld.

5.7.

Vaststaat dat [verzoeker] recht heeft op uitbetaling van € 2.800,00 bruto aan vakantietoeslag, € 3.758,90 bruto aan opgebouwde maar niet opgenomen vakantiedagen en € 656,34 netto ter zake ingediende declaraties. Het een en ander is gegrond op de reeds door [verzoeker] genoemde wettelijke bepalingen en/of de bepalingen in de arbeidsovereenkomst. Voornoemde bedragen worden dan ook toegewezen.

5.8.

De verzochte verstrekking van een netto/bruto-specificatie is op de wet gegrond en wordt toegewezen. Aan Sapph wordt een termijn gegund van veertien dagen na betekening van deze beschikking om een dergelijke specificatie aan [verzoeker] te verstrekken. De in verband hiermee verzochte dwangsom wordt toegewezen, met dien verstande dat deze eerst verbeurd zal worden vanaf de vijftiende dag na betekening van deze beschikking en gemaximeerd wordt op € 3.000,00.

5.9.

De verzochte wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW over de bedragen aan vakantietoeslag en niet opgenomen vakantiedagen is op de wet gegrond en wordt dan ook toegewezen. De verzochte wettelijke rente ex artikel 6:119 BW over voornoemde bedragen alsmede het bedrag der declaraties is op de wet gegrond en wordt eveneens toegewezen.

5.10.

[verzoeker] heeft gesteld dat hij buitengerechtelijke incassokosten heeft gemaakt en heeft daarvan vergoeding verzocht. Alleen redelijke kosten die in redelijkheid zijn gemaakt kunnen worden toegewezen. Niet gebleken is dat in dit geval niet aan dat vereiste is voldaan. De verzochte vergoeding wordt dan ook toegewezen.

5.11.

Sapph wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten.

6. De beslissing

De kantonrechter:

6.1.

veroordeelt Sapph tot betaling aan [verzoeker] van de transitievergoeding ad € 1.050,00 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW vanaf 1 juni 2020 tot aan de dag van de algehele voldoening;

6.2.

veroordeelt Sapph tot betaling aan [verzoeker] van € 2.800,00 bruto aan vakantietoeslag;

6.3.

veroordeelt Sapph tot betaling aan [verzoeker] van € 3.758,90 bruto aan opgebouwde, maar niet opgenomen vakantiedagen;

6.4.

veroordeelt Sapph tot betaling aan [verzoeker] van € 656,34 netto ter zake ingediende declaraties;

6.5.

veroordeelt Sapph tot verstrekking aan [verzoeker] van een schriftelijke en deugdelijke netto/bruto-specificatie, waarin het bedrag en betaling van de onder 6.1 tot en met 6.4 genoemde bedragen is verwerkt, binnen veertien dagen na betekening van deze beschikking, op straffe van een door Sapph te verbeuren dwangsom ter hoogte van € 100,- per dag, vanaf de vijftiende dag na betekening van deze beschikking, voor elke dag dat Sapph niet voldoet aan deze veroordeling, met een maximum van € 3.000,00;

6.6.

veroordeelt Sapph tot betaling aan [verzoeker] van de wettelijke verhoging van maximaal 50% ex artikel 7:625 BW over de bedragen genoemd in 6.2 en 6.3 vanaf de datum van opeisbaarheid tot aan de dag van de algehele voldoening;

6.7.

veroordeelt Sapph tot betaling aan [verzoeker] van de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW over de bedragen genoemd in 6.2 tot en met 6.4 vanaf de datum van opeisbaarheid tot aan de dag van de algehele voldoening;

6.8.

veroordeelt Sapph tot betaling van € 788,00 als vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten;

6.9.

veroordeelt Sapph in de kosten van de procedure, tot aan de deze uitspraak aan de zijde van [verzoeker] vastgesteld op € 236,00 aan verschotten en € 480,00 aan salaris voor de gemachtigde;

6.10.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

6.11.

wijst af het méér of anders verzochte.

Deze beschikking is gewezen door mr. C.H. Kemp-Randewijk en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

34286