Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:7329

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
11-08-2020
Datum publicatie
24-08-2020
Zaaknummer
8522474 VZ VERZ 20-9530
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Afwijzing verzoek ontbinding arbeidsovereenkomst. De aan de PI medewerkers verweten gedragingen zijn niet (ernstig) verwijtbaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2020-1014
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 8522474 VZ VERZ 20-9530

uitspraak: 11 augustus 2020

beschikking van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam ,

in de zaak van

DE STAAT DER NEDERLANDEN,

namens deze de Minister van Justitie,

vertegenwoordigd door de Dienst Justitiële Inrichtingen, locatie [naam locatie 1] ,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

verzoekster,

gemachtigde: mr. M.J.W. van Breukelen,

tegen

[verweerder]

wonende te [woonplaats verweerder] ,

verweerder,

gemachtigde: mr. M.Y. van Oel.

Partijen worden hierna nader aangeduid als respectievelijk “DJI” en “ [verweerder] ”.

1. Het verloop van de procedure

1.1

Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken:

  • -

    het verzoekschrift, met producties;

  • -

    het verweerschrift, met producties;

  • -

    de nader overgelegde producties aan de zijde van DJI en [verweerder] ;

  • -

    de pleitaantekeningen aan de zijde van DJI;

  • -

    de pleitaantekeningen aan de zijde van [verweerder] .

1.2

De mondelinge behandeling heeft in aanwezigheid van partijen plaatsgevonden op

14 juli 2020. Beide partijen hebben ter zitting hun standpunten (nader) toegelicht. De zaak is gelijktijdig, maar niet gevoegd, behandeld met de procedures met zaaknummers 8522640, 8522553 en 8506610 tussen DJI en drie andere werknemers. De standpunten en de inhoud van de processtukken in die procedures worden - als verzocht door de gemachtigden - over en weer als herhaald en ingelast beschouwd.

1.3

De beschikking is bepaald op heden.

2. De vaststaande feiten

In de onderhavige procedure zal - voor zover van belang - worden uitgegaan van de navolgende vaststaande feiten.

2.1

DJI voert namens de minister van Justitie straffen en vrijheidsbenemende maatregelen uit.

2.2

De Penitentiaire Inrichting [naam PI] (verder: PI) is een extra beveiligde inrichting (een zogenaamde A+ inrichting) met twee locaties: [naam locatie 1] te [plaats 1] en de [naam locatie 2] te [plaats 2] . Op de locatie [naam locatie 1] zijn een groot aantal gedetineerden gehuisvest met een extreem, hoog of verhoogd risico tot ontvluchting en daarmee een groot maatschappelijk risico. Tevens is in deze inrichting de Terroristenafdeling gehuisvest als gevolg waarvan extra veiligheidsmaatregelen in acht dienen te worden genomen. De werknemers van DJI zijn ambtenaren in de zin van de Ambtenarenwet.

2.3

[verweerder] , geboren op [geboortedatum] , is op 1 april 2001 aangesteld bij DJI. Tot 2015 is [verweerder] werkzaam geweest voor de locatie PI Haarlem. [verweerder] werkt sinds 2015 bij PI [naam PI] in de functie van Medior Complexbeveiliger . De aanstelling van [verweerder] is in het kader van de Wet Normalisering Rechtspositie Ambtenaren met ingang van 1 januari 2020 omgezet in een arbeidsovereenkomst. [verweerder] verricht haar werkzaamheden op de locatie [naam locatie 1] .

2.4

Op de arbeidsovereenkomst is de CAO Rijk van toepassing. Voorts zijn van toepassing de Gedragscode Integriteit Rijk en de Gedragscode DJI.

2.5

Binnen de PI [naam PI] is een protocol A-selectieve In & Uitgangscontrole van toepassing. Dit protocol betreft een werkwijze om personen bij toegang tot of het verlaten van de inrichting te controleren op het ongeoorloofd bij zich dragen van niet toegestane voorwerpen en inrichtingseigendommen. Het protocol heeft als doelstelling het tegengaan van de in- en uitvoer van eventuele contrabanden.

2.6

In de werkinstructie PI [naam PI] locatie [naam locatie 1] “Portier 1 & 2” is - voor zover van belang - het volgende opgenomen:

(…) “1.2 Nooit gelijktijdig mogen openen

- De buitendeur en de deuren van de sluizen, welke grenzen aan de hal.

- De toegangsdeuren tot de portiersloge.

- De toegangsdeur portiersloge en een van de sluisdeuren.

- De toegangsdeur cellengang (vanuit de speed-gate) en/of en de remisespeed-gate.

- De beide speed-gates.

