Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:7330

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
11-08-2020
Datum publicatie
24-08-2020
Zaaknummer
8522640 VV VERZ 20-9532
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Afwijzing verzoek ontbinding arbeidsovereenkomst. De aan de PI medewerkers verweten gedragingen zijn niet (ernstig) verwijtbaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2020-1011
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 8522640 VV VERZ 20-9532

uitspraak: 11 augustus 2020

beschikking van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam ,

in de zaak van

DE STAAT DER NEDERLANDEN,

namens deze de Minister van Justitie,

vertegenwoordigd door de Dienst Justitiële Inrichtingen, locatie [naam locatie 1] ,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

verzoekster,

gemachtigde: mr. M.J.W. van Breukelen,

tegen

[verweerder] ,

wonende te [woonplaats verweerder] ,

verweerder,

gemachtigde: mr. M.Y. van Oel.

Partijen worden hierna nader aangeduid als respectievelijk “DJI” en “ [verweerder] ”.

1. Het verloop van de procedure

1.1

Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken:

  • -

    het verzoekschrift, met producties;

  • -

    het verweerschrift, met producties;

  • -

    de nader overgelegde producties aan de zijde van DJI en [verweerder] ;

  • -

    de pleitaantekeningen aan de zijde van DJI;

  • -

    de pleitaantekeningen aan de zijde van [verweerder] .

1.2

De mondelinge behandeling heeft in aanwezigheid van partijen plaatsgevonden op

14 juli 2020. Beide partijen hebben ter zitting hun standpunten (nader) toegelicht. De zaak is gelijktijdig, maar niet gevoegd, behandeld met de procedures met zaaknummers 8522474, 8522553 en 8506610 tussen DJI en drie andere werknemers. De standpunten en de inhoud van de processtukken in die procedures worden - zoals verzocht door de gemachtigden - over en weer als herhaald en ingelast beschouwd.

1.3

De beschikking is bepaald op heden.

2. De vaststaande feiten

In de onderhavige procedure zal - voor zover van belang - worden uitgegaan van de navolgende vaststaande feiten.

2.1

DJI voert namens de minister van Justitie straffen en vrijheidsbenemende maatregelen uit.

2.2

De Penitentiaire Inrichting [naam PI] (hierna: de PI) is een extra beveiligde inrichting (een zogenaamde A+ inrichting) met twee locaties: [naam locatie 1] te [plaats 1] en de [naam locatie 2] te [plaats 2] . Op de locatie [naam locatie 1] zijn een groot aantal gedetineerden gehuisvest met een extreem, hoog of verhoogd risico tot ontvluchting en daarmee een groot maatschappelijk risico. Tevens is in deze inrichting de Terroristenafdeling gehuisvest als gevolg waarvan extra veiligheidsmaatregelen in acht dienen te worden genomen. De werknemers van DJI zijn ambtenaren in de zin van de Ambtenarenwet.

2.3

[verweerder] , geboren op [geboortedatum] , is op 11 juli 2005 aangesteld bij de PI [naam PI] in de functie van Senior Complexbeveiliger. De aanstelling van [verweerder] is in het kader van de Wet Normalisering Rechtspositie Ambtenaren met ingang van 1 januari 2020 omgezet in een arbeidsovereenkomst. [verweerder] verricht zijn werkzaamheden op locatie [naam locatie 1] .

2.4

Op de arbeidsovereenkomst is de CAO Rijk van toepassing. Voorts zijn van toepassing de Gedragscode Integriteit Rijk en de Gedragscode DJI.

2.5

Binnen de PI [naam PI] is een protocol A-selectieve In & Uitgangscontrole van toepassing. Dit protocol betreft een werkwijze om personen bij toegang tot of het verlaten van de inrichting te controleren op het ongeoorloofd bij zich dragen van niet toegestane voorwerpen en inrichtingseigendommen. Het protocol heeft als doelstelling het tegengaan van de in- en uitvoer van eventuele contrabanden.

2.6

In de werkinstructie PI [naam PI] locatie [naam locatie 1] “Portier 1 & 2” is - voor zover van belang - het volgende opgenomen:

(…) “1.2 Nooit gelijktijdig mogen openen

- De buitendeur en de deuren van de sluizen, welke grenzen aan de hal.

- De toegangsdeuren tot de portiersloge.

- De toegangsdeur portiersloge en een van de sluisdeuren.

