Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:7331

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
11-08-2020
Datum publicatie
24-08-2020
Zaaknummer
8522553 VZ VERZ 20-9531
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Afwijzing verzoek ontbinding arbeidsovereenkomst. De aan de PI medewerkers verweten gedragingen zijn niet (ernstig) verwijtbaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2020-1012
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 8522553 VZ VERZ 20-9531

uitspraak: 11 augustus 2020

beschikking van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam ,

in de zaak van

DE STAAT DER NEDERLANDEN,

namens deze de Minister van Justitie,

vertegenwoordigd door de Dienst Justitiële Inrichtingen, locatie [naam locatie 1] ,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

verzoekster,

gemachtigde: mr. M.J.W. van Breukelen,

tegen

[verweerder] ,

wonende te [woonplaats verweerder] ,

verweerder,

gemachtigde: mr. L.H.W.J. Rutten.

Partijen worden hierna nader aangeduid als respectievelijk “DJI” en “ [verweerder] ”.

1. Het verloop van de procedure

1.1

Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken:

  • -

    het verzoekschrift, met producties;

  • -

    het verweerschrift, met producties;

  • -

    de nader overgelegde producties aan de zijde van DJI;

  • -

    de pleitaantekeningen aan de zijde van DJI.

1.2

De mondelinge behandeling heeft in aanwezigheid van partijen plaatsgevonden op

14 juli 2020. Partijen hebben ter zitting hun standpunten (nader) toegelicht. De zaak is gelijktijdig, maar niet gevoegd, behandeld met de procedures met zaaknummer 8522640, 8522474 en 8506610 tussen DJI en drie andere werknemers. De standpunten en de inhoud van de processtukken in die procedures worden - als verzocht door de gemachtigden - over en weer als herhaald en ingelast beschouwd.

1.3

De beschikking is bepaald op heden.

2. De vaststaande feiten

In de onderhavige procedure zal - voor zover van belang - worden uitgegaan van de navolgende vaststaande feiten.

2.1

DJI voert namens de minister van Justitie straffen en vrijheidsbenemende maatregelen uit.

2.2

De Penitentiaire Inrichting (verder: PI) [naam PI] is een extra beveiligde inrichting (een zogenaamde A+ inrichting) met twee locaties: [naam locatie 1] te [plaats 1] en de [naam locatie 2] te [plaats 2] . Op de locatie [naam locatie 1] zijn een groot aantal gedetineerden gehuisvest met een extreem, hoog of verhoogd risico tot ontvluchting en daarmee een groot maatschappelijk risico. Tevens is in deze inrichting de Terroristenafdeling gehuisvest als gevolg waarvan extra veiligheidsmaatregelen in acht dienen te worden genomen. De werknemers van DJI zijn ambtenaren in de zin van de Ambtenarenwet.

2.3

[verweerder] , geboren op [geboortedatum] op 1 september 2000 aangesteld bij de PI [naam PI] in de functie van Senior Complexbeveiliger. De aanstelling van [verweerder] is in het kader van de Wet Normalisering Rechtspositie Ambtenaren met ingang van 1 januari 2020 omgezet in een arbeidsovereenkomst. [verweerder] verricht zijn werkzaamheden op locatie [naam locatie 1] te [naam PI] .

2.4

Op de arbeidsovereenkomst is de CAO Rijk van toepassing. Voorts zijn van toepassing de Gedragscode Integriteit Rijk en de Gedragscode Dienst Justitiële Inrichtingen.

2.5

DJI heeft aan [verweerder] in 2018 een berisping opgelegd in verband met het niet deugdelijk nakomen van studieverplichtingen.

2.6

Binnen de PI [naam PI] is een protocol A-selectieve In & Uitgangscontrole van toepassing. Dit protocol betreft een werkwijze om personen bij toegang tot of het verlaten van de inrichting te controleren op het ongeoorloofd bij zich dragen van niet toegestane voorwerpen en inrichtingseigendommen. Het protocol heeft als doelstelling het tegengaan van de in- en uitvoer van eventuele contrabanden.

2.7

In de werkinstructie PI [naam PI] locatie [naam locatie 1] “Portier 1 & 2” is - voor zover van belang - het volgende opgenomen:

(…) “1.2 Nooit gelijktijdig mogen openen

- De buitendeur en de deuren van de sluizen, welke grenzen aan de hal.