- De deurtjes van de wapenkluizen en de deur cellengang remise en de deur remise.

- De deur van de remise, transport hof speedgate en de speedgate binnenplaats.

- De roldeur transport hof/ speedgate magazijn en de roldeuren in de circulatiezone.”

2.7

In de binnen de PI [naam PI] geldende “Dienstinstructie Nachtdienst” is - voor zover van belang - het volgende opgenomen:

1 Personeelsbezetting

Tijdens de voor de nachtdienst bestemde uren hebben 1 PIW’er en 6 Complex beveiligers dienst.

Een PIW- er wordt aangewezen als wachtcommandant en een Complex beveiliger fungeert als ploegleider.

Het personeel is verplicht om tijdens de dienst conform het dienstkledingprotocol gekleed te zijn. (…)

2 Bewakings en beveiligingssector

Tot de bewakings- en beveiligingssector behoren:

- De gehele inrichting met het daarbij behorende buitenterrein.

- Buiten de sector voor zover door observatie waarneembaar is via de camera.

2.1

Gedurende de nachtdienst mogen de deuren die toegang verschaffen tot de inrichting en de binnenplaatsen niet worden geopend voordat er door de piketfunctionaris toestemming is verleend.” (…)

4.1

De wachtcommandant en het overige dienstdoende personeel zijn op de hoogte van alle geldende dienstinstructies en de bijzonderheden van dat moment. (…)

6.5

De wachtcommandant maakt een indeling van de te lopen controleronden, afwisselend aanvangend om 23.00 uur. De laatste ronde vangt aan om ongeveer 05.15 uur, zodat in totaal 6 ronden van circa 45 minuten wordt gelopen. Deze controleronden worden gelopen door de wachtcommandant en de Bewaarder of PIW’er die ook in de portiersloge aanwezig is. De bewaarder security-desk loopt geen controleronden”. (…)

2.8

In de “Dienstinstructie loopronden in de avond en nachtdienst” is - voor zover van belang - het volgende opgenomen:

(…) “De ronden worden gelopen door de complexbeveiligers en de Piwer cq. wachtcommandant.

De wachtcommandant loopt altijd 3 ronden mee t.w. de eerste de derde en de zesde tevens laatste ronde van de dienst.

Elke ronde moet gelopen worden door twee medewerkers, er mag nooit alleen gelopen worden”. (…)

2.9

[verweerder] was in de nacht van 4 februari 2020 op 5 februari 2020 ingedeeld op de post CMK 1 (de centrale meldkamer).

2.10

Gedurende de nachtdienst is door een medewerker ( [naam medewerker] ) een pizza besteld. Hiervoor zijn omstreeks 22:45 uur zowel de buitenmuur als de binnendeur geopend om de pizzabezorger toegang te verschaffen tot de inrichting. [verweerder] heeft de pizza in ontvangst genomen.

2.11

Binnen de PI [naam PI] heeft het Hoofd Veiligheid een intern onderzoek gestart, waarbij meerdere gesprekken zijn gevoerd met de betrokken collega’s die werkzaam waren gedurende de nachtdienst en camerabeelden zijn bekeken. [verweerder] is op 10 februari 2020 met onmiddellijke ingang geschorst en haar is de toegang tot de dienstonderdelen van de DJI ontzegd (met behoud van loon).

2.12

Op 11 februari 2020 heeft naar aanleiding van de gebeurtenissen in de nacht van

4 op 5 februari 2020 een gesprek plaatsgevonden tussen [verweerder] , (bijgestaan door

[naam persoon 1] ), [naam persoon 2] (Hoofd Veiligheid), [naam persoon 3] (teamleider beveiliging) en

[naam persoon 4] (HR-adviseur). Van dit gesprek is een verslag opgemaakt. [verweerder] heeft daarnaast zelf een schriftelijke verklaring opgesteld.

3. Het geschil

3.1

Het verzoek van DJI strekt tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst op de kortst mogelijke termijn wegens (ernstig) verwijtbaar handelen als bedoeld in artikel 7:669 lid sub e BW, met veroordeling van [verweerder] in de kosten van de procedure.

3.2

DJI heeft - verkort en zakelijk weergegeven - het volgende aan haar verzoek ten grondslag gelegd.