- De toegangsdeur cellengang (vanuit de speed-gate) en/of en de remisespeed-gate.

- De beide speed-gates.

- De deurtjes van de wapenkluizen en de deur cellengang remise en de deur remise.

- De deur van de remise, transport hof speedgate en de speedgate binnenplaats.

- De roldeur transport hof/ speedgate magazijn en de roldeuren in de circulatiezone.”

2.7

In de binnen de PI [naam PI] geldende “Dienstinstructie Nachtdienst” is - voor zover van belang - het volgende opgenomen:

1 Personeelsbezetting

Tijdens de voor de nachtdienst bestemde uren hebben 1 PIW’er en 6 Complex beveiligers dienst.

Een PIW- er wordt aangewezen als wachtcommandant en een Complex beveiliger fungeert als ploegleider.

Het personeel is verplicht om tijdens de dienst conform het dienstkledingprotocol gekleed te zijn. (…)

2 Bewakings en beveiligingssector

Tot de bewakings- en beveiligingssector behoren:

- De gehele inrichting met het daarbij behorende buitenterrein.

- Buiten de sector voor zover door observatie waarneembaar is via de camera.

2.1

Gedurende de nachtdienst mogen de deuren die toegang verschaffen tot de inrichting en de binnenplaatsen niet worden geopend voordat er door de piketfunctionaris toestemming is verleend.” (…)

4.1

De wachtcommandant en het overige dienstdoende personeel zijn op de hoogte van alle geldende dienstinstructies en de bijzonderheden van dat moment. (…)

6.5

De wachtcommandant maakt een indeling van de te lopen controleronden, afwisselend aanvangend om 23.00 uur. De laatste ronde vangt aan om ongeveer 05.15 uur, zodat in totaal 6 ronden van circa 45 minuten wordt gelopen. Deze controleronden worden gelopen door de wachtcommandant en de Bewaarder of PIW’er die ook in de portiersloge aanwezig is. De bewaarder security-desk loopt geen controleronden”. (…)

2.8

In de “Dienstinstructie loopronden in de avond en nachtdienst” is - voor zover van belang - het volgende opgenomen:

(…) “De ronden worden gelopen door de complexbeveiligers en de Piwer cq. wachtcommandant.

De wachtcommandant loopt altijd 3 ronden mee t.w. de eerste de derde en de zesde tevens laatste ronde van de dienst.

Elke ronde moet gelopen worden door twee medewerkers, er mag nooit alleen gelopen worden”. (…)

2.9

[verweerder] was in de nacht van 4 februari op 5 februari 2020 ingedeeld op de post CD.

2.10

Gedurende de nachtdienst is door een medewerker ( [naam persoon 1] ) een pizza besteld. Hiervoor zijn omstreeks 22:45 uur zowel de buitenmuur als de binnendeur geopend om de pizzabezorger toegang te verschaffen tot de inrichting.

2.11

Binnen de PI [naam PI] heeft het Hoofd Veiligheid een intern onderzoek gestart, waarbij meerdere gesprekken zijn gevoerd met de betrokken collega’s die werkzaam waren gedurende de nachtdienst en camerabeelden zijn bekeken. [verweerder] is op 10 februari 2020 met onmiddellijke ingang geschorst en hem is de toegang tot de dienstonderdelen van de DJI ontzegd (met behoud van loon).

2.12

Op 11 februari 2020 heeft naar aanleiding van de gebeurtenissen in de nacht van

4 op 5 februari 2020 een gesprek plaatsgevonden tussen [verweerder] en [naam persoon 2] (Hoofd Veiligheid), [naam persoon 3] (teamleider beveiliging) en [naam persoon 4] (HR-adviseur). Van dit gesprek is een verslag opgemaakt. [verweerder] heeft daarnaast zelf een schriftelijke verklaring opgesteld.

3. Het geschil

3.1

Het verzoek van DJI strekt tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst op de kortst mogelijke termijn wegens (ernstig) verwijtbaar handelen als bedoeld in artikel 7:669 lid

3 sub e BW, met veroordeling van [verweerder] in de kosten van de procedure.

3.2

Aan haar verzoek heeft DJI - verkort en zakelijk weergegeven - het volgende ten grondslag gelegd.

