Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:7253

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
18-08-2020
Datum publicatie
19-08-2020
Zaaknummer
FT RK 20-334
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Faillietverklaring - pluraliteit niet en vordering ten dele betwist - voldoende gelegenheid geboden tot treffen betalingsregeling, geen nader uitstel

Wetsverwijzingen
Faillissementswet 1
Faillissementswet 6
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie

Insolventienummer: [nummer]

Uitspraak: 18 augustus 2020

VONNIS op het op 26 juni 2020 ingekomen verzoekschrift, met bijlage(n), van:

De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[verzoekster]

statutair gevestigd en kantoorhoudende te [vestigingsplaats] ,

verzoekster,

advocaat: mr. F. Terpstra,

strekkende tot faillietverklaring van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HOI4U GROUP B.V.,

kantoorhoudende aan de Seggelant-Noord 8,

3237 MG Vierpolders,

statutair gevestigd te Rotterdam,

verweerster.

1 De procedure

De rechtbank heeft met toepassing van de Tijdelijk afwijkende regeling Insolventiezaken rechtbanken vanwege de bijzondere omstandigheden door de Corona-crisis (hierna: TARIC), verzoekster en verweerster schriftelijk geïnformeerd over de behandeling van onderhavig verzoekschrift ter zitting van 28 juli 2020 en 11 augustus 2020 onder toezending van een formulier waarop verzoekers en verweerster hun standpunt naar voren konden brengen, met de mededeling dat dit formulier uiterlijk voor 14:00 uur op de dag voorafgaande aan de behandeling door de griffie dient te zijn ontvangen.

De formulieren met bijlagen zijn van verzoekster en verweerster ontvangen ter griffie van deze rechtbank.

Ter zitting van 28 juli 2020 en 11 augustus 2020 zijn, conform TARIC, telefonisch gehoord:

  • -

    mr. P. van Zwijndregt, advocaat van verzoekster;

  • -

    [betrokkene] , (middellijk) bestuurder van verweerster.

De uitspraak is bepaald op heden.

2 De standpunten

Verzoekster heeft gesteld dat zij uit hoofde van geleverde houtmaterialen een opeisbare vordering heeft op verweerster. Verzoekster verwijst tevens naar een brief van mr. W.P. Brussaard d.d. 7 juli 2020 waaruit blijkt dat verweerster meerdere schuldeisers onbetaald laat en derhalve in de toestand verkeerd van te hebben opgehouden te betalen.

Verweerster heeft de vordering van verzoekster erkend maar heeft de hoogte daarvan betwist. Ter zitting van 28 juli 2020 heeft verzoekster, om verweerster tegemoet te komen, haar vordering verlaagd naar € 5.750,-- . De rechtbank heeft de behandeling van het verzoekschrift aangehouden tot 11 augustus 2020 om partijen in de gelegenheid te stellen een verdere betalingsregeling te treffen.

Ter zitting van 11 augustus 2020 is gebleken dat verweerster thans een bedrag van € 500,-- heeft voldaan. Zij heeft voorgesteld om het restant van de vordering te voldoen in 11 maandelijkse termijnen. Vanwege het volledig stilvallen van de werkzaamheden in de evenementenbranche door de corona-crisis kan verweerster geen beter voorstel doen. Verzoekster heeft ter zitting verklaard dat zij zeer coulant is geweest richting verweerster door haar vordering meermaals te verlagen. Verzoekster heeft het voorstel afgewezen vanwege de te lange looptijd van de voorgestelde betalingsregeling.

2 De beoordeling

De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van verweerster in Nederland ligt.

Ingevolge artikel 6 lid 3 van de Faillissementswet wordt de faillietverklaring uitgesproken indien summierlijk blijkt van het bestaan van feiten en omstandigheden die aantonen dat de schuldenaar verkeert in een toestand dat hij heeft opgehouden te betalen en, als een schuldeiser het verzoek doet, ook van het vorderingsrecht van deze.

De rechtbank stelt vast dat verweerster het vorderingsrecht van verzoekster niet heeft betwist. Zij heeft uitsluitend de hoogte van het vorderingsrecht betwist, zonder het wel erkende deel te voldoen. Noch heeft zij betwist dat zij andere vorderingen onbetaald laat. Ook na aftrek van het reeds betaalde deel, staat er nog een aanzienlijke vordering van verzoekster open. Verweerster is diverse malen door verzoekster in de gelegenheid gesteld om een, voor verzoekster aanvaardbare, betalingsregeling te treffen. Nu niet gebleken is dat er zicht is op volledige betaling binnen afzienbare termijn, oordeelt de rechtbank dat verweerster voldoende mogelijkheden heeft gehad om de vordering te voldoen. Bij nader uitstel van de behandeling van het faillissementsrekest worden de belangen van verzoekster geschaad.

Gelet op het voorgaande oordeelt de rechtbank dat summierlijk is gebleken van het vorderingsrecht van verzoekster en van het bestaan van feiten of omstandigheden die aantonen dat verweerster in de toestand verkeert dat zij heeft opgehouden te betalen.

3 De beslissing

De rechtbank,

- verklaart HOI4U GROUP B.V. voornoemd in staat van faillissement;

- benoemt tot rechter-commissaris mr. M. Aukema, lid van deze rechtbank;

- stelt aan tot curator mr. J.M. van der Wulp, advocaat te Middelharnis;

- geeft last aan de curator tot het openen van brieven en telegrammen aan de gefailleerde gericht.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.C.A.T. Frima, rechter, en in aanwezigheid van A. Mergen, griffier, in het openbaar uitgesproken op 18 augustus 2020 te 10:00 uur. 1

De griffier is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.