DJI heeft na een melding van de vertrouwenspersoon integriteit moeten constateren dat in de nacht van 4 op 5 februari 2020 een zeer ernstige inbreuk op de veiligheid heeft plaatsgevonden in de PI [naam PI] . Deze inbreuk is veroorzaakt door het bewust handelen van enkele werknemers, waaronder [verweerder] . In de nacht is meerdere malen gehandeld op een wijze die indruist tegen de geldende gedragsregels, werkinstructies, het integriteitsbeleid en de protocollen binnen de organisatie en die de veiligheid van de aanwezige collega’s in gevaar had kunnen brengen. Dit alles wijst op (ernstig) plichtsverzuim. Zo hebben meerdere collega’s niet de juiste uniformen gedragen, zijn collega’s in strijd met de geldende regels alleen gelaten in de centrale meldkamer en zijn nachtrondes alleen gelopen. Daarnaast zijn de deuren van de centrale meldkamer tot aan de remise bewust opengezet door middel van het plaatsen van voorwerpen tussen de deuren, is de sluiswerking van de deuren opgeheven, zodat een vrije toegang mogelijk was tot de centrale meldkamer, en is de buitendeur ten tijde van de nachtdienst (na 22:00 uur) in strijd met de regels geopend om een pizzabezorger binnen te laten. Vanaf 22:00 uur mag de buitendeur alleen worden geopend in geval van calamiteiten en hiervoor moet toestemming worden gevraagd aan het directielid met piketdienst. Tenslotte is de afgeleverde pizzadoos niet gecontroleerd op verboden voorwerpen, is een medewerker ongecontroleerd met sleutels door een detectiepoort gegaan en hebben de collega’s in strijd met instructies geen melding gemaakt van de gebeurtenissen tijdens de nachtdienst.

3.3

Gebleken is dat [verweerder] ernstig tekortgeschoten is in de naleving van de geldende gedragsregels en protocollen. Op camerabeelden is te zien dat [verweerder] voorwerpen tussen de deuren heeft geplaatst. Bij het openzetten van de deuren is ook de deur naar de centrale meldkamer open gezet. Uit verklaringen van andere medewerkers is bovendien gebleken dat [verweerder] de sluiswerking van de deuren heeft opgeheven, als gevolg waarvan een vrije toegang tot de inrichting is gecreëerd. [verweerder] heeft voorts gedurende de nachtdienst meermaals collega’s alleen achter gelaten in de centrale meldkamer en zij heeft ook meermaals toegestaan dat collega’s haar alleen lieten. Het is voor DJI volstrekt ontoelaatbaar dat [verweerder] de werkinstructies en protocollen klakkeloos naast zich heeft neergelegd. [verweerder] is ervan op de hoogte dat na 22:00 uur zonder toestemming de buitenmuren zijn geopend om een pizzabezorger binnen te laten. Het is [verweerder] geweest die naar voren is gelopen en met een sleutelbos op haar kleding de pizzadoos heeft aangenomen. [verweerder] is vervolgens volstrekt tegen de regels in met de ongecontroleerde pizzadoos door het detectiepoortje gelopen (terwijl zij niet metaalvrij was) en zij heeft verzuimd de goederen conform de geldende procedures door middel van x-ray te controleren. Voorts is uit de camerabeelden gebleken [verweerder] in strijd met de uniformvoorschriften tijdens de nachtdienst niet het juiste uniform droeg.

3.4

Van [verweerder] mag als Medio Complexbeveiliger verwacht worden dat zij op ieder moment correct, adequaat, integer en risicobeperkend handelt. Van [verweerder] wordt voorts verwacht dat zij de bij haar bekend geachte regels en voorschriften strikt naleeft, dat zij haar collega’s aanspreekt en dat zij melding maakt van eventuele misstanden bij haar leidinggevenden.

Het gedrag van [verweerder] is een ambtenaar onwaardig. Aan een werknemer bij DJI worden extra hoge eisen gesteld met betrekking tot gedrag en onkreukbaarheid. Werknemers dragen immers een grote verantwoordelijkheid in het kader van de orde binnen de inrichting en de veiligheid van gedetineerden. Nu [naam locatie 1] een extra beveiligde inrichting is ligt de lat ten aanzien van het waarborgen van de veiligheid van de inrichting nog hoger dan in een gewone penitentiaire inrichting.

3.5

DJI acht het nalatig dat medewerkers tijdens een nachtdienst de deuren met voorwerpen openhouden, de sluiswerking van de deuren opheffen, de buitenmuur openen voor een pizzabezorger en vervolgens een pizza in ontvangst nemen zonder deze te controleren. Daarmee is een onaanvaardbaar veiligheidsrisico in het leven geroepen. Het gedrag van [verweerder] is volstrekt onacceptabel en druist in tegen alle geschreven en ongeschreven regels binnen DJI en PI [naam PI] . De handelwijze van [verweerder] levert ernstig plichtsverzuim en daarmee ernstig verwijtbaar handelen op. Van DJI kan als werkgeefster niet gevergd worden de arbeidsovereenkomst van [verweerder] te continueren en herplaatsing is niet aan de orde.

