Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:7618

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
21-08-2020
Datum publicatie
31-08-2020
Zaaknummer
C/10/601996 / JE RK 20-2252
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

“ondertoezichtstelling”

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

Zaakgegevens: C/10/601996 / JE RK 20-2252

datum uitspraak: 21 augustus 2021

beschikking ondertoezichtstelling

in de zaak van

de Raad voor de Kinderbescherming Rotterdam,

hierna te noemen de Raad,

gevestigd te Rotterdam,

betreffende

[naam kind 1] ,

geboren op [geboortedatum kind 1] 2006 te [geboorteplaats kind 1] , hierna te noemen [naam kind 1] ,

[naam kind 2] ,

geboren op [geboortedatum kind 2] 2010 te [geboorteplaats kind 2] , hierna te noemen [naam kind 2] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam moeder] , hierna te noemen de moeder,

wonende te [woonplaats moeder] ,

[naam vader] , hierna te noemen de vader,

wonende te [woonplaats vader] .

Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit het verzoek met bijlagen van de Raad van 5 augustus 2020, ingekomen bij de griffie op 10 augustus 2020.

Op 21 augustus 2020 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld.

Gehoord zijn:

- de minderjarige [naam kind 1] , die voorafgaand aan de zitting apart is gehoord,

- de moeder,

- de vader,

- een vertegenwoordiger van de Raad, [naam vertegenwoordiger] ,

- een vertegenwoordigster van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming West, regio Zuid-Holland Zuid, (hierna: de GI), [naam vertegenwoordigster] .

De feiten
Het ouderlijk gezag over [naam kind 1] en [naam kind 2] wordt uitgeoefend door de ouders.

[naam kind 1] en [naam kind 2] wonen bij de moeder.

Het verzoek

De Raad verzoekt de ondertoezichtstelling van [naam kind 1] en [naam kind 2] voor de duur van twaalf maanden.

De Raad handhaaft ter zitting het verzoek. Beide kinderen tonen signalen dat zij last hebben van de strijd tussen de ouders. [naam kind 1] heefteen gedwongen keuze gemaakt tussen de ouders toen hij niet langer in staat werd gesteld van beide ouders te kunnen houden. [naam kind 2] is bezig met het kiezen tussen zijn ouders en dient hiervoor behoed te worden. Een jeugdbeschermer kan de ouders ondersteunen, maar het is aan de ouders om de onderlinge strijd te staken in het belang van de kinderen. De oplossing voor het probleem van de kinderen ligt in eerste instantie bij de ouders.

De standpunten

De GI sluit zich ter zitting aan bij het standpunt van de Raad.

De moeder stemt ter zitting in met het verzoek van de Raad. De moeder voelt zich niet goed gehoord. Zij wenst dat er door middel van een ondertoezichtstelling meer rust zal komen binnen het gezin en dat [naam kind 1] weer contact zal hebben met de vader.

De vader stemt ter zitting in met het verzoek van de Raad. Binnen het vrijwillig kader is het niet gelukt om de situatie te verbeteren. Een gedwongen kader zal wellicht uitkomst bieden.

De beoordeling

Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat de kinderen ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd. Deze ontwikkelingsbedreiging ligt in de echtscheidingsproblematiek, de onderlinge strijd tussen de ouders en het in stand houden hiervan. De kinderen hebben last van de echtscheidingsproblematiek en kampen met loyaliteitsproblematiek. [naam kind 1] heeft ernstige problemen in zijn emotieregulatie en doet aan zelfbeschadiging. Ook heeft hij zich vanuit onvermogen om te kunnen omgaan met de huidige situatie genoodzaakt gevoeld om te kiezen tussen zijn ouders. [naam kind 2] zit tevens zichtbaar klem tussen beide ouders en dient ervoor behoed te worden dat ook hij een keuze zal (moeten) maken tussen zijn ouders. De keuze die [naam kind 1] nu heeft gemaakt, beïnvloedt ook [naam kind 2] . Daarnaast is [naam kind 2] te veel bezig met het voldoen aan verwachtingspatronen, waardoor hij de kans loopt (verder) op te groeien in een situatie waarin hij zijn eigen behoeften moet onderdrukken. Als de huidige situatie zich zo voortzet, lopen beide kinderen het risico zich te ontwikkelen tot instabiele, onzekere en wellicht weinig zelfstandige volwassenen.

De oplossing voor de problematiek ligt bij de ouders. Zij dienen de strijd te staken en constructief met elkaar samen te werken in het belang van de kinderen. Zij zijn hiertoe echter onvoldoende zelfstandig in staat, ook niet met behulp van vrijwillige hulpverlening. De kinderrechter acht het daarom van belang dat een jeugdbeschermer binnen een ondertoezichtstelling de regie zal nemen en passende hulpverlening zal inzetten. Overeenkomstig het advies van de Raad in het raadsrapport dient die hulpverlening zich in eerste instantie te richten op de ouders. Zij dienen te leren op een constructieve wijze met het elkaar te communiceren en daarbij het belang van hun kinderen voorop te stellen. Voorts zal wellicht psycho-educatie voor de ouders nodig zijn om hen te leren wat hun huidige wijze van communiceren doet met de kinderen, welke spanningen hun communicatie bij de kinderen teweegbrengt.

Uit voorgaande volgt dat is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek. De kinderrechter zal daarom [naam kind 1] en [naam kind 2] onder toezicht stellen voor de duur van twaalf maanden.

De beslissing

De kinderrechter:

stelt [naam kind 1] en [naam kind 2] onder toezicht van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming West, regio Zuid-Holland Zuid, gevestigd te Dordrecht, met ingang van 21 augustus 2020 tot

21 augustus 2021;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. A. Verweij, kinderrechter, in tegenwoordigheid van

mr. C.N. Arduin als griffier en in het openbaar uitgesproken op 21 augustus 2020.

De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Den Haag.