- De toegangsdeuren tot de portiersloge.

- De toegangsdeur portiersloge en een van de sluisdeuren.

- De toegangsdeur cellengang (vanuit de speed-gate) en/of en de remisespeed-gate.

- De beide speed-gates.

- De deurtjes van de wapenkluizen en de deur cellengang remise en de deur remise

- De deur van de remise, transport hof speedgate en de speedgate binnenplaats.

- De roldeur transport hof/ speedgate magazijn en de roldeuren in de circulatiezone.”

2.8

In de binnen de PI [naam PI] geldende “Dienstinstructie Nachtdienst” is - voor zover van belang - het volgende opgenomen:

1 Personeelsbezetting

Tijdens de voor de nachtdienst bestemde uren hebben 1 PIW’er en 6 Complex beveiligers dienst.

Een PIW-er wordt aangewezen als wachtcommandant en een Complex beveiliger fungeert als ploegleider.

Het personeel is verplicht om tijdens de dienst conform het dienstkledingprotocol gekleed te zijn. (…)

2 Bewakings en beveiligingssector

Tot de bewakings- en beveiligingssector behoren:

- De gehele inrichting met het daarbij behorende buitenterrein.

- Buiten de sector voor zover door observatie waarneembaar is via de camera.

2.1

Gedurende de nachtdienst mogen de deuren die toegang verschaffen tot de inrichting en de binnenplaatsen niet worden geopend voordat er door de piketfunctionaris toestemming is verleend.” (…)

4.1

De wachtcommandant en het overige dienstdoende personeel zijn op de hoogte van alle geldende dienstinstructies en de bijzonderheden van dat moment. (…)

6.5

De wachtcommandant maakt een indeling van de te lopen controleronden, afwisselend aanvangend om 23.00 uur. De laatste ronde vangt aan om ongeveer 05.15 uur, zodat in totaal 6 ronden van circa 45 minuten wordt gelopen. Deze controleronden worden gelopen door de wachtcommandant en de Bewaarder of PIW’er die ook in de portiersloge aanwezig is. De bewaarder security-desk loopt geen controleronden”. (…)

2.9

In de “Dienstinstructie loopronden in de avond en nachtdienst” is - voor zover van belang - het volgende opgenomen:

(…) “De ronden worden gelopen door de complexbeveiligers en de Piwer cq. wachtcommandant.

De wachtcommandant loopt altijd 3 ronden mee t.w. de eerste de derde en de zesde tevens laatste ronde van de dienst.

Elke ronde moet gelopen worden door twee medewerkers, er mag nooit alleen gelopen worden”. (…)

2.10

[verweerder] was in de nacht van 4 februari 2020 op 5 februari 2020 ingedeeld op de post AB (Ploegleider/ Controle Mobifinder). [verweerder] was tevens tijdens deze nachtdienst begeleider van een stagiaire.

2.11

Gedurende de nachtdienst is door een medewerker [naam persoon 1] een pizza besteld. Hiervoor zijn omstreeks 22:45 uur zowel de buitenmuur als de binnendeur geopend om de pizzabezorger toegang te verschaffen tot de inrichting. [verweerder] heeft de buitenmuur geopend en heeft na vertrek van de pizzabezorger de buitenmuur weer gesloten.

2.12

Binnen de PI [naam PI] heeft het Hoofd Veiligheid een intern onderzoek gestart, waarbij meerdere gesprekken zijn gevoerd met de betrokken collega’s die werkzaam waren gedurende de nachtdienst en camerabeelden zijn bekeken. [verweerder] is op 10 februari 2020 met onmiddellijke ingang geschorst en hem is de toegang tot de dienstonderdelen van de DJI ontzegd (met behoud van loon).

2.13

Op 11 februari 2020 heeft naar aanleiding van de gebeurtenissen in de nacht van

4 op 5 februari 2020 een gesprek plaatsgevonden tussen [verweerder] en [naam persoon 2] (Hoofd Veiligheid), [naam persoon 3] (teamleider beveiliging) en [naam persoon 4] (HR-adviseur). Van dit gesprek is een verslag opgemaakt. [verweerder] heeft daarnaast zelf een schriftelijke verklaring opgesteld.

