Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:7245

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
14-08-2020
Datum publicatie
20-08-2020
Zaaknummer
8231451 CV EXPL 19-53909
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Beroep op artikel 128 lid 3 Rv slaagt niet. Het staat gedaagde vrij om haar verweer ten principale bij dupliek aan te vullen, omdat reeds bij antwoord enig verweer ten principale was gevoerd. Ook geen strijd met goede procesorde.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2020/236
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 8231451 CV EXPL 19-53909

uitspraak: 14 augustus 2020

vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

in de zaak van

[eiser] handelend onder de naam [handelsnaam],

wonende en zaakdoende te [plaats] ,

eiser in conventie,

verweerder in reconventie,

gemachtigde: mr. R.L.M. Cox te Nijmegen,

tegen

1. de vennootschap onder firma

[gedaagde 1] ,

gevestigd te [vestigingsplaats gedaagde 1] ,

2. [gedaagde 2],

wonende te [woonplaats gedaagde 2] ,

3. [gedaagde 3],

wonende te [woonplaats gedaagde 3] ,

gedaagden in conventie,

eisers in reconventie,

gemachtigde: mr. A. Mao te Schiedam.

Partijen worden hierna aangeduid als ‘ [eiser] ’ respectievelijk ‘ [gedaagde 1] ’.

1. Het verloop van de procedure

1.1

Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter kennis heeft genomen:

  • -

    de drie afzonderlijke exploten van dagvaarding van 12 december 2019, met producties;

  • -

    de rolbeslissing van 14 februari 2020;

  • -

    de conclusie van antwoord in conventie tevens conclusie van eis in reconventie, met producties;

  • -

    de conclusie van antwoord in reconventie;

  • -

    de conclusie van repliek in conventie;

  • -

    de conclusie van dupliek in conventie tevens conclusie van repliek in reconventie, met producties;

  • -

    de conclusie van dupliek in reconventie.

1.2

De kantonrechter heeft de uitspraak van dit vonnis bepaald op heden.

2. De beoordeling

2.1

[gedaagde 1] heeft eerst bij conclusie van dupliek in conventie tevens conclusie van repliek in reconventie onder punten 2 tot en met 5 verweer gevoerd ter zake de toepasselijkheid van de door [eiser] gestelde algemene voorwaarden (BOVAG).

2.2

[eiser] heeft vervolgens bij conclusie van dupliek in reconventie met een beroep op artikel 128 lid 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) gesteld dat dit nieuwe verweer tardief en in strijd met de goede procesorde is en derhalve gepasseerd dient te worden. Zij heeft in dat kader aangevoerd dat er geen sprake is van zodanige feiten en/of omstandigheden die een redelijke verklaring kunnen vormen voor het pas bij dupliek naar voren brengen van een nieuw verweer en dat zij geen gelegenheid heeft gehad om op het nieuwe verweer te reageren. Subsidiair verzoekt [eiser] in de gelegenheid gesteld te worden om alsnog op het nieuwe verweer te reageren.

2.3

De kantonrechter overweegt daaromtrent als volgt.

Artikel 128 lid 3 Rv bepaalt dat de gedaagde alle excepties en zijn antwoord ten principale tegelijk naar voren brengt, op straffe van verval van de niet aangevoerde excepties en, indien niet ten principale is geantwoord, van het recht om dat alsnog te doen. Volgens vaste rechtspraak zijn excepties in de zin van dit artikellid die verweren die ertoe strekken dat de rechter op grond van regels van processuele aard niet aan een beoordeling van de rechtsbetrekking in geschil zelf toekomt. Hierbij valt te denken aan onbevoegdheid van de rechter, dan wel nietigheid van de dagvaarding. Het verweer ter zake de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden is niet een dergelijke exceptie maar een zogeheten verweer ten principale. Het staat een partij vrij om een dergelijk verweer, indien enig verweer ten principale is gevoerd, - met inachtneming van de eisen van een goede procesorde - op een later moment in de procedure naar voren te brengen.

2.4

In het onderhavige geval stelt de kantonrechter vast dat [gedaagde 1] in de conclusie van antwoord diverse principale verweren heeft gevoerd, zodat aan het vereiste van artikel 128 lid 3 Rv is voldaan en het [gedaagde 1] vrij stond bij conclusie van dupliek in conventie dat principaal verweer nog aan te vullen of uit te breiden, zoals zij heeft gedaan.

2.5

Het staat de kantonrechter vrij de wederpartij alsnog de gelegenheid te geven op die nieuwe stellingen of feiten in te gaan, tenzij zij oordeelt dat er sprake is van strijd met de goede procesorde. Van dit laatste is naar het oordeel van de kantonrechter geen sprake, gezien de stand waarin de procedure zich bevindt. [eiser] zal aldus op na te melden wijze in de gelegenheid worden gesteld op het hiervoor bedoelde nieuwe verweer van [gedaagde 1] te reageren, waarbij zij zich enkel tot dat verweer en de daarbij behorende productie dient te beperken.

2.6

Voorts merkt de kantonrechter op dat de producties 3, 4 en 5 waarnaar [gedaagde 1] in haar conclusie van dupliek in conventie/repliek in reconventie uitdrukkelijk verwijst, ontbreken in het door de kantonrechter ontvangen schriftelijke exemplaar van de conclusie. [gedaagde 1] is bij e-mail van 16 juni 2020 van de griffier van deze rechtbank reeds verzocht de betreffende filmpjes in tweevoud aan te leveren op een usb-stick. Hierop is geen reactie meer ontvangen, noch is een usb-stick aangeleverd. [gedaagde 1] zal voor de laatste keer in de gelegenheid worden gesteld de betreffende usb-stick met producties 3,4 en 5 in het geding te brengen.

2.7

Iedere verdere beslissing in conventie en in reconventie wordt aangehouden.

3. De beslissing

De kantonrechter:

in conventie

verwijst de zaak naar de rolzitting van woensdag 9 september 2020 te 14.30 uur teneinde [eiser] in de gelegenheid te stellen zich schriftelijk uit te laten als onder de beoordeling bedoeld;

verwijst de zaak naar diezelfde rolzitting teneinde [gedaagde 1] in de gelegenheid te stellen de ontbrekende producties 3, 4 en 5 bij de conclusie van dupliek in conventie/repliek in reconventie in de vorm van een usb-stick aan te leveren;

bepaalt dat de schriftelijke reacties in tweevoud ingestuurd dienen te worden en uiterlijk de dag vóór genoemde rolzitting om 12.00 uur ter griffie ontvangen dienen te zijn;

houdt iedere verdere beslissing aan;

in reconventie

houdt iedere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. K.J. Bezuijen en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

735