DJI heeft na een melding van de vertrouwenspersoon integriteit moeten constateren dat in de nacht van 4 op 5 februari 2020 een zeer ernstige inbreuk op de veiligheid heeft plaatsgevonden in de PI [naam PI] . Deze inbreuk is veroorzaakt door het bewust handelen van enkele werknemers, waaronder [verweerder] . In de nacht is meerdere malen gehandeld op een wijze die indruist tegen de geldende gedragsregels, werkinstructies, het integriteitsbeleid en de protocollen binnen de organisatie en die de veiligheid van de aanwezige collega’s in gevaar had kunnen brengen. Dit alles wijst op (ernstig) plichtsverzuim. Zo hebben meerdere collega’s niet de juiste uniformen gedragen, zijn collega’s in strijd met de geldende regels alleen gelaten in de centrale meldkamer en zijn nachtrondes alleen gelopen. Daarnaast zijn de deuren van de centrale meldkamer tot aan de remise bewust opengezet door middel van het plaatsen van voorwerpen tussen de deuren, is de sluiswerking van de deuren opgeheven, zodat een vrije toegang mogelijk was tot de centrale meldkamer, en is de buitendeur ten tijde van de nachtdienst (na 22:00 uur) in strijd met de regels geopend om een pizzabezorger binnen te laten. Vanaf 22:00 uur mag de buitendeur alleen worden geopend in geval van calamiteiten en hiervoor moet toestemming worden gevraagd aan het directielid met piketdienst. Tenslotte is de afgeleverde pizzadoos niet gecontroleerd op verboden voorwerpen, is een medewerker ongecontroleerd met sleutels door een detectiepoort gegaan en hebben de collega’s in strijd met instructies geen melding gemaakt van de gebeurtenissen tijdens de nachtdienst.

3.3

Gebleken is dat [verweerder] ernstig tekortgeschoten is in de naleving van de geldende gedragsregels en protocollen. Op camerabeelden is te zien dat [verweerder] voorwerpen, waaronder een stoffer, tussen de deuren heeft geplaatst. Bij het openzetten van de deuren is ook de deur naar de meldkamer open gezet. Uit verklaringen van andere medewerkers is bovendien gebleken dat [verweerder] de sluiswerking van de deuren heeft opgeheven. [verweerder] heeft voorts gedurende de nachtdienst meermaals collega’s alleen achter gelaten in de centrale meldkamer en hij heeft ook meermaals toegestaan dat collega’s hem alleen lieten. Het is voor DJI volstrekt ontoelaatbaar dat [verweerder] de werkinstructies en protocollen klakkeloos naast zich heeft neergelegd. [verweerder] is ervan op de hoogte dat na 22:00 uur zonder toestemming de buitenmuren zijn geopend om een pizzabezorger binnen te laten. [verweerder] heeft zijn collega’s hierop niet aangesproken en heeft geen handelingen verricht om de niet toelaatbare gebeurtenissen tegen te gaan. [verweerder] is degene geweest die de wachtcommandant telefonisch toestemming heeft gevraagd om de pizza te bestellen. Voorts is uit de camerabeelden gebleken dat [verweerder] in strijd met de dienstinstructie de noodzakelijke nachtcontroles alleen heeft gelopen.

3.4

Van [verweerder] mag als Senior Complexbeveiliger verwacht worden dat hij op ieder moment correct, adequaat, integer en risicobeperkend handelt. Van [verweerder] wordt voorts verwacht dat hij de bij hem bekend geachte regels en voorschriften strikt naleeft, dat hij zijn collega’s aanspreekt en dat hij melding maakt van eventuele misstanden bij zijn leidinggevenden. Het gedrag van [verweerder] is een ambtenaar onwaardig. Aan een werknemer bij DJI worden extra hoge eisen gesteld met betrekking tot gedrag en onkreukbaarheid. Werknemers dragen immers een grote verantwoordelijkheid in het kader van de orde binnen de inrichting en de veiligheid van gedetineerden. Nu [naam locatie 1] een extra beveiligde inrichting is ligt de lat ten aanzien van het waarborgen van de veiligheid van de inrichting nog hoger dan in een gewone penitentiaire inrichting.

