Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2020:6463

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
18-06-2020
Datum publicatie
21-07-2020
Zaaknummer
C/10/596074 / FA RK 20-3207
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf, artikel 26 Wzd, comorbiditeit, aanvullend onderzoek psychiater

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM


Team familie

Zaak-/rekestnummer: C/10/596074 / FA RK 20-3207

Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 18 juni 2020 betreffende een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in artikel 26 van de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten (hierna: Wzd)

op verzoek van:

het Centrum Indicatiestelling Zorg, hierna: CIZ,

met betrekking tot:

[naam cliënt] ,

geboren op [geboortedatum cliënt] te [geboorteplaats cliënt] , India,

hierna: cliënt,

wonende aan de [adres cliënt] , [woonplaats cliënt] ,

thans verblijvende in Parnassia Groep, locatie Nieuwe Binnenweg te Rotterdam

advocaat mr. H. van der Wal te Rotterdam.

1. Procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van het CIZ, ingekomen ter griffie op 7 mei 2020.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

 het indicatiebesluit op grond van artikel 3.2.3 van de Wet langdurige zorg van 14 april 2020;

 de medische verklaring, opgesteld en ondertekend door [naam specialist] , specialist ouderengeneeskunde, van 21 april 2020;

 de tussenbeschikking van deze rechtbank van 14 mei 2020;

 de medische verklaring, opgesteld en ondertekend door [naam psychiater] , psychiater, van 25 mei 2020;

 de aanvraag voor een rechterlijke machtiging van 30 april 2020;

 de op 9 april 2020 opgestelde verklaring door de zorgaanbieder Parnassia Groep;

 het op 26 maart 2020 opgestelde zorgplan.

1.2.

De mondelinge behandeling van het verzoek zou oorspronkelijk plaatsvinden op 15 juni 2020. Omdat de advocaat van cliënt niet alle bijlagen bij het verzoekschrift had ontvangen, is de zaak aangehouden en vervolgens behandeld op 18 juni 2020. Bij die gelegenheid zijn op grond van artikel 2 Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid de navolgende personen telefonisch gehoord, omdat het houden van een fysieke zitting vanwege het coronavirus niet mogelijk was:

 cliënt met zijn hierboven genoemde advocaat;

 [naam arts] , arts in opleiding tot specialist, verbonden aan Parnassia Groep.

2. De feiten

2.1.

Cliënt is op 25 maart 2020 opgenomen met een crisismaatregel onder de Wet verplichte gezondheidszorg (hierna: Wvggz). Op 27 maart 2020 is bij beschikking van deze rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verleend. Aansluitend hierop is op 24 april 2020 een zorgmachtiging verleend tot en met 24 juli 2020.

2.2.

Tijdens de mondelinge behandeling op 24 april 2020 had de arts aangegeven dat er nader onderzoek diende te worden verricht naar de diagnose van betrokkene. Op 21 april 2020 heeft [naam specialist] , specialist ouderengeneeskunde, in de medische verklaring vastgesteld dat cliënt lijdt aan een psychogeriatrische aandoening, te weten Parkinsondementie. Daarnaast gaf de specialist ouderengeneeskunde aan dat er sprake zou zijn van een andere diagnose, te weten een depressie. Om deze reden heeft de rechtbank op 14 mei 2020 het verzoek aangehouden, zodat cliënt ook onderzocht kon worden door een psychiater.

2.3.

Op 25 mei 2020 heeft [naam psychiater] , psychiater, in de aanvullende medische verklaring vastgesteld dat er geen aanwijzingen zijn voor een depressie. De arts heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat dit aansluit bij de bevindingen van de behandelaren op de afdeling.

3. Beoordeling

3.1.

De rechter kan op verzoek van het CIZ een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf in een geregistreerde accommodatie verlenen als bedoeld in artikel 24 lid 1 Wzd. De machtiging kan slechts worden verleend indien naar het oordeel van de rechter het gedrag van de cliënt als gevolg van zijn psychogeriatrische aandoening of verstandelijke handicap, dan wel als gevolg van een daarmee gepaard gaande psychische stoornis of een combinatie daarvan leidt tot ernstig nadeel. Daarnaast zijn de opname en het verblijf noodzakelijk om het nadeel te voorkomen of af te wenden en zijn er geen minder ingrijpende mogelijkheden om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden.

3.2.

Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat cliënt lijdt aan een psychogeriatrische aandoening, te weten Parkinsondementie. Hoewel cliënt ten tijde van de mondelinge behandeling met een zorgmachtiging op basis van de Wvggz in de accommodatie verblijft, is hiermee vast komen te staan dat een machtiging onder de Wzd passender is.

3.3.

Deze psychogeriatrische aandoening leidt tot ernstig nadeel. Het ernstig nadeel is gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade, ernstige verwaarlozing of maatschappelijke teloorgang. In de thuissituatie was betrokkene slechts in beperkte mate in staat tot het verrichten van zijn algemene dagelijkse levensbehoeften. Verder vergat hij zijn medicatie in te nemen en raakte hij meerdere keren zijn paspoort, pinpas en huissleutels kwijt. Voorts was er sprake van valgevaar en dwaalgedrag. Voorafgaand aan de opname was cliënt ernstig afhankelijk van zijn dochter, waardoor zij overbelast dreigde te raken. Hoewel de arts tijdens de mondelinge behandeling heeft verklaard dat het goed gaat met cliënt op de afdeling, heeft hij veel sturing nodig. De verwachting is dat bovengenoemde nadelen wederom zouden intreden als betrokkene naar huis zou gaan. De komende periode zal er daarom gezocht worden naar een passende woonvoorziening voor cliënt.

3.4.

De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Cliënt heeft 24-uurs zorg en ondersteuning nodig.

3.5.

Er zijn geen minder ingrijpende mogelijkheden om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. In het verleden is thuiszorg ingezet, maar dit werd door cliënt afgehouden.

3.6.

Gebleken is dat cliënt zich verzet tegen de opname en het verblijf. Cliënt heeft geen ziektebesef- en inzicht en is niet bereid tot een vrijwillig verblijf.

3.7.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat is voldaan aan de criteria voor een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in de Wzd. De machtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden.

4. Beslissing

De rechtbank:

4.1.

verleent een machtiging tot opname en verblijf ten aanzien van [naam cliënt] voornoemd;

4.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 18 december 2020.

Deze beschikking is op 18 juni 2020 mondeling gegeven door mr. L.A.C. van Nifterick, rechter, in tegenwoordigheid van mr. R. Jelicic, griffier, en op 22 juni 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.