Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:7407

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
27-08-2020
Datum publicatie
31-08-2020
Zaaknummer
8658546 CV EXPL 20-3472
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Huurzaak. Term de grace.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 8658546 CV EXPL 20-3472

uitspraak: 27 augustus 2020

vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Dordrecht,

in de zaak van:

de stichting

Stichting Woonbron,

gevestigd te Rotterdam,

eiseres,

gemachtigde: Wouters Gerechtsdeurwaarder & Incasso’s,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats gedaagde] ,

gedaagde,

die in persoon procedeert.

Partijen worden hierna aangeduid als ‘Woonbron’ en ‘ [gedaagde] ’.

1. Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  1. de dagvaarding van 15 juli 2020 met producties;

  2. het antwoord van [gedaagde] ;

  3. het tussenvonnis van 23 juli 2020 waarin een mondelinge behandeling is bepaald;

  4. de nadere producties van Woonbron ter griffie ingekomen op 3 augustus 2020;

  5. de aantekening dat de mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 14 augustus 2020.

De uitspraak van het vonnis is bepaald op vandaag.

2. De vaststaande feiten

2.1

[gedaagde] huurt de woning aan het adres [adres] van Woonbron. De huurprijs bedraagt op dit moment € 466,71 per maand. Tot 1 juli 2020 bedroeg de maandelijkse huur € 457,33. Partijen zijn overeengekomen dat de huur bij vooruitbetaling moet worden voldaan.

3. Het geschil

3.1

Woonbron vordert dat bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

I. de huurovereenkomst te ontbinden, met veroordeling van gedaagde om binnen 14 dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis het gehuurde aan het adres [adres] met alle personen en zaken die zich vanwege gedaagde daar bevinden, te ontruimen en te verlaten en door overgave van de sleutels ter vrije en algehele beschikking van eiseres te stellen;

II. gedaagde te veroordelen aan eiseres te betalen het ter zake verschuldigde bedrag van € 1.948,72, vermeerderd met voornoemde wettelijke rente over € 1.948,72, zulks vanaf 10 juli 2020, tot de dag van algehele voldoening;

III. gedaagde te veroordelen aan eiseres te betalen vanwege verschuldigde huur, de som van € 466,71 per maand, te rekenen vanaf 1 september 2020 tot aan het tijdstip van de ontbinding van de huurovereenkomst, per datum vonnis;

IV. gedaagde te veroordelen aan eiseres te betalen vanwege schadevergoeding, de som van € 466,71, voor elke maand of gedeelte daarvan dat gedaagde in gebreke blijft met de ontruiming van het gehuurde, zulks ingaande op het tijdstip van de ontbinding van de huurovereenkomst;

V. gedaagde te veroordelen in de kosten van deze procedure, inclusief een bedrag aan salaris van de gemachtigde van eiseres en de kosten van dagvaarding.

3.2

Woonbron legt het volgende aan haar vordering ten grondslag. [gedaagde] is zijn verplichting om tijdig de huur te betalen niet nagekomen. De huurachterstand bedraagt € 1.948,72, waarbij rente en buitengerechtelijke incassokosten reeds verrekend zijn met bepaalde betalingen die [gedaagde] heeft gedaan. De hoogte van de huurachterstand rechtvaardigt ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde.

3.3

[gedaagde] heeft op de vordering gereageerd. Hierop wordt voor zover van belang in deze procedure hierna ingegaan.

4. De beoordeling

4.1

Partijen zijn het erover eens dat de huurachterstand op het moment van de mondelinge behandeling € 1.948,72 bedroeg. Dit bedrag heeft betrekking op de huur tot en met de maand augustus 2020. [gedaagde] zal worden veroordeeld om dit bedrag aan Woonbron te betalen.

4.2

Woonbron heeft de buitengerechtelijke incassokosten en de wettelijke rente tot 10 juli 2020 terecht in rekening gebracht bij [gedaagde] . Deze kosten heeft Woonbron verrekend met de betalingen van [gedaagde] van 24 en 25 juni 2020, zodat resterende vordering volledig uit huurachterstand bestaat.

