Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:7129

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
06-08-2020
Datum publicatie
12-08-2020
Zaaknummer
KTN-8278609_11082020
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verklaring voor recht dat leaseovereenkomst is ontbonden. Achterstallige leasetermijnen wordt beperkt toegewezen doordat onvoldoende is voldaan aan schadebeperkingsplicht

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 8278609 CV EXPL 20-243

uitspraak: 6 augustus 2020

vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Dordrecht,

in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Hiltermann Lease B.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te Hoofddorp,

eiseres,

gemachtigde: mr. J. Jonk van VD&P Juristen te Genemuiden,

tegen

[gedaagde] (v.)h.o.d.n. [handelsnaam] ,

wonende en kantoorhoudende te [woonplaats gedaagde] ,

gedaagde,

gemachtigde: mr. H. Akbaba van Advocatenkantoor Lawsense te Breda.

Partijen worden hierna aangeduid als ‘Hiltermann’ en ‘ [naam bedrijf 1] ’.

1. Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  1. de dagvaarding van 13 januari 2020, met producties;

  2. de conclusie van antwoord, met producties;

  3. het tussenvonnis van 27 februari 2020 waarin een mondelinge behandeling is bepaald, die echter vanwege Covid19 niet is doorgegaan;

  4. de brief van mr. Akbaba van 15 april 2020 over de voortzetting van de procedure;

  5. de brief van mr. Jonk van 17 april 2020 over de voortzetting van de procedure;

  6. de brief van de griffier van 28 april 2020 waarin wordt gemeld dat de procedure schriftelijk wordt voortgezet;

  7. de conclusie van repliek, met producties;

  8. de conclusie van dupliek.

De uitspraak van het vonnis is nader bepaald op heden.

2. De vaststaande feiten

2.1

Als enerzijds gesteld en anderzijds niet weersproken, staat het volgende tussen partijen vast.

2.2

Hiltermann heeft op 26 november 2018 een financiële leaseovereenkomst (hierna: leaseovereenkomst) gesloten met [naam bedrijf 1] voor een bedrijfsauto, een Audi A3 met kenteken [kentekennummer] (hierna: de auto).

2.3

De looptijd van de leaseovereenkomst was 60 maanden en de totale leaseprijs bedroeg € 17.342,20. De maandelijkse leasetermijn bedroeg bij aanvang € 247,37, bij vooruitbetaling te voldoen. In de overeenkomst staat verder, voor zover hier van belang, het volgende:

“2.7 De Eindgebruiker verklaart dat hij het Object uitsluiteind in de uitoefening van een bedrijf of een zelfstandig uitgeoefend beroep zal gebruiken.”

2.4

Op de leaseovereenkomst zijn de algemene voorwaarden van Hiltermann van toepassing. In de algemene voorwaarden staat onder meer, voor zover hier van belang, het volgende:

Ontbinding
43. Indien de Eindgebruiker een op hem rustende verplichting jegens de Leasemaatschappij niet of niet tijdig nakomt, of indien:
[…]
- de Eindgebruiker zijn bedrijf geheel of gedeeltelijk staakt of beëindigt, dan wel ingeval van ernstige twijfel van de Leasemaatschappij over de continuïteit van het bedrijf van de Eindgebruiker;
[…] dan is de Leasemaatschappij gerechtigd de Overeenkomst, na de Eindgebruiker eerst schriftelijk in gebreke te hebben gesteld, zonder rechterlijke tussenkomst middels een schriftelijke buitengerechte-lijke verklaring te ontbinden. Ingeval van zodanig ontbinding zal de Leasemaatschappij het Object onmiddellijk tot zich kunnen nemen en is de Eindgebruiker aan de Leasemaatschappij een schadevergoeding verschuldigd gelijk aan het bedrag van het totaal van de Leasetermijnen die de Eindgebruiker bij het in stand blijven van de overeenkomst gehouden zou zijn geweest te voldoen, vermeerderd met:
- de kosten die verbonden zijn aan de terugneming, opslag en het transport van het Object, en
- een positief verschil tussen de waarde van het Object en het totaal van de Leasetermijnen die de Eindgebruiker bij het in stand blijven van de Overeenkomst gehouden zou zijn geweest te voldoen.