3. Het geschil

3.1

Het verzoek van DJI strekt tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst op de kortst mogelijke termijn wegens (ernstig) verwijtbaar handelen als bedoeld in artikel 7:669 lid 3 sub e BW, met veroordeling van [verweerder] in de kosten van de procedure.

3.2

Aan haar verzoek heeft DJI - verkort en zakelijk weergegeven - het volgende ten grondslag gelegd.

DJI heeft na een melding van de vertrouwenspersoon integriteit moeten constateren dat in de nacht van 4 op 5 februari 2020 een zeer ernstige inbreuk op de veiligheid heeft plaatsgevonden in de PI [naam PI] . Deze inbreuk is veroorzaakt door het bewust handelen van enkele werknemers, waaronder [verweerder] . In de nacht is meerdere malen gehandeld op een wijze die indruist tegen de geldende gedragsregels, werkinstructies, het integriteitsbeleid en de protocollen binnen de organisatie en die de veiligheid van de aanwezige collega’s in gevaar had kunnen brengen. Dit alles wijst op (ernstig) plichtsverzuim. Zo hebben meerdere collega’s niet de juiste uniformen gedragen, zijn collega’s in strijd met de geldende regels alleen gelaten in de centrale meldkamer en zijn nachtrondes alleen gelopen. Daarnaast zijn de deuren van de centrale meldkamer tot aan de remise bewust opengezet door middel van het plaatsen van voorwerpen tussen de deuren, is de sluiswerking van de deuren opgeheven, zodat een vrije toegang mogelijk was tot de centrale meldkamer en is de buitendeur ten tijde van de nachtdienst (na 22:00 uur) in strijd met de regels geopend om een pizzabezorger binnen te laten. Vanaf 22.00 uur mag de buitendeur alleen worden geopend in geval van calamiteiten en hiervoor moet toestemming worden gevraagd aan het directielid met piketdienst. Tenslotte is de afgeleverde pizzadoos niet gecontroleerd op verboden voorwerpen, is een medewerker ongecontroleerd met sleutels door een detectiepoort gegaan en hebben de collega’s in strijd met instructies geen melding gemaakt van de gebeurtenissen tijdens de nachtdienst.

3.3

Gebleken is dat [verweerder] ernstig tekortgeschoten is in de naleving van de geldende gedragsregels en protocollen. [verweerder] was ervan op de hoogte dat diverse collega’s tijdens de nachtdienst de sluiswerking van de deuren hebben opgeheven door middel van het plaatsen van voorwerpen, als gevolg waarvan de meldkamer vrij toegankelijk was en waardoor een vrije toegang tot de inrichting is gecreëerd. [verweerder] heeft nagelaten om hiertegen actie te ondernemen of zijn collega’s hierop aan te spreken, terwijl hij een voorbeeldfunctie had ten opzichte van de stagiaire en hij tijdens de nachtdienst verantwoordelijk was voor de brandveiligheid van de inrichting. Op camerabeelden is te zien dat [verweerder] degene is geweest die de buitenmuur van de inrichting bij aankomst van de pizzabezorger heeft geopend en bij vertrek weer heeft gesloten. [verweerder] heeft niet voorkomen dat zijn collega de pizza in ontvangst nam met een sleutelbos op haar kleding en dat zij met de pizza ongecontroleerd en niet metaalvrij door de detectiepoort is gelopen.

3.4

Van [verweerder] mag als Senior Complexbeveiliger verwacht worden dat hij op ieder moment correct, adequaat, integer en risicobeperkend handelt. Van [verweerder] wordt voorts verwacht dat hij de bij hem bekend geachte regels en voorschriften strikt naleeft, dat hij zijn collega’s aanspreekt en dat hij melding maakt van eventuele misstanden bij zijn leidinggevenden. Het gedrag van [verweerder] is een ambtenaar onwaardig. Het is bovendien voor [verweerder] niet de eerste keer dat hij plichtsverzuim heeft gepleegd. Aan een werknemer bij DJI worden extra hoge eisen gesteld met betrekking tot gedrag en onkreukbaarheid. Werknemers dragen immers een grote verantwoordelijkheid in het kader van de orde binnen de inrichting en de veiligheid van gedetineerden. Nu [naam locatie 1] een extra beveiligde inrichting is ligt de lat ten aanzien van het waarborgen van de veiligheid van de inrichting nog hoger dan in een gewone penitentiaire inrichting.