Dat er geen calamiteit heeft plaatsgevonden vormt geen rechtvaardiging voor het ernstig nalatig handelen van [verweerder] . Een beëindiging van de arbeidsovereenkomst is voor DJI onontkoombaar. Het opleggen van een lichtere sanctie staat niet in verhouding tot de grove schending van het vertrouwen door [verweerder] .

3.6

Het verweer van [verweerder] strekt primair tot afwijzing van het verzoek en subsidiair, in het geval de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden, tot toekenning van een transitievergoeding, met veroordeling van DJI in de proceskosten.

3.7

[verweerder] heeft daartoe - verkort en zakelijk weergegeven - het volgende aangevoerd.

[verweerder] is ruim negentien jaar werkzaam bij DJI en zij heeft een uitstekende staat van dienst. Gedurende haar aanstelling heeft [verweerder] nimmer een officiële waarschuwing of een negatieve beoordeling gekregen. Naar het oordeel van [verweerder] heeft DJI in haar verzoekschrift volstaan met vage stellingen en een opeenstapeling van gedragingen die haar niet persoonlijk kunnen worden verweten. DJI heeft daarnaast geen zorgvuldig onderzoek gedaan. [verweerder] heeft gedurende de nachtdienst wel degelijk haar uniform gedragen.

[verweerder] betwist voorts dat zij de sluiswerking heeft opgeheven, nu zij daartoe niet in de positie is geweest. Het opheffen van de sluiswerking stelt bovendien enkel de medewerkers van de nachtdienst in staat vrij rond te lopen in een beperkt gebied, zonder dat zij steeds om toegang van de meldkamer hoeven te verzoeken. Leidinggevenden binnen PI [naam PI] waren hiervan op de hoogte en lieten dit gemakshalve toe. Opheffing van de sluiswerking betekent niet dat de deuren automatisch open zijn, omdat vanuit de meldkamer alsnog de deuren “moeten worden gegeven”. Het is daarom gebruikelijk een voorwerp tussen de deur te plaatsen. Het door DJI geschetste beeld omtrent het veiligheidsrisico behoeft nuancering, nu het volgens [verweerder] niet zo is geweest dat door opheffing van de sluiswerking de inrichting vanaf de meldkamer tot de remise vrij toegankelijk is geweest. Hoewel [verweerder] zich inmiddels bewust is van het feit dat het plaatsen van voorwerpen tussen deuren net verstandig is geweest in het kader van de veiligheid, bevreemdt het haar dat voornoemd handelen wordt gebruikt om haar te ontslaan. Een waarschuwing had volgens [verweerder] ook volstaan. DJI verwijt [verweerder] ten onrechte dat zij haar collega’s in de meldkamer zou hebben achtergelaten en dat zij zelf alleen achter is gebleven. Voor de huidige meldkamer heeft [verweerder] nooit werkinstructies ontvangen. De oude werkinstructie is geschreven in een tijd waarin de Security Desk door één persoon werd bemand, terwijl de meldkamer in de nieuwe situatie door twee personen wordt bemand. Het verlaten van de meldkamer brengt dan ook geen veiligheidsrisico met zich. Van [verweerder] wordt bovendien verwacht dat zij haar rondes loopt tijdens de nachtdienst.

3.8

[verweerder] heeft ondubbelzinnig aan [naam medewerker] medegedeeld dat geen pizza mocht worden besteld na 22:00 uur. Nu de pizza uiteindelijk is besteld met toestemming van de wachtcommandant kan [verweerder] geen ernstig verwijtbaar handelen of nalaten worden verweten. De sleutelbos die [verweerder] bij zich droeg betrof een privé sleutelbos, waarmee geen enkele deur binnen de inrichting kon worden geopend. [verweerder] wenst haar handelen ten aanzien van het ongecontroleerd met de pizzadoos door de detectiepoortjes lopen niet te bagatelliseren, maar door DJI is niet onderbouwd waarom deze gedraging dient te worden aangemerkt als (ernstig) verwijtbaar handelen. [verweerder] is zich welbewust van het feit dat de lat ten aanzien van het waarborgen van de veiligheid in de inrichting hoog ligt.