44. Bij tussentijdse beëindiging van de overeenkomst, dient de Eindgebruiker terstond bij het einde van de Overeenkomst voor eigen rekening en risico het Object compleet, gebruiksklaar en in goede staat van onderhoud en vrij van schade af te (doen) leveren op een door de Leasemaatschappij aangegeven adres in Nederland. Bij niet nakoming van deze verplichting door de Eindgebruiker is de Leasemaatschappij bevoegd om voor rekening van de Eindgebruiker het Object zelf weer in bezit te (doen) nemen. De daaraan verbonden kosten alsmede eventuele kosten van achterstallig onderhoud en/of herstel van schade zijn voor rekening van de Eindgebruiker. De Leasemaatschappij is te allen tijde bevoegd onverminderd zijn overige rechten uit de overeenkomst, om bij het tussentijds einde van de Overeenkomst het Object zelf weer in bezit te (doen) nemen. […]”

2.5

[naam bedrijf 1] is op 17 december 2018 uitgeschreven uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel (hierna: KvK). In een (door Hiltermann overgelegd) uittreksel van de KvK staat het volgende vermeld:

KvK-nummer [KvK-nummer 1] Uitgeschreven uit het handelsregister per 17-12-2018
Op 17-12-2018 is geregistreerd dat de onderneming is
opgeheven met ingang van 10-12-2018 […]

Onderneming

Handelsnaam [naam bedrijf 1]

Rechtsvorm Eenmanszaak

Startdatum onderneming 09-12-2016 (datum registratie: 09-12-2016) […]

Vestiging
Handelsnaam [naam bedrijf 1]
Bezoekadres [adres 1] […]

Eigenaar
Naam [gedaagde]
Geboortedatum en –plaats [geboortedatum gedaagde] , [geboorteplaats gedaagde] […]”

2.6

Bij brief van 27 maart 2019 heeft de gemachtigde van Hiltermann [naam bedrijf 1] gesommeerd om binnen 10 dagen nadien het op dat moment openstaande bedrag van € 795,65 te voldoen en om de inschrijving in de KvK in orde te maken. In de brief staat verder:

“Tevens is gebleken dat uw onderneming [gedaagde] v/h [naam bedrijf 1] met ingang van 17 december 2018 is uitgeschreven bij de Kamer van Koophandel. Hierdoor voldoet u niet meer aan de voorwaarde dat u de auto uitsluitend in de uitoefening van uw beroep of bedrijf zal gebruiken en bent u in gebreke. Cliënte is dan ook voornemens om de leaseovereenkomst met nummer [nummer] op grond van artikel 43 van de algemene voorwaarden te ontbinden.”

2.7

De gemachtigde van Hiltermann heeft bij brief van 23 april 2019 aan [naam bedrijf 1] laten weten dat zij de leaseovereenkomst niet zal voortzetten. In de brief staat verder:

“Bij controle van uw contract is gebleken dat de eenmanszaak [naam bedrijf 1] met ingang van 17 december 2018 is opgeheven bij de Kamer van Koophandel.

Ontbinding
Nu de onderneming is opgeheven is het niet mogelijk om de leaseovereenkomst op deze wijze voort te zetten. Hierbij ontbinden wij namens cliënte de leaseovereenkomst met nummer [nummer] op grond van artikel 43 van de algemene vooraarden.

Opties
1. U maakt een afspraak met ons voor het inleveren van het voertuig met kenteken [kentekennummer] ;
2. U voldoet het inlossaldo van het contract tot en met heden ad € 16.649,98 […]
3. U heeft een overnemende partij (dit dient een onderneming te zijn met actieve KvK-inschrijving) welke het contract kan overnemen, dit onder voorbehoud van acceptatie door cliënte en het voldoen van de achterstallige leasetermijnen incl. kosten.”