3.5

DJI acht het nalatig dat medewerkers tijdens een nachtdienst de deuren met voorwerpen openhouden, de sluiswerking van de deuren opheffen, de buitenmuur openen voor een pizzabezorger en vervolgens een pizza in ontvangst nemen zonder deze te controleren. Daarmee is een onaanvaardbaar veiligheidsrisico in het leven geroepen. Het gedrag van [verweerder] is volstrekt onacceptabel en druist in tegen alle geschreven en ongeschreven regels binnen DJI en PI [naam PI] . De handelwijze van [verweerder] levert ernstig plichtsverzuim en daarmee ernstig verwijtbaar handelen op. Van DJI kan als werkgeefster niet gevergd worden de arbeidsovereenkomst van [verweerder] te continueren en herplaatsing is niet aan de orde.

Dat er geen calamiteit heeft plaatsgevonden vormt geen rechtvaardiging voor het ernstig nalatig handelen van [verweerder] . Een beëindiging van de arbeidsovereenkomst is voor DJI onontkoombaar. Het opleggen van een lichtere sanctie staat niet in verhouding tot de grove schending van het vertrouwen door [verweerder] .

3.6

Het verweer van [verweerder] strekt primair tot afwijzing van het verzoek en subsidiair, in het geval de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden, tot toekenning van een transitievergoeding, met veroordeling van DJI in de proceskosten.

3.7

[verweerder] heeft daartoe - verkort en zakelijk weergegeven - het volgende aangevoerd.

[verweerder] is al ruim 19 jaar naar tevredenheid werkzaam binnen DJI, zonder noemenswaardige incidenten met betrekking tot zijn functioneren. Tijdens de nachtdienst van 4 op 5 februari 2020 heeft [verweerder] herhaaldelijk tegen zijn collega’s (en de stagiaire) gezegd dat geen eten besteld mocht worden en dat de poort niet meer na 22:00 uur mag worden geopend. Ondanks zijn bezwaren is [verweerder] ‘overruled’ door de wachtcommandant. [verweerder] heeft naar aanleiding hiervan uiteindelijk, onder protest, zijn medewerking verleend aan het openen van de poort om de pizzabezorger binnen te laten.

3.8

Het komt volgens [verweerder] regelmatig voor dat de sluiswerking van de deuren door collega’s tijdens de nacht wordt opgeheven door middel van het plaatsen van voorwerpen, om de doorgang te vergemakkelijken. De leiding van de PI [naam PI] is hiervan op de hoogte en zij heeft tot nu toe nimmer aangegeven dat dit tijdens de nachtdienst niet is toegestaan. DJI wekt ten onrechte de indruk dat de sluiswerking ook was opgeheven op het moment dat de pizza werd bezorgd. [verweerder] stelt dat de poort technisch gezien niet kan worden geopend als de sluiswerking is opgeheven. Evenmin is de centrale meldkamer tijdens de nachtdienst toegankelijk geweest voor de pizzabezorger. De pizzabezorger had alleen toegang tot de hal van de portiersloge en hij kon niet verder de inrichting in. [verweerder] realiseert zich dat de gang van zaken rondom de bestelde pizza niet juist is en dat hij fouten heeft gemaakt. [verweerder] wilde de poort zo kort mogelijk geopend houden en hij heeft daardoor de fout gemaakt dat hij de pizza niet heeft gecontroleerd. [verweerder] is zich ervan bewust dat door deze handelwijze (verboden) goederen de inrichting binnen hadden kunnen komen.