De onduidelijkheid omtrent de regels en de werkinstructies dient echter voor rekening en risico van DJI te komen. [verweerder] is zich niet altijd bewust geweest van de ontoelaatbaarheid van haar gedragingen. Door DJI wordt (in strijd met het gelijkheidsbeginsel) met twee maten gemeten, nu zij voor [naam medewerker] geen ontbindingsverzoek heeft ingediend en de vertrouwenspersoon ( [naam persoon 5] ), die onderdeel uitmaakte van de nachtploeg, nog steeds in dienst is en zelfs een promotie heeft gemaakt. Ook degene die verantwoordelijk is geweest voor de ontsnapping van een gedetineerde in een vuilniszak in december 2018 is nog steeds in dienst. Nu DJI volgens de CAO Rijk ook een lichtere sanctie had kunnen opleggen handelt zij in strijd met het evenredigheidsbeginsel. DJI tracht [verweerder] met een te zwaar middel te straffen. Voor zover vast komt te staan dat [verweerder] verwijtbaar heeft gehandeld brengt een redelijke belangenafweging mee dat het verzoek, gelet op haar uitstekende staat van dienst en de lengte van haar dienstverband, dient te worden afgewezen.

3.9

De overige stellingen van partijen worden - voor zover voor de uitkomst van de procedure van belang - bij de beoordeling betrokken.

4. De beoordeling

4.1

Op grond van artikel 7:671b lid 1 BW gelezen in samenhang met artikel 7:669 lid 1 BW kan de kantonrechter op verzoek van de werkgever de arbeidsovereenkomst ontbinden indien daar een redelijke grond voor is en herplaatsing van de werknemer niet mogelijk is of niet in de rede ligt en er geen opzegverboden gelden. Dat laatste is hier niet aan de orde. DJI heeft aangevoerd dat de redelijke grond voor ontbinding is gelegen in het (ernstig) verwijtbaar handelen van [verweerder] , zodanig dat van DJI niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren.

4.2

Wanneer de handelwijze van DJI met betrekking tot het gesprek op 10 februari 2020 en de non-actiefstelling van [verweerder] nader wordt beschouwd blijkt niet dat zij onzorgvuldig met de belangen van [verweerder] is omgesprongen. Evenmin is gebleken dat DJI tijdens het gesprek op 10 februari 2020 ongeoorloofde druk op [verweerder] heeft uitgeoefend of dat zij de grenzen van het redelijke heeft overschreden. [verweerder] heeft bovendien op het door DJI opgestelde gespreksverslag kunnen reageren, zij heeft haar eigen schriftelijke verklaring opgesteld en zij heeft zich laten bijstaan door een gemachtigde, die ook met DJI voorafgaand aan de onderhavige procedure heeft gecorrespondeerd. Nu [verweerder] ook ter gelegenheid van de mondelinge behandeling de camerabeelden heeft kunnen inzien en in de gelegenheid is gesteld om daarop te reageren, is zij niet in haar belangen geschaad.

4.3

Met betrekking tot de aan [verweerder] (alsmede aan haar collega’s [naam collega 1] , [naam collega 2] en [naam collega 3] ) verweten gedragingen wordt allereerst overwogen dat [verweerder] als onweersproken naar voren heeft gebracht dat zij tijdens de nachtdienst haar uniformbroek, met daarop een dienstshirt met het logo van DJI heeft gedragen, hetgeen op de camerabeelden te zien is en dit volgens [verweerder] ook is toegestaan door de betrokken teamleiders. Nu DJI niet nader uiteengezet heeft op welke wijze [verweerder] niet heeft voldaan aan de voorschriften, wordt ervan uitgegaan dat [verweerder] haar uniform gedurende de nachtdienst van 4 op 5 februari 2020 op de correcte wijze heeft gedragen. Ten aanzien van het niet houden aan de uniformvoorschriften treft [verweerder] dan ook geen verwijt.