3.5

DJI acht het nalatig dat medewerkers tijdens een nachtdienst de deuren met voorwerpen openhouden, de sluiswerking van de deuren opheffen, de buitenmuur openen voor een pizzabezorger en vervolgens een pizza in ontvangst nemen zonder deze te controleren. Daarmee is een onaanvaardbaar veiligheidsrisico in het leven geroepen. Het gedrag van [verweerder] is volstrekt onacceptabel en druist in tegen alle geschreven en ongeschreven regels binnen DJI en PI [naam PI] . De handelwijze van [verweerder] levert ernstig plichtsverzuim en daarmee ernstig verwijtbaar handelen op. Van DJI kan als werkgeefster niet gevergd worden de arbeidsovereenkomst van [verweerder] te continueren en herplaatsing is niet aan de orde. Dat er geen calamiteit heeft plaatsgevonden vormt geen rechtvaardiging voor het ernstig nalatig handelen van [verweerder] . Een beëindiging van de arbeidsovereenkomst is voor DJI onontkoombaar. Het opleggen van een lichtere sanctie staat niet in verhouding tot de grove schending van het vertrouwen door [verweerder] .

3.6

Het verweer van [verweerder] strekt primair tot afwijzing van het verzoek en subsidiair, in het geval de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden, tot toekenning van een transitievergoeding, met veroordeling van DJI in de proceskosten.

3.7

[verweerder] heeft daartoe - verkort en zakelijk weergegeven - het volgende aangevoerd.

[verweerder] is ruim vijftien jaar werkzaam bij DJI en hij heeft een uitstekende staat van dienst. Gedurende zijn aanstelling heeft [verweerder] nimmer een officiële waarschuwing of een negatieve beoordeling gekregen. Naar het oordeel van [verweerder] heeft DJI in haar verzoekschrift volstaan met vage stellingen en een opeenstapeling van gedragingen die hem niet persoonlijk kunnen worden verweten. DJI heeft daarnaast geen zorgvuldig onderzoek gedaan. Bij een gebrek aan onderbouwing door DJI betwist [verweerder] dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan het openhouden van de deuren door middel van het plaatsen van voorwerpen, waaronder een stoffer. [verweerder] erkent wel dat hij de sluiswerking heeft opgeheven. Het opheffen van de sluiswerking stelt enkel de medewerkers van de nachtdienst in staat vrij rond te lopen in een beperkt gebied, zonder dat zij steeds om toegang van de meldkamer hoeven te verzoeken. Leidinggevenden binnen PI [naam PI] waren hiervan op de hoogte en lieten dit gemakshalve toe. Opheffing van de sluiswerking betekent niet dat de deuren automatisch open zijn, omdat vanuit de meldkamer alsnog de deuren “moeten worden gegeven”. Het is daarom gebruikelijk een voorwerp tussen de deur te plaatsen. Het door DJI geschetste beeld omtrent het veiligheidsrisico behoeft nuancering, nu het volgens [verweerder] niet zo is geweest dat door opheffing van de sluiswerking de inrichting vanaf de meldkamer tot de remise vrij toegankelijk is geweest. DJI verwijt [verweerder] ten onrechte dat hij zijn collega’s in de meldkamer zou hebben achtergelaten en dat hij zelf alleen achter is gebleven. Voor de huidige meldkamer heeft [verweerder] nooit werkinstructies ontvangen. De oude werkinstructie is geschreven in een tijd waarin de Security Desk door één persoon werd bemand, terwijl de meldkamer in de nieuwe situatie door twee personen wordt bemand. Het verlaten van de meldkamer brengt dan ook geen veiligheidsrisico met zich. Van [verweerder] wordt bovendien verwacht dat hij zijn rondes loopt tijdens de nachtdienst.

3.8

[verweerder] heeft, ondanks zijn eigen bezwaren, het verzoek om een pizza te mogen bestellen voorgelegd aan de dienstdoende wachtcommandant. Nu de pizza uiteindelijk is besteld met toestemming van de wachtcommandant kan [verweerder] geen ernstig verwijtbaar handelen of nalaten worden verweten. Gelet op het tijdsverloop is het voor [verweerder] lastig te bepalen of hij een controleronde alleen heeft gelopen. Uit het door DJI overgelegde nachtrapport blijkt dit in ieder geval niet. Voor zover [verweerder] een ronde alleen heeft gelopen heeft DJI niet onderbouwd waarom deze gedraging dient te worden aangemerkt als (ernstig) verwijtbaar handelen.