3.9

[verweerder] heeft geen melding gemaakt van de gang van zaken, omdat de wachtcommandant hiervan reeds op de hoogte was. Onder het personeel van DJI bestaat veel angst om afgerekend te worden op fouten en het doen van een melding wordt gezien als klikken. Door snel naar het middel van ontslag te grijpen heeft DJI een angstcultuur gecreëerd. [verweerder] ziet nu wel in dat hij een melding had moeten maken en hij zal deze fout niet nogmaals maken. [verweerder] begrijpt eveneens dat DJI één en ander serieus neemt en dat zijn gedragingen kunnen worden aangemerkt als plichtsverzuim. [verweerder] begrijpt echter niet waarom hij gestraft moet worden met een beëindiging van de arbeidsovereenkomst. [verweerder] heeft niet willens en wetens de geldende regels overtreden. Ook ambtenaren verdienen een tweede kans en DJI had aan hem een lichtere sanctie kunnen opleggen. Dit omdat [verweerder] al jaren op een goede manier functioneert en dit zijn eerste serieuze misstap is met betrekking tot de uitoefening van zijn functie. DJI lijkt ook met twee maten te meten, omdat twee andere collega’s die deel uitmaakte van de bewust nachtploeg, te weten de vertrouwenspersoon en de collega die de pizza heeft besteld (en die daarmee de hele situatie heeft veroorzaakt) nog in dienst zijn.

3.10

De overige stellingen van partijen worden - voor zover voor de uitkomst van de procedure van belang - bij de beoordeling betrokken.

4. De beoordeling

4.1

Op grond van artikel 7:671b lid 1 BW gelezen in samenhang met artikel 7:669 lid 1 BW kan de kantonrechter op verzoek van de werkgever de arbeidsovereenkomst ontbinden indien daar een redelijke grond voor is en herplaatsing van de werknemer niet mogelijk is of niet in de rede ligt en er geen opzegverboden gelden. Dat laatste is hier niet aan de orde. DJI heeft aangevoerd dat de redelijke grond voor ontbinding is gelegen in het (ernstig) verwijtbaar handelen van [verweerder] , zodanig dat van DJI niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren.

4.2

Met betrekking tot de aan [verweerder] (alsmede aan zijn collega’s [naam collega 1] , [naam collega 2] en [naam collega 3] ) verweten gedragingen wordt allereerst overwogen dat [verweerder] als onweersproken heeft aangevoerd dat hij tijdens de bewuste nachtdienst van 4 op 5 februari 2020 zijn volledige

uniform op de correcte wijze heeft gedragen, zodat daarvan in rechte zal worden uitgegaan.

Ten aanzien van het niet houden aan de uniformvoorschriften treft [verweerder] dan ook geen verwijt.

4.3

Voor wat betreft het openhouden van de tussendeuren door middel van het plaatsen van voorwerpen en het opheffen van de sluiswerking tijdens de nachtdienst hebben zowel [verweerder] als [naam collega 1] , [naam collega 2] en [naam collega 3] uitdrukkelijk aangevoerd dat dit al geruime tijd de gangbare praktijk is, waarvan de leidinggevenden binnen PI [naam PI] ook op de hoogte waren en dat dit ook door hen werd toegelaten. Namens DJI is door het Hoofd Veiligheid ter gelegenheid van de mondelinge behandeling slechts in algemene zin aangevoerd dat dit bij hem niet bekend is en dat de leidinggevenden hiervan evenmin op de hoogte waren, omdat zij dit anders zeker hadden gemeld en daarop adequaat hadden gereageerd. Mede in het licht van het navolgende is hetgeen door DJI aangevoerd onvoldoende concreet om te twijfelen aan het standpunt van [verweerder] , [naam collega 1] , [naam collega 2] en [naam collega 3] . De kantonrechter kan zich op grond van de door DJI overgelegde en ter zitting getoonde camerabeelden niet aan de indruk onttrekken dat een en ander staande praktijk is, nu daarop te zien is dat [naam collega 1] en [naam collega 2] zonder enige twijfel of hapering en met een geroutineerd gebaar de deuren openhouden door middel van het plaatsen van voorwerpen (waaronder een plastic bakje en een stoffer) en dat zij vervolgens vrij heen en weer lopen. De door [naam collega 1] en [naam collega 2] overgelegde schriftelijke verklaringen van de oud-medewerkers en tevens complexbeveiligers [naam persoon 5] en [naam persoon 6] wijzen bovendien ook in die richting, nu zij beiden verklaren dat het gebruikelijk was om tijdens de nachtdiensten voorwerpen tussen de deuren te plaatsen en dat het gebruikelijk was de sluiswerking op te heffen ten behoeve van een vrije doorloop en dat de leidinggevenden hiervan op de hoogte waren. DJI heeft de door [verweerder] , [naam collega 1] , [naam collega 2] en [naam collega 3] gestelde werkwijze ten aanzien van het openhouden van de tussendeuren en het opheffen van de sluiswerking ook niet nader onderzocht door middel van het bekijken van camerabeelden van andere nachtdiensten (eventueel door middel van inschakeling van een extern bureau), terwijl dit relevant moet worden geacht en dit, gelet op de eenduidige verklaringen van de betrokken werknemers, beslist op haar weg gelegen had. DJI heeft naar het oordeel van de kantonrechter op dit punt niet voldoende aan haar onderzoeksplicht voldaan.

