Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:6936

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
06-08-2020
Datum publicatie
11-08-2020
Zaaknummer
8440408 CV EXPL 20-1454
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vordering tot nakoming verjaard. Vordering afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 8440408 CV EXPL 20-1454

uitspraak: 6 augustus 2020

vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Dordrecht,

in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Direct Pay Services B.V.,

gevestigd te Barendrecht,

eiseres,

gemachtigde: Webcasso,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [plaats] ,

gedaagde,

die procedeert in persoon.

Partijen worden hierna aangeduid als ‘Direct Pay’ en ‘ [gedaagde] ’.

1. Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  1. de dagvaarding van 13 maart 2020, met producties;

  2. de conclusie van antwoord, met producties;

  3. de conclusie van repliek, met producties;

  4. de conclusie van dupliek, met producties.

Het vonnis is bepaald op heden.

2. Het geschil

2.1

Direct Pay vordert dat [gedaagde] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, wordt veroordeeld tot betaling aan Direct Pay van een bedrag van € 168,67, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 13 maart 2020 tot aan de dag van algehele voldoening, alsmede € 40,- aan buitengerechtelijke kosten en € 10,62 aan wettelijke rente, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.

2.2

Direct Pay legt primair nakoming van de betalingsverplichting, subsidiair onverschuldigde betaling en meer subsidiair ongerechtvaardigde verrijking aan haar vordering ten grondslag.

2.3

[gedaagde] heeft op de vordering gereageerd. Op zijn verweer wordt voor zover in deze procedure van belang in het navolgende ingegaan.

3. De beoordeling

3.1

Partijen zijn het eens over het volgende. [gedaagde] is een energieovereenkomst aangegaan met Greenchoice. Op grond van die overeenkomst moet [gedaagde] nog een bedrag van € 168,67 betalen. Dit bedrag betreft de eindafrekening in 2016. Greenchoice heeft deze vordering overgedragen aan Direct Pay. [gedaagde] voert als verweer tegen de vordering van Direct Pay aan dat de vordering is verjaard.

3.2

Op een overeenkomst tot levering van energie zijn de wettelijke bepalingen met betrekking tot consumentenkoop van toepassing (zie artikel 7:5 lid 5 BW). Bij consumentenkoop verjaart een vordering tot betaling van de koopprijs op grond van artikel 7:28 BW na verloop van twee jaar vanaf het moment van opeisbaarheid.

3.3

In dit geval is de eindafrekening gefactureerd op 20 december 2016, met als vervaldatum 10 januari 2017. De vordering is daarom verjaard op 11 januari 2019, tenzij Direct Pay de verjaring heeft gestuit. Het is op grond van de hoofdregel van artikel 150 Rv aan Direct Pay om te stellen en zo nodig te bewijzen dat zij de verjaring heeft gestuit. Concreet houdt dit dan ook in dat Direct Pay moet stellen en zo nodig bewijzen dat zij aanmaningen heeft verzonden en dat deze door [gedaagde] zijn ontvangen (zie HR 25 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2704, r.o. 3.5.2).

3.4

Direct Pay stelt dat zij [gedaagde] brieven heeft verzonden op 6 en 28 februari en 26 maart 2017 en 24 maart 2018. [gedaagde] heeft de ontvangst van deze brieven betwist. Het enkele feit dat Direct Pay stelt dat de brieven zijn verzonden aan het juiste adres is onvoldoende om aan te nemen dat de brieven dus door [gedaagde] zijn ontvangen. Direct Pay dient dit immers juist te bewijzen en zij had ervoor kunnen kiezen om de brieven met bewijs van ontvangst te laten verzenden. [gedaagde] motiveert zijn betwisting bovendien door middel van een door hem opgesteld overzicht waarin hij alle door hem ontvangen en door Direct Pay gestelde correspondentie heeft opgenomen en daarbij heeft aangegeven welk schrijven hij wel of niet heeft ontvangen. Daarom kan niet worden vastgesteld dat Direct Pay de verjaring van de vordering heeft gestuit en Direct Pay heeft op dit punt ook geen bewijs meer aangeboden. Dat betekent dat het verweer van [gedaagde] slaagt. De kantonrechter wijst de vordering af.

3.5

Direct Pay zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [gedaagde] worden echter vastgesteld op nihil, omdat hij zich niet heeft laten bijstaan door een gemachtigde en hij niet heeft gesteld andere kosten te hebben moeten maken.

4. De beslissing

De kantonrechter:

wijst de vordering af;

veroordeelt Direct Pay in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] vastgesteld op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. C. van Steenderen-Koornneef en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

41645