3.9

Dat tijdens de nachtdienst fouten zijn gemaakt wordt door [verweerder] niet betwist of gebagatelliseerd. [verweerder] is zich welbewust van het feit dat de lat ten aanzien van het waarborgen van de veiligheid in de inrichting hoog ligt. De onduidelijkheid omtrent de regels en de werkinstructies dient voor rekening en risico van DJI te komen en kan niet op [verweerder] worden afgewenteld. [verweerder] is zich niet altijd bewust geweest van de ontoelaatbaarheid van zijn gedragingen. Door DJI wordt (in strijd met het gelijkheidsbeginsel) met twee maten gemeten,

nu zij voor [naam persoon 1] geen ontbindingsverzoek heeft ingediend en de vertrouwenspersoon

( [naam persoon 5] ), die onderdeel uitmaakte van de nachtploeg, nog steeds in dienst is

en zelfs een promotie heeft gemaakt. Ook degene die verantwoordelijk is geweest voor de ontsnapping van een gedetineerde in een vuilniszak in december 2018 is nog steeds in dienst.

Nu DJI volgens de CAO Rijk ook een lichtere sanctie had kunnen opleggen handelt zij in strijd met het evenredigheidsbeginsel. DJI tracht [verweerder] met een te zwaar middel te straffen. Voor zover vast komt te staan dat [verweerder] verwijtbaar heeft gehandeld brengt een redelijke belangenafweging mee dat het verzoek, gelet op zijn uitstekende staat van dienst en de lengte van het dienstverband, dient te worden afgewezen.

3.10

De overige stellingen van partijen worden - voor zover voor de uitkomst van de procedure van belang - bij de beoordeling betrokken.

4. De beoordeling

4.1

Op grond van artikel 7:671b lid 1 BW gelezen in samenhang met artikel 7:669 lid 1 BW kan de kantonrechter op verzoek van de werkgever de arbeidsovereenkomst ontbinden indien daar een redelijke grond voor is en herplaatsing van de werknemer niet mogelijk is of niet in de rede ligt en er geen opzegverboden gelden. Dat laatste is hier niet aan de orde. DJI heeft aangevoerd dat de redelijke grond voor ontbinding is gelegen in het (ernstig) verwijtbaar handelen van [verweerder] , zodanig dat van DJI niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren.

4.2

Wanneer de handelwijze van DJI met betrekking tot het gesprek op 10 februari 2020 en de non-actiefstelling van [verweerder] nader wordt beschouwd blijkt niet dat zij onzorgvuldig met de belangen van [verweerder] is omgesprongen. Evenmin is gebleken dat DJI tijdens het gesprek op 10 februari 2020 ongeoorloofde druk op [verweerder] heeft uitgeoefend of dat zij de grenzen van het redelijke heeft overschreden. [verweerder] heeft bovendien op het door DJI opgestelde gespreksverslag kunnen reageren, hij heeft zijn eigen schriftelijke verklaring opgesteld en hij heeft zich laten bijstaan door een gemachtigde, die ook met DJI voorafgaand aan de onderhavige procedure heeft gecorrespondeerd. Nu [verweerder] ook ter gelegenheid van de mondelinge behandeling de camerabeelden heeft kunnen inzien en in de gelegenheid is gesteld om daarop te reageren, is hij niet in zijn belangen geschaad.

4.3

Met betrekking tot de aan [verweerder] (alsmede aan zijn collega’s [naam collega 1] , [naam collega 2] en [naam collega 3] ) verweten gedragingen wordt allereerst overwogen dat niet is gebleken dat [verweerder] tijdens de bewuste nachtdienst van 4 op 5 februari 2020 niet zijn volledige uniform op de

correcte wijze heeft gedragen, zodat daarvan in rechte zal worden uitgegaan. Ten aanzien van het niet houden aan de uniformvoorschriften treft [verweerder] dan ook geen verwijt.