4.4

Partijen geven ieder een andere lezing ten aanzien van (de gevolgen van) de opheffing van de sluiswerking en de toegankelijkheid van de inrichting gedurende de nachtdienst op het moment van bezorging van de pizza. DJI heeft uitdrukkelijk aangevoerd dat sprake is geweest van een ernstige inbreuk op de veiligheid, omdat een vrije toegang is gecreëerd en dat de gehele inrichting vanaf de remise tot aan de centrale meldkamer toegankelijk is geweest. [verweerder] , [naam collega 1] , [naam collega 2] en [naam collega 3] hebben op hun beurt naar voren gebracht dat de buitenmuur technisch gezien niet kan worden geopend als de sluiswerking is opgeheven en dat de meldkamer en de inrichting als geheel op het moment dat de pizza werd bezorgd niet vrij toegankelijk zijn geweest, althans niet verder dan de hal voor de portiersloge, zodat daarmee ook geen gevaarlijke situatie in het leven is geroepen voor de aanwezige werknemers en de gedetineerden. Daarbij moet worden opgemerkt dat door DJI overigens is erkend dat de deuren naar de gedetineerden nimmer open zijn geweest. Door [naam collega 2] is daarnaast ter gelegenheid van de mondelinge behandeling aan de hand van plattegronden van de inrichting nader toegelicht dat op het moment van bezorging van de pizza bij het openen van de buitenmuur de eerste vijf deuren in de buitenste ring noodzakelijkerwijs gesloten waren, zodat daarmee geen vrije toegang is gecreëerd. DJI heeft in reactie daarop slechts volstaan met de algemene stelling dat de sluiswerking van de deuren, los van het plaatsen van de voorwerpen tussen de deuren, alsnog “overruled” kan worden, vanuit de centrale meldkamer of de portiersloge. Onduidelijk is echter of daarvan ten tijde van de bezorging van de pizza concreet sprake is geweest, nu DJI daartoe geen relevante feitelijke onderbouwing heeft gegeven, bijvoorbeeld door middel van het overleggen van een technische rapportage, waaruit eveneens kan worden afgeleid wie daarvoor verantwoordelijk is geweest. Dit is temeer van belang, omdat in beginsel de deuren ook bij het opheffen van de sluiswerking alsnog in het slot vallen.

4.5

Hoewel de kantonrechter begrip heeft voor het standpunt van DJI en haar belang bij strikte handhaving van regels en protocollen binnen een zwaar beveiligde inrichting met een terroristenafdeling, met name nu zij heeft gesteld dat zij door een recente ontsnapping uit PI [naam PI] en een recente gewelddadige poging tot bevrijding van een extreem gevaarlijke gedetineerde uit een ander PI ‘onder een vergrootglas’ ligt, maar onvoldoende is gebleken dat DJI een strikt (sanctie)beleid naleeft ten aanzien van het openhouden van de tussendeuren en het opheffen van de sluiswerking. Door DJI zijn geen nadere stukken (zoals personeelsmededelingen) overgelegd waaruit blijkt dat medewerkers expliciet op de regels en de gevolgen van overtreding daarvan zijn geattendeerd, in die zin dat [verweerder] en zijn collega’s bewust waren van de ontoelaatbaarheid van hun gedrag en dat zij ook als een gewaarschuwd mens moeten worden geacht. Het voorgaande geldt eveneens voor het niet volgen van de uniformvoorschriften, het alleen lopen van de controlerondes en het alleen blijven van collega’s in de centrale meldkamer. Een werkgeefster als DJI dient er voor te waken dat ervaren medewerkers routinematig gaan werken als gevolg waarvan er te los met veiligheidsvoorschriften wordt omgegaan. DJI heeft daarvoor onvoldoende oog gehad. Ook in op dit punt heeft DJI ten onrechte nagelaten naar deze gebruiken een nader (integriteits)onderzoek te laten verrichten.