4.4

Uit de ter zitting getoonde beelden blijkt dat [verweerder] op enig moment tijdens de nachtdienst een plastic bakje tussen een tussendeur heeft geplaatst. Haar collega [naam collega 2] heeft daarnaast een stoffer tussen één deur geplaatst en heeft bij een andere deur het door [verweerder] geplaatste plastic bakje omgewisseld voor een schoenborstel, zo volgt eveneens uit de ter zitting getoonde beelden. Voor wat betreft het openhouden van de tussendeuren door middel van het plaatsen van voorwerpen en het opheffen van de sluiswerking tijdens de nachtdienst hebben zowel [verweerder] , [naam collega 2] , [naam collega 1] en [naam collega 3] uitdrukkelijk aangevoerd dat dit al geruime tijd de gangbare praktijk is, waarvan de leidinggevenden binnen PI [naam PI] ook op de hoogte waren en dat dit ook door hen werd toegelaten. Namens DJI is door het Hoofd Veiligheid ter gelegenheid van de mondelinge behandeling slechts in algemene zin aangevoerd dat dit bij hem niet bekend is en dat de leidinggevenden hiervan evenmin op de hoogte waren, omdat zij dit anders zeker hadden gemeld en daarop adequaat hadden gereageerd. Mede in het licht van het navolgende is hetgeen door DJI aangevoerd onvoldoende concreet om te twijfelen aan het standpunt van [verweerder] , [naam collega 2] , [naam collega 1] en [naam collega 3] . De kantonrechter kan zich op grond van de door DJI overgelegde en ter zitting getoonde camerabeelden ook niet aan de indruk onttrekken dat een en ander staande praktijk is, nu daarop te zien is dat [verweerder] en [naam collega 2] zonder enige twijfel of hapering en met een geroutineerd gebaar de deuren openhouden door middel van het plaatsen van voorwerpen en dat zij vervolgens vrij heen en weer lopen. De door [verweerder] en [naam collega 2] overgelegde schriftelijke verklaringen van de oud-medewerkers en tevens complexbeveiligers [naam persoon 6] en [naam persoon 7] wijzen bovendien ook in die richting, nu zij beiden verklaren dat het gebruikelijk was om tijdens de nachtdiensten voorwerpen tussen de deuren te plaatsen en dat het gebruikelijk was de sluiswerking op te heffen ten behoeve van een vrije doorloop en dat de leidinggevenden hiervan op de hoogte waren. DJI heeft de door [verweerder] , [naam collega 2] , [naam collega 1] en [naam collega 3] gestelde werkwijze ten aanzien van het openhouden van de tussendeuren en het opheffen van de sluiswerking ook niet nader onderzocht door middel van het bekijken van camerabeelden van andere nachtdiensten (eventueel door middel van inschakeling van een extern bureau), terwijl dit relevant moet worden geacht en dit, gelet op de eenduidige verklaringen van de betrokken werknemers, beslist op haar weg gelegen had. DJI heeft naar het oordeel van de kantonrechter op dit punt niet voldoende aan haar onderzoeksplicht voldaan.

4.5

Partijen geven ieder een ander lezing ten aanzien van (de gevolgen van) de opheffing van de sluiswerking en de toegankelijkheid van de inrichting gedurende de nachtdienst op het moment van bezorging van de pizza. DJI heeft uitdrukkelijk aangevoerd dat sprake is geweest van een ernstige inbreuk op de veiligheid, omdat een vrije toegang is gecreëerd en dat de gehele inrichting vanaf de remise tot aan de centrale meldkamer toegankelijk is geweest. [verweerder] , [naam collega 2] , [naam collega 1] en [naam collega 3] hebben op hun beurt naar voren gebracht dat de buitenmuur technisch gezien niet kan worden geopend als de sluiswerking is opgeheven en dat de meldkamer en de inrichting als geheel op het moment dat de pizza werd bezorgd niet vrij toegankelijk zijn geweest, althans niet verder dan de hal voor de portiersloge, zodat daarmee ook geen gevaarlijke situatie in het leven is geroepen voor de aanwezige werknemers en de gedetineerden. Daarbij moet worden opgemerkt dat door DJI overigens is erkend dat de deuren naar de gedetineerden nimmer open zijn geweest. Door [naam collega 2] is daarnaast ter gelegenheid van de mondelinge behandeling aan de hand plattegronden van de inrichting nader toegelicht dat op het moment van bezorging van de pizza bij het openen van de buitenmuur de eerste vijf deuren in de buitenste ring noodzakelijkerwijs gesloten waren, zodat daarmee geen vrije toegang is gecreëerd. DJI heeft in reactie daarop slechts volstaan met de algemene stelling dat de sluiswerking van de deuren, los van het plaatsen van de voorwerpen tussen de deuren, alsnog “overruled” kan worden, vanuit de centrale meldkamer of de portiersloge. Onduidelijk is echter of daarvan ten tijde van de bezorging van de pizza concreet sprake is geweest, nu DJI daartoe geen relevante feitelijke onderbouwing heeft gegeven, bijvoorbeeld door middel van het overleggen van een technische rapportage, waaruit eveneens kan worden afgeleid wie daarvoor verantwoordelijk is geweest. Dit is temeer van belang, omdat in beginsel de deuren ook bij het opheffen van de sluiswerking alsnog in het slot vallen.

