Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:6989

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
03-08-2020
Datum publicatie
11-08-2020
Zaaknummer
C/10/593652 / JE RK 20-784 en C/10/594286 / JE RK 20-920
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

beschikking schriftelijke aanwijzing

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

zaakgegevens: C/10/593652 / JE RK 20-784 en C/10/594286 / JE RK 20-920

datum uitspraak: 3 augustus 2020

beschikking bekrachtiging schriftelijke aanwijzing

in de zaken van

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,

hierna te noemen de GI, gevestigd te Rotterdam,

en

[naam moeder] ,

hierna te noemen de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

betreffende

[naam minderjarige] ,

geboren op [geboortedatum minderjarige] 2006 te [geboorteplaats minderjarige] , hierna te noemen [voornaam minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam vader] ,

hierna te noemen de vader, wonende te [woonplaats vader] ,

[naam stiefvader] ,

hierna te noemen de stiefvader, wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:

- de beschikking van de kinderrechter van deze rechtbank van 7 mei 2020 en de daaraan ten grondslag liggende stukken;

- de briefrapportage van de GI van 17 juli 2020, ingekomen bij de griffie op 20 juli 2020.

Op 3 augustus 2020 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld.

Gehoord zijn:

- [voornaam minderjarige] , die voorafgaand aan de zitting apart is gehoord,

- de moeder, bijgestaan door haar advocaat mr. M. Verschoor,

- de vader,

- een vertegenwoordigster van de GI, mw. [naam vertegenwoordigster] .

Opgeroepen en niet verschenen is de stiefvader.

De feiten

Het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] wordt uitgeoefend door de ouders.

Bij beschikking van 20 januari 2020 is de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlengd tot 21 januari 2021.

De GI heeft op 19 maart 2020 een schriftelijke aanwijzing gegeven betreffende de verzorging en opvoeding van [voornaam minderjarige] . Hierin is het volgende opgenomen:

  1. Het is van belang dat de jeugdbeschermer ten minste één keer bij de moeder op huisbezoek komt. In verband met de huidige ontwikkelingen en maatregelen rondom het coronavirus dient hier gehoor aan gegeven te worden indien weer mogelijk.

  2. Het is van belang dat de jeugdbeschermer ten minste één keer in gesprek gaat met [voornaam minderjarige] (dit kan plaatsvinden op het kantoor van JBRR of op de school van [voornaam minderjarige] ). In verband met de huidige ontwikkelingen en maatregelen rondom het coronavirus dient hier gehoor aan gegeven te worden indien weer mogelijk.

  3. De moeder voorziet de vader van informatie over de ontwikkeling van [voornaam minderjarige] . Onderstaande afspraken zijn hierbij geldend:

- Elke drie maanden (ingaand vanaf april 2020) stuurt de moeder een mail aan de vader met JBRR in de cc.

- De moeder stuurt elke eerste week van het nieuwe kwartaal de vader een mail. JBRR wordt in de cc. meegenomen.

- De moeder stuurt een recente foto van [voornaam minderjarige] mee.

- De moeder geeft een korte maar volledige beschrijving van hoe het met [voornaam minderjarige] gaat (ook op het gebied van school).

De verzoeken

Zaaknummer C/10/593652:
De GI heeft bekrachtiging van de schriftelijke aanwijzing van 19 maart 2020 verzocht.

Tevens wordt verzocht een dwangsom op te leggen ter hoogte van een door de kinderrechter te bepalen bedrag voor iedere keer dat de aanwijzing niet wordt nagekomen.

Zaaknummer C/10/594286:

De moeder verzoekt de schriftelijke aanwijzing van 19 maart 2020 geheel vervallen te verklaren.

De standpunten

De GI heeft haar verzoek ter zitting gehandhaafd en als volgt toegelicht. De afgelopen tijd heeft de moeder haar medewerking verleend aan de punten genoemd in de schriftelijke aanwijzing. De samenwerking tussen de jeugdbeschermer en de moeder verloopt goed. Op basis van de schriftelijke aanwijzing heeft er inmiddels een huisbezoek en een gesprek met [voornaam minderjarige] plaatsgevonden. Zonder de schriftelijk aanwijzing was dit niet gelukt. De GI handhaaft dan ook haar verzoek, zodat wanneer in de toekomst opnieuw een huisbezoek of gesprek met [voornaam minderjarige] nodig is, de moeder haar medewerking zal verlenen.

De moeder heeft haar verzoek eveneens ter zitting gehandhaafd en, deels bij monde van haar advocaat, als volgt toegelicht. De moeder heeft de afgelopen tijd haar volledige medewerking verleend en zal dit blijven doen. Zij zal tevens haar informatieplicht jegens de vader blijven nakomen, ook zonder de druk van de schriftelijke aanwijzing. Deze druk is ook niet in het belang van [voornaam minderjarige] . De moeder begrijpt het belang van de informatieplicht. Het opleggen van een dwangsom zal er enkel toe leiden dat de moeder verder in de financiële problemen raakt.

De vader is het eens met het verzoek van de GI. De vader wil graag informatie over [voornaam minderjarige] ontvangen. De vader hoopt zijn gezag weer te kunnen uitoefenen. Het is voor de vader heel moeilijk dat [voornaam minderjarige] hem niet wil zien.

De beoordeling

Ter zitting hebben partijen overeenstemming bereikt, in die zin dat een beslissing op de onderhavige verzoeken met een periode voor drie maanden zal worden aangehouden, zodat de moeder in de tussentijd kan (blijven) aantonen dat zij haar volledige medewerking zal verlenen aan de GI. Dat wil zeggen dat zij aan haar informatieplicht jegens de vader zal blijven voldoen en dat een huisbezoek en een gesprek met [voornaam minderjarige] mogelijk moeten zijn als de jeugdbeschermer dat wenselijk acht. De komende drie maanden zal moeten blijken of het vertrouwen van de GI in de moeder daardoor groeit.

De kinderrechter verzoekt de GI en mr. Verschoor om uiterlijk twee weken voor de hierna te noemen pro forma datum mede te delen of hun respectievelijke verzoeken al dan niet worden gehandhaafd en indien dat voor wat betreft de GI het geval is daarbij een rapportage te doen toekomen met daarin de dan actuele stand van zaken.

De beslissing

De kinderrechter:

houdt de beslissing op beide voorliggende verzoeken aan en bepaalt dat de behandeling van de zaak wordt aangehouden tot 1 november 2020 pro forma;

bepaalt dat de GI, de moeder, de belanghebbenden en mr. M. Verschoor op de genoemde pro forma datum niet ter zitting behoeven te verschijnen;

verzoekt de GI en mr. M. Verschoor uiterlijk twee weken voor de genoemde pro forma datum de kinderrechter de verzochte rapportages te doen toekomen.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 3 augustus 2020 door mr. C.N. Melkert, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. M.C.J. Holierhoek als griffier.

De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 5 augustus 2020.