2.8

In een (door [naam bedrijf 1] overgelegd) uittreksel van de KvK staat het volgende vermeld:

KvK-nummer [KvK-nummer 2]

Onderneming

Handelsnaam [naam bedrijf 1]

Rechtsvorm Eenmanszaak

Startdatum onderneming 26-04-2019 (datum registratie: 26-04-2019) […]

Vestiging
Handelsnaam [naam bedrijf 1]
Bezoekadres [adres 2] […]

Eigenaar
Naam [gedaagde]
Geboortedatums [geboortedatum gedaagde] […]”

2.9

[naam bedrijf 1] heeft de auto ingeleverd bij [naam bedrijf 2] . Op 11 mei 2019 is de waarde van de auto getaxeerd. Uit een waardetaxatierapport blijkt het volgende:

Waardering

RestBPM (11-mei-2019) : € 310
BTW : € 1.812
Handelswaarde : € 10.750

Executiewaarde (incl. BTW) : € 9.100”

2.10

[naam bedrijf 2] heeft namens Hiltermann de auto op 27 mei 2019 via een veiling verkocht voor een bedrag van € 8.700,-.

3. Het geschil

3.1

Hiltermann heeft gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

  1. voor recht te verklaren dat de financiële leaseovereenkomst met betrekking tot de Audi A3 met kenteken [kentekennummer] is ontbonden;

  2. [naam bedrijf 1] te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 8.617,96 aan hoofdsom en rente, vermeerderd met de contractuele rente van 1,5% per maand, althans de wettelijke rente conform artikel 6:119a BW, althans de wettelijke rente conform artikel 6:119 BW over een bedrag van € 7.754,77 vanaf 20 december 2019, althans de dag der dagvaarding tot aan de dag van algehele voldoening;

  3. [naam bedrijf 1] te veroordelen tot betaling van het bedrag van de buitengerechtelijke incassokosten, primair € 775,48 en subsidiair € 762,74, althans een ex aequo et bono te bepalen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente;

  4. [naam bedrijf 1] te veroordelen tot betaling van de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente;

  5. [naam bedrijf 1] te veroordeling tot betaling van de nakosten.

3.2

Hiltermann legt nakoming van de tussen partijen gesloten leaseovereenkomst aan haar vordering ten grondslag. De overeenkomst tussen partijen is door Hiltermann tussentijds ontbonden doordat [naam bedrijf 1] niet heeft aangetoond dat hij nog werkzaamheden in uitoefening van zijn beroep of bedrijf verrichtte nadat hij was uitgeschreven bij de KvK. Ook heeft [naam bedrijf 1] een betalingsachterstand van in totaal € 7.754,77 laten ontstaan bestaande uit achterstallige leasetermijnen en schadevergoeding. Naast de voormelde hoofdsom is [naam bedrijf 1] op grond van artikel 53 van de algemene voorwaarden primair een bedrag van € 775,48 aan buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd en subsidiair op grond van artikel 6:96 BW een bedrag van € 762,74. Daarnaast vordert Hiltermann nog een bedrag van € 863,19 aan rente, berekend tot en met 19 december 2019.

3.3

[naam bedrijf 1] heeft tot afwijzing van de vordering geconcludeerd en voert daartoe het volgende aan. [naam bedrijf 1] erkent dat zijn onderneming op 17 december 2018 is uitgeschreven bij de KvK, maar betwist dat Hiltermann conform de leasevoorwaarden de leaseovereenkomst mocht ontbinden doordat de onderneming niet meer stond ingeschreven bij de KvK. De leaseovereenkomst is dan ook niet rechtsgeldig ontbonden en Hiltermann heeft het voertuig ten onrechte verkocht. Bovendien is [naam bedrijf 1] niet akkoord gegaan met de veiling van het voertuig. Volgens [naam bedrijf 1] is het voertuig tegen een te lage prijs verkocht waardoor Hiltermann niet aan haar schadebeperkingsplicht heeft voldaan.

