Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:7275

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
05-08-2020
Datum publicatie
20-08-2020
Zaaknummer
C/10/597178 / HA ZA 20-516
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vrijwaringsincident. Incidentele vordering tot oproeping in vrijwaring toegewezen. De uitwisselbaarheid van vorderingen is geen criterium voor het al dan niet toewijzen van een dergelijke vordering. Het criterium is dat er voldoende aanwijzingen bestaan dat de nadelige gevolgen van een mogelijke veroordeling in de hoofdzaak geheel of gedeeltelijk op een derde kunnen worden verhaald.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven

zaaknummer / rolnummer: C/10/597178 / HA ZA 20-516

Vonnis in incident van 5 augustus 2020

in de zaak van

1. [naam eiser] ,

2. [naam eiseres],

beiden wonende te [woonplaats eisers] ,

eisers in de hoofdzaak,

verweerders in het incident,

advocaat mr. Y.E. Bijloo te Rotterdam,

tegen

[naam gedaagde] ,

wonende te [woonplaats gedaagde] ,

gedaagde in de hoofdzaak,

eiser in het incident,

advocaat mr. J.L. Oudshoorn te Rijswijk.

Partijen zullen hierna [eisers] en [naam gedaagde] genoemd worden.

1. De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 12 mei 2020, met producties,

  • -

    de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring, met producties,

  • -

    de conclusie van antwoord in het incident, met productie.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2. De feiten, voor zover van belang in het incident

2.1.

Op 22 augustus 2018 heeft [naam gedaagde] de woning aan de [adres] (hierna: de koopwoning) aan [eisers] verkocht.

2.2.

In de aan de door partijen getekende koopovereenkomst gehechte bijlage is het volgende opgenomen:

(…)

Partijen kwamen overeen dat de volgende zaken zullen worden geregeld en gecontroleerd VOORDAT de overdracht plaatsvindt:

(…)

[naam gedaagde] , rechtbank) regelt;

(…)

2) Het in orde maken van de elektrische installatie, met een inspectierapport.

(…)”

2.3.

Op 13 november 2018 is in opdracht van [naam gedaagde] door de heer [naam 1] (hierna: [naam 1] ) van Control Scope B.V. (hierna: Control Scope) een rapport uitgebracht. In dit rapport staat – kort samengevat – vermeld dat de elektrische installatie in de koopwoning akkoord is bevonden.

2.4.

Op 19 november 2018 is de koopwoning geleverd aan [eisers] .

3. Het vordering in de hoofdzaak

3.1.

In de hoofdzaak vordert [eisers] – samengevat – dat de rechtbank, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

primair:

( i) voor recht verklaart dat de koopovereenkomst buitengerechtelijk is ontbonden door [eisers] ,

(ii) [naam gedaagde] op straffe van een dwangsom veroordeelt tot volledige medewerking aan teruglevering van de koopwoning,

(iii) [naam gedaagde] veroordeelt tot terugbetaling van de koopsom en

(iv) [naam gedaagde] veroordeelt tot vergoeding van de schade van [eisers] ;

subsidiair:

( v) de koopovereenkomst gerechtelijk ontbindt,

(vi) [naam gedaagde] op straffe van een dwangsom veroordeelt tot volledige medewerking aan teruglevering van de koopwoning,

(vii) [naam gedaagde] veroordeelt tot terugbetaling van de koopsom en

(viii) [naam gedaagde] veroordeelt tot vergoeding van de schade van [eisers] ;

meer subsidiair:

(ix) [naam gedaagde] op straffe van een dwangsom veroordeelt tot nakoming van de koopovereenkomst en de bijlage,

( x) [naam gedaagde] veroordeelt tot vergoeding van de schade van [eisers] ;

primair, subsidiair, meer subsidiair:

(xi, xii) [naam gedaagde] veroordeelt in buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten.

3.2.

Aan zijn vorderingen heeft [eisers] – kort samengevat – ten grondslag gelegd dat [naam gedaagde] de verplichtingen uit de (aangehechte bijlage van de) koopovereenkomst niet is nagekomen, omdat de elektrische installatie in de koopwoning niet voldoet aan de geldende normen en dermate gebrekkig is dat een acuut gevaar voor personen bestond.

4. Het geschil in het incident

4.1.

[eiser] vordert dat hem, bij incidenteel vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, wordt toegestaan Control-Scope en [naam 1] in vrijwaring op te roepen, kosten rechtens.

4.2.

[eiser] legt aan zijn vordering het volgende ten grondslag.

4.2.1.

[eiser] heeft conform de afspraken in de bijlage bij de koopovereenkomst een inspectierapport omtrent de elektrische installatie van de woning laten opmaken door [naam 1] . In dit rapport staat vermeld dat de elektrische installatie voldoet aan de geldende normen. Indien, zoals [verweerders] in de hoofdzaak stelt, komt vast te staan dat de elektrische installatie ondeugdelijk is, dan hebben Control-Scope en [naam 1] hun werkzaamheden niet conform de geldende professionele normen uitgevoerd en zijn zij jegens [eiser] tekortgeschoten in hun verplichtingen conform de tussen hen gesloten overeenkomst van opdracht. [eiser] had bij een juiste rapportage de elektrische installatie in orde kunnen laten maken, zodat [verweerders] zich niet had kunnen beroepen op ontbinding van de koopovereenkomst en evenmin aanspraak zouden (kunnen) maken op de gevorderde schade.

4.3.