4.6

DJI heeft wel in dit verband nog verwezen naar de door haar overgelegde “Dienstinstructie Centrale Meldkamer”, die zou gelden vanaf de verplaatsing van de meldkamer in 2019 en waarin is opgenomen dat de centrale meldkamer 24/7 door ten minste twee complexbeveiligers moet worden bezet. Dit betreft echter een concept dienstinstructie, waarvan niet is vast komen te staan dat de medewerkers kennis hebben genomen van de (definitieve) inhoud van de werkinstructie. DJI heeft ook in dit kader slechts in algemene bewoordingen gesteld dat het even duurt voordat de instructie definitief is vastgesteld en dat de medewerkers wel wisten dat de instructie geldend was. DJI heeft evenmin inzicht gegeven op welke wijze de gedragsregels, werkinstructies en protocollen zijn aangescherpt naar aanleiding van de ontsnapping van een gedetineerde in december 2018. Dat DJI kennelijk de keuze heeft gemaakt de regels in teamoverleggen mondeling onder de aandacht van haar medewerkers te brengen komt voor haar risico. Zij wordt als werkgeefster geacht daarvan vooraf de implicaties te hebben kunnen overzien

4.7

Ten aanzien van de gedragingen die meer in het bijzonder aan [verweerder] worden verweten wordt overwogen dat de rol van [verweerder] ten aanzien van het pizza incident beperkt lijkt te zijn tot het enkel openen van de buitenmuur (zoals te zien is op de camerabeelden), waarmee hij de pizzabezorger toegang tot de inrichting heeft verschaft (alsmede de schending van zijn meldingsplicht). [verweerder] heeft uitdrukkelijk erkend dat hij in strijd met de nachtdienstinstructie de buitenmuur na 22:00 uur (terwijl geen sprake was van een calamiteit) heeft geopend, zonder toestemming van een directielid. [verweerder] heeft voor deze handelwijze echter een plausibele verklaring gegeven, die in zoverre ook niet door DJI is weersproken, namelijk dat hij ondanks de door hem geuite bezwaren is ‘overruled’ door de wachtcommandant, die toestemming heeft gegeven om de pizza te bestellen. Daarbij is van belang dat [verweerder] , nadat hij telefonisch contact had gehad met [naam collega 2] en [naam persoon 1], zelf nog persoonlijk navraag heeft gedaan bij de wachtcommandant [naam collega 3] , een en ander zoals ook blijkt uit het door DJI opgestelde gespreksverslag van het gesprek op 11 februari 2020 alsook de door [verweerder] zelf opgestelde verklaring. Nu sprake was van toestemming van de wachtcommandant, die tijdens de nachtdienst hiërarchisch verantwoordelijk was, kan aan [verweerder] geen verwijt worden gemaakt.