4. De beoordeling

4.1

Als gesteld en erkend dan wel niet weersproken staat vast dat de eenmanszaak [naam bedrijf 1] op 17 december 2018 is uitgeschreven bij de KvK. Partijen verschillen echter van mening of Hiltermann hierdoor mocht overgaan tot een rechtsgeldige buitengerechtelijke ontbinding van de leaseovereenkomst.

Ontbinding van de leaseovereenkomst

4.2

Ingevolge artikel 43 van de algemene voorwaarden mag Hiltermann de leaseovereenkomst tussentijds ontbinden als de andere partij zijn bedrijf geheel of gedeeltelijk staakt of beëindigt dan wel als er twijfel is ontstaan over de continuïteit van het bedrijf. Uit het hierboven onder 2.5 weergegeven uittreksel van de KvK kan worden afgeleid dat de eenmanszaak [naam bedrijf 1] per 10 december 2018 is opgeheven en daardoor op 17 december 2018 is uitgeschreven. Na constatering hiervan heeft Hiltermann de leaseovereenkomst met [naam bedrijf 1] bij brief van 23 april 2019 ontbonden op grond van artikel 43 van de algemene voorwaarden.

4.3

[naam bedrijf 1] wordt niet gevolgd in zijn standpunt dat Hiltemann niet mocht overgaan tot ontbinding van de leaseovereenkomst nu zijn eenmanszaak was uitgeschreven bij de KvK. Wat er ook van zij van de stelling dat er bedrijfs- en/of beroepsmatig gehandeld kan worden zonder inschrijving bij de KvK, het lag op de weg van [naam bedrijf 1] om aan te tonen dat hij door middel van zijn eenmanszaak zakelijke werkzaamheden was blijven verrichten na de uitschrijving bij de KvK. De auto mag immers, ingevolge artikel 2.7 van de leaseovereenkomst, uitsluitend in de uitoefening van een bedrijf of zelfstandig uitgeoefend beroep worden gebruikt. [naam bedrijf 1] heeft nagelaten dat aan te tonen. Uit de stelling van [naam bedrijf 1] dat zijn eenmanszaak is uitgeschreven omdat er geen geldig vast vestigingsadres meer was, volgt niet dat hij de zakelijke werkzaamheden voor zijn bedrijf heeft voortgezet na de uitschrijving bij de KvK. Dat op 26 april 2019 opnieuw een eenmanszaak [naam bedrijf 1] is ingeschreven bij de KvK, maakt het voorgaande evenmin anders. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft de ontbinding van de leaseovereenkomst, gelet op artikel 43 van de algemene voorwaarden gelezen in samenhang met artikel 2.7 van de leaseovereenkomst, op goede gronden plaatsgevonden. De kantonrechter zal daarom, zoals Hiltermann vordert, voor recht verklaren dat de leaseovereenkomst ontbonden is. Anders dan [naam bedrijf 1] stelt, was Hiltermann niet verplicht om basis van de nieuwe inschrijving per 26 april 2019 de leaseovereenkomst (alsnog) voort te zetten. In de eerste plaats omdat inmiddels terecht de buitengerechtelijke ontbinding had plaatsgevonden. In de tweede plaats omdat de op 26 april 2019 ingeschreven eenmanszaak blijkens de hierboven onder 2.5 en 2.8 weergegeven uittreksels van de KvK niet dezelfde eenmanszaak betrof als die waarmee Hiltermann de leaseovereenkomst was aangegaan: er is sprake van verschillende KvK-nummers en verschillende startdata. Het stond Hiltermann daarom vrij om op basis van de door haar aangevoerde reden niet in te stemmen met een contractsovername door de nieuwe eenmanszaak [naam bedrijf 1] .