[verweerders] concludeert primair tot afwijzing van de vordering in het incident, subsidiair de vordering in het incident tot vrijwaring enkel toe te wijzen met splitsing van de hoofdzaak en de vrijwaringszaak, met, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van [eiser] in de kosten van het incident, althans de beslissing omtrent de proceskosten aan te houden tot de beslissing in de hoofdzaak.

4.4.4.4.1.4.4.1.1. [verweerders] voert daartoe – kort samengevat – primair aan dat [eiser] geen gronden heeft aangevoerd om Control-Scope en [naam 1] in vrijwaring te mogen oproepen. Allereerst is zeer aannemelijk dat Control-Scope haar aansprakelijkheid heeft uitgesloten in de op de overeenkomst tussen [eiser] en haar van toepassing zijnde algemene voorwaarden. De vermeende vorderingen van [eiser] op Control-Scope en [naam 1] zijn daarom kansloos en worden bovendien op geen enkele wijze onderbouwd.

4.4.1.2. Ten tweede zijn de vermeende vorderingen wezenlijk anders dan de vorderingen van [verweerders] op [eiser] en niet uitwisselbaar.

4.4.2.

[verweerders] voert voorts aan dat toewijzing van de incidentele vordering leidt tot onnodige vertraging van de procedure. Het belang van [eiser] bij toewijzing van de incidentele vordering weegt niet op tegen het belang van bij een vlotte afwikkeling van de procedure. De schade aan de zijde van [verweerders] neemt door de vertraging aanzienlijk toe.

4.5.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5. De beoordeling in het incident

5.1.

Vooropgesteld wordt dat ingevolge artikel 210 Rv de gedaagde iemand in vrijwaring kan oproepen, indien hij meent hiertoe gronden te hebben. Voldoende is dat de gedaagde in de hoofdzaak genoegzaam stelt dat tussen hem en de derde een rechtsverhouding bestaat krachtens welke de derde verplicht is de nadelige gevolgen van een veroordeling van gedaagde in de hoofdzaak (mede) te dragen. Daarbij is niet van belang of deze rechtsverhouding van dezelfde of van een geheel andere aard is dan die waarop de vordering in de hoofdzaak is gegrond (Hoge Raad 10 april 1992, ECLI:NL:HR:1992:ZC0567)

5.2.

De rechtbank is van oordeel dat de incidentele vordering moet worden toegewezen.

5.3.5.3.1. De uitwisselbaarheid van vorderingen is geen criterium voor het al dan niet toewijzen van een incidentele vordering tot oproeping in vrijwaring. Het criterium is dat er voldoende aanwijzingen bestaan dat [eiser] de nadelige gevolgen van een mogelijke veroordeling in de hoofdzaak, geheel of gedeeltelijk op een derde kan verhalen. Voor zover [verweerders] in de veronderstelling verkeert dat vrijwaring alleen mogelijk is als alle nadelige gevolgen kunnen worden verhaald op de derde, is dat standpunt onjuist.

5.3.2.

Uit de stellingen die [eiser] aan de vordering tot oproeping in vrijwaring ten grondslag heeft gelegd, is voldoende af te leiden dat voor Control-Scope en [naam 1] de verplichting kan bestaan om de nadelige gevolgen van een mogelijke veroordeling van [eiser] in de hoofdzaak in elk geval gedeeltelijk te dragen. Immers: [eiser] stelt dat als hij wordt veroordeeld in de hoofdzaak, deze veroordeling (mede) is veroorzaakt door het handelen van Control-Scope en [naam 1] en dat zij hem dus de schade moeten vergoeden die daaruit ontstaat. Of deze redenering en de feiten die eraan ten grondslag liggen juist zijn, zal pas in de vrijwaringszaak aan de orde komen. Ook de vragen of er algemene voorwaarden overeengekomen zijn en of daarin exoneraties zijn opgenomen, moeten in de vrijwaringszaak worden beantwoord. Hetgeen [verweerders] daarover heeft opgemerkt, is op dit moment niet meer dan een slag in de lucht.

5.3.3.

Vrijwaring zorgt naar haar aard altijd voor enige vertraging in de hoofdprocedure. Dat is in het algemeen geen reden om de vordering af te wijzen en in deze zaak is er geen reden om daar anders over te oordelen.

5.4.

Het subsidiaire verzoek om reeds nu de hoofdzaak af te splitsen wordt afgewezen, al was het alleen maar omdat de hoofdzaak nu nog niet in stand van wijzen is. Het verzoek is dus prematuur.

5.5.

[verweerders] heeft geen conclusie verbonden aan hetgeen wordt opgemerkt over (de rol van) [naam 2] en zijn positie in het geding. De rechtbank laat dit dan ook verder onbesproken.

5.6.

[verweerders] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van het incident worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eiser] in dit incident worden begroot op € 543,00 aan salaris advocaat (1 punt × tarief € 543,00). Er is geen reden om de proceskostenveroordeling aan te houden tot de beslissing in de hoofdzaak. De proceskostenveroordeling wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat dit is gevorderd en er op dit punt geen verweer is gevoerd.

6. De beslissing

De rechtbank

in het incident

6.1.

staat toe dat de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Control-Scope B.V. en de heer [naam 1] door [naam gedaagde] worden gedagvaard tegen de terechtzitting van 16 september 2020;

6.2.

veroordeelt [eisers] in de kosten van het incident, aan de zijde van [naam gedaagde] tot op heden begroot op € 543,00;

6.3.

verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

in de hoofdzaak

6.4.

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 16 september 2020 voor conclusie van antwoord.

Dit vonnis is gewezen door mr. drs. J. van den Bos en in het openbaar uitgesproken op 5 augustus 2020.

3070/1407