Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:6614

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
17-07-2020
Datum publicatie
24-07-2020
Zaaknummer
7594592 CV EXPL 19-11194
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Gedaagde overleden na verstekvonnis, verzet door erfgenaam, ontvankelijkheid, analoge toepassing 3:171 BW, ondeelbare rechtsverhouding

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JERF 2020/263
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 7594592 CV EXPL 19-11194

uitspraak: 17 juli 2020

vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Tealinez B.V.,

gevestigd te Zoetermeer,

eiseres,

gedaagde in verzet,

gemachtigde: mr. P.C.M. Ouwens,

tegen

de pretense erfgenaam van wijlen [naam erflater] ,

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats gedaagde] ,

gedaagde,

eiseres in verzet,

gemachtigde: mr. F.C.H.M. van der Stap.

Partijen worden hierna aangeduid als ‘Tealinez’ en ‘ [gedaagde] ’.

1. Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  1. de inleidende dagvaarding van 27 augustus 2004;

  2. het verstekvonnis van 4 november 2004;

  3. de verzetdagvaarding van 10 september 2018;

  4. de conclusie van antwoord in oppositie;

  5. de conclusie van repliek in oppositie;

  6. de overgelegde producties.

Het vonnis is nader bepaald op heden.

2. De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds niet weersproken, staat het volgende tussen partijen vast.

2.1

Bij onder zaaknummer 586374 CV EXPL 04-33238 gewezen verstekvonnis van 4 november 2004 is [erflater] veroordeeld tot betaling aan Dexia van € 19.574,74 met rente en proceskosten.

2.2

[erflater] is op 27 augustus 2012 overleden. Op 14 augustus 2018 is op het adres van [gedaagde] een herhaald/hernieuwd bevel tot betaling van de onderhavige vordering betekend.

3. De oorspronkelijke vordering

3.1

Dexia heeft gevorderd dat [erflater] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, wordt veroordeeld tot betaling aan Dexia van een bedrag van € 19.574,74, te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 17.732,50 vanaf 23 juni 2004 tot aan de dag van algehele voldoening, met veroordeling van [erflater] in de proceskosten.

3.2

Dexia heeft het volgende aan haar vordering ten grondslag gelegd. Tussen partijen zijn twee effectenleaseovereenkomsten tot stand gekomen op grond waarvan [erflater] maandelijks een bedrag aan Dexia moest betalen. Aangezien [erflater] deze verplichting niet is nagekomen, heeft Dexia de overeenkomsten tussentijds beëindigd. De opbrengst van de verkoop van de effecten was niet voldoende om de schuld te voldoen. [erflater] dient daarom het resterende bedrag aan restschuld te betalen.

4. De vordering in verzet

4.1

[eiseres] vordert in verzet haar te ontheffen van de bij voormeld verstekvonnis tegen haar uitgesproken veroordeling, dat verstekvonnis te vernietigen en, opnieuw rechtdoende, de vordering van Tealinez (de rechtsopvolger van Dexia in deze zaak) af te wijzen, met veroordeling van Tealinez in de kosten van het geding.

4.2

[eiseres] heeft daartoe het volgende aangevoerd. Zij betwist dat tussen [erflater] en Dexia effectenleaseovereenkomsten tot stand zijn gekomen. Als de overeenkomsten al tot stand zijn gekomen, zijn deze vernietigbaar. Daarnaast is de vereffening van de nalatenschap reeds in november 2013 voltooid. Tealinez heeft de onderhavige vordering niet bij de betreffende notaris ter vereffening ingediend. Tealinez meent een aanspraak te hebben op [erflater] , in wiens rechten en verplichtingen [eiseres] niet is opgevolgd. [eiseres] is daarom niet aansprakelijk.

5. De beoordeling

5.1

Eerst dient beoordeeld te worden of [eiseres] ontvankelijk is in haar verzet. Op grond van artikel 143 Rv kan de gedaagde die bij verstek is veroordeeld, tegen dat verstekvonnis verzet instellen. Aangezien [erflater] is overleden, zijn de erfgenamen als rechtsopvolger onder algemene titel bevoegd in verzet te komen.

5.2

Tealinez heeft betwist dat [eiseres] erfgenaam van [erflater] is. Op basis van de overgelegde stukken kan dit vooralsnog niet worden vastgesteld. [eiseres] zal daarom in de gelegenheid worden gesteld op dit punt nadere stukken in het geding te brengen.

5.3

Tealinez heeft voorts aangevoerd dat [eiseres] niet heeft aangetoond dat zij ook namens de eventuele andere erfgenamen verzet heeft ingesteld. Een erfgenaam kan echter naar het oordeel van de kantonrechter ook zelfstandig in verzet komen. Uit artikel 3:171 BW volgt dat een erfgenaam bevoegd is tot het instellen van rechtsvorderingen en het indienen van verzoeken ter verkrijging van een rechterlijke uitspraak ten behoeve van de gemeenschap. Het instellen van verzet is vergelijkbaar met het instellen van een rechtsvordering ter verkrijging van een rechterlijke uitspraak ten behoeve van de gemeenschap. De ratio van artikel 3:171 BW is immers gelegen in de behoefte om erfgenamen bij de uitoefening van hun rechten niet afhankelijk te maken van hun mede-erfgenamen. Aangezien ten aanzien van het instellen van het rechtsmiddel van verzet geen expliciete regeling is opgenomen, leent dit artikel zich voor analoge toepassing. In het kader van de ontvankelijkheidsvraag kan gelet op het voorgaande in het midden blijven of [eiseres] de enige erfgenaam van [erflater] is.

5.4

Voor de verdere beoordeling van de zaak kan wel van belang zijn of [eiseres] de enige erfgenaam is. Voorstelbaar is dat Tealinez in de gelegenheid wordt gesteld eventuele andere erfgenamen alsnog op te roepen op grond van artikel 118 Rv. Er is hier immers sprake van een rechtsverhouding waarbij het rechtens noodzakelijk is dat de beslissing in dezelfde zin luidt ten aanzien van alle erfgenamen (processueel ondeelbare rechtsverhouding). Dat betekent dat alle erfgenamen aan het vonnis gebonden zijn. [eiseres] dient daarom ook aan te geven wie de eventuele andere erfgenamen zijn.

5.5

Tussen partijen is niet in geschil dat Dexia de vordering heeft overgedragen aan Asset Refinance Company (hierna ARC). ARC heeft de vordering overgedragen aan Tealinez. Dat betekent dat de procedure door Tealinez als rechtsopvolger onder bijzondere titel wordt voortgezet. Dexia is daarom geen partij meer.

6. De beslissing

De kantonrechter:

stelt [gedaagde] in de gelegenheid stukken in het geding te brengen waaruit blijkt wie de erfgenamen van [erflater] zijn;

verwijst de zaak daarvoor naar de rolzitting van dinsdag 11 augustus 2020;

wijst [gedaagde] erop dat de akte in tweevoud ingestuurd moet worden en uiterlijk de dag vóór de rolzitting om 12.00 uur door de rechtbank ontvangen moet zijn;

wijst [gedaagde] erop dat het vanwege het coronavirus niet mogelijk is om naar de rolzitting te komen, maar dat zij in plaats daarvan mondeling mag reageren door uiterlijk de dag voor de rolzitting te bellen met telefoonnummer 088 362 4610 / 088 362 0311 (b.g.g.);

wijst [gedaagde] erop dat zij tijdelijk ook een e-mailbericht mag sturen aan kantondagvaarding.rtm@rechtspraak.nl.

Dit vonnis is gewezen door mr. P. Joele en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

33945