4.4

Hoewel door [verweerder] bij verweerschrift is betwist dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan dergelijke gedrag, blijkt uit de ter zitting getoonde camerabeelden onmiskenbaar dat [verweerder] een stoffer tussen een deur heeft geplaatst en dat hij bij een andere deur het plastic bakje, dat door [naam collega 1] is geplaatst, omwisselt voor een schoenborstel. Wel heeft [verweerder] erkend dat hij de sluiswerking heeft opgeheven. Voor wat betreft het openhouden van de tussendeuren door middel van het plaatsen van voorwerpen en het opheffen van de sluiswerking tijdens de nachtdienst hebben zowel [verweerder] als [naam collega 1] , [naam collega 2] en [naam collega 3] uitdrukkelijk aangevoerd dat dit al geruime tijd de gangbare praktijk is, waarvan de leidinggevenden binnen PI [naam PI] ook op de hoogte waren en dat dit ook door hen werd toegelaten. Namens DJI is door het Hoofd Veiligheid ter gelegenheid van de mondelinge behandeling slechts in algemene zin aangevoerd dat dit bij hem niet bekend is en dat de leidinggevenden hiervan evenmin op de hoogte waren, omdat zij dit anders zeker hadden gemeld en daarop adequaat hadden gereageerd. Mede in het licht van het navolgende is hetgeen door DJI aangevoerd onvoldoende concreet om te twijfelen aan het standpunt van [verweerder] , [naam collega 1] , [naam collega 2] en [naam collega 3] . De kantonrechter kan zich op grond van de door DJI overgelegde en ter zitting getoonde camerabeelden ook niet aan de indruk onttrekken dat een en ander staande praktijk is, nu daarop te zien is dat [naam collega 1] en [verweerder] zonder enige twijfel of hapering en met een geroutineerd gebaar de deuren openhouden door middel van het plaatsen van voorwerpen en dat zij vervolgens vrij heen en weer lopen. De door [naam collega 1] en [verweerder] overgelegde schriftelijke verklaringen van de oud-medewerkers en tevens complexbeveiligers [naam persoon 6] en [naam persoon 7] wijzen bovendien ook in die richting, nu zij beiden verklaren dat het gebruikelijk was om tijdens de nachtdiensten voorwerpen tussen de deuren te plaatsen en dat het gebruikelijk was de sluiswerking op te heffen ten behoeve van een vrije doorloop en dat de leidinggevenden hiervan op de hoogte waren. DJI heeft de door [verweerder] , [naam collega 1] , [naam collega 2] en [naam collega 3] gestelde werkwijze ten aanzien van het openhouden van de tussendeuren en het opheffen van de sluiswerking ook niet nader onderzocht door middel van het bekijken van camerabeelden van andere nachtdiensten (eventueel door middel van inschakeling van een extern bureau), terwijl dit relevant moet worden geacht en dit, gelet op de eenduidige verklaringen van de betrokken werknemers, beslist op haar weg gelegen had. DJI heeft naar het oordeel van de kantonrechter op dit punt niet voldoende aan haar onderzoeksplicht voldaan.

4.5

Partijen geven ieder een andere lezing ten aanzien van (de gevolgen van) de opheffing van de sluiswerking en de toegankelijkheid van de inrichting gedurende de nachtdienst op het moment van bezorging van de pizza. DJI heeft uitdrukkelijk aangevoerd dat sprake is geweest van een ernstige inbreuk op de veiligheid, omdat een vrije toegang is gecreëerd en dat de gehele inrichting vanaf de remise tot aan de centrale meldkamer toegankelijk is geweest. [verweerder] , [naam collega 1] , [naam collega 2] en [naam collega 3] hebben op hun beurt naar voren gebracht dat de buitenmuur technisch gezien niet kan worden geopend als de sluiswerking is opgeheven en dat de meldkamer en de inrichting als geheel op het moment dat de pizza werd bezorgd niet vrij toegankelijk zijn geweest, althans niet verder dan de hal voor de portiersloge, zodat daarmee ook geen gevaarlijke situatie in het leven is geroepen voor de aanwezige werknemers en de gedetineerden. Daarbij moet worden opgemerkt dat door DJI overigens is erkend dat de deuren naar de gedetineerden nimmer open zijn geweest. Door [verweerder] is daarnaast ter gelegenheid van de mondelinge behandeling aan de hand van plattegronden van de inrichting nader toegelicht dat op het moment van bezorging van de pizza bij het openen van de buitenmuur de eerste vijf deuren in de buitenste ring noodzakelijkerwijs gesloten waren, zodat daarmee geen vrije toegang is gecreëerd. DJI heeft in reactie daarop slechts volstaan met de algemene stelling dat de sluiswerking van de deuren, los van het plaatsen van de voorwerpen tussen de deuren, alsnog “overruled” kan worden, vanuit de centrale meldkamer of de portiersloge. Onduidelijk is echter of daarvan ten tijde van de bezorging van de pizza concreet sprake is geweest, nu DJI daartoe geen relevante feitelijke onderbouwing heeft gegeven, bijvoorbeeld door middel van het overleggen van een technische rapportage, waaruit eveneens kan worden afgeleid wie daarvoor verantwoordelijk is geweest. Dit is temeer van belang, omdat in beginsel de deuren ook bij het opheffen van de sluiswerking alsnog in het slot vallen.