4.4

Hetgeen [naam bedrijf 1] naar voren heeft gebracht over het al dan niet door Hiltermann ontbinden van de leaseovereenkomst vanwege een betalingsachterstand kan onbesproken blijven, nu dit voor dit onderdeel van de vordering niet van belang is. Hiltermann mocht de leaseovereenkomst immers ontbinden op grond van artikel 43 van de algemene voorwaarden gelezen in samenhang met artikel 2.7 van de leaseovereenkomst.

Eindvordering

4.5

Volgens Hiltermann heeft zij op grond van de leaseovereenkomst recht op betaling van achterstallige leasetermijnen en van schadevergoeding wegens voortijdige beëindiging van de overeenkomst. Hiltermann vordert in dat verband een bedrag van € 7.754,77. Dit bedrag is opgebouwd uit het inlossaldo verminderd met de veilingopbrengst van de auto (€ 7.189,90), de achterstand van de leasetermijnen tot aan de ontbinding (€ 262,37) en de inname- en takelkosten (€ 302,50). De gevorderde bedragen zijn door Hiltermann onderbouwd aan de hand van overgelegde facturen en berekeningen.

4.6

Voor zover [naam bedrijf 1] heeft bedoeld te stellen dat Hiltermann niet over mocht gaan tot veiling/verkoop van de auto omdat hij daarmee niet heeft ingestemd, kan dit hem niet baten. Hiltermann heeft terecht opgemerkt dat zij ingevolge artikel 3 van de algemene voorwaarden de eigenaar van de auto is en om die reden mag bepalen wat er na ontbinding van de leaseovereenkomst met de auto gebeurd. Bovendien is door [naam bedrijf 1] niet weersproken dat Hiltermann op 6 mei 2019 telefonisch aan hem heeft meegedeeld dat de auto via een veiling wordt verkocht.

4.7

Op grond van artikel 43 van de algemene voorwaarden is [naam bedrijf 1] gehouden bij ontbinding van de leaseovereenkomst de resterende leasetermijnen te betalen. Die gehoudenheid is door [naam bedrijf 1] niet betwist. [naam bedrijf 1] heeft wel verweer gevoerd tegen de getaxeerde waarde van de auto. Volgens [naam bedrijf 1] was de auto meer waard dan dat is vastgesteld in het taxatierapport van 11 mei 2019. De auto is volgens [naam bedrijf 1] voor een te laag bedrag verkocht waardoor Hiltermann niet heeft voldaan aan haar schadebeperkingsplicht. Ter onderbouwing daarvan heeft [naam bedrijf 1] een koerslijstwaarde van de ANWB en een uitdraai van een particuliere website overgelegd. Hiltermann betwist dit en voert aan dat de getaxeerde handelswaarde overeen komt met de door [naam bedrijf 1] overgelegde waarde-indicatie. Bovendien is Hiltermann geen autobedrijf waardoor zij de auto niet voor een hoger bedrag kan verkopen dan wordt geboden op een veiling.

4.8

[naam bedrijf 1] wordt gedeeltelijk gevolgd in zijn standpunt dat Hiltermann onvoldoende heeft voldaan aan haar schadebeperkingsplicht. Door Hiltermann is terecht opgemerkt dat de getaxeerde handelswaarde van de auto valt binnen de waarde-indicaties die door [naam bedrijf 1] zijn overgelegd. Bovendien is door [naam bedrijf 1] niet aangetoond dat er bij de door hem overgelegde waarde-indicaties rekening is gehouden met de staat van de auto en de kilometerstand. Dat er een waardedaling van de auto heeft plaatsgevonden en deze uiteindelijk verkocht is voor een volgens [naam bedrijf 1] te laag bedrag, betekent nog niet dat Hiltermann daarom haar schadebeperkingsplicht heeft geschonden. Uit de stelling van [naam bedrijf 1] ten slotte dat zijn waardebepaling van de auto van een jaar later is dan het taxatierapport, volgt evenmin dat Hiltermann haar schadebeperkingsplicht heeft geschonden. Wel stelt de kantonrechter vast dat Hiltermann erin heeft bewilligd dat de auto op een veiling werd verkocht voor € 8.700,-. Volgens het taxatierapport waar Hiltermann zelf zich op beroept, bedroegen de handelswaarde en de executiewaarde € 10.750,- respectievelijk € 9.100,-. Het gemiddelde daarvan bedraagt € 9.925,- en de kantonrechter acht dit laatste bedrag een reële waarde. Door erin te bewilligen dat de auto voor een lager bedrag dan € 9.925,- werd verkocht, heeft Hiltermann in zoverre haar schadebeperkingsplicht geschonden. Daarom dient het bedrag van € 9.925,- op het door Hilterman bij repliek becijferde en door [naam bedrijf 1] niet weersproken inlossaldo van € 15.889,90 in mindering te worden gebracht. Aldus resteert een bedrag van € 5.964,90.

