Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:7162

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
14-08-2020
Datum publicatie
19-08-2020
Zaaknummer
8391860 CV EXPL 20-8561
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vordering abonnementsgelden en afsluitkosten. Vordering toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 8391860 CV EXPL 20-8561

uitspraak: 14 augustus 2020

vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Ziggo Services B.V.,

gevestigd te Utrecht,

eiseres,

gemachtigde: Landelijke Associatie van Gerechtsdeurwaarders,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde,

die procedeert in persoon.

Partijen worden hierna aangeduid als ‘Ziggo’ en ‘ [gedaagde] ’.

1. Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  1. de dagvaarding van 19 februari 2020, met producties;

  2. de conclusie van antwoord;

  3. de conclusie van repliek, met producties;

  4. de conclusie van dupliek.

Het vonnis is bepaald op heden.

2. Het geschil

2.1

Ziggo vordert dat [gedaagde] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, wordt veroordeeld tot betaling aan Ziggo van een bedrag van € 237,27, te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 193,38,- vanaf 31 januari 2020 tot aan de dag van algehele voldoening, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.

2.2

Ziggo heeft het volgende aan haar vordering ten grondslag gelegd. [gedaagde] heeft een abonnement voor internet en digitale televisie afgesloten bij Ziggo. Omdat [gedaagde] niet tijdig betaalde, heeft Ziggo de overeenkomst beëindigd per 31 juli 2019. Ziggo vordert in deze procedure de abonnementsgelden over de periode van 1 mei 2019 tot en met 31 juli 2019 en de afsluitkosten. Deze kosten moet [gedaagde] betalen op grond van artikel 22 lid 1 van de algemene voorwaarden.

2.3

[gedaagde] is het niet eens met de vordering van Ziggo. [gedaagde] heeft een extra filmpakket aangevraagd, maar dat werkte niet. Ook het televisieabonnement werkte vaak niet goed. [gedaagde] heeft daarom de € 14,95 voor het filmpakket niet meer betaald. [gedaagde] vindt het absurd dat zij nu een rekening van € 3.000,-- krijgt, want zij heeft geen televisie en films kunnen kijken. Als Ziggo het juiste bedrag in rekening brengt, is [gedaagde] bereid te betalen. Zij wil betalen in termijnen want zij is niet in staat het bedrag ineens te betalen.

3. De beoordeling

3.1

Ziggo vordert de abonnementsgelden over mei, juni en juli 2019 ten bedrage van € 173,38 en afsluitkosten die € 20,- bedragen. Hoewel Ziggo in het overzicht uitkomt op het totaal van € 198,38, rekent zij verder wel met de juiste optelsom van € 193,38. Het is niet duidelijk waarop [gedaagde] doelt waar zij schrijft over een rekening van € 3.000,-. Mogelijk berust dit op een misverstand. De kantonrechter gaat daarom uit van het bedrag van € 193,38.

3.2

[gedaagde] heeft niet weersproken dat zij abonnementsgeld verschuldigd is over de periode van mei tot en met juli 2019. Zij heeft ook de bedragen die Ziggo over die periode in rekening heeft gebracht niet weersproken. Zij maakt bezwaar tegen de kosten voor filmkanalen, maar Ziggo heeft in reactie daarop verklaard dat de kosten voor het filmpakket zijn gecrediteerd en daarna niet meer opnieuw in rekening zijn gebracht, omdat er niet in werd geslaagd een goed signaal te leveren. Deze kosten worden dus niet gevorderd.

3.3

Dat [gedaagde] nog andere klachten had over de dienstverlening van Ziggo heeft zij niet onderbouwd. Het enkele feit dat de dienstverlening van Ziggo niet goed was, betekent nog niet dat [gedaagde] dan niet meer hoefde te betalen. [gedaagde] had dan immers moet klagen bij Ziggo en daarna had zij de overeenkomst kunnen ontbinden of schadevergoeding kunnen eisen. Dat heeft zij echter niet gedaan. De gevorderde abonnementsgelden en de afsluitkosten worden daarom toegewezen.

3.4

Zowel bij antwoord als dupliek heeft [gedaagde] de rechtbank verzocht om een betalingsregeling om de schuld in termijnen af te lossen. Een dergelijke betalingsregeling kan de rechter echter niet aan partijen opleggen. Het is aan [gedaagde] om, indien zij niet in staat is in één keer te betalen, met (de gemachtigde van) Ziggo contact op te nemen voor het treffen van een betalingsregeling.

3.5

De gevorderde wettelijke rente zal eveneens worden toegewezen, nu daartegen geen nader verweer is gevoerd.

3.6

Ziggo maakt tevens aanspraak op een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Voldoende gebleken is dat voldaan is aan de wettelijke vereisten, zodat ook het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten zal worden toegewezen.

3.7

[gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld.

4. De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt [gedaagde] aan Ziggo te betalen een bedrag van € 237,27, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over een bedrag van € 193,38 vanaf 31 januari 2020 tot aan de dag van algehele voldoening;

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Ziggo vastgesteld op € 124,- aan griffierecht, € 86,85 aan dagvaardingskosten en € 72,- aan salaris voor de gemachtigde;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.M. van de Ven en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

41645