4.6

Hoewel de kantonrechter begrip heeft voor het standpunt van DJI en haar belang bij strikte handhaving van regels en protocollen binnen een zwaar beveiligde inrichting met een terroristenafdeling, met name nu zij heeft gesteld dat zij door een recente ontsnapping uit PI [naam PI] en een recente gewelddadige poging tot bevrijding van een extreem gevaarlijke gedetineerde uit een ander PI, ‘onder een vergrootglas’ ligt, maar onvoldoende is gebleken dat DJI een strikt (sanctie)beleid naleeft ten aanzien van het openhouden van de tussendeuren en het opheffen van de sluiswerking. Door DJI zijn geen nadere stukken (zoals personeelsmededelingen) overgelegd waaruit blijkt dat medewerkers expliciet op de regels en de gevolgen van overtreding daarvan zijn geattendeerd, in die zin dat [verweerder] en zijn collega’s bewust waren van de ontoelaatbaarheid van hun gedrag en dat zij ook als een gewaarschuwd mens moeten worden geacht. Het voorgaande geldt eveneens voor het niet volgen van de uniformvoorschriften, het alleen lopen van de controlerondes en het alleen blijven van collega’s in de centrale meldkamer. Een werkgeefster als DJI dient er voor te waken dat ervaren medewerkers routinematig gaan werken als gevolg waarvan er te los met veiligheidsvoorschriften wordt omgegaan. Ook op dit punt heeft DJI ten onrechte nagelaten naar deze gebruiken een nader (integriteits)onderzoek te laten verrichten.

4.7

DJI heeft wel in dit verband nog verwezen naar de door haar overgelegde “Dienstinstructie Centrale Meldkamer”, die zou gelden vanaf de verplaatsing van de meldkamer in 2019 en waarin is opgenomen dat de centrale meldkamer 24/7 door ten minste twee complexbeveiligers moet worden bezet. Dit betreft echter een concept dienstinstructie, waarvan niet is vast komen te staan dat de medewerkers kennis hebben genomen van de (definitieve) inhoud van de werkinstructie. DJI heeft ook in dit kader slechts in algemene bewoordingen gesteld dat het even duurt voordat de instructie definitief is vastgesteld en dat de medewerkers wel wisten dat de instructie geldend was. Dat [verweerder] zich voldoende bewust is geweest van de ontoelaatbaarheid van zijn gedrag, meer in bijzonder omdat hij ook heeft gesteld dat van hem wordt verwacht dat hij zijn controlerondes tijdens de nacht moet lopen, is dan ook niet vanzelfsprekend. DJI heeft evenmin inzicht gegeven op welke wijze de gedragsregels, werkinstructies en protocollen zijn aangescherpt naar aanleiding van de ontsnapping van een gedetineerde in december 2018. Dat DJI kennelijk de keuze heeft gemaakt de regels in teamoverleggen mondeling onder de aandacht van haar medewerkers te brengen komt voor haar risico. Zij wordt als werkgeefster geacht daarvan vooraf de implicaties te hebben kunnen overzien.

4.8

Voor zover het gaat om de gedragingen die in het bijzonder aan [verweerder] worden verweten met betrekking tot zijn rol in het pizza incident, wordt ervan uitgegaan dat deze beperkt is gebleven tot het voorleggen van het verzoek van [naam persoon 1] aan [naam collega 3] . Hoewel de stellingen van [verweerder] niet helemaal consistent te noemen zijn, nu hij enerzijds stelt dat hij telefonisch contact met [naam collega 3] heeft opgenomen, maar direct de telefoon aan [naam persoon 1] heeft gegeven, terwijl hij anderzijds stelt dat hij het verzoek tot het bestellen van een pizza zelf heeft voorgelegd aan [naam collega 3] als dienstdoend wachtcommandant, die dit kennelijk ook zo heeft opgevat. Hoewel [verweerder] uitdrukkelijk heeft erkend dat de buitenmuur na 22:00 uur in strijd met de nachtdienstinstructie (terwijl geen sprake was van een calamiteit) is geopend zonder toestemming van een directielid, kan aan hem op dit punt geen relevant verwijt worden gemaakt.

