Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:6917

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
13-07-2020
Datum publicatie
04-08-2020
Zaaknummer
C/10/599264 / JE RK 20-1825
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

De kinderrechter verleent vervangende toestemming voor een vakantie naar het buitenland, tenzij er als gevolg van het coronavirus een negatief reisadvies luidt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

zaakgegevens: C/10/599264 / JE RK 20-1825

datum uitspraak: 13 juli 2020

beschikking vervangende toestemming voor een vakantie

in de zaak van

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,

hierna te noemen de GI, gevestigd te Rotterdam,

betreffende

[naam minderjarige 1] ,

geboren op [geboortedatum minderjarige 1] 2012 te [geboorteplaats minderjarige 1] , hierna te noemen [voornaam minderjarige 1] ,

[naam minderjarige 2] ,

geboren op [geboortedatum minderjarige 2] 2014 te [geboorteplaats minderjarige 2] , hierna te noemen [voornaam minderjarige 2] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam moeder] ,

hierna te noemen de moeder, wonende te [woonplaats moeder] ,

[naam vader] ,

hierna te noemen de vader, wonende te [woonplaats vader] ,

[naam pleegmoeder] ,

hierna te noemen de pleegmoeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

[naam pleegvader] ,

hierna te noemen de pleegvader, wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:

- het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 25 juni 2020, ingekomen bij de griffie op

26 juni 2020,

- de brief met bijlagen van de GI van 7 juli 2020, ingekomen bij de griffie op 8 juli 2020.

Op 13 juli 2020 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld.

Gehoord zijn:

- de moeder, bijgestaan door haar advocaat mr. W. de Hoop,

- de vader,

- de pleegmoeder,

- een tweetal vertegenwoordigsters van de GI, mw. [naam vertegenwoordigster 1] en mw. [naam vertegenwoordigster 2] .

De kinderrechter heeft bijzondere toegang verleend aan mw. [naam persoon] van Enver Pleegzorg.

Opgeroepen en niet verschenen is de pleegvader.

De feiten

Het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] wordt uitgeoefend door de ouders.

[voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] verblijven in een pleeggezin.

Bij beschikking van 9 juni 2020 is de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] verlengd tot 18 juli 2020. De kinderrechter heeft bij deze beschikking ook de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] in een voorziening voor pleegzorg verlengd tot

18 juli 2020. De verzoeken zijn voor het overig verzochte aangehouden en tegelijkertijd met onderhavig verzoek behandeld.

Het verzoek

De GI heeft verzocht vervangende toestemming te verlenen voor de vakantie met het pleeggezin naar Frankrijk.

De GI heeft het verzoek ter zitting gehandhaafd en als volgt toegelicht. Het pleeggezin wil in de zomervakantie op vakantie naar Frankrijk. De ouders hebben hiervoor geen toestemming gegeven.

De standpunten

De moeder geeft geen toestemming voor de vakantie naar Frankrijk. De moeder gunt de kinderen een vakantie, maar zij vindt het momenteel te gevaarlijk vanwege het coronavirus. De moeder is heel voorzichtig. Het coronavirus is de wereld nog niet uit.

De vader geeft geen toestemming voor de vakantie naar Frankrijk. De kinderen zijn nog te jong om te kamperen. Daarnaast wil de vader niet dat de kinderen naar Frankrijk gaan vanwege het coronavirus. De vader is bang dat de kinderen in een lockdown terecht komen.

De pleegmoeder heeft ter zitting toegelicht dat zij met de vouwwagen gaan kamperen op het Franse platteland. Zij gaan wandelingen maken, naar een kasteel of zwembad. De pleegmoeder houdt de ontwikkelingen van het coronavirus goed in de gaten en neemt alle voorzorgmaatregelen. Indien het advies van de overheid voor Frankrijk verandert, zal het pleeggezin niet op vakantie gaan.

De beoordeling

Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat de kinderen al geruime tijd in het pleeggezin verblijven. Het pleeggezin wil deze zomer met de auto op vakantie naar Frankrijk. Het is in het belang van de kinderen dat zij mee kunnen op vakantie. De ouders hebben hier echter bezwaar tegen, voornamelijk omdat zij een vakantie in het buitenland te gevaarlijk vinden vanwege het coronavirus.

De kinderrechter volgt het reisadvies van het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Het reisadvies naar Frankrijk in verband met het coronavirus is op dit moment ‘let op, veiligheidsrisico’s (geel)’. Dit betekent dat het pleeggezin op vakantie naar Frankrijk mag, maar daarbij waakzaam moet blijven.

De kinderrechter zal daarom vervangende toestemming verlenen aan de pleegouders om met de kinderen op vakantie te gaan naar Frankrijk, op voorwaarde dat het advies van het Ministerie van Buitenlandse Zaken code groen of code geel is. Indien en voor zover het advies wijzigt in “alleen noodzakelijke” (oranje) of “geen” (rood) reizen naar Frankrijk te maken wordt geen vervangende toestemming verleend.

De beslissing

De kinderrechter:

verleent vervangende toestemming voor de vakantie naar Frankrijk voor de kinderen:

[naam minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum minderjarige 1] 20212 te [geboorteplaats minderjarige 1] ;

[naam minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum minderjarige 2] 2014 te [geboorteplaats minderjarige 2] ;

tenzij het advies van het Ministerie van Buitenlandse Zaken voor vertrek wijzigt en komt te luiden dat alleen noodzakelijke of geen reizen naar Frankrijk gemaakt mogen worden;

bepaalt dat deze beslissing de vereiste toestemming van de ouders vervangt.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 13 juli 2020 door mr. A.J. van Dijk, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. L.M. Ruijgrok als griffier. De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Den Haag.