4.3

De wettelijke rente vanaf 10 juli 2020 zal ook worden toegewezen zoals hieronder in de beslissing weergegeven, omdat vaststaat dat [gedaagde] met betaling van de huur in verzuim was.

4.4

Als een huurder zijn verplichting om tijdig de huur betalen niet nakomt, mag de verhuurder de rechter vragen om de huurovereenkomst te beëindigen (ontbinden). De rechter dient deze vordering alleen toe te wijzen als de huurachterstand een beëindiging van de huurovereenkomst rechtvaardigt. Als uitgangspunt wordt wel genomen dat een huurachterstand van meer dan drie maanden ernstig genoeg is om de huurovereenkomst te beëindigen, maar de rechter moet alle omstandigheden afwegen. Zo is van belang of de lopende huur wordt betaald en of de huurder (een deel) van de achterstand alsnog heeft voldaan (zie HR 28 september 2018, ECLI:NL:HR: 2018:1810).

4.5

De huurachterstand van [gedaagde] bedraagt ruim vier maanden, zodat die achterstand in beginsel de ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigt. Uit de recente specificatie van Woonbron, die [gedaagde] niet heeft weersproken, volgt dat [gedaagde] de lopende huur ook niet betaalt. Ook heeft [gedaagde] niets ingelopen op de achterstand. De hoogte van de betalingsachterstand rechtvaardigt daarom ontbinding van de huurovereenkomst en veroordeling tot ontruiming van het gehuurde.

4.6

[gedaagde] heeft ter zitting verklaard dat hij zelfstandig timmerman is, dat hij als gevolg van een ongeval en de coronacrisis een tijd geen werk heeft gehad, dat hij binnenkort weer werk heeft waarvoor hij een voorschot van € 1.000,- zal ontvangen en dat hij op korte termijn de uitkering van een fors bedrag aan schadevergoeding vanwege zijn ongeval verwacht. Met dit geld zou [gedaagde] in staat zijn om direct € 1.000,- en op korte termijn het restant van zijn huurachterstand in te lossen. De kantonrechter maakt om die reden gebruik van de wettelijke bevoegdheid [gedaagde] een termijn van een maand toe te staan om de schuld aan Woonbron alsnog te betalen. De kantonrechter benadrukt daarbij dat bij een volgende betalingsachterstand deze procedure meeweegt in de beoordeling of die tekortkoming ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigt.

4.7

[gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld.

5. De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt [gedaagde] om aan Woonbron te betalen € 1.948,72 aan achterstallige huur berekend tot en met de maand augustus 2020, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW berekend over:

  • -

    € 1.482,01 vanaf 10 juli 2020 tot en met 31 juli 2020;

  • -

    € 1.948,72 vanaf 1 augustus 2020 tot aan de dag van algehele voldoening;

veroordeelt [gedaagde] om aan Woonbron te betalen – zolang de huurovereenkomst voortduurt – € 466,71 per maand aan huur met ingang van de maand september 2020;

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Woonbron vastgesteld op € 499,- aan griffierecht, € 104,68 aan dagvaardingskosten en € 360,- aan salaris voor de gemachtigde;

staat [gedaagde] toe om het totaal van de aan Woonbron verschuldigde bedragen, inclusief rente en kosten zoals hierboven genoemd aan Woonbron te betalen binnen één maand na de uitspraak van dit vonnis;

en bovendien, maar alléén voor het geval [gedaagde] niet binnen de gestelde termijn geheel aan die betalingsverplichtingen voldoet:

ontbindt de bovengenoemde huurovereenkomst tussen partijen met ingang van de dag na afloop van vorenbedoelde termijn van één maand en veroordeelt [gedaagde] om het gehuurde te ontruimen met alle personen en zaken die zich vanwege [gedaagde] daar bevinden en het gehuurde onder overgave van de sleutels ter beschikking van Woonbron te stellen;

veroordeelt [gedaagde] om aan Woonbron te betalen € 466,71 per maand, met ingang van de maand oktober 2020 tot en met de maand waarin de ontruiming plaatsvindt;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.A.F.M. Wouters en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

41645