4.6

Hoewel de kantonrechter begrip heeft voor het standpunt van DJI en haar belang bij strikte handhaving van regels en protocollen binnen een zwaar beveiligde inrichting met een terroristenafdeling, met name nu zij heeft gesteld dat zij door een recente ontsnapping uit PI [naam PI] en een recente gewelddadige poging tot bevrijding van een extreem gevaarlijke gedetineerde uit een ander PI, ‘onder een vergrootglas’ ligt, maar onvoldoende is gebleken dat DJI een strikt (sanctie)beleid naleeft ten aanzien van het openhouden van de tussendeuren en het opheffen van de sluiswerking. Door DJI zijn geen nadere stukken (zoals personeelsmededelingen) overgelegd waaruit blijkt dat medewerkers expliciet op de regels en de gevolgen van overtreding daarvan zijn geattendeerd, in die zin dat [verweerder] en haar collega’s bewust waren van de ontoelaatbaarheid van hun gedrag en dat zij ook als een gewaarschuwd mens moeten worden geacht. Het voorgaande geldt eveneens voor het niet volgen van de uniformvoorschriften, het alleen lopen van de controlerondes en het alleen blijven van collega’s in de centrale meldkamer. Een werkgeefster als DJI dient er voor te waken dat ervaren medewerkers routinematig werken als gevolg waarvan er te los met veiligheidsvoorschriften wordt omgegaan. DJI heeft daarvoor onvoldoende oog gehad. Ook op dit punt heeft DJI ten onrechte nagelaten naar deze gebruiken een nader (integriteits)onderzoek te laten verrichten.

4.7

DJI heeft wel in dit verband nog verwezen naar de door haar overgelegde “Dienstinstructie Centrale Meldkamer”, die zou gelden vanaf de verplaatsing van de meldkamer in 2019 en waarin is opgenomen dat de centrale meldkamer 24/7 door ten minste twee complexbeveiligers moet worden bezet. Dit betreft echter een concept dienstinstructie, waarvan niet is vast komen te staan dat de medewerkers kennis hebben genomen van de (definitieve) inhoud van de werkinstructie. DJI heeft ook in dit kader slechts in algemene bewoordingen gesteld dat het even duurt voordat de instructie definitief is vastgesteld en dat de medewerkers wel wisten dat de instructie geldend was. Dat [verweerder] zich voldoende bewust is geweest van de ontoelaatbaarheid van haar gedrag, meer in bijzonder omdat zij ook heeft gesteld dat van hem wordt verwacht dat zij haar controlerondes tijdens de nacht moet lopen, is dan ook niet vanzelfsprekend. DJI heeft evenmin inzicht gegeven op welke wijze de gedragsregels, werkinstructies en protocollen zijn aangescherpt naar aanleiding van de ontsnapping van een gedetineerde in december 2018. Dat DJI kennelijk de keuze heeft gemaakt de regels in teamoverleggen mondeling onder de aandacht van haar medewerkers te brengen komt voor haar risico. Zij wordt als werkgeefster geacht daarvan vooraf de implicaties te hebben kunnen overzien.

4.8

Ten aanzien van de rol van [verweerder] in het pizza incident staat vast dat zij vanuit haar post op de centrale meldkamer naar voren is gelopen en dat zij de pizzadoos in ontvangst heeft genomen. [verweerder] heeft uitdrukkelijk erkend dat de buitenmuur in strijd met de nachtdienstinstructie na 22:00 uur zonder toestemming van een directielid (terwijl geen sprake was van een calamiteit) is geopend. Nu [verweerder] voor deze handelwijze echter een plausibele verklaring heeft gegeven, in die zin dat de wachtcommandant toestemming heeft gegeven om de pizza te bestellen en de buitendeur te openen, kan haar daarvan op zichzelf geen verwijt worden gemaakt.

4.9

Het voorgaande neemt niet weg dat, rekening houdende met het hier aan de orde zijnde zwaarwegende belang van DJI, goederen ongecontroleerd de inrichting zijn binnengekomen en dat daarmee een veiligheidsrisico in het leven is geroepen. Uit het relaas van [verweerder] en haar collega’s ter zitting is ook niet naar voren gekomen wat nu precies de dringende (fysieke of medische) noodzaak is geweest om een pizza bestellen voor [naam medewerker] , anders dan dat hij kennelijk die dag nog niet had gegeten (hetgeen voor zijn risico komt), waarom zij tijdens de nachtdienst niet hun eigen meegenomen etenswaren met hem konden delen en waarom het vervolgens ook nodig was om een pizzabezorger toegang tot de inrichting te verschaffen (in plaats van afgifte buiten de gevangenismuren), hetgeen een keten van gebeurtenissen in gang heeft gezet. Op de getoonde camerabeelden is te zien dat [verweerder] alleen naar voren is gelopen, dat zij niet metaalvrij door de detectiepoortjes is gegaan en dat zij in strijd met de veiligheidsvoorschriften de pizzadoos (met daarop nog een aantal verpakkingen met etenswaren en een blikje frisdrank) in ontvangst heeft genomen, zonder deze goederen te controleren op een verboden inhoud. Ook heeft [verweerder] de goederen niet gecontroleerd door middel van x-ray en is zij vervolgens vrijuit door detectiepoort teruggelopen. Nu de bezorging van de pizza tijdens de nachtdienst toch al ter discussie stond is onbegrijpelijk dat [verweerder] de goederen niet heeft gecontroleerd. Dat de pizzadoos fysiek is gecontroleerd en volgens [verweerder] erg heet was, is daartoe onvoldoende. [verweerder] mocht ook niet afgaan op de detectiepoortjes, nu zij een sleutelbos op haar kleding droeg en zij op de heenweg al niet piepvrij door de detectiepoort was gelopen. Dat door [verweerder] sleutels van de inrichting werden gedragen is door haar overigens gemotiveerd bestreden en is onvoldoende gebleken. DJI heeft daartoe onvoldoende concrete feiten en omstandigheden gesteld.

