Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:7179

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
03-08-2020
Datum publicatie
14-08-2020
Zaaknummer
C/10/600747 / JE RK 20-2056
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

verlenging uithuisplaatsing na spoedmachtiging

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

Zaakgegevens: C/10/600747 / JE RK 20-2056

datum uitspraak: 3 augustus 2020

beschikking uithuisplaatsing

de Raad voor de Kinderbescherming Rotterdam,

hierna te noemen de Raad, gevestigd te Rotterdam,

betreffende

[naam minderjarige] , geboren op [geboortedatum minderjarige] 2012 te [geboorteplaats minderjarige] ,

hierna te noemen [voornaam minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam moeder] ,

hierna te noemen de moeder, wonende te [woonplaats] ,

[naam vader] ,

hierna te noemen de vader, wonende te [woonplaats] .

Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen van de Raad van 21 juli 2020, ingekomen bij de griffie op 21 juli 2020.

Op 3 augustus 2020 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld.

Gehoord zijn:

- de moeder, bijgestaan door haar advocaat mr. M.P.G. Rietbergen,

- de vader,
- een vertegenwoordigster van de Raad, mw. [naam vertegenwoordigster 1]

- een vertegenwoordigster van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (hierna GI), mw. [naam vertegenwoordigster 2] .

De vader en de moeder zijn afzonderlijk van elkaar gehoord, in het bijzijn van de vertegenwoordigsters van de Raad, de GI en mr. Rietbergen.

De kinderrechter heeft bijzondere toegang tot de zitting verleend aan mr. J. van de Roest, kantoorgenoot van mr. Rietbergen.

De feiten

Het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] wordt uitgeoefend door de ouders.

[voornaam minderjarige] verblijft bij de moeder.

Bij beschikking van 21 juli 2020 is [voornaam minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld tot

21 oktober 2020.

Het verzoek

De Raad heeft de uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] verzocht voor de duur van drie maanden bij de moeder met gezag. De kinderrechter heeft hiervan vier weken toegewezen en het verzoek voor het overige aangehouden. Nu moet worden beslist of de uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] bij de moeder moet worden toegewezen voor de resterende duur van de voorlopige ondertoezichtstelling.

Het verzoek wordt door de Raad gehandhaafd. De uithuisplaatsing bij de moeder is noodzakelijk zodat het raadsonderzoek afgerond kan worden. Bekeken moet worden hoe het contact tussen de vader en [voornaam minderjarige] weer opgestart kan worden.

De standpunten

De GI sluit zich aan bij het verzoek van de Raad. Binnenkort zal er een groot overleg zijn met de vader en zijn hulpverleners.

De moeder is het eens met het verzoek. Momenteel is er geen contact tussen de vader en [voornaam minderjarige] en dat geeft [voornaam minderjarige] rust. De moeder wil het beste voor [voornaam minderjarige] .

De vader heeft naar voren gebracht dat hij blij is dat er eindelijk een onderzoek wordt gedaan. De vader heeft hulp ingeschakeld bij de GGZ. Hij is veteraan en zal bij Stichting 1940-1945 behandeld worden voor zijn oorlogstrauma. De vader ziet in dat alles nu kapot is en dat hij opnieuw moet beginnen. De vader heeft begrip voor de uithuisplaatsing, omdat dit rust geeft voor [voornaam minderjarige] .

De beoordeling

Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat [voornaam minderjarige] bij de moeder moet blijven. De vader van [voornaam minderjarige] is gediagnosticeerd met posttraumatische stressstoornis (PTSS), die te maken heeft met zijn uitzending naar een oorlogsgebied. Ook is sprake van een medicatieverslaving. Volgens zijn behandelend psychiater zou bij de vader sprake zijn van een gebrekkige gewetensfunctie. De situatie van de vader is acuut verslechterd, waarbij hij suïcidale dreigingen doet naar de politie, zijn omgeving en op social media. Ook dreigt de vader [voornaam minderjarige] hierin mee te nemen. [voornaam minderjarige] verbleef tot kort geleden nog regelmatig bij de vader, maar gelet op de dreigingen van de vader kan de veiligheid van [voornaam minderjarige] bij de vader niet meer worden gewaarborgd. De contactmomenten tussen de vader en [voornaam minderjarige] zijn tijdelijk stopgezet, zodat de Raad kan onderzoeken of en zo ja, op welke manier het contact tussen de vader en [voornaam minderjarige] weer opgestart kan worden.

Uit voorgaande volgt dat de uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en de opvoeding als bedoeld in artikel 1:265b, eerste lid, Burgerlijk Wetboek.

De beslissing

De kinderrechter:

verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] bij de moeder met gezag

21 oktober 2020;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. A. Verweij, kinderrechter, in tegenwoordigheid van

mr. K.T.D. Malawau als griffier en in het openbaar uitgesproken op 3 augustus 2020.

De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Den Haag.