4.9

Het voorgaande neemt niet weg dat, rekening houdende met het hier aan de orde zijnde zwaarwegende belang van DJI, goederen ongecontroleerd de inrichting zijn binnengekomen en dat daarmee een veiligheidsrisico in het leven is geroepen. Uit het relaas van [verweerder] en zijn collega’s ter zitting is ook niet naar voren gekomen wat nu precies de dringende fysieke of medische noodzaak is geweest om een pizza bestellen voor [naam persoon 1] , anders dan dat hij kennelijk die dag nog niet had gegeten (hetgeen voor zijn risico komt), waarom zij tijdens de nachtdienst niet hun eigen meegenomen etenswaren met hem konden delen en waarom het vervolgens ook nodig was om een pizzabezorger toegang tot de inrichting te verschaffen (in plaats van afgifte buiten de gevangenismuren), hetgeen een keten van gebeurtenissen in gang heeft gezet. [verweerder] heeft in dit verband zelf ook aangevoerd dat hij zich realiseert dat er tijdens de nachtdienst fouten zijn gemaakt en dat er ruimte is voor groei binnen zijn functie. Met DJI is de kantonrechter van oordeel dat zij moet kunnen vertrouwen op de integriteit van haar medewerkers in een extra beveiligde inrichting (met name gedurende de nachtdienst) en dat zij hoge eisen mag stellen aan haar (senior) medewerkers. [verweerder] heeft geen actie ondernomen om te voorkomen dat de buitenmuur werd geopend en hij heeft [naam collega 1] niet weerhouden van het in ontvangst nemen van de pizza. Hoewel [verweerder] naar eigen zeggen ondubbelzinnig bezwaren heeft geuit tegen het bestellen van de pizza valt niet in te zien waarom hij heeft nagelaten (achteraf) zijn collega’s daarop aan te spreken of op andere wijze heeft getracht in te grijpen. Van een (ervaren) Senior Complexbeveiliger als [verweerder] mag dit ook verwacht worden.

4.10

Hoewel [verweerder] steken heeft laten vallen kan hem naar het oordeel van de kantonrechter niet een zo ernstig verwijt worden gemaakt dat dit een ontbinding op de e-grond - met alle verstrekkende gevolgen van dien - kan rechtvaardigen. Dit geldt op zichzelf maar ook in onderlinge samenhang bezien met betrekking tot het verwijt dat [verweerder] in strijd met de geldende instructie een controleronde alleen zou hebben gelopen en dat hij in strijd met de gedragscode en de nachtdienstinstructie geen melding heeft gemaakt van de bijzonderheden tijdens de nachtdienst. Door [verweerder] en zijn collega’s is ook ter zitting eenduidig naar voren gebracht dat binnen PI [naam PI] sprake is van een angstcultuur, dat melden wordt gezien als “klikken’, dat de sociale druk enorm is en dat daarom ook zelden meldingen worden gemaakt. Het door [verweerder] en [naam collega 1] overgelegde medewerkerstevredenheidsonderzoek biedt daartoe ook aanknopingspunten, nu op bepaalde relevante onderdelen onvoldoende wordt gescoord.

4.11

DJI had de aan [verweerder] verweten gedragingen af kunnen doen met een andere, lichtere sanctie, zoals een schriftelijke (laatste) waarschuwing of een andere disciplinaire maatregel, waarbij zij haar (sanctie)beleid nog eens uitdrukkelijk uiteen had kunnen zetten. Van ander grensoverschrijdend gedrag van [verweerder] dat als plichtsverzuim of (ernstig) verwijtbaar handelen kan worden aangemerkt is niet gebleken, in die zin dat de arbeidsovereenkomst op die grond beëindigd moet worden.

4.12

Gelet op al hetgeen hiervoor is overwogen luidt de conclusie dat geen sprake is van een voldragen e-grond op grond waarvan de arbeidsovereenkomst van [verweerder] moet worden ontbonden. Het ontbindingsverzoek wordt mitsdien afgewezen.

4.13

Hetgeen partijen verder nog naar voren hebben gebracht behoeft geen nadere bespreking meer, nu dit niet tot een andere beslissing kan leiden.

4.14

Als de in het ongelijk gestelde partij wordt DJI in de proceskosten veroordeeld.

5. De beslissing

de kantonrechter:

wijst af het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst;

veroordeelt DJI in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 721,00 aan salaris voor de gemachtigde;

verklaart deze beschikking ten aanzien van de proceskostenverdeling uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. E.I. Mentink en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

829