Dit laat onverlet dat [verweerder] door het dragen van een sleutelbos, ook al betreft dit enkel privésleutels en sleutels van de kleedkamer, beslist de schijn tegen heeft. DJI heeft terecht gewezen op het feit dat [verweerder] zich in een kwetsbare positie bevond en dat zij het risico liep een ongewenst persoon toegang tot de inrichting te verschaffen, met alle gevolgen van dien. [verweerder] heeft kennelijk een nogal nonchalante houding aan de dag gelegd en dat dit haar op stevige kritiek is komen te staan is dan ook voorstelbaar. Hoewel het gebleven is bij een enkel incident is de taakuitoefening van [verweerder] rondom de pizzabezorging op zijn minst slordig en onzorgvuldig te noemen. [verweerder] heeft in dit verband naar het oordeel van de kantonrechter ook zelf terecht aangevoerd dat dat er tijdens de nachtdienst fouten zijn gemaakt en dat er ruimte is voor groei binnen haar functie. Met DJI is de kantonrechter eveneens van oordeel dat zij moet kunnen vertrouwen op de integriteit van haar medewerkers in een extra beveiligde inrichting (met name gedurende de nachtdienst) en dat zij hoge eisen mag stellen aan haar medewerkers.

4.10

Hoewel [verweerder] steken heeft laten vallen kan haar naar het oordeel van de kantonrechter

niet een zo ernstig verwijt worden gemaakt dat dit een ontbinding op de e-grond - met alle verstrekkende gevolgen van dien - kan rechtvaardigen. Dit geldt op zichzelf maar ook in onderlinge samenhang bezien met het verwijt dat [verweerder] in strijd met gedragscode en de nachtdienstinstructie geen melding heeft gemaakt van de bijzonderheden tijdens de nachtdienst. Door [verweerder] en haar collega’s is ook ter zitting eenduidig naar voren gebracht dat binnen PI [naam PI] sprake is van een angstcultuur, dat melden wordt gezien als “klikken’, dat de sociale druk enorm is en dat daarom ook zelden meldingen worden gemaakt. Het door [verweerder] en [naam collega 2] overgelegde medewerkerstevredenheidsonderzoek biedt daartoe ook aanknopingspunten, nu op bepaalde relevante onderdelen onvoldoende wordt gescoord.

4.11

DJI had de aan [verweerder] verweten gedragingen af kunnen doen met een andere, lichtere sanctie, zoals een schriftelijke (laatste) waarschuwing of een andere disciplinaire maatregel, waarbij zij haar (sanctie)beleid nog eens uitdrukkelijk uiteen had kunnen zetten. Van ander grensoverschrijdend gedrag van [verweerder] dat als plichtsverzuim of (ernstig) verwijtbaar handelen kan worden aangemerkt is niet gebleken, in die zin dat de arbeidsovereenkomst op die grond beëindigd moet worden.

4.12

Gelet op al hetgeen hiervoor is overwogen luidt de conclusie dat geen sprake is van een voldragen e-grond op grond waarvan de arbeidsovereenkomst van [verweerder] moet worden ontbonden. Het ontbindingsverzoek wordt mitsdien afgewezen.

4.13

Hetgeen partijen verder nog naar voren hebben gebracht behoeft geen nadere bespreking meer, nu dit niet tot een andere beslissing kan leiden.

4.14

Als de in het ongelijk gestelde partij wordt DJI in de proceskosten veroordeeld

5. De beslissing

de kantonrechter:

wijst af het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst;

veroordeelt DJI in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 721,00 aan salaris voor de gemachtigde;

verklaart deze beschikking aanzien van de proceskostenverdeling uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. E.I. Mentink en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

829