4.9

Bij gebreke van een deugdelijke betwisting kunnen het door Hiltermann gevorderde bedrag van € 262,37 aan achterstand in leasetermijnen en het gevorderde bedrag van € 302,50 aan inname- en takelkosten worden toegewezen.

4.10

De uiteindelijke door [naam bedrijf 1] aan Hiltermann verschuldigde hoofdsom bedraagt daarmee € 6.529,77 (€ 5.964,90 + € 262,37 + € 302,50).

Rente en buitengerechtelijke incassokosten

4.11

De leaseovereenkomst is ontbonden. Dat betekent dat de contractuele verplichtingen beëindigd zijn. Voor toewijzing van de gevorderde contractuele rente van 1,5% per maand is dan ook geen plaats meer. Voor toewijzing van de wettelijke rente ex artikel 6:119a BW evenmin, nu er geen sprake meer is van een handelsovereenkomst. De wettelijke rente ex artikel 6:119 BW vanaf 13 juni 2019 zal wel worden toegewezen, nu daartegen geen nader verweer is gevoerd.

4.12

Hiltermann heeft voorts een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. In artikel 53 van de toepasselijke algemene voorwaarden is opgenomen dat Hiltermann gerechtigd is om buitengerechtelijke incassokosten in rekening te brengen, die worden begroot op 10% van de hoofdsom. Hiltermann heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht, maar zij heeft niet gesteld en evenmin is gebleken dat de werkelijk door haar gemaakte buitengerechtelijke incassokosten een bedrag berekend over het bedrag van € 6.529,77 aan de hand van de in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten bedoelde staffel, te weten € 701,49, te boven gaan. De kantonrechter wijst daarom het laatstgenoemde bedrag toe.

4.13

Voor toewijzing van wettelijke rente over de buitengerechtelijke incassokosten is geen plaats. Gesteld noch gebleken is dat Hiltermann die kosten inmiddels aan haar gemachtigde heeft voldaan zodat er voor haar (vermogens)schade zou zijn ontstaan.

4.14

[naam bedrijf 1] zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld.

5. De beslissing

De kantonrechter:

verklaart voor recht dat de leaseovereenkomst met betrekking tot de auto, Audi A3 met kenteken [kentekennummer] , is ontbonden;

veroordeelt [naam bedrijf 1] aan Hiltermann te betalen een bedrag van € 7.231,26, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over een bedrag van € 6.529,77 vanaf 13 juni 2019 tot aan de dag van algehele voldoening;

veroordeelt [naam bedrijf 1] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Hiltermann vastgesteld op € 499,- aan griffierecht, € 91,46 aan dagvaardingskosten en € 600,- aan salaris voor de gemachtigde, te vermeerderen met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW ingaande 14 dagen na de datum van dit vonnis tot de dag der algehele voldoening;

en indien [naam bedrijf 1] niet binnen 14 dagen na vandaag vrijwillig aan het vonnis heeft voldaan, begroot op € 120,- aan nasalaris. Indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, dient het bedrag aan nasalaris nog te worden verhoogd met de kosten van betekening;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.A.F.M. Wouters en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

35789/24134