4.8

Het voorgaande neemt niet weg dat, rekening houdende met het hier aan de orde zijnde zwaarwegende belang van DJI, goederen ongecontroleerd de inrichting zijn binnengekomen en dat daarmee een veiligheidsrisico in het leven is geroepen. Uit het relaas van [verweerder] en zijn collega’s ter zitting is ook niet naar voren gekomen wat nu precies de dringende (fysieke of medische) noodzaak is geweest om een pizza bestellen voor [naam persoon 1], anders dan dat hij kennelijk die dag nog niet had gegeten (hetgeen voor zijn risico komt), waarom zij tijdens de nachtdienst niet hun eigen meegenomen etenswaren met hem konden delen en waarom het vervolgens ook nodig was om een pizzabezorger toegang tot de inrichting te verschaffen (in plaats van afgifte buiten de gevangenismuren), hetgeen een keten van gebeurtenissen in gang heeft gezet. [verweerder] heeft in dit verband zelf aangevoerd dat hij zich realiseert dat de gang van zaken rondom de bestelde pizza niet juist is, dat hij fouten heeft gemaakt en standvastiger had moeten optreden, en dat zijn gedragingen kunnen worden aangemerkt als plichtsverzuim. Met DJI is de kantonrechter van oordeel dat zij moet kunnen vertrouwen op de integriteit van haar medewerkers in een extra beveiligde inrichting (met name gedurende de nachtdienst) en dat zij hoge eisen mag stellen aan haar (senior) medewerkers. [verweerder] heeft kunnen zien dat [naam collega 1] de pizzadoos (met daarop nog een aantal verpakkingen met etenswaren en een blikje frisdrank) in ontvangst heeft genomen met een sleutelbos aan haar kleding, dat zij niet metaalvrij door de detectiepoortjes is gelopen en dat de goederen niet ter controle door de x-ray zijn gegaan. Hoewel [verweerder] naar eigen zeggen bezwaren heeft geuit tegen het bestellen van de pizza valt niet in te zien waarom hij heeft nagelaten (achteraf) zijn collega’s daarop aan te spreken of op andere wijze heeft getracht in te grijpen. Dat PI [naam PI] kennelijk al jaren naar tevredenheid pizza’s door dit bedrijf laat bezorgen maakt dit niet anders. Van een (ervaren) Senior Complexbeveiliger mag dit ook verwacht worden, temeer nu [verweerder] gedurende de nachtdienst een voorbeeldfunctie had als stagebegeleider en hij die nacht bovendien verantwoordelijk was voor de brandveiligheid in de inrichting.

4.9

Hoewel [verweerder] steken heeft laten vallen kan hem naar het oordeel van de kantonrechter niet een zo ernstig verwijt worden gemaakt dat dit een ontbinding op de

e-grond - met alle verstrekkende gevolgen van dien - kan rechtvaardigen. Dit geldt op zichzelf maar ook in onderlinge samenhang bezien met het verwijt dat [verweerder] in strijd met de gedragscode en de nachtdienstinstructie geen melding heeft gemaakt van de bijzonderheden tijdens de nachtdienst. Door [verweerder] en zijn collega’s is ook ter zitting eenduidig naar voren gebracht dat binnen PI [naam PI] sprake is van een angstcultuur, dat melden wordt gezien als “klikken’, dat de sociale druk enorm is en dat daarom ook zelden meldingen worden gemaakt. Het door [naam collega 1] en [naam collega 2] overgelegde medewerkerstevredenheidsonderzoek biedt daartoe ook aanknopingspunten, nu op bepaalde relevante onderdelen onvoldoende wordt gescoord.

4.10

DJI had de aan [verweerder] verweten gedragingen af kunnen doen met een andere, lichtere sanctie, zoals een schriftelijke (laatste) waarschuwing of een andere disciplinaire maatregel, waarbij zij haar (sanctie)beleid nog eens uitdrukkelijk uiteen had kunnen zetten. Van ander grensoverschrijdend gedrag van [verweerder] dat als plichtsverzuim of (ernstig) verwijtbaar handelen kan worden aangemerkt is niet gebleken, in die zin dat de arbeidsovereenkomst op die grond beëindigd moet worden. De eerder aan [verweerder] opgelegde berisping is daartoe evenmin voldoende, nu die betrekking heeft op het niet voldoen aan studieverplichtingen en dit geen, althans onvoldoende, verband houdt met de thans aan hem verweten gedragingen.

4.11

Gelet op al hetgeen hiervoor is overwogen luidt de conclusie dat geen sprake is van een voldragen e-grond op grond waarvan de arbeidsovereenkomst van [verweerder] moet worden ontbonden. Het ontbindingsverzoek wordt mitsdien afgewezen.

4.12

Hetgeen partijen verder nog naar voren hebben gebracht behoeft geen nadere bespreking meer, nu dit niet tot een andere beslissing kan leiden.

4.13

Als de in het ongelijk gestelde partij wordt DJI in de proceskosten veroordeeld.

5. De beslissing

de kantonrechter:

wijst af het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst;

veroordeelt DJI in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 721,00 aan salaris voor de gemachtigde;

verklaart deze beschikking ten aanzien van de proceskostenverdeling uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